ECLI:NL:RBDHA:2026:15511

ECLI:NL:RBDHA:2026:15511

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 05-06-2026
Datum publicatie 09-06-2026
Zaaknummer NL25.3428, NL25.34694, NL25.56226
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Voorlopige voorziening+bodemzaak

Samenvatting

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzingen van de asielaanvragen niet in stand kunnen blijven. De rechtbank verklaart de beroepen gegrond. In de zaak van eiser zal de rechtbank zelf voorzien. Verweerder vindt de politieke overtuiging en de kritiek die eiser via sociale media en de website Al Hiwar uit op de Turkse overheid geloofwaardig. Uit landeninformatie volgt dat de Turkse autoriteiten snel overgaan tot het monitoren en vervolgen van mensen die zich (online) kritisch uitlaten over de Turkse overheid. De motivering van verweerder dat eiser dit niet aannemelijk heeft gemaakt nu zijn bereik hiervoor te klein zou zijn, is niet toereikend, nu uit de landeninformatie ook volgt dat niet het bereik maar de inhoud van de kritiek doorslaggevend is voor het monitoren en vervolgen door de Turkse overheid. Verweerder legt hierdoor aan eiser een te hoge bewijslast op. Nu de rechtbank geen mogelijke motivering ziet voor verweerder om niet aan te nemen dat eiser een gegronde vrees voor vervolging heeft bij terugkeer naar Turkije, zal de rechtbank zelf in de zaak voorzien. De beoordeling van de geloofwaardigheid en zwaarwegendheid van de asielrelazen van eiseres, eiser 2 en eiser 3 hangen samen met die van eiser. De rechtbank stelt daarom motiveringsgebreken vast ten aanzien van de beoordelingen van verweerder in hun zaken. Verweerder dient hun asielrelazen opnieuw te beoordelen met inachtneming van hetgeen de rechtbank overweegt over de politieke overtuiging van eiser.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiser 1] , eiser /verzoeker,

[eiseres] , eiseres,

[eiser 2] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Samenvatting

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummers:

NL25.34694 (beroep eiser) en NL25.56226 (voorlopige voorziening verzoeker)

NL25.3428 (beroep eiseres en zoons)

uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

V-nummer: [nummer 1] ,

en

V-nummer: [nummer 2] ,

mede namens hun minderjarige kinderen

V-nummer: [nummer 3] ,

[eiser 3] , eiser,

V-nummer: [nummer 4]

(gezamenlijk gemachtigde: mr. F. Zeven),

en

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvragen van eisers, zoals bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzingen van de asielaanvragen niet in stand kunnen blijven. De rechtbank verklaart de beroepen gegrond. In de zaak van eiser ( [eiser 1] ) zal de rechtbank zelf voorzien. Verweerder vindt de politieke overtuiging en de kritiek die eiser via sociale media en de website Al Hiwar uit op de Turkse overheid geloofwaardig. Uit landeninformatie volgt dat de Turkse autoriteiten snel overgaan tot het monitoren en vervolgen van mensen die zich (online) kritisch uitlaten over de Turkse overheid. De motivering van verweerder dat eiser dit niet aannemelijk heeft gemaakt nu zijn bereik hiervoor te klein zou zijn, is niet toereikend, nu uit de landeninformatie ook volgt dat niet het bereik maar de inhoud van de kritiek doorslaggevend is voor het monitoren en vervolgen door de Turkse overheid. Verweerder legt hierdoor aan eiser een te hoge bewijslast op. Nu de rechtbank geen mogelijke motivering ziet voor verweerder om niet aan te nemen dat eiser een gegronde vrees voor vervolging heeft bij terugkeer naar Turkije, zal de rechtbank zelf in de zaak voorzien. De beoordeling van de geloofwaardigheid en zwaarwegendheid van de asielrelazen van eiseres, [eiser 2] en [eiser 3] hangen samen met die van eiser. De rechtbank stelt daarom motiveringsgebreken vast ten aanzien van de beoordelingen van verweerder in hun zaken. Verweerder dient hun asielrelazen opnieuw te beoordelen met inachtneming van hetgeen de rechtbank overweegt over de politieke overtuiging van eiser. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 22 oktober 2022 zijn eerste asielaanvraag ingediend. Deze asielaanvraag is door verweerder op 5 juni 2023 afgewezen als ongegrond. Het beroep hiertegen is door deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, op 24 september 2024 ongegrond verklaard. Deze uitspraak is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigd op 11 november 2024. Eiser heeft op 16 oktober 2024 zijn tweede asielaanvraag ingediend. Deze asielaanvraag is door verweerder met het bestreden besluit van 11 november 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen heeft eiser beroep ingesteld.

Eiseres, [eiser 2] en [eiser 3] hebben op 5 oktober 2023 hun asielaanvraag ingediend. Deze is door verweerder op 11 juli 2025 afgewezen als ongegrond. Hiertegen hebben eisers beroep ingesteld. Dit beroep is op 19 september 2025 op zitting behandeld door deze rechtbank en zittingsplaats. De rechtbank heeft het beroep geschorst totdat op de opvolgende asielaanvraag van eiser is beslist. De rechtbank heeft verweerder daarnaast opgedragen om de zonen van eiseres te horen over hun zelfstandige asielmotieven en daarop aanvullend besluiten te nemen. De zonen van eisers zijn op 10 november 2025 aanvullend gehoord, op basis waarvan verweerder met de aanvullende besluiten van 16 december 2025 bij afwijzing van hun asielaanvragen is gebleven..

Eiseres, [eiser 3] en [eiser 2] hebben beroep ingesteld tegen het besluit van 11 juli 2025. Dat beroep heeft mede betrekking op de aanvullende besluiten van 16 december 2025 in de zaken van [eiser 3] en [eiser 2] . Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 11 november 2025 waarmee zijn opvolgende asielaanvraag is afgewezen.

Verweerder heeft op 23 april 2026 op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.

De beroepen en de voorlopige voorziening van verzoeker zijn op 29 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eisers, hun gemachtigde en [tolk] als tolk deelgenomen. Verweerder heeft zich vooraf afgemeld en is niet verschenen ter zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eisers leggen aan hun asielaanvragen het volgende ten grondslag. [eiser 1] is geboren op [datum 1] 1981. [eiseres] is geboren op [datum 2] 1982. [eiser 2] is geboren op [datum 3] 2009 en [eiser 3] is geboren op [datum 4] 2010. Allen hebben de Syrische nationaliteit. Zij zijn in 2015 vanuit Syrië naar Turkije gevlucht en hebben in 2018 ook de Turkse nationaliteit verkregen. Eiser is als eerste uit Turkije gevlucht. Hij is gevlucht omdat hij vreest voor vervolging de Turkse autoriteiten. Eiser laat zich kritisch uit over hen, de Turkse president Erdoğan, de islam en de behandeling van Syrische vluchtelingen in Turkije. Hij post hierover op Twitter en op de website Al Hiwar. Het bereik van mensen dat de posts en artikelen van eiser leest, wordt steeds groter. Eiser vermoedt dat zijn Facebook account ook is gesloten vanwege kritiek die hij hier uitte. Het is zeer gevaarlijk om kritiek op de Turkse autoriteiten te uiten in Turkije. Eiser heeft van zijn advocaat in Turkije gehoord dat tegen hem al een aangifte is gedaan. Nadat eiser uit Turkije is gevlucht, zijn ook eiseres en de zonen van eisers uit Turkije gevlucht. Zij vrezen allen voor de gevolgen van de politieke kritiek die eiser, als hun echtgenoot en vader, uit. Eiseres kreeg door deze kritiek problemen met [naam 1] en [naam 2] . Eiseres en de kinderen zijn door [naam 2] uit hun huis gezet na de aardbeving in Turkije, uit wraak voor de politieke kritiek die eiser geuit heeft. Zij werden ook bedreigd. In Turkije kregen eisers ook te maken met discriminatie, vanwege hun Syrische afkomst. [eiser 2] en [eiser 3] vrezen ook voor de dienstplicht in Turkije. Sinds eisers in Nederland zijn, worden zij bedreigd door een Syrisch koppel waarmee ze in het AZC hebben gewoond.

De bestreden besluiten

4. Verweerder heeft voor eisers enkel beoordeeld of zij kunnen terugkeren naar Turkije, omdat zij ook de Turkse nationaliteit bezitten. Verweerder heeft voor eisers dus niet beoordeeld of zij terug kunnen keren naar Syrië.

Bestreden besluit eiser

Verweerder stelt de volgende asielmotieven vast in het asielrelaas van eiser:

Identiteit, nationaliteit en herkomst;

politieke overtuiging;

dienstplicht zoons;

chantage door een Syrisch stel.

Verweerder vindt asielmotieven 1, 2, en 3 geloofwaardig. Het vierde asielmotief vindt verweerder niet geloofwaardig, omdat dit niet is onderbouwd met objectieve documenten.

De geloofwaardige asielmotieven vindt verweerder niet zwaarwegend genoeg. Volgens verweerder heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij vanwege zijn politieke overtuiging in de negatieve aandacht staat bij de Turkse autoriteiten. De kritiek die eiser op het internet uit, heeft maar een klein bereik. Dat de Turkse autoriteiten in algemene zin aandacht schenken aan sociale media en kritische berichten, leidt niet tot de conclusie dat eiser gevaar loopt. Verder vindt verweerder de politieke overtuiging van eiser niet dusdanig sterk dat het aannemelijk is dat hij hierdoor bij terugkeer naar Turkije problemen zal ondervinden. De dienstplicht van de zoons van eiser vindt verweerder ook niet zwaarwegend genoeg, aangezien de zoons niet voldoen aan de criteria uit paragraaf C2/3.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc), onder toepassing van artikel 3.36 van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (VV). Daarnaast vindt verweerder de persoonlijke vrees van eiser vanwege de militaire onvoldoende onderbouwd.

Verweerder wijst de asielaanvraag van eiser af als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder g, van de Vw. Aan eiser was reeds een terugkeerbesluit opgelegd, welke nu nog geldig is. Verweerder vaardigt ook een inreisverbod uit voor de duur van twee jaar.

Bestreden besluit eiseres

Verweerder stelt de volgende asielmotieven vast in het asielrelaas van eiseres:

Identiteit, nationaliteit en herkomst;

discriminatie vanwege Syrische afkomst;

de militaire dienstplicht van zonen;

verklaringen over bedreigingen vanwege de zoektocht naar de echtgenoot van eiseres.

Verweerder vindt asielmotieven 1, 2, en 3 geloofwaardig. Verweerder gelooft het vierde asielmotief niet, omdat de verklaringen van eiseres volgens hem geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Eiseres voldoet daarom niet aan de voorwaarden uit artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c van de Vw. Hierbij verwijst verweerder naar het bestreden besluit van eiser, waarin uiteen is gezet waarom hij niet volgt dat de politieke overtuiging van eiser ertoe leidt dat hij in de negatieve aandacht van de Turkse autoriteiten staat. Verweerder volgt daarom ook niet dat eiseres door de politieke overtuiging van eiser in de negatieve aandacht van de Turkse autoriteiten staat. Verweerder vindt het ook niet aannemelijk dat [naam 2] om deze reden eiseres uit haar huis heeft gezet en heeft bedreigd. Asielmotieven 1, 2, en 3 vindt verweerder niet zwaarwegend genoeg. Verweerder erkent dat eiseres te maken krijgt met discriminatie in Turkije vanwege haar Syrische afkomst. De discriminatie is echter niet dusdanig erg dat het eiseres beperkt in haar bestaansmogelijkheden waardoor het onmogelijk was om op maatschappelijk en sociaal gebied te kunnen functioneren. Hierdoor is de discriminatie onvoldoende zwaarwegend. De dienstplicht vindt verweerder ook onvoldoende zwaarwegend, nu de zonen van eiseres nog niet de dienstplichtige leeftijd hebben bereikt. Daarnaast voldoen de zonen van eiseres niet aan de voorwaarden uit paragraaf C2/3.2 van de Vc, onder toepassing van artikel 3.36 van het VV.

Verweerder wijst de asielaanvraag van eiseres af als ongegrond. Verweerder legt aan eiseres een terugkeerbesluit op waarin staat dat zij binnen vier weken Nederland moet verlaten en naar Turkije moet vertrekken.

Bestreden besluiten [eiser 2] en [eiser 3] (eisers)

Verweerder stelt de volgende asielmotieven vast in het asielrelaas van [eiser 2] :

Identiteit, nationaliteit en herkomst;

discriminatie vanwege Syrische afkomst;

militaire dienstplicht.

Verweerder vindt alle asielmotieven geloofwaardig. Verweerder vindt geen van de asielmotieven zwaarwegend genoeg. De discriminatie is onvoldoende zwaarwegend omdat deze niet dusdanig erg was dat het eisers zo erg beperkte in hun bestaansmogelijkheden dat het voor hen het onmogelijk was om in Turkije op maatschappelijk en sociaal gebied te kunnen functioneren. De militaire dienstplicht is onvoldoende omdat in het geval van eiseres niet is voldaan aan de voorwaarden voor het aannemen van vluchtelingschap.

Verweerder wijst de asielaanvraag van eisers daarom af als ongegrond en heeft aan hen een terugkeerbesluit uitgevaardigd waarin staat dat zij binnen vier weken Nederland moet verlaten en naar Turkije moet vertrekken.

Zijn de beroepen ontvankelijk?

5. De rechtbank kan een beroep niet-ontvankelijk verklaren op grond van artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), indien niet is voldaan aan de vereisten uit artikel 6:5 van de Awb. In onderhavige zaken stelt verweerder dat de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk dient te verklaren omdat eisers de termijn voor het indienen van de beroepsgronden hebben overschreden. Dit is één van de vereisten uit artikel 6:5 van de Awb. De rechtbank ziet echter geen aanleiding om de beroepen niet-ontvankelijk te verklaren. Zoals eisers aanvoeren, dient de rechtbank op grond van artikel 83 van de Vw een besluit op een verzoek om internationale bescherming volledig en ex nunc te onderzoeken. Dit vloeit voort uit artikel 46, derde lid, van de Procedurerichtlijn. Hier komt bij dat de rechtbank zelf verschillende termijnen heeft gesteld aan eisers voor het indienen van de gronden. De gronden zijn uiteindelijk twee dagen na de laatst gestelde termijn zijn ingediend. De rechtbank volgt eisers en geeft geen toepassing te geven aan artikel 6:6 van de Awb. De rechtbank verklaart de beroepen daarom niet niet-ontvankelijk en zal overgaan tot een inhoudelijke behandeling er van.

Politieke overtuiging van eiser

6. Eiser voert aan dat verweerder zijn politieke overtuiging ten onrechte niet zwaarwegend genoeg heeft bevonden. Verweerder vindt het geloofwaardig dat eiser online kritische uitingen heeft gedaan op Twitter en de website Al Hiwar over de Turkse autoriteiten, president Erdoğan, de islam, de Koerdische beweging en de behandeling van Syrische vluchtelingen in Turkije. Verweerder heeft ook erkent dat de Turkse autoriteiten naast sociale media accounts van bekende journalisten en activisten, ook sociale media accounts volgt van minder bekende mensen indien zij kritiek uiten op de Turkse overheid. Eiser verwijst hierbij naar het Algemeen Ambtsbericht Turkije 2025 (AAB Turkije 2025), waarin dit wordt bevestigd. Verweerder motiveert ten onrechte dat het bereik van eiser te klein zou zijn om bij de Turkse autoriteiten in de negatieve aandacht te staan. Dit is gelet op de aangehaalde informatie juist niet van doorslaggevende betekenis voor de Turkse autoriteiten om iemand te monitoren en vervolgen. Bovendien is het standpunt van verweerder dat het bereik van eiser beperkt is achterhaald. De kritische posts en artikelen van eiser hebben inmiddels tussen de 2.000 en 20.000 weergaven. Eiser publiceert daarnaast zijn artikelen op de website Al Hiwar nu ook in het Engels, waardoor zijn bereik verder is gegroeid. Dit blijkt ook uit het aantal weergaven, dat op 15 april 2026 naar 115.382 is gestegen. Verweerder legt ten onrechte de bewijslast bij eiser door van hem informatie van de Turkse autoriteiten te verwachten waaruit blijkt dat eiser wordt gemonitord en vervolgd. Reeds op basis van de geloofwaardig bevonden politieke overtuiging en geuite kritiek in samenhang met de aangehaalde landeninformatie kan worden aangenomen dat eiser een gegronde vrees voor vervolging heeft. De bewijslast die verweerder eiser alsnog oplegt, is in strijd met het arrest J.K. tegen Zweden van het Europees Hof van de Rechten van de Mens van 23 augustus 2023 en de samenwerkingsplicht zoals opgenomen in artikel 4 van de Kwalificatierichtlijn.

Eiser voert verder aan dat uit het gehele AAB Turkije 2025 volgt dat de Turkse autoriteiten in geringe omstandigheden al aanleiding zien om mensen te vervolgen. Hierbij verwijst eiser naar een rapport van Freedom House over Turkije, waaruit volgt dat burgers voor het promoten van zogenaamde ‘valse informatie’ een gevangenisstraf van drie jaar riskeren en dat het uiten van online kritiek kan leiden tot cyberaanvallen. Dit had verweerder ook moeten betrekken bij zijn beoordeling of eiser een gegronde vrees op vervolging heeft.

Wat betreft zijn vrees voor strafrechtelijke vervolging in Turkije, voert eiser aan dat hij alle documenten heeft overgelegd die hij kon overleggen. Eiser heeft aangegeven dat hij bepaalde stukken niet kon overleggen. Hierbij verwijst eiser naar artikelen 153 en 157 van het Turkse Wetboek van Strafrecht, waaruit volgt dat processtukken geheim kunnen worden gehouden, zo ook voor de advocaat van de verdachte. Deze geheimhouding wordt vaker ingezet voor strafzaken met een politiek of publiek karakter. Verweerder betrekt deze informatie ten onrechte niet, nu volgt uit de geloofwaardig bevonden politieke overtuiging dat zijn vervolging ook een politiek karakter heeft en daarom processtukken geheim zullen worden gehouden. De stelling van verweerder dat eiser geen hooggeplaatst Gülenist of Koerd is en om die reden wel toegang zou moet hebben tot zijn strafdossiers, is onvoldoende gemotiveerd. Verweerder haalt hierbij enkel voorbeelden aan uit een niet-limitatieve lijst van voorbeelden uit de Algemeen Ambtsberichten Turkije 2023 en 2025 over omstandigheden waarin personen geen toegang krijgen tot hun strafdossier. Nu verweerder niet betwist dat eiser zich (zeer) kritisch uitlaat, zou hij het ook aannemelijk moeten vinden dat de strafprocedure van eiser niet openbaar is gelet op het Turkse Wetboek van Strafrecht en de landeninformatie.

Eiser voert voorts aan dat verweerder miskent dat verweerder hem bij terugkeer vraagt terughoudend te zijn met het uiten van zijn politieke overtuiging. Dat eiser zich niet vrijelijk zou uiten in Turkije, heeft te maken met het gevaar dat eiser en zijn familie hierdoor zou lopen. De vrijheid van meningsuiting bestaat nagenoeg niet in Turkije, waardoor er een chilling effect ontstaat op het vrij uiten van meningen en kritiek. Dit is eerder bevestigd door USDOS en de Raad van Europa. Uit het rapport van Reporters Without Borders – Press Freedom Index 2025 volgt bovendien dat Turkije op plek 159 van de 180 staat. Oftewel, vrijheid van meningsuiting is non-existent in Turkije. Door te verwachten dat eiser kan terugkeren naar Turkije, verwacht verweerder terughoudendheid van hem.

7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat de Turkse autoriteiten niet op de hoogte zouden zijn van de kritiek die eiser heeft geuit en die hij zou kunnen uiten in Turkije zonder dat een gegronde vrees voor vervolging aangenomen moet worden. Hierbij overweegt de rechtbank als volgt.

Verweerder heeft de politieke overtuiging en kritiek die eiser heeft geuit geloofwaardig bevonden. De rechtbank volgt eiser in zijn verwijzing naar het AAB Turkije 2025, waaruit volgt dat de Turkse autoriteiten op basis van de inhoud van een kritische post over gaan tot monitoring en vervolging. Hieruit volgt verder dat de Turkse politie sociale media op grote schaal monitort en dat daartoe ook een speciale cyberafdeling bestaat. Deze cyberafdeling richt zich ook op ‘gewone’ sociale mediagebruikers. Deze cyberafdeling kan op korte termijn strafdossiers samenstellen. Aanleiding om een strafdossier op te stellen is de kritische inhoud van een bericht en dus niet het bereik van dit bericht. Uit het AAB Turkije 2025 volgt ook dat het voor sociale mediagebruikers vaak lastig is om te weten waar de Turkse overheid de grens trok in zijn monitoring en de hieruit resulterende vervolging, omdat de wetgeving die de Turkse overheid hiervoor gebruikt vaag en breed is geformuleerd. Door deze vage en brede formulering, hebben de Turkse autoriteiten veel mogelijkheden om iemand te monitoren en vervolgen. De motivering van verweerder dat eiser geen gegronde vrees heeft voor vervolging vanwege het kleine bereik van zijn kritische posts en artikelen kan geen stand houden nu verweerder geloofwaardig heeft geacht dat eiser zich kritisch heeft uitgelaten over, onder meer, de Turkse overheid en president Erdoğan en uit de landeninformatie volgt dat de Turkse autoriteiten juist op basis van zulke kritiek mensen monitoren en vervolgen. Ook kan deze motivering van verweerder geen stand houden nu eiser aannemelijk heeft gemaakt dat zijn bereik inmiddels aanzienlijk is gegroeid en tussen de duizenden tot honderdduizend mensen zijn kritische posts en artikelen lezen. De rechtbank volgt eiser in dat verweerder hem een onevenredige bewijslast oplegt door te stellen dat eiser ondanks zijn geloofwaardig geachte politieke overtuiging en geuite kritiek, beschouwd in de context die de landeninformatie uit het AAB Turkije 2025 biedt, niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft bij terugkeer naar Turkije.

De rechtbank volgt eiser ook in wat hij aanvoert betreffende de door verweerder van hem verwachte terughoudendheid. In het gehoor geeft eiser meermaals aan dat het voor hem onmogelijk is om vrij en veilig zijn mening te uiten in Turkije. Eiser verklaart bijvoorbeeld dat het voor hem onmogelijk zou zijn om zijn mening te uiten in Turkije zonder buiten de gevangenis te blijven. Eiser verklaart verder dat hij in Turkije niet vrij is om zijn kritiek te uiten, of hij nou bekend is of niet, omdat de Turkse autoriteiten niet kijken naar de persoon maar naar de kritiek die zij uiten naar de Turkse overheid. Gelet op het Informatiebericht 2024/10 van verweerder, had verweerder hier rekening mee moeten houden in zijn beoordeling van de aannemelijkheid van de gestelde wens van eiser om zich op een bepaalde wijze te uiten en het daaraan verbonden risico bij terugkeer naar Turkije. Volgens het informatiebericht dient verweerder ook rekening te houden met de eerder geuite politieke overtuiging in het land van herkomst en het risico dat iemand daardoor loopt. Verweerder heeft hier ten onrechte geen rekening mee gehouden in zijn beoordeling van de zwaarwegendheid van de politieke overtuiging van eiser. De rechtbank is van oordeel dat verweerder daardoor en gelet op wat eiser verklaart in zijn gehoor en de informatie uit AAB Turkije 2025 over de gevaren van het uiten van kritiek op de Turkse overheid, ten onrechte terughoudendheid verwacht van eiser. Verweerder houdt in zijn beoordeling onvoldoende rekening met het gevaar op monitoring en vervolging dat eiser loopt in Turkije door het uiten van zijn politieke overtuiging in de vorm van kritische posts en artikelen.

De rechtbank is, gelet op het bovenstaande, van oordeel dat verweerder niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij ten gevolge van zijn politieke overtuiging een gegronde vrees heeft voor vervolging door de Turkse autoriteiten. Al vanwege dit motiveringsgebrek kan de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag van eiser en het aan hem opgelegde inreisverbod geen stand houden. Eisers beroep is daarom gegrond.

Op grond van artikel 8:41a van de Awb moet de bestuursrechter een geschil zoveel mogelijk definitief beslechten. Hoewel het in beginsel aan verweerder is om te beoordelen of een uitspraak van de rechtbank leidt tot de gevraagde vergunning, ziet de rechtbank in dit specifieke geval aanleiding om zelf in de zaak te voorzien. De politieke overtuiging en geuite kritiek is geloofwaardig geacht. De rechtbank is van oordeel dat dit in het geval van eiser betekent dat er geen mogelijkheid meer bestaat voor verweerder om tot een andere dragende motivering te komen voor de conclusie dat eiser vanwege zijn politieke overtuiging geen gegronde vrees heeft voor vervolging in Turkije. Dit gelet op eisers geloofwaardig bevonden kritiek op sociale media op onder meer de Turkse autoriteiten en president Erdogan, de aannemelijk gemaakte monitoring daarvan door de Turkse autoriteiten, en het feit dat van eiser bij terugkeer naar Turkije geen terughoudendheid mag worden verwacht bij het uiten van zijn politieke overtuiging. Er is gelet op deze feiten en omstandigheden, naar het oordeel van de rechtbank, geen andere uitkomst mogelijk dan eiser aan te merken als verdragsvluchteling op basis van zijn politieke overtuiging. In het kader van finale geschilbeslechting zal de rechtbank daarom met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb zelf in de zaak voorzien. De rechtbank herroept het bestreden besluit van 11 november 2025 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. De rechtbank zal verweerder opdragen om aan eiser een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw met als ingangsdatum 16 oktober 2024 (de datum van de tweede asielaanvraag van eiser), geldig tot 16 oktober 2029.

Wat betekent het oordeel van de rechtbank in de zaak van eiser voor de zaken van eiseres, [eiser 2] en [eiser 3] (eisers)?

8. Zoals verweerder zelf aangeeft in het voornemen in de zaak van eisers is de kern van het relaas dat eiseres zou zijn bedreigd vanwege de uitingen van haar echtgenoot.

De rechtbank stelt vast dat het asielmotief van eiseres dat verband houdt met de problemen van eiser (de bedreigingen vanwege de zoektocht naar haar echtgenoot) door verweerder onder meer ongeloofwaardig is geacht onder verwijzing naar de afwijzing van eisers eerste asielaanvraag. Bij die afwijzing zijn echter niet (alle) kritische post betrokken die eiser inmiddels heeft geplaatst op sociale media en waaruit zijn politieke overtuiging blijkt. Gelet op wat hierboven in de zaak van eiser is overwogen en geoordeeld kan verweerder zijn standpunt over voormeld asielmotief van eiseres niet langer (mede) baseren op de beoordeling van de opvolgende asielaanvraag van eiser. Al hierom heeft verweerder niet deugdelijk gemotiveerd dat de verklaringen van eiseres over de bedreigingen die zij in Turkije zou hebben gehad vanwege de zoektocht naar haar echtgenoot (eiser)ongeloofwaardig zijn. Het beroep van eiseres is ook al daarom gegrond en het besluit van 11 juli 2025 dient te worden vernietigd. Verweerder dient met inachtneming van hetgeen de rechtbank heeft overwogen over de politieke overtuiging van eiser, opnieuw de geloofwaardigheid en de zwaarwegendheid van het voormelde asielmotief te beoordelen. Daarbij dient verweerder tevens te betrekken wat eiseres in beroep heeft aangevoerd over het risico in Turkije op familiebestraffing. De gronden die eiseres heeft aangevoerd tegen de beoordeling door verweerder van haar overige asielmotieven behoeven geen bespreking meer.

Al omdat [eiser 2] en [eiser 3] tot het gezin van eiser en eiseres behoren en het afwijzende besluit van 11 juli 2025 - zoals dat op 16 december 2015 is aangevuld - ook op hen betrekking heeft, kan, gelet op wat onder 8.1 ten aanzien van hun moeder is overwogen, de afwijzing van hun asielaanvraag geen stand houden. Ook voor hen geldt daarom dat de gronden die zijn aangevoerd tegen de beoordeling door verweerder van hun overige asielmotieven geen bespreking meer behoeft.

Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag van eiser.

9. Wat betreft het beroep niet tijdig dat door eiser is ingediend, overweegt de rechtbank als volgt. Eiser heeft verweerder op 14 juli 2025 in gebreke gesteld. De beslistermijn was destijds reeds verstreken en de ingebrekestelling was daarom geldig. Twee weken later, op 29 juli 2025 heeft eiser een beroep niet tijdig ingediend. Nu verweerder inmiddels wel op de asielaanvraag van eiser heeft beslist, is het belang van eiser bij een beoordeling van het beroep tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag komen te vervallen. Het beroep voor zover het gericht is tegen het niet-tijdig beslissen, is daarom niet-ontvankelijk.

Conclusie en gevolgen

10. De beroepen zijn gegrond omdat de bestreden besluiten in strijd zijn met het motiveringbeginsel, zoals neergelegd in artikel 3:46 van de Awb. Dit betekent dat eisers gelijk krijgen. De rechtbank vernietigt daarom de bestreden besluiten. In de zaak van eiser voorziet de rechtbank zelf in de zaak. Dit met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb en gelet op het in artikel 8:41a van de Awb bepaalde uitgangspunt dat de bestuursrechter het hem voorgelegde geschil zoveel mogelijk definitief beslist. De rechtbank zal verweerder opdragen om aan eiser een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw met als ingangsdatum 16 oktober 2024, geldig tot 16 oktober 2029. In de zaak van eiseres, [eiser 2] en [eiser 3] moet draagt de rechtbank verweerder op opnieuw op hun asielaanvraag te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank ziet onvoldoende grond om ook in hun zaak zelf een beslissing te nemen.

Eisers krijgen een vergoeding van hun proceskosten, omdat de beroepen gegrond zijn. Deze vergoeding bedraagt € 4.203,-. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding stelt de rechtbank vast op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht. 1 punt heeft een waarde van €934,-. De gemachtigde van eiser heeft een beroepschrift niet-tijdig beslissen ingediend, ter waarde van 0,5 punt, de gemachtigde van eisers heeft twee beroepschriften ingediend ter waarde van 2 punten, de gemachtigde van [eiser 2] en [eiser 3] heeft beroepschriften ingediend tegen de aanvullende besluiten ter waarde van 0,5 punt per beroepschrift, en de gemachtigde van eisers heeft deelgenomen aan zitting, ter waarde van 1 punt. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

11. Nu op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding om de door verzoeker verzochte voorlopige voorziening toe te wijzen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. Verzoeker krijgt wel een vergoeding van zijn proceskosten. Deze vergoeding bedraagt € 934,-. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding stelt de voorzieningenrechter vast op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht. 1 punt heeft een waarde van €934,-. De gemachtigde van verzoeker heeft een verzoekschrift ingediend, ter waarde van 1 punt. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen gegrond;

- vernietigt het besluit van 11 november 2025;- draagt verweerder op om binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak aan eiser een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen met als ingangsdatum 16 oktober 2024, geldig tot 16 oktober 2029; - vernietigt het besluit van 11 juli 2025, zoals ten aanzien van eisers 2 en 3 aangevuld op 16 december 2025;

- draagt verweerder op om binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak opnieuw te beslissen op de asielaanvragen van eiseres, [eiser 2] en [eiser 3] , met inachtneming van deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 4.203,- aan proceskosten aan eisers.

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Kos, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. J.W. Robijn, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan, voor zover het de hoofdzaak betreft, een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand