ECLI:NL:RBDHA:2026:15517

ECLI:NL:RBDHA:2026:15517

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 01-06-2026
Datum publicatie 09-06-2026
Zaaknummer 25.18911
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Algerije, vervolging voor het ontduiken van de militaire dienstplicht niet aannemelijk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Samenvatting

Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.18911

(gemachtigde: mr. E. Sahin),

en

(gemachtigde: mr. E.E.G.N. van der Meulen).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser stelt van Algerijnse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1990. Hij heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 17 april 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 28 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, E.K. El Bakkali als telefonische tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het bestreden besluit

Het asielrelaas

3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij Algerije heeft verlaten vanwege de militaire dienstplicht.

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:

De minister vindt eisers nationaliteit en herkomst geloofwaardig maar vindt eisers identiteit niet geloofwaardig. Ook de oproep voor militaire dienstplicht vindt de minister niet geloofwaardig. De minister werpt eiser tegen dat hij geen oprechte inspanning heeft geleverd om zijn aanvraag te staven, hij onvoldoende documenten heeft gegeven en daar geen goede verklaring voor heeft en dat zijn verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen.

Eisers nationaliteit en herkomst zijn volgens de minister niet te herleiden tot een van de gronden van het Vluchtelingenverdrag, zodat eiser niet kan worden aangemerkt als vluchteling in de zin van dat verdrag. Evenmin zijn deze relevante elementen te herleiden tot een van de situaties als vermeld in de paragraaf C2/3.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000), zodat eiser ook niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij uitzetting een reëel risico loopt op ernstige schade.

Eiser komt daarom volgens de minister niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel. De minister heeft de aanvraag afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vw 2000. Voorts heeft de minister geen reguliere vergunning voor bepaalde tijd aan eiser verleend en ook geen uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw 2000. Aan eiser is een inreisverbod van twee jaar opgelegd.

De beroepsgronden en de beoordeling daarvan door de rechtbank

5. De rechtbank stelt vast dat eiser in beroep geen gronden heeft gericht tegen de geloofwaardig geachte nationaliteit en herkomst en de niet geloofwaardig geachte identiteit. De rechtbank zal daarop dan ook niet ingaan. De rechtbank zal evenmin ingaan op eisers beroepsgrond dat hetgeen hij in zijn zienswijze op het voornemen van de minister naar voren heeft gebracht als herhaald en ingelast dient te worden beschouwd, voor zover eiser daarbij niet specifiek heeft benoemd waarin de reactie van de minister daarop in het bestreden besluit te kort schiet, onjuist is of anderszins onvoldoende is.

Eiser voert aan dat hij met zijn verklaringen voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij problemen gaat krijgen door weigering van de militaire dienstplicht. De militaire dienstplicht van Algerije is verplicht voor Algerijnse mannen van 19 jaar en ouder. Aangezien eiser momenteel 36 jaar oud is, is hij verplicht om in Algerije de militaire dienstplicht uit te voeren. Eiser wil echter geen wapens vasthouden en wil niemand doden. Hij weigert daarom om deel te nemen aan een militaire dienstplicht. Algerije kent geen mogelijkheid tot het weigeren van de militaire dienstplicht, bijvoorbeeld op basis van gewetensbezwaren. Artikel 254 MSr bepaalt dat het ontduiken of weigeren van de dienstplicht in vredestijd strafbaar is met een gevangenisstraf van drie maanden tot vijf jaar. Daarnaast kan een persoon die zijn dienstplicht niet heeft vervuld, of aan wie vrijstelling of uitstel is verleend, volgens artikel 7 van de dienstplichtwet, niet in de publieke of private sector werken of een vrij beroep uitoefenen. Dienstplichtigen die in het buitenland verblijven, kunnen bij betreding van het Algerijnse grondgebied worden gearresteerd en afgevoerd naar de meest nabijgelegen legerkazerne. Uit anekdotische informatie komt naar voren dat er een kans bestaat dat een dienstplichtige, die niet strafrechtelijk wordt vervolgd, verplicht wordt zijn dienstplicht te vervullen bij een zwaardere eenheid van de landmacht in bijvoorbeeld de Sahara. Tevens blijkt uit het Kort thematisch ambtsbericht dienstplicht Algerije dat vervolging van dienstplichtontduiking in vredestijd ook voor kan komen. Bovendien zijn er toenemende militaire spanningen in het grensgebied tussen Algerije en Mali waardoor het aannemelijk is dat er meer militairen nodig zijn om de grens te bewaken. Gelet op het voorgaande is eiser van mening dat hij een reëel risico op ernstige schade loopt in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000, als hij naar Algerije wordt teruggestuurd.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Algerije zal worden vervolgd voor het ontduiken van de militaire dienstplicht, omdat ten eerste niet aannemelijk is dat hij de dienstplicht daadwerkelijk zou moeten vervullen en ten tweede niet aannemelijk is dat hij zou worden vervolgd indien hij hieraan niet voldoet. De rechtbank ligt dit hierna toe.

De rechtbank overweegt dat de minister zich terecht op het standpunt stelt dat er meer Algerijnen zijn die wel de militaire dienst willen vervullen dan dat er daadwerkelijk noodzakelijk zijn, waardoor niet aannemelijk is dat de Algerijnse autoriteiten eiser zouden dwingen de militaire dienst te vervullen. Daarvoor heeft de minister kunnen verwijzen naar het Kort thematisch ambtsbericht over de dienstplicht in Algerije uit 2020 en het rapport van Norwegian COI-centra, Query response Algeria van 31 mei 2018 inzake de dienstplicht in Algerije. Ook blijkt uit openbare bronnen dat er eerst een medische keuring wordt gedaan, er onder bepaalde voorwaarden een vrijstellingsregeling mogelijk is en dat er enkele presidentiële decreten zijn uitgevaardigd die dienstplichtontduikers vrijwaarden van zowel de dienstplicht als strafvervolging. Niet is gebleken dat eiser hierop geen beroep zou kunnen doen. Ten aanzien van eisers betoog dat Algerije de komende periode meer militairen nodig heeft om de grenzen te bewaken, heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser dit niet met stukken heeft onderbouwd, de spanningen aan de grens niet noodzakelijk met zich brengen dat hiervoor extra dienstplichtigen nodig zijn en eiser niet heeft onderbouwd dat hij (daarvoor) zal worden opgeroepen.

De rechtbank overweegt verder dat de minister zich terecht op het standpunt stelt dat niet aannemelijk is dat eiser zou worden vervolgd als hij niet aan de dienstplicht voldoet. Uit het Kort thematisch ambtsbericht volgt weliswaar dat dienstplichtigen die in het buitenland verblijven, bij het betreden van het Algerijnse grondgebied gearresteerd en afgevoerd kunnen worden, maar de minister stelt zich hierover terecht op het standpunt dat het ontduiken van de dienstplicht niet consequent wordt vervolgd door de Algerijnse autoriteiten. Hiervoor heeft de minister kunnen verwijzen naar het Kort thematisch ambtsbericht over de dienstplicht in Algerije uit 2020. Eiser kon desgevraagd ter zitting ook geen informatie overleggen over of en hoe vaak vervolging plaatsvindt. Volgens de Algerijnse wet zou dienstweigering dus wel tot vervolging kunnen leiden, maar het is niet gebleken dat dit in de praktijk ook daadwerkelijk gebeurt.

Nu niet aannemelijk is dat eiser de dienstplicht daadwerkelijk zal moeten vervullen en gestraft zal worden als hij hieraan niet voldoet, is de vraag of eiser al dan niet gewetensbezwaren tegen de militaire dient heeft, niet relevant. De beroepsgronden hierover blijven daarom buiten inhoudelijke bespreking. De beroepsgronden van eiser slagen niet.

Conclusie en gevolgen

6. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.A.M.M. Delauw, rechter, in aanwezigheid van

mr. M.C.M. van Dommele, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 1 juni 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.W.A.M.M. Delauw

Griffier

  • mr. M.C.M. van Dommele

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand