ECLI:NL:RBDHA:2026:15601

ECLI:NL:RBDHA:2026:15601

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 19-05-2026
Datum publicatie 10-06-2026
Zaaknummer NL26.14678
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Dublin/Roemenië. Interstatelijk vertrouwensbeginsel. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.14678

(gemachtigde: mr. F. Jansen),

en

(gemachtigde: mr. B.E.M. Goossens).

Procesverloop

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 11 maart 2026 niet in behandeling genomen omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de aanvraag.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

In het beroepschrift van 24 maart 2026 heeft gemachtigde van eiser laten weten dat zowel eiser als gemachtigde van eiser niet bij de zitting aanwezig zullen zijn.

De rechtbank heeft het beroep op 22 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van verweerder.

Overwegingen

Inleiding

Eiser stelt de Syrische nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] . Hij heeft zijn asielaanvraag in Nederland op 19 november 2025 ingediend.

Uit onderzoek in Eurodac is gebleken dat eiser op 30 oktober 2024 een verzoek om internationale bescherming in Roemenië heeft ingediend. Nederland heeft op 14 januari 2026 aan Roemenië verzocht om eiser terug te nemen op grond van artikel 18, eerste lid, onder d, van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening). Roemenië heeft dit verzoek op 22 januari 2026 aanvaard op grond van artikel 18, eerste lid, onder d, van de Dublinverordening.

Het bestreden besluit

2. Met het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser met toepassing van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) niet in behandeling genomen omdat Roemenië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij overdracht aan Roemenië een reëel risico loopt op een met artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest) en artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) strijdige behandeling. Ook heeft eiser volgens verweerder geen andere redenen aannemelijk gemaakt die aanleiding geven om zijn asielaanvraag in Nederland in behandeling te nemen.

Beroepsgronden van eiser

3. Eiser voert aan dat er sprake is van structurele tekortkomingen in de Roemeense asielprocedure. In dit kader verwijst eiser naar het meest recente AIDA-rapport, update 2024 uit augustus 2025, waaruit blijkt dat sprake is van push-backs tussen Roemenië en Servië. Verder stelt eiser dat er in Roemenië problemen zijn in het kader van het gebruik van de juiste tolken, het hebben van rechtsbijstand en het beschermen van kwetsbare asielzoekers. Ter onderbouwing wijst eiser op een rapport van ECRE (European Council on Refugees and Exiles). Eiser stelt dat verweerder niet of onvoldoende heeft onderkend dat ten aanzien van Roemenië niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Verder voert eiser aan dat hij bij terugkeer naar Roemenië vreest dat hij gedwongen zal worden uitgezet naar Syrië en dat hij bij aankomst in Roemenië mogelijk gelijk in een detentiecentrum gezet zal worden, waar ook sprake is van structurele tekortkomingen. Voorts is er volgens eiser een verschil in beschermingsbeleid tussen Nederland en Roemenië ten aanzien van Alawieten.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank ziet zich allereerst ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep.

Als een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, moet er in beginsel van uit worden gegaan dat hij geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Op basis van een melding dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vetrokken (mob-melding) mag het beroep dus in beginsel niet-ontvankelijk worden verklaard wegens gebrek aan procesbelang. Dit is anders als een vreemdeling na die melding nog contact met zijn gemachtigde onderhoudt. In dat geval wordt in beginsel aangenomen dat hij nog wel prijs stelt op bescherming in Nederland. Het voorgaande volgt uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling), bijvoorbeeld de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.

Verweerder heeft op 26 maart 2026 aan de rechtbank laten weten dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. Vervolgens heeft de rechtbank aan de gemachtigde van eiser verzocht om aan te geven of hij nog contact onderhoudt met eiser. Op 2 april 2026 heeft de gemachtigde van eiser laten weten hij nog steeds contact onderhoudt met eiser. Hierdoor moet worden aangenomen dat eiser nog wel prijs stelt op bescherming in Nederland en dus procesbelang heeft bij zijn beroep. Eiser wordt daarom ontvankelijk geacht in zijn beroep.

5. De rechtbank stelt voorop dat bij toepassing van de Dublinverordening het uitgangspunt is dat verweerder mag uitgaan van het vermoeden dat lidstaten bij de behandeling van asielzoekers hun internationale verplichtingen zullen nakomen (het interstatelijk vertrouwensbeginsel). De Afdeling heeft meermaals geoordeeld dat ten aanzien van Roemenië van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden uitgegaan. Dit volgt onder meer uit de Afdelingsuitspraken van 27 december 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:4844), 8 januari 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:1176), 6 maart 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:912) 17 juli 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2938) en 22 juli 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2970). Dit vermoeden is weerlegbaar. Het is aan eiser om met concrete aanwijzingen aannemelijk te maken dat hij bij overdracht aan Roemenië, als gevolg van het niet nakomen van internationale verplichtingen door de Roemeense autoriteiten, een reëel risico loopt op een met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest strijdige behandeling. Dit kan eiser doen door landeninformatie en/of aan de hand van verklaringen over zijn eigen ervaringen. Van een schending van artikel 3 van het EVRM of artikel 4 van het Handvest zal, in geval eiser aannemelijk maakt dat er sprake is van tekortkomingen in het asiel- en opvangsysteem, eerst sprake zijn indien die tekortkomingen structureel zijn en een bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken (zie punt 91-93 van het arrest Jawo).

Naar het oordeel van de rechtbank is eiser niet in zijn bewijslast geslaagd. Eiser heeft ter ondersteuning verwezen naar het AIDA-rapport van augustus 2025. Het door eiser aangehaalde AIDA-rapport, update 2024 van augustus 2025, heeft de Afdeling weliswaar niet in haar beoordeling betrokken, maar dit rapport laat geen wezenlijk ander beeld zien. Uit het AIDA-rapport kan niet worden geconcludeerd dat eiser als Dublinclaimant, na overdracht aan Roemenië te maken zal krijgen met push-backs of daarmee vergelijkbare uitzettingen, waarbij er geen gelegenheid wordt gegeven om een asielprocedure te doorlopen. De rechtbank meent dat het rapport onvoldoende aanknopingspunten geeft om aan te nemen dat er sprake is van structurele tekortkomingen in het Roemeense asielsysteem. Het rapport beschrijft dat de gevallen van push-backs in 2024 laag zijn en zegt verder niets over de situatie van Dublinclaimanten. Aangezien eiser zelf niet eerder als Dublinclaimant is overgedragen aan Roemenië, kan hij hier zelf ook niet over verklaren. Het is dan ook niet aannemelijk dat eiser in een situatie terecht komt die strijdig is met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest als gevolg van push-backs.

Verder heeft eiser het rapport van ECRE aangehaald, waaruit volgens eiser blijkt dat er problemen zijn in het kader van het gebruik van juiste tolken, het hebben van rechtsbijstand en het beschermen van kwetsbare asielzoekers. De rechtbank ziet ook in dit rapport geen aanknopingspunten om anders te oordelen dan de Afdeling en neemt niet aan dat er sprake is van structurele tekortkomingen in het Roemeense asielsysteem. Dit geldt temeer nu eiser enkel in zijn algemeenheid heeft verwezen naar het rapport van ECRE zonder uit te leggen waarom op basis van de door eiser aangehaalde omstandigheden zou volgen dat er ten aanzien van Roemenië niet langer mag worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Niet is concreet gemaakt waarom de door eiser aangehaalde omstandigheden in zijn specifieke geval zullen leiden tot een schending van artikel 3 van het EVRM of artikel 4 van het Handvest. Ditzelfde geldt voor de niet onderbouwde stelling van eiser dat ook sprake is van structurele tekortkomingen in de Roemeense detentiecentra. Verder hebben de Roemeense autoriteiten middels het claimakkoord gegarandeerd het verzoek om internationale bescherming van eiser in behandeling te nemen met inachtneming van de internationale verplichtingen. Als eiser toch problemen ondervindt, mag van hem worden verwacht dat hij klaagt bij de Roemeense autoriteiten. Daarbij overweegt de rechtbank dat eiser de kwaliteit van de opvang en detentiecentra niet zelf heeft ervaren, nu hij in Roemenië daarin niet is geweest. Er is niet gebleken dat klagen bij de Roemeense autoriteiten voor eiser niet mogelijk zal zijn.

6. Verder volgt uit de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 30 november 2023 (ECLI:NL:EU:C:2023:934) en de uitspraak van de Afdeling van 12 juni 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2359) dat er in een Dublinprocedure geen ruimte is voor het toetsen van het risico op indirect refoulement als gevolg van het (verschil in) beschermingsbeleid dat geldt in de lidstaat waarnaar de vreemdeling wordt overgedragen. Ook materiële meningsverschillen tussen lidstaten over de vraag wanneer een vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming, zijn niet relevant bij de toetsing van een overdrachtsbesluit. Dit is anders wanneer niet langer uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Zoals hiervoor is overwogen, is verweerder ten aanzien van Roemenië terecht uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Voor zover eiser vreest voor (indirect) refoulement door het verschil in beschermingsbeleid in Roemenië, moet hij dat risico daar zelf melden en aantonen dat dat door systeemfouten niet mogelijk is.

7. De beroepsgronden slagen niet.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Hello, rechter, in aanwezigheid van mr. E.P.S. Wessels, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A. Hello

Griffier

  • mr. E.P.S. Wessels

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand