RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.41481
[naam eiseres] , V-nummer: [V-nummer 1] , eiseres, mede namens haar minderjarige kind [naam minderjarige], V-nummer: [V-nummer 2] , hierna tezamen: eiseres
(gemachtigde: mr. E.R. Hagenaars),
en
(gemachtigde: mr. W. van Hoof).
Procesverloop
Eiseres heeft op 6 augustus 2024 een opvolgende aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (de asielaanvraag) ingediend.
Bij besluit van 25 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de opvolgende asielaanvraag van eiseres kennelijk ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De rechtbank heeft het beroep, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening (NL25.41482), op 20 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, D.K. Ehigiene als tolk en de gemachtigde van verweerder.
Totstandkoming van het bestreden besluit
Eerste asielprocedure
1. Eiseres heeft op 15 januari 2019 haar eerste asielaanvraag in Nederland ingediend. Aan deze asielaanvraag heeft eiseres – kort samengevat en voor zover relevant – ten grondslag gelegd dat zij de Nigeriaanse nationaliteit heeft, is geboren op [geboortedatum] 1997 en dat zij problemen heeft ondervonden vanwege haar lesbische geaardheid. Daarnaast vreest eiseres dat haar dochter bij terugkeer naar Nigeria zal worden besneden. Verweerder heeft de asielaanvraag met het besluit van 30 juni 2021 in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. Verweerder heeft in dat besluit de nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig geacht, maar haar identiteit niet. Verder achtte verweerder de gestelde seksuele geaardheid en de daardoor ondervonden problemen ongeloofwaardig. Verweerder achtte wel geloofwaardig dat de dochter van eiseres onbesneden is, maar stelde dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar dochter bij terugkeer naar Nigeria daardoor een risico loopt op gedwongen besnijdenis. Het door eiseres ingestelde beroep tegen dit besluit is met de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 31 januari 2024 (NL21.11657) ongegrond verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft het hoger beroep bij uitspraak van 25 maart 2024 ongegrond verklaard (ECLI:NL:RVS:2024:1212). Het besluit van 30 juni 2021 staat dus in rechte vast.
Tweede en huidige asielprocedure
2. Eiseres heeft op 6 augustus 2024 opnieuw asiel aangevraagd in Nederland. Over deze aanvraag gaat deze uitspraak. Eiseres legt aan deze aanvraag - kort samengevat - ten grondslag dat zij een identiteitsgroei heeft doorgemaakt. Sinds de vorige aanvraag is zij meer activiteiten gaan verrichten. Door het contact met verschillende LHBTIQ+ organisaties en haar relatie met [persoon A] is zij beter in staat te spreken over haar gevoelens en emoties. Zij heeft meer kennis van haar seksuele geaardheid gekregen en kan in Nederland open zijn over wie zij is. Daarnaast stelt eiseres bij terugkeer naar Nigeria te vrezen voor de vrouwenbesnijdenis van haar dochter [naam minderjarige] en heeft eiseres verklaard HIV positief te zijn.
Om haar asielrelaas te onderbouwen heeft eiseres de volgende documenten overgelegd:
Het bestreden besluit
Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst
2. Seksuele geaardheid
De nationaliteit en herkomst van eiseres zijn tijdens de eerste asielaanvraag geloofwaardig geacht, maar haar identiteit niet. Verweerder ziet geen aanleiding om daar in deze procedure anders over te oordelen. Ook ziet verweerder geen aanleiding om de vrees voor gedwongen besnijdenis van haar dochter als asielmotief aan te merken omdat dit tijdens haar eerste asielprocedure ook al is beoordeeld en eiseres geen nieuwe elementen of bevindingen naar voren heeft gebracht.
Verweerder acht de gestelde seksuele geaardheid van eiseres nog steeds ongeloofwaardig. Verweerder legt aan dit standpunt, samengevat, ten grondslag dat haar verklaringen over haar geaardheid geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Zo heeft eiseres wisselend verklaard over haar gevoelens en beleving van haar seksuele geaardheid en zijn haar verklaringen over haar gestelde identiteitsgroei oppervlakkig en algemeen. Verweerder werpt eiseres ook tegen dat uit haar verklaringen niet blijkt dat haar relatie met [persoon A] is gegroeid of dat eiseres beter in staat is om te verklaren over haar gevoelens en emoties. Over het door eiseres overgelegde onderzoeksrapport van LGBT Asylum Support stelt verweerder zich op het standpunt dat deze de gestelde seksuele geaardheid of de identiteitsgroei niet kan onderbouwen. Eiseres heeft volgens verweerder ook niet aannemelijk gemaakt waarom het voor haar persoonlijk belangrijk is om de bijeenkomsten van LGBT Asylum support te bezoeken of waarom het voor eiseres belangrijk is om contact te hebben met belangenorganisaties en de LHBTIQ+ gemeenschap. Ook met haar deelname aan Roze Zaterdag en de Gay Pride en de verklaring van [persoon B] heeft eiseres haar seksuele geaardheid volgens verweerder niet aannemelijk gemaakt. Over het gespreksverslag met [persoon C] stelt verweerder zich tot slot op het standpunt dat eiseres in dit gesprek tegenstrijdig heeft verklaard aan haar verklaringen tijdens haar asielprocedure.
De geloofwaardig geachte nationaliteit en herkomst van eiseres leiden volgens verweerder niet tot een vervolgingsgrond in de zin van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (Vluchtelingenverdrag) of tot een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder g, van de Vw omdat haar opvolgende asielaanvraag niet niet-ontvankelijk is verklaard. Daarnaast heeft verweerder aan eiseres een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. Dit inreisverbod geldt niet voor haar minderjarige dochter.
Beoordeling door de rechtbank
Wat vindt eiseres in beroep?
5. Eiseres stelt zich op het standpunt dat verweerder haar seksuele geaardheid ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Eiseres voert hiertoe aan dat zij niet wisselend heeft verklaard over haar seksuele geaardheid. Zo heeft eiseres weliswaar verklaard dat zij zich soms seksueel aangetrokken voelt tot mannen, maar blijkt uit haar verklaringen duidelijk dat zij enkel relaties met vrouwen onderhoudt en dat zij mannen als vrienden ziet. Ook meent eiseres dat zij diepgaander heeft verklaard over haar identiteitsgroei en haar relatie met [persoon A] . Zo heeft zij verklaard meer inzicht te hebben gekregen in de positie van homoseksuelen in Nederland en heeft zij verklaard over haar leven dat zij met haar partner leidt en hun toekomstplannen. Verweerder heeft de documenten die eiseres heeft overgelegd om haar relatie te bewijzen (foto’s, brief en screenshot) verder ten onrechte niet in de context van haar verklaringen beoordeeld. Tot slot stelt eiseres dat zij wel degelijk inzichtelijk heeft gemaakt waarom het voor haar belangrijk is om betrokken te zijn bij LHBTIQ+ belangenorganisaties. Zij is namelijk al lange tijd betrokken bij LGBT Asylum Support en heeft hierover verklaard dat zij zich hierdoor beter, veilig en gelukkiger voelt.
Seksuele geaardheid
6. De rechtbank stelt voorop dat de verweerder bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van de gestelde seksuele geaardheid Werkinstructie (WI) 2019/17 toepast. Op grond hiervan beoordeelt verweerder de geloofwaardigheid van de seksuele geaardheid aan de hand van de door de vreemdeling gegeven verklaringen. Daarbij ligt de nadruk op de eigen ervaringen en persoonlijke beleving van de vreemdeling, wat zijn seksuele gerichtheid voor hem en zijn omgeving heeft betekend, wat de situatie is voor personen met die gerichtheid in het land van herkomst en hoe zijn ervaringen in het algemene beeld passen. Van belang is of de verklaringen consistent zijn en overeenkomen met wat bekend is over de positie van LHBTI’ers in het land van herkomst, waarbij rekening wordt gehouden met het referentiekader van de vreemdeling. Het is aan de vreemdeling om de gestelde seksuele gerichtheid aannemelijk te maken.
Opvolgende asielaanvraag
7. De rechtbank overweegt verder dat eiseres een opvolgende asielaanvraag heeft ingediend en dat in rechte vaststaat dat haar seksuele geaardheid in de eerdere procedure niet ten onrechte geloofwaardig is bevonden. De Afdeling heeft onder andere in haar uitspraken van 28 september 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:2713) en 22 maart 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:1193) in het kader van opvolgende procedures over geloofsgroei overwogen dat verweerder in opvolgende procedures niet ten onrechte uitgaat van een verzwaarde bewijslast voor de vreemdeling als het asielrelaas waar de vreemdeling op voortborduurt eerder al ongeloofwaardig is geacht. De rechtbank acht dit van overeenkomstige toepassing in opvolgende procedures over seksuele geaardheid. Net als in zaken over geloofsgroei is het asielrelaas waar de vreemdeling op voortborduurt, eerder namelijk al ongeloofwaardig geacht, en die beoordeling is het uitgangspunt van de opvolgende procedure.
Eiseres heeft opnieuw haar seksuele geaardheid als asielmotief aangevoerd en hierbij verwezen naar identiteitsgroei. Daarnaast heeft eiseres zelf aangegeven dat zij meer en beter kan verklaren over haar seksuele gerichtheid ten opzichte van haar vorige asielprocedure. Hier vloeit uit voort dat verweerder de door eiseres overgelegde stukken en verklaringen mede in het licht van de verklaringen – en dus ook uitkomst – van die vorige asielprocedure heeft kunnen beoordelen en tegenwerpen. Meer concreet betekent dit dat verweerder terecht bij zijn beoordeling heeft betrokken dat de seksuele geaardheid van eiseres in de eerdere procedure ongeloofwaardig is geacht, onder andere omdat eiseres hier onvoldoende concreet over kon verklaren. Ook heeft verweerder terecht betrokken dat de relatie met [persoon A] in de eerdere procedure ongeloofwaardig is geacht. De rechtbank neemt het voorgaande dan ook als uitgangspunt bij de beoordeling van de beroepsgronden. Ook heeft eiseres een verzwaarde bewijslast in deze procedure.
Seksuele geaardheid en identiteitsgroei
8. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder eiseres niet ten onrechte tegengeworpen dat zij vaag heeft verklaard over haar gevoelens en beleving van haar seksuele geaardheid. Zo heeft eiseres verklaard dat zij zich soms aangetrokken voelt tot mannen maar dat zij deze gevoelens niet toelaat. Eiseres heeft echter ook verklaard dat mannen gewoon vrienden zijn waar ze mee praat, maar meer niet (pagina 5, 6 en 22 gehoor). Verweerder heeft deze verklaringen niet ten onrechte vaag gevonden. Dat, zoals eiseres stelt, haar verklaringen niet vaag zijn omdat er duidelijk uit blijkt dat zij mannen enkel als vrienden ziet, volgt de rechtbank niet. Eiseres heeft immers ook verklaard dat ze wel gevoelens voor mannen kan hebben. Verweerder stelt zich dan ook niet ten onrechte op het standpunt dat eiseres er met haar verklaringen niet in is geslaagd om haar gevoelens over haar seksuele gerichtheid inzichtelijk te maken.
Verweerder heeft eiseres verder kunnen tegenwerpen dat haar verklaringen over haar gestelde identiteitsgroei oppervlakkig en algemeen zijn. Zo heeft eiseres bij haar asielaanvraag aangegeven dat zij door haar contact met Stichting Noodopvang Dakloze Vreemdelingen Utrecht beter in staat zou zijn om te verklaren over haar gevoelens en emoties, maar kan eiseres niet uitleggen op welke manier dit contact ervoor heeft gezorgd dat zij zich beter kan uiten. Zo heeft eiseres bijvoorbeeld verklaard dat zij niet weet waarom de stichting betrokken wordt, en dat ze zich niet kan herinneren dat ze een gespreksverslag met [persoon C] heeft overgelegd (p. 7 gehoor). Verweerder heeft er verder op kunnen wijzen dat uit eiseres haar verklaringen blijkt dat zij er in Nederland achter is gekomen dat homoseksualiteit is toegestaan. Zo heeft eiseres bijvoorbeeld verklaard dat zij hier zonder schaamte of angst naar buiten gaat met haar partner, dat zij naar bijeenkomsten gaat en dat zij in Nederland anders wordt behandeld dan in Nigeria (p. 7 gehoor). Verweerder stelt echter niet ten onrechte dat hieruit onvoldoende duidelijk is op welke manier eiseres persoonlijk is gegroeid. Daarnaast was eiseres tijdens haar eerste asielprocedure ook al bekend met LHBTIQ+ belangenorganisaties, zodat zij ten tijde van haar eerste asielaanvraag ook al wist dat homoseksualiteit is toegestaan (p. 17 nader gehoor). Verweerder stelt niet ten onrechte dat van eiseres mag worden verwacht dat zij toelicht waarom zij in vergelijking tot haar eerdere asielaanvraag beter in staat is om te verklaren over haar gevoelens en dit ook te doen. Eiseres haar stelling dat zij meer inzicht heeft in de positie van homoseksuelen in Nederland en dat zij daardoor een andere kijk heeft op homoseksualiteit heeft verweerder daarvoor niet ten onrechte onvoldoende gevonden. Hieruit volgt immers niet op welke manier eiseres persoonlijk is gegroeid.
Relatie met [persoon A]
9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich verder niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiseres met de overgelegde foto’s en de brief van [persoon A] er niet in is geslaagd om haar gestelde relatie met [persoon A] of haar seksuele geaardheid aannemelijk te maken. Verweerder heeft zich in dit kader op het standpunt kunnen stellen dat hieruit enkel blijkt dat [persoon A] en eiseres contact met elkaar hebben. Verweerder stelt niet ten onrechte dat dit niks zegt over eiseres haar seksuele geaardheid of de gestelde relatie. Over de brief van [persoon A] stelt verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt dat de inhoud ervan dient als steunbewijs, maar dat het aan eiseres is om met haar eigen verklaringen haar gestelde geaardheid en de groei in haar relatie inzichtelijk te maken. De rechtbank ziet daarom ook geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder deze documenten niet in de context van de verklaringen van eiseres heeft beoordeeld.
Verweerder stelt zich verder niet ten onrechte op het standpunt dat eiseres er niet in is geslaagd om met haar eigen verklaringen haar groei in haar relatie inzichtelijk te maken. Zo heeft verweerder er op kunnen wijzen dat eiseres in deze procedure heeft aangegeven dat haar relatie met [persoon A] verder is gegroeid in vergelijking tot de vorige asielaanvraag, maar dat eiseres niet kan toelichten op welke manier zij merkt dat zij en [persoon A] meer om elkaar zijn gaan geven. Zo heeft eiseres verklaard dat haar relatie dagelijks groeit omdat zij nu activiteiten onderneemt die zij niet eerder samen deden (p. 8 gehoor). Eiseres heeft echter ook verklaard dat er geen activiteiten zijn die zij eerder niet met [persoon A] ondernam, en nu wel (p. 19 gehoor). Eiseres heeft daarnaast verklaard dat zij nu onderwerpen bespreekt die zij voorheen niet met [persoon A] besprek. Wanneer er wordt gevraagd om een concreet voorbeeld verklaart eiseres echter dat zij niet weet hoe zij dat moet uitleggen, maar dat het vanzelfsprekend is dat de liefde sterker is na verloop van tijd (p. 8 gehoor). Op de vraag hoe eiseres merkte dat zij en [persoon A] meer naar elkaar zijn toegegroeid verklaart eiseres nogmaals dat liefde tijd nodig heeft en dat zij langzaam naar elkaar toe zijn gegroeid (p. 18 gehoor). Verweerder stelt niet ten onrechte dat deze verklaringen geen inzicht bieden in de wijze waarop eiseres haar relatie met [persoon A] zich heeft ontwikkeld en dat van eiseres mag worden verwacht dat zij hier uitgebreider over kan verklaren. Eiseres stelt immers zelf dat zij al vijf jaar een relatie met [persoon A] heeft en dat zij hier uitgebreider over kan verklaren ten opzichte van haar eerdere asielprocedure.
LHBTIQ+ belangenorganisaties en deelname aan activiteiten
10. Verweerder stelt zich naar het oordeel van de rechtbank verder niet ten onrechte op het standpunt dat eiseres er niet in is geslaagd om inzichtelijk te maken waarom het voor haar belangrijk is om bijeenkomsten van LHBTIQ+ belangenorganisaties bij te wonen of hier contact mee te hebben. Zo heeft eiseres op de vraag waarom het voor haar belangrijk is om bijeenkomsten van LGBT Asylum Support te bezoeken verklaard dat zij gewoon meer te weten wil komen en dat het haar gelukkig maakt omdat zij andere mensen ontmoet en gesprekken met hen voert (p. 11 gehoor). Verweerder stelt niet ten onrechte dat hieruit blijkt dat eiseres het bezoek aan de bijeenkomsten ziet als een sociale activiteit en dat hieruit niet duidelijk blijkt waarom eiseres het contact met (juist) LGBT Asylum Support belangrijk vindt. Eiseres heeft verder verklaard dat zij bij Gay Pride ziet dat mensen gelukkig en blij zijn en dat zij zich hierdoor sterker, gelukkig en veilig voelt (p. 13 gehoor). Verweerder stelt niet ten onrechte dat deze verklaringen algemeen zijn en dat van eiseres mag worden verwacht dat zij uitgebreider kan verklaren over haar persoonlijke ervaring, temeer nu het gaat om een herhaalde asielaanvraag waarbij eiseres zich expliciet beroept op identiteitsgroei.
Verweerder heeft zich tot slot op het standpunt kunnen stellen dat er voor wat betreft het bezoeken van bijeenkomsten weinig is veranderd ten opzichte van de eerdere asielprocedure. Eiseres heeft toen immers ook verklaard dat zij bijeenkomsten van LGBT Asylum Support bezocht en eiseres heeft in deze procedure niet kunnen uitleggen waarom zij graag naar bijeenkomsten van COC en Rainbow Den Haag wilde. Zo verklaart eiseres dat zij hier kan praten over de stress die met de asielprocedure gepaard gaat en dat zij met gelijkgestemden kan praten (p. 14-16 gehoor). Verweerder stelt niet ten onrechte dat dit weinig zegt over haar seksuele geaardheid en waarom het voor haar vanwege haar seksuele geaardheid van belang is om contact te hebben met deze organisaties.
Slotsom
11. Al gelet op de hiervoor vermelde tegenwerpingen, in samenhang bezien, heeft verweerder zich naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de verklaringen van eiseres over haar seksuele geaardheid ongeloofwaardig zijn. De rechtbank laat de overige tegenwerpingen daarom onbesproken. Nu dit asielmotief dus niet ten onrechte ongeloofwaardig is geacht, levert dit geen asielgrond op als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vw. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.C. Harting, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Duijf, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.