ECLI:NL:RBDHA:2026:15589

ECLI:NL:RBDHA:2026:15589

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 08-06-2026
Datum publicatie 10-06-2026
Zaaknummer NL25.49480
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Asiel, Nigeria, LHBTI, zorgvuldigheid nader gehoor, samenhangende en aannemelijke verklaringen, beroep ongegrond.

Uitspraak

HRECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juni 2026 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.49480

(gemachtigde: mr. E.R. Hagenaars),

en

(gemachtigde: mr. J.P. Arts).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft de homoseksuele gerichtheid van eiser niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Onder 2 staat het procesverloop in dit geding. Onder 3 staat eisers asielrelaas en welke documenten hij ter onderbouwing van zijn aanvraag heeft overgelegd. In overweging 4 en verder staan eisers asielmotieven en de beoordeling daarvan door de minister opgenomen. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 5.1. Daarbij gaat de rechtbank in op de vraag of het nader gehoor zorgvuldig is gedocumenteerd. In overweging 8.1. oordeelt de rechtbank over de vraag of de minister in de besluitvorming rekening heeft gehouden met eisers referentiekader. Vanaf 9.1. en verder gaat de rechtbank in op de geloofwaardigheidsbeoordeling en of de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eisers verklaringen niet samenhangend en aannemelijk zijn. Aan het eind onder 10 staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 6 oktober 2025 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 16 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser heeft de Nigeriaanse nationaliteit, is geboren op [geboortedag] 1987 en behoort tot de Yoruba bevolkingsgroep. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij homoseksueel is en is betrapt toen hij seksuele handelingen verrichtte met zijn vriend bij hem thuis. Zij zijn toen betrapt door de buurman die binnen kwam en alle buren bij elkaar riep. Eiser en zijn vriend zijn toen allebei mishandeld, eiser wist te ontvluchten en heeft uiteindelijk het land verlaten.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

- identiteit, nationaliteit en herkomst;

- seksuele gerichtheid en daardoor ontstane problemen.

De minister acht het asielmotief identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. De minister acht de homoseksuele gerichtheid van eiser en de gestelde problemen die hij daardoor zou hebben ondervonden niet geloofwaardig, omdat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen en omdat eiser zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend en daarvoor geen goede verklaring heeft. De minister heeft daarom alleen gekeken of eiser op grond van zijn identiteit, nationaliteit en herkomst in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning. Dat is volgens de minister niet het geval. Daarom heeft de minister de aanvraag afgewezen als ongegrond.

Is het nader gehoor zorgvuldig gedocumenteerd?

5. Eiser betoogt in de eerste plaats dat het nader gehoor veel taalfouten bevat en daarom niet zorgvuldig is gedocumenteerd. Taal is bij de beoordeling van een zaak zoals die van eiser erg belangrijk. Dat het verslag niet goed leesbaar is maakt dat er reden is om te twijfelen of de inhoud van dat wat is opgeschreven wel correct is. Zodoende verbindt de minister ook de verkeerde conclusie aan deze verklaringen en stelt ze deze in een negatief daglicht. Dit terwijl er ook met een positieve blik naar kan worden gekeken, aldus de gemachtigde van eiser op de zitting.

Naar het oordeel van de rechtbank stelt de minister zich terecht op het standpunt dat hoewel de taalfouten in het gehoor als slordig kunnen worden bestempeld, de strekking van eisers verklaringen nog altijd duidelijk is. De taalfouten in het nader gehoor doen hier geen afbreuk aan en maken evenmin dat het gehoor onleesbaar is. De gemachtigde van eiser heeft op de zitting weliswaar naar een aantal alinea’s uit het verslag van het nader gehoor verwezen, maar hiermee is niet nader geconcretiseerd waaruit volgt dat de minister door een taalfout de inhoud van de door eiser gedane verklaring verkeerd interpreteert of hier de verkeerde conclusie aan verbindt. De beroepsgrond slaagt niet.

Acht de minister eisers homoseksuele gerichtheid ten onrechte ongeloofwaardig?

6. Niet in geschil is dat eiser zijn verklaringen over zijn homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen niet volledig heeft onderbouwd met (objectieve) documenten. Daarom heeft de minister beoordeeld of het asielmotief alsnog geloofwaardig is. Dat is volgens de minister niet het geval omdat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen en dus niet wordt voldaan aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000. Samengevat werpt de minister eiser tegen dat hij oppervlakkig heeft verklaard over het proces van het ontdekken en accepteren van zijn homoseksuele gerichtheid.

WI 2019/17

7. De minister heeft bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van de door eiser gestelde homoseksuele gerichtheid gebruikt gemaakt van werkinstructie (WI) 2019/17, ‘Horen en beslissen in zaken waarin lhbti-gerichtheid als asielmotief is aangevoerd’. In het kader van het onderzoek naar de geloofwaardigheid van de gestelde geaardheid worden onder meer vragen gesteld over een aantal vaste thema’s: privéleven van de vreemdeling, huidige en voorgaande relaties, contacten in het land van herkomst en contact met of kennis van lhbti groepen, contact met lhbti’s in Nederland en kennis van de Nederlandse situatie, discriminatie, repressie en vervolging in het land van herkomst. In het algemeen ligt het zwaartepunt op de antwoorden op vragen over de eigen ervaringen en persoonlijke beleving van de vreemdeling met betrekking tot zijn seksuele gerichtheid, wat dit voor hem en zijn omgeving heeft betekend, wat de situatie is voor personen met die gerichtheid in het land van herkomst en hoe zijn ervaringen, ook volgens zijn asielrelaas, in het algemene beeld passen. Dit is vooral van belang als de vreemdeling uit een land komt waar het zijn van lhbti maatschappelijk gezien wordt afgekeurd of strafbaar is gesteld.

Referentiekader

8. Eiser betoogt dat de minister bij het horen en bij de besluitvorming naar aanleiding van de door hem afgelegde verklaringen onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn persoonlijk referentiekader. Eiser is laagopgeleid en is als homoseksuele man opgegroeid in een homofoob land.

Het betoog van eiser slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser onvoldoende geconcretiseerd en onderbouwd op welke wijze in het gehoor of in de besluitvorming onvoldoende rekening is gehouden met zijn referentiekader. De minister heeft eisers referentiekader opgenomen in de besluitvorming, waarbij onder andere is opgenomen dat eiser de basisschool heeft afgemaakt en een beetje kan lezen en schrijven in zijn eigen taal. Hieruit volgt dat eiser laagopgeleid is. Bij het referentiekader heeft de minister niet expliciet hoeven opnemen dat eiser afkomstig is uit een homofoob land. Bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van de homoseksuele gerichtheid als asielmotief wordt ook rekening gehouden met de omstandigheid dat de vreemdeling afkomstig is uit een land waar homoseksualiteit niet geaccepteerd wordt of strafbaar is.

Samenhangende en aannemelijke verklaringen

9. Eiser betoogt verder dat de minister zijn homoseksuele gerichtheid ten onrechte ongeloofwaardig acht. In de eerste plaats zijn eisers verklaringen over het aantal relaties dat hij heeft gehad niet relevant, het gaat immers om de beoordeling van zijn seksuele gerichtheid. Verder wordt eiser tegengeworpen dat hij in zijn verklaring over zijn relatie weinig verdieping heeft gegeven, maar eiser ziet niet in op welke wijze hij duidelijker dan hij heeft gedaan zou hebben kunnen verklaren over zijn relatie. Verder spreekt de minister in het bestreden besluit over een belangrijke ontdekking wanneer het gaat over de seksuele gerichtheid van eiser. Volgens eiser kan niet van een ontdekking worden gesproken, aangezien het van een van de norm afwijkende seksuele gerichtheid ontdekken lange tijd kan duren. Eiser heeft zich maximaal ingespannen om te kunnen verklaren. Met de verklaring van eiser over het in eenzelfde afhankelijke positie terechtkomen, heeft hij alleen willen aangeven dat hij geen andere optie had dan bij zijn ouders te blijven wonen nadat hij met zijn toenmalige echtgenote was gehuwd. Ook vindt eiser niet relevant wat hij heeft verklaard over het al dan niet samenwonen met zijn echtgenoot.

In de eerste plaats stelt de minister zich naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte op het standpunt dat eiser oppervlakkig heeft verklaard over het proces van het ontdekken en accepteren van zijn homoseksuele gerichtheid. Eiser heeft verklaard dat hij zich niet aangetrokken voelt tot vrouwen en vaak aan mannen denkt. Ook heeft eiser verklaard dat hij toen hij jonger was opgewonden raakte van mannen. Bij doorvragen door de hoormedewerker hoe eiser precies tot deze realisatie is gekomen, geeft eiser geen antwoord. Ook wanneer eiser erop wordt gewezen dat zijn verklaringen alleen seksueel van aard zijn, slaagt hij er niet in om zijn gevoelens inzichtelijk te maken. De minister mocht zich dan ook op het standpunt stellen dat eisers verklaringen over het ontdekken van zijn seksualiteit oppervlakkig van aard zijn en enkel een seksueel karakter hebben. Dit terwijl de hoormedewerker aan eiser heeft uitgelegd dat dit niet de bedoeling is en dat eiser over zijn gevoelens hierbij moet verklaren. Eiser heeft dan ook niet inzichtelijk gemaakt hoe het proces van ontdekken en accepteren voor hem is gelopen en wat voor gevoelens hierbij kwamen kijken. Dit mag de minister wel van hem verwachten.

Naar het oordeel van de rechtbank stelt de minister zich verder niet ten onrechte op het standpunt dat van eiser verwacht mag worden dat hij inzichtelijk verklaart over zijn voorgaande relaties. Dat eiser getrouwd is geweest, leest de rechtbank niet direct als maak of breekpunt in de geloofwaardigheidsbeoordeling. De minister stelt zich niet ten onrechte op het standpunt dat van eiser dan wel verwacht mag worden dat hij daar een en ander over kan verklaren. Eiser heeft op de zitting weliswaar gesteld dat deze verwachting en beoordeling te ver gaat, maar dit betoog is heeft hij niet nader geconcretiseerd en onderbouwd. In WI 2019/17 staat opgenomen dat de minister bij de geloofwaardigheidsbeoordeling van de seksuele gerichtheid ook vorige relaties betrekt. De rechtbank ziet geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. De minister mocht eisers vorige huwelijk met zijn ex-echtgenote dan ook bij de besluitvorming van de geloofwaardigheid van zijn homoseksuele gerichtheid betrekken en heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser hier vaag en tegenstrijdig over heeft verklaard. Eisers verklaringen zijn tegenstrijdig omdat hij enerzijds verklaart dat hij met een vrouw moest trouwen en werd gedwongen door zijn moeder en anderzijds dat hij werd gedwongen door zijn vader. Ook heeft eiser aan de ene kant verklaard dat hij moest trouwen omdat hij financieel afhankelijk was van zijn ouders en nog thuis woonde en aan de andere kant dat hij met zijn vrouw bij zijn ouders ging wonen. Ook mocht de minister zich op het standpunt stellen dat het niet te begrijpen is dat eiser zijn vrouw in het aanmeldgehoor niet heeft benoemd bij de vraag omtrent zijn gezinssituatie. Zeker omdat hij zelf heeft verklaard met haar samen te hebben gewoond bij zijn ouders.

Bij de beoordeling van eisers verklaringen acht de minister het verder niet ten onrechte vreemd dat eiser in reactie op de vraag of hij zich alleen aangetrokken voelt tot mannen heeft verklaard over zijn relaties in Nigeria en daarbij aangaf dat hij geen relaties had met vrouwen, maar dat er alleen een vrouw is geweest die zwanger was. Ook heeft eiser op de vraag hoeveel relaties hij heeft gehad, de vraag terug gesteld of er een man of een vrouw wordt bedoeld. Deze verklaring heeft de minister niet ten onrechte bevreemdend geacht omdat eiser zelf stelt dat hij vanaf een jonge leeftijd zich alleen aangetrokken voelde tot mannen. Daarnaast stelt de minister zich niet ten onrechte op het standpunt dat eiser niet wordt gevolgd in zijn betoog dat hij niet in staat was om diepgaander te kunnen verklaren over zijn relatie. Van eiser mag namelijk verwacht worden dat hij over een persoon waar hij vijf jaar een relatie mee heeft gehad, meer kan vertellen dan enkel dat hij aantrekkelijk en betrouwbaar is. Ook bij doorvragen door de hoormedewerker slaagt eiser er niet in om verdiepende verklaringen af te leggen.

Verder maken de door eiser ingebrachte foto’s naar het oordeel van de rechtbank niet dat eisers homoseksuele gerichtheid wél geloofwaardig moet worden geacht door de minister. De gemachtigde van eiser heeft ter zitting namelijk gesteld dat de nagezonden stukken, waaronder de foto’s, niet per definitie als onderbouwing, maar ter indicatie zijn ingebracht. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

10. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag van eiser in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Yeniay - Cenik, rechter, in aanwezigheid van F. Metz, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Y. Yeniay - Cenik

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand