ECLI:NL:RBDHA:2026:15594

ECLI:NL:RBDHA:2026:15594

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 20-04-2026
Datum publicatie 10-06-2026
Zaaknummer NL26.5495, NL26.5494 en NL26.5497
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Verzoeken om voorlopige voorzieningen. Verzoekers zijn werkzaam als Aziatisch kok in het restaurant van referente en wensen te blijven werken totdat de minister een beslissing heeft genomen op hun bezwaren. De voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft eerder een uitspraak gedaan over hetzelfde onderwerp en zich daar uitgelaten over de vraag of het bezwaar redelijke kans van slagen heeft vanwege de aanwezigheid van prioriteitgenietend aanbod. Op de zitting heeft de minister hier geen standpunt over ingenomen en zich gerefereerd aan het oordeel van de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken toe.

Uitspraak

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker 1], verzoeker 1,

geboren op [geboortedag 1] 2000, van Indiase nationaliteit,

en

[verzoeker 2], verzoeker 2,

geboren op [geboortedag 2] 1994, van Indiase nationaliteit,

en

[verzoeker 3], verzoeker 3,

geboren op [geboortedag 3] 1992, van Indiase nationaliteit,

gezamenlijk te noemen verzoekers,

(gemachtigde: mr. A.G. Kleijweg),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. C.R. Vink).

Inleiding

1. Verzoekers zijn werkzaam bij dezelfde werkgever, [bedrijf] en hebben een aanvraag ingediend voor de verlenging van hun GVVA. De minister heeft de aanvraag van verzoeker 1 op 8 januari 2026, van verzoeker 2 op 9 januari 2026 en van verzoeker 3 op 6 januari 2026 afgewezen, omdat het UWV negatief heeft geadviseerd. Verzoekers hebben tegen de afwijzing van hun aanvraag bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat verzoekers gedurende de bezwaarprocedure mogen blijven werken.

De minister heeft de voorzieningenrechter laten weten zich te verzetten tegen de toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening en heeft gereageerd met een verweerschrift. Verzoekers hebben een aanvullende reactie op het verweerschrift ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 23 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, bijgestaan door hun gemachtigde, mevrouw [naam] de werkgever van verzoekers en mevrouw H. Abdullah als tolk in de Engelse taal. Ook de gemachtigde van de minister heeft deelgenomen aan de zitting. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

3. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken in alle zaken toe en licht dit als volgt toe.

Standpunt verzoekers

4. Verzoekers stellen zich allereerst op het standpunt dat sprake is van spoedeisend belang. Zij voeren daartoe aan dat de werkgever het restaurant dreigt te moeten sluiten omdat de verlengingsaanvragen zijn afgewezen. In dat geval zullen verzoekers arbeidsovereenkomsten worden beëindigd. Daarnaast zal het lang duren voordat er een beslissing op de bezwaren van verzoekers wordt genomen en moeten verzoekers ook in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Ook stellen verzoekers zich op het standpunt dat het bezwaar redelijke kans van slagen heeft en dat de belangenafweging in hun voordeel moet uitvallen. Verzoekers stellen zich op het standpunt dat er sinds 2014 al geen prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt voor Aziatische koks aanwezig is. Verzoekers verwijzen daarbij naar een rapport van Panteia van 18 januari 2016 dat is opgemaakt op verzoek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Verzoekers verwijzen daarnaast naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 18 augustus 2025.

Standpunt van de minister

5. De minister stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van spoedeisend belang. Uit de bij het bezwaarschriften meegestuurde personeelslijst valt op te maken dat er in ieder geval nog twee fulltime koks op de loonlijst staan. Zonder nadere onderbouwing kan niet zonder meer worden aangenomen dat er daadwerkelijk een sluiting van het restaurant dreigt en de bedrijfsvoering niet op een andere wijze kan worden voortgezet. Als de werkgever de arbeidsovereenkomst ontbindt voordat wordt beslist op het bezwaar, verliest de werkgever volgens de minister niet een kans van slagen ten aanzien van het bezwaar. Ten aanzien van de vraag of het bezwaar redelijke kans van slagen heeft, refereert de minister aan het oordeel van de voorzieningenrechter en geeft aan dat verzoekers in de bezwaarprocedure hoogstwaarschijnlijk zullen worden gehoord. Voor wat betreft de belangenafweging, stelt de minister zich op het standpunt dat het belang van de minister zwaarder moet wegen, nu de wetgeving geen mogelijkheid biedt om gedurende de bezwaarprocedure de arbeid bij dezelfde werkgever voort te zetten.

Spoedeisend belang

6. Op grond van artikel 8:81 van de Awb gaat de voorzieningenrechter na of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Volgens de voorzieningenrechter is daar in het geval van verzoekers sprake van. Verzoekers hebben aangegeven dat zij op dit moment niet mogen werken en daardoor niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Daarom is het van belang dat verzoekers zo spoedig mogelijk weer aan het werk gaan. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dergelijke verzoeken naar hun aard spoedeisend zijn en daarmee voldoende onderbouwing van de spoedeisendheid is gegeven. De voorzieningenrechter zal het verzoek dan ook inhoudelijk gaan beoordelen.

Heeft het bezwaar kans van slagen?

7. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft en overweegt daartoe als volgt.

Verzoekers hebben ter onderbouwing van hun standpunt verwezen naar een uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 18 augustus 2025 waarin onder andere het volgende is geoordeeld: “De voorzieningenrechter stelt op grond van de voorgaande overweging vast dat er tussen partijen nog onduidelijkheid bestaat over de waarde van de twee belangrijkste rapporten die ten grondslag liggen aan de standpunten van partijen en dat die rapporten tot verschillende conclusies leiden. De bezwaarfase leent zich ervoor om hier de nodige duidelijkheid over te krijgen. De voorzieningenrechter volgt in dit stadium van de procedure niet het standpunt van verweerder dat het EVZ-rapport dient te prevaleren. Het Panteia-rapport is van recentere datum (18 januari 2016 tegenover 21 februari 2012) en heeft jarenlang ten grondslag gelegen aan het beleid van de minister van SZW en het door het UWV gehanteerde toetsingskader ten aanzien van het pga. Het rapport van EVZ is bovendien bij de totstandkoming van het Panteia-rapport betrokken. (…) De functie-eisen (inclusief kennis van taal en cultuur voor de koksfunctie vanaf niveau 4) zijn in 2016 als reëel en proportioneel onderschreven in het Panteia-rapport en dit standpunt is destijds overgenomen door de minister van SZW. Verweerder stelt nu niet meer te volgen dat de inhoudelijke functie-eisen dermate veeleisend zijn dat in de praktijk alleen koks met minimaal vijf jaar werkervaring voldoen en noemt een taaleis nog steeds reëel, maar stelt dat aan die eis wordt voldaan als in de keuken Engels wordt gesproken. Naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder vooralsnog onvoldoende draagkrachtig gemotiveerd waarom thans wel sprake is van pga.

De minister heeft ook na vragen van de voorzieningenrechter op de zitting geen standpunt ingenomen over voornoemde uitspraak en zich aan het oordeel van de voorzieningenrechter gerefereerd. Nu de minister geen standpunt in heeft genomen en de voorzieningenrechter geen aanleiding ziet om anders te oordelen, wordt het oordeel in deze uitspraak gevolgd. Nu ook in bezwaar hoogstwaarschijnlijk zal worden gehoord, kan het bezwaar daarom een redelijke kans van slagen niet worden ontzegd.

Conclusie en gevolgen

8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe in die zin dat

de minister verzoekers aldus moet behandelen dat zij mogen werken bij hun werkgever totdat op hun bezwaren is beslist.

9. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, moet de minister het griffierecht en de proceskosten aan verzoekers vergoeden. Nu het samenhangende zaken betreffen, stelt de voorzieningenrechter de proceskostenvergoeding op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). Daarnaast moet de minister het griffierecht aan verzoekers vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe in die zin dat

de minister verzoekers aldus moet behandelen dat zij mogen werken bij hun werkgever totdat op hun bezwaren is beslist;

- bepaalt dat de minister het griffierecht van €600,- aan verzoekers moet vergoeden; en,

- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan verzoekers.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Moussaoui, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. Hol, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R. Hol

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand