ECLI:NL:RBDHA:2026:15507

ECLI:NL:RBDHA:2026:15507

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 26-05-2026
Datum publicatie 09-06-2026
Zaaknummer NL26.11643, NL26.11645, NL26.11644 en NL26.11646
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Voorlopige voorziening+bodemzaak
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Eisers komen uit Cuba. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de bestreden besluiten geen stand kan houden, omdat verweerder de bestreden besluiten niet mag baseren op de verklaring van onderzoek van Bureau Documenten. Verweerder heeft niet aan de vergewisplicht voldaan.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiser] , eiser/verzoeker

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Samenvatting

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummers: NL26.11643 en NL26.11645 (beroepen)

NL26.11644 en NL26.11646 (verzoeken om een voorlopige voorziening)

uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

V-nummer: [nummer 1] ,

[eiseres] , eiseres/verzoekster

V-nummer: [nummer 2] ,

mede namens hun minderjarige dochter:

[minderjarige dochter] ,

V-nummer: [nummer 3] ,

samen te noemen: eisers/verzoekers

(gemachtigde: mr. S.J. Koolen),

en

(gemachtigde: mr. Y.M. van der Lei).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvragen van eisers. Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de bestreden besluiten geen stand kan houden, omdat verweerder de bestreden besluiten niet mag baseren op de verklaring van onderzoek van Bureau Documenten. Verweerder heeft niet aan de vergewisplicht voldaan. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eisers hebben aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met de bestreden besluiten van 25 februari 2026 deze aanvragen in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eisers hebben beroepen ingesteld tegen de bestreden besluiten. Daarnaast hebben zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die erop zien dat zij niet worden uitgezet totdat op hun beroepen is beslist.

De beroepen en de verzoeken zijn op 12 mei 2026 samen op zitting behandeld. Hieraan hebben eisers, de gemachtigde van eisers, [tolk] als tolk en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank en de voorzieningenrechter

Achtergrond

3. Eisers zijn getrouwd en vormen een gezin met hun dochter. Eiser is geboren op [datum 1] 1987, eiseres is geboren op [datum 2] 1995 en hun dochter is geboren op [datum 3] 2021. Zij hebben alle drie de Cubaanse nationaliteit. Eisers zijn met een toeristenvisum naar Nederland gereisd en hebben verbleven bij de zus van eiser. De visa van eisers waren geldig van 8 juni 2023 tot en met 21 september 2023. Zij hebben op 7 februari 2024 asielaanvragen ingediend.

Het asielrelaas

4. Eisers leggen aan hun asielaanvragen het volgende ten grondslag. Eiser heeft zich op 11 juli 2023 aangesloten bij een vreedzaam protest tegen de dictatuur in Cuba. Toen de oproerpolitie kwam is eiser weggevlucht. Hij werd vlak bij zijn huis opgepakt en gedetineerd. Hij heeft ongeveer twee weken vastgezeten. Hij werd ervan beschuldigd contrarevolutionair te zijn. Eiser is in detentie mishandeld. Eisers advocaat heeft ervoor gezorgd dat eiser enkel een geldboete moest betalen en geen gevangenisstraf opgelegd kreeg. Hij kreeg ook een waarschuwingsbrief. Eiser heeft later aangifte willen doen van deze mishandeling maar hij werd weggestuurd. Eiser kreeg een dagvaarding om op 5 augustus 2021 op het politiebureau te verschijnen, en werd daar weer in detentie geplaatst voor vijf dagen en is toen weer mishandeld. Eiser is toen weer vrijgelaten. Eiser heeft geen gehoor gegeven aan een oproep om op 11 september 2021 te verschijnen. Eiser werd daarna op 1 oktober 2021 bij hem thuis opgepakt, geslagen en weer vastgezet voor vijftien dagen. Hij heeft weer een boete betaald en kreeg ook weer een waarschuwingsbrief. Eiser werd op 13 november 2021 opgepakt wegens een protest dat op 15 november 2021 zou plaatsvinden en heeft toen vijf dagen vastgezeten. Hij heeft bij zijn vrijlating weer een geldboete betaald en een waarschuwingsbrief gekregen. Eiser heeft verklaard dat hij sinds zijn arrestatie in juli 2021 elke maand een dagvaarding kreeg. In juli 2022 werd eiser weer aangehouden wegens de demonstratie op 11 juli 2021. Daarna besloten eisers naar Nederland te gaan. Eiser vreest bij terugkeer dat hij weer wordt opgepakt. Eiser heeft zich ook kritisch uitgelaten op sociale media over de Cubaanse regering. Eiser heeft zich in Nederland aangesloten bij Cuba Decide.

Eiseres heeft het volgende aan haar asielaanvraag gelegd. Eiseres werd opgepakt nadat zij zich had uitgesproken tijdens de arrestatie van eiser op 11 juli 2023. Eiseres is toen twee dagen gedetineerd geweest. Omdat het slecht ging met eiseres werd zij vrijgelaten. Zij moest een document ondertekenen waarin stond dat zij niet zou deelnemen aan demonstraties. Eiseres heeft zich daarnaast kritisch uitgelaten op sociale media over de Cubaanse regering. Eisers hebben in Nederland via de moeder van eiseres een document ontvangen waaruit blijkt dat eisers geen voedselbonnen meer krijgen. Eiseres vreest bij terugkeer opgepakt, geslagen of vermoord te worden. Eiseres heeft zich in Nederland aangesloten bij Cuba Decide.

De bestreden besluiten

5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:

1. identiteit, nationaliteit en herkomst;

2. problemen met de autoriteiten vanwege de deelname aan de demonstratie op 11 juli 2021;

3. politieke overtuiging en de daaruit voortvloeiende problemen.

Verweerder heeft het eerste asielmotief geloofwaardig geacht, en het derde asielmotief deels geloofwaardig. Verweerder heeft het tweede asielmotief ongeloofwaardig geacht.

Verweerder heeft het tweede asielmotief ongeloofwaardig geacht om de volgende redenen. Eiser heeft dit asielmotief niet volledig met objectieve documenten onderbouwd en het asielmotief is niet alsnog geloofwaardig omdat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Eiser heeft meerdere valse documenten overgelegd. Daarnaast komen eisers verklaringen niet overeen met de documenten en worden er foutieve verwijswoorden gebruikt in de brief van de beschuldiging. Eiser heeft verder zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk ingediend en hij heeft daarvoor geen goede verklaring. Eiser kan ten slotte in grote lijnen niet als geloofwaardig worden beschouwd.

Verweerder heeft de politieke overtuiging van eiser geloofwaardig geacht, maar niet de problemen die eisers vader zou hebben ondervonden naar aanleiding van eisers behoefte om kritische berichten op sociale media te plaatsen. Verweerder vindt namelijk dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen, omdat eiser tegenstrijdig verklaart over zijn sociale media berichten en hij niet aannemelijk maakt dat hij of zijn familieleden in de negatieve aandacht staan wegens deze berichten.

Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging bij terugkeer naar Cuba heeft. Eisers problemen met de autoriteiten wegens de deelname aan de demonstratie zijn niet geloofwaardig geacht en daarom is het ook niet aannemelijk dat eiser voor de Cubaanse autoriteiten te vrezen heeft. Daarnaast is niet gebleken dat eisers politieke overtuiging zo sterk is dat hij daarom te vrezen heeft voor vervolging bij terugkeer. Verweerder heeft zich verder op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Cuba een reëel risico op ernstige schade loopt.

Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw, omdat eiser verklaringen heeft afgelegd die worden beoordeeld als kennelijk vals. Daarnaast heeft eiser niet onmiddellijk asiel heeft gevraagd toen dat mogelijk was, wat mag worden tegengeworpen op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vw. Verweerder heeft eiser ook geen verblijfsvergunning regulier verleend of uitstel van vertrek wegens medische redenen. Tegen eiser is wel een terugkeerbesluit uitgevaardigd waarbij een vertrektermijn is onthouden. Tegen eiser is ook een inreisverbod voor de duur van twee jaar uitgevaardigd.

6. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:

1. identiteit, nationaliteit en herkomst;

2. aanhouding op 11 juli 2021 naar aanleiding van de arrestatie van eiser;

3. politieke overtuiging.

Verweerder heeft het eerste en derde asielmotief geloofwaardig geacht. Verweerder heeft het tweede asielmotief ongeloofwaardig geacht.

Verweerder heeft het tweede asielmotief ongeloofwaardig geacht om de volgende redenen. Eiseres heeft dit asielmotief niet volledig met objectieve documenten onderbouwd, en het asielmotief is niet alsnog geloofwaardig omdat haar verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Verweerder heeft de problemen van eiser die aanleiding vormden voor de aanhouding van eiseres ongeloofwaardig geacht en niet is gebleken dat eiseres in de negatieve aandacht staat van de autoriteiten. Eiseres heeft verder haar asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk ingediend en zij heeft daarvoor geen goede verklaring.

Verweerder heeft de politieke overtuiging van eiseres geloofwaardig geacht, maar verweerder vindt het niet aannemelijk dat eiseres wegens haar politieke overtuiging en verrichte activiteiten een gegronde vrees voor vervolging heeft. Niet is gebleken dat zij in de negatieve aandacht staat of zal staan van de Cubaanse autoriteiten. Ook is niet aannemelijk geworden dat eiseres bij terugkeer naar Cuba een reëel risico op ernstige schade loopt.

Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond omdat eiseres niet onmiddellijk asiel heeft gevraagd toen dat mogelijk was. Verweerder heeft eiseres ook geen verblijfsvergunning regulier verleend of uitstel van vertrek wegens medische redenen. Tegen eiseres is een terugkeerbesluit uitgevaardigd waarbij een vertrektermijn is onthouden. Tegen eiseres is ook een inreisverbod voor de duur van twee jaar uitgevaardigd.

Heeft verweerder de uitslag van het documentenonderzoek mogen betrekken bij de beoordeling?

7. Eisers voeren aan dat zij veel documenten hebben overgelegd om hun relaas te onderbouwen en dat verweerder ten onrechte ervan uitgaat dat die documenten vals zijn. Eisers voeren aan dat het onderzoek van Bureau Documenten niet inzichtelijk is. Door het gebrek aan relevante informatie over het onderzoek door Bureau Documenten kunnen eisers niet nader reageren. Dat eisers onderzoek hadden kunnen laten doen,volgen zij niet omdat niet duidelijk is om wat voor onderzoek het gaat. Dat is in het besluit ook niet geconcretiseerd en volgt ook niet uit de vergewisbrief. Omdat niet inzichtelijk is op welke onderdelen de documenten niet echt zijn bevonden, kunnen eisers ook niet een eigen expert inschakelen. Het onderzoek van Bureau Documenten is in strijd met het Unierecht, in het bijzonder artikel 23 van Richtlijn 2013/32 en artikel 47 van het Handvest van de Europese Unie (het Handvest). Het beginsel van ‘equality of arms’ vereist toegang tot het volledige dossier. Het onderzoek van Bureau Documenten kan daarom niet aan het besluit ten grondslag worden gelegd. Eisers hebben verder gewezen op inhoudelijke verschillen in de verklaring van onderzoek die zonder nadere toelichting niet begrijpelijk zijn, en waarop verweerder niet heeft gereageerd. Er is dan ook niet voldaan aan de vergewisplicht. Tenslotte stellen eisers dat de vergewisbrief in strijd is met artikel 39 van de Vw, nu die brief niet is ondertekend en pas na het bestreden besluit is verzonden aan eisers. Eisers hebben in beroep een bericht van een deskundige overgelegd. Daarin verklaart de deskundige dat er veel afwijkingen in de opmaak en afgifte van documenten zijn in Cuba.

De rechtbank stelt vast dat eisers ter onderbouwing van hun asielaanvragen de volgende stukken hebben overgelegd:

- 19 dagvaardingen van eiser, voor elke maand vanaf augustus 2021 tot en met mei 2023, met uitzondering van oktober 2021, november 2021 en juli 2022;

- aanhoudingsbrief, afgegeven op 12 juli 2021;

- aangifte tegen eiser van 11 juli 2021;

- bericht kennisgeving aan eiser over voorlopige hechtenis, 15 juli 2021;

- beschuldigingsbrief;

- bericht van het Openbaar Ministerie;

- bericht van de rechtercommissaris aan eiser;

- vrijheidsakte;

- waarschuwingsbrief;

- boete;

- 4 documenten rondom de arrestatie van oktober 2022;

- 3 documenten uit november 2021; en

- bewijs van uitschrijving van rantsoenering van 25 oktober 2023.

Verweerder heeft Bureau Documenten verzocht deze documenten te onderzoeken. Uit het rapport van 17 december 2025 blijken, samengevat, de volgende bevindingen:

- ten aanzien van 16 van de 19 dagvaardingen is gebleken dat er onregelmatigheden zijn geconstateerd met betrekking tot de opmaak en afgifte van de documenten. De conclusie is daarom dat de documenten met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet bevoegd zijn opgemaakt en afgegeven. Of de documenten inhoudelijk juist zijn kan niet worden vastgesteld;

- ten aanzien van de drie dagvaardingen van 22 december 2021, 5 augustus 2022 en 22 mei 2024 is gebleken dat er onregelmatigheden zijn aangetroffen met betrekking tot de opmaak en afgifte van de documenten. Daarom is geconcludeerd dat de documenten hoogstwaarschijnlijk niet bevoegd zijn opgemaakt en afgegeven. Of de documenten inhoudelijk juist zijn kan niet worden vastgesteld;

- over het document van de uitschrijving voor provisie kon, gelet op het ontbreken van voldoende, betrouwbaar vergelijkingsmateriaal, geen uitspraak worden gedaan over de echtheid, opmaak, afgifte en inhoud van het documenten;

- ten aanzien van alle andere documenten is geconcludeerd dat er onregelmatigheden zijn aangetroffen met betrekking tot de opmaak en afgifte van de documenten. Daarom is geconcludeerd dat de documenten mogelijk niet bevoegd zijn opgemaakt en afgegeven. Of de documenten inhoudelijk juist zijn kan niet worden vastgesteld.De verklaring van onderzoek van Bureau Documenten bestaat ook uit de Vakbijlage Documenten. Uit de Vakbijlage Documenten blijkt welke onderzoekstechnieken er worden gebruikt en welke waarschijnlijkheidsconclusies er vervolgens worden gehanteerd.

Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) volgt dat een advies van Bureau Documenten een deskundigenadvies aan verweerder is ten behoeve van de uitvoering van zijn bevoegdheden. Verweerder mag op een dergelijk advies afgaan, nadat hij is nagegaan of dit advies zorgvuldig tot stand is gekomen en inhoudelijk inzichtelijk en concludent is. Uit eveneens vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat verweerder in beginsel ervan mag uitgaan dat het advies van Bureau Documenten op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen (zorgvuldigheid), de redenering daarin begrijpelijk is (inzichtelijkheid) en de getrokken conclusies daarop aansluiten (concludentie). Dat laat echter onverlet dat er zich situaties kunnen voordoen waarin de vergewisplicht van verweerder als bedoeld in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) meebrengt dat hij moet nagaan hoe Bureau Documenten tot zijn conclusies is gekomen. Daartoe kan verweerder onder meer de onderliggende stukken inzien en Bureau Documenten nader bevragen over de totstandkoming van de conclusies. Verweerder moet de vreemdeling gemotiveerd laten weten of, en zo ja, in hoeverre, hij de conclusies onderschrijft nadat hij de stukken heeft ingezien of nadere informatie bij Bureau Documenten heeft ingewonnen.

De rechtbank is met eiser van oordeel dat Bureau Documenten in de verklaring van onderzoek van 17 december 2025 in zeer summiere en algemene bewoordingen heeft uitgelegd op grond van welke bevindingen hij tot zijn conclusies over de documenten is gekomen. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat Bureau Documenten ten aanzien van bijna alle documenten heeft geconstateerd dat er onregelmatigheden in de opmaak en afgifte van de documenten zijn, maar dat de conclusies van Bureau Documenten verschillend zijn. De conclusies variëren van de op-een-na hoogste zekerheidsgradatie tot de laagste gradatie van zekerheid. In de verklaring van onderzoek wordt niet toegelicht waarom Bureau Documenten verschillende zekerheidsgradaties heeft gebruikt.

De rechtbank stelt verder vast dat verweerder aanleiding heeft gezien om zich van de onderliggende stukken van het advies te vergewissen. Verweerder heeft dat gedaan door de Afdeling Expertise, Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT), een interne afdeling van de IND, te bevragen. In de brief van 24 december 2024 (de vergewisbrief) heeft TOELT te kennen gegeven dat er inzage is verkregen in de onderliggende stukken van de verklaring van onderzoek van Bureau Documenten en een nadere toelichting is gegeven, en dat is geconcludeerd dat de verklaring van onderzoek inhoudelijk inzichtelijk is. Een verdere, inhoudelijke, toelichting ontbreekt in die brief.

De rechtbank is van oordeel dat de vergewisbrief ook niet inzichtelijk maakt welk onderzoek door Bureau Documenten is uitgevoerd. Ook wordt niet toegelicht waarom Bureau Documenten verschillende zekerheidsgradaties heeft gebruikt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder niet gemotiveerd aan eiser heeft laten weten of, en zo ja, in hoeverre hij de conclusies van Bureau Documenten onderschrijft. De rechtbank kan op basis van de vergwisbrief dan ook niet controleren of verweerder aan zijn vergewisplicht heeft voldaan. De rechtbank merkt in dit verband op dat van verweerder niet verlangd wordt om tot in detail inzichtelijk te maken hoe Bureau Documenten tot zijn conclusies is gekomen, maar wel dat hij een enigszins concrete toelichting geeft over de geconstateerde onregelmatigheden. Zo kan verweerder van Bureau Documenten vragen om inzichtelijk te maken of het gaat om interne onregelmatigheden die in de documenten zijn geconstateerd of dat er sprake is van onregelmatigheden in de documenten ten opzichte van het vergelijkingsmateriaal dat bij Bureau Documenten bekend is. Ter zitting heeft de gemachtigde van eisers aangegeven dat hiermee (thans) kan worden volstaan en dat de beroepsgrond niet zo moet worden opgevat dat wordt verzocht om de onderliggende stukken openbaar te maken.

Nu sprake is van een summiere en algemene beschrijving van de bevindingen in de verklaring van onderzoek van Bureau Documenten, daarin niet inzichtelijk is hoe de getrokken conclusies aansluiten op de redenering, de vergewisbrief ook niet inzichtelijk is en verweerder ter zitting ook geen nadere toelichting heeft kunnen geven over de redenering en conclusies van Bureau Documenten, heeft verweerder niet aan de op hem rustende vergewisplicht voldaan. Daarmee is sprake van een zorgvuldigheidsgebrek.

De beroepsgrond slaagt.

Moet verweerder de door eisers overgelegde contra-expertise bij de beoordeling betrekken?

8. Ten aanzien van de door eisers in beroep overgelegde contra-expertise van de heer [naam], stelt de rechtbank het volgende vast. De door eisers ingeschakelde deskundige is zelf jaren geleden uit Cuba gevlucht en is als vluchteling erkend in Nederland. Hij geeft in zijn verklaring aan dat afwijkingen in de opmaak en afgifte van documenten van de Cubaanse autoriteiten niet vreemd zijn en dus niet automatisch kunnen leiden tot de conclusies van Bureau Documenten. Hij verklaart dat documenten van de politie vaak niet uniform zijn in formaat en inhoud. Ze kunnen deels of geheel handgeschreven zijn en missen soms ook registratienummers. Administratieve fouten in Cubaanse officiële documenten worden veel gemaakt en zijn structureel. Eisers verzoeken verder om vergoeding van de kosten van de contra-expertise.

Verweerder heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een contra-expertise van een deskundige. Het gaat om een algemene reactie die onvoldoende concreet is. Er is geen bronvermelding en het is niet duidelijk op basis van welke kennis en deskundigheid de contra-expertise is opgesteld.

De rechtbank volgt verweerder in het standpunt dat de door eisers overgelegde contra-expertise onvoldoende concreet is om bij de beoordeling van de asielaanvragen te betrekken. Hoewel de rechtbank niet betwist dat dit rapport is opgesteld door een (landen)deskundige, gelet op eisers c.v., is de rechtbank van oordeel dat dit rapport onvoldoende concreet en inzichtelijk is onderbouwd. De deskundige verwijst wel naar bronnen, maar het gaat dan om algemene landenrapporten van onder meer Amnesty International en Human Rigths Watch over Cuba zonder nadere specificering. Daarnaast heeft de deskundige zelf de overgelegde documenten van eisers niet beoordeeld. Om die reden kan dit deskundigenrapport niet afdoen aan de conclusies van Bureau documenten. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

9. Verweerder heeft de aanvragen van eisers ten onrechte afgewezen als kennelijk ongegrond. De beroepen zijn gegrond omdat de bestreden besluiten in strijd zijn met het zorgvuldigheidsbeginsel. De bestreden besluiten kunnen daarom niet in stand blijven. De rechtbank vernietigt dan ook de bestreden besluiten. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van de besluiten in stand te laten of zelf een beslissing over de asielaanvragen te nemen. Ook draagt de rechtbank niet aan verweerder op om de gebreken te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus).

Omdat verweerder opnieuw onderzoek moet doen naar de juistheid van het onderzoek van Bureau Documenten, komt de rechtbank niet toe aan de bespreking van de beroepsgronden die zien op de geloofwaardigheidsbeoordeling, nu de documenten bij die beoordeling van belang zijn geweest. Ook zal de rechtbank om die reden niet bespreken wat eisers in beroep hebben aangevoerd over hun vrees bij terugkeer naar Cuba vanwege hun politieke overtuiging.

De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat verweerder nieuwe besluiten moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor acht weken.

Omdat de beroepen gegrond zijn krijgen eisers een vergoeding van hun proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De proceskosten stelt de rechtbank gelet daarop vast op €1.868,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van €934 bij een wegingsfactor 1).

10. Daarnaast hebben eisers gevraagd om een vergoeding van de door hen ingeschakelde deskundige. Eisers hebben een factuur overgelegd waaruit blijkt dat deze kosten € 285,- bedragen, met een tarief van € 95,- per uur.

Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling komen de kosten van een deskundige op de voet van artikel 8:75 van de Awb voor vergoeding in aanmerking als het inroepen van een deskundige redelijk was en ook de deskundigenkosten zelf redelijk zijn. Hieruit vloeit voort dat niet is vereist dat een deskundigenrapport over een voor de uitkomst van het geschil mogelijk relevante vraag uiteindelijk heeft bijgedragen aan de rechterlijke beslissing.

Hoewel de rechtbank hiervoor heeft overwogen dat het deskundigenrapport niet kan afdoen aan de conclusies van Bureau Documenten, is de rechtbank van oordeel dat de kosten van de deskundige voor vergoeding in aanmerking komen omdat eisers dit rapport in redelijkheid hebben kunnen laten opstellen om hun asielrelazen te staven. Daarbij betrekt de rechtbank dat, zoals hiervoor is overwogen, de verklaring van onderzoek van Bureau Documenten niet inzichtelijk en concludent is.

De rechtbank is verder van oordeel dat de kosten voor het opstellen van het rapport, te weten een bedrag van € 285,-, redelijk zijn. Op grond van artikel 2, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit proceskosten bestuursrecht moet een veroordeling in de kosten van een deskundigenverslag worden vastgesteld met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij en krachtens de Wet tarieven in strafzaken. Volgens artikel 6 van het Besluit tarieven in strafzaken 2003 geldt een tarief van ten hoogste € 184,42 per uur voor het verrichten van onderzoek waarvoor geen speciaal tarief is bepaald. Uitgaande van de factuur heeft de heer Dueñas Otero drie uur gedeclareerd, met een lager tarief dan het hiervoor genoemde op grond van het Besluit tarieven in Strafzaken 2003 geldende tarief. De rechtbank vindt het aannemelijk dat de deskundige in dit geval drie uur heeft besteed aan de voorbereiding en het opstellen van een rapport van ongeveer drie pagina’s. Daarom zal de rechtbank uitgaan van een bedrag van € 285,- voor vergoeding van de kosten van het deskundigenrapport.

11. In totaal komt, gelet op het bovenstaande, een totaal bedrag van € 2.153,- voor vergoeding in aanmerking.

De verzoeken om een voorlopige voorziening

12. Omdat er is beslist op de beroepen ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst deze daarom af.

Gelet op de uitkomst van de beroepen ziet de voorzieningenrechter wel aanleiding om verweerder te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten. Zoals hiervoor is overwogen is naar het oordeel van de rechtbank sprake van samenhangende zaken en bedraagt de vergoeding daarom € 934,- voor het indienen van de verzoekschriften.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen gegrond;

- vernietigt de bestreden besluiten van 25 februari 2026;

- draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak nieuwe besluiten te nemen op de aanvragen, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 2.153,- aan proceskosten aan eisers.

De voorzieningenrechter:

- wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoekers.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.J. van Beek, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. A. Molenkamp - Lopar, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand