ECLI:NL:RBDHA:2026:1561

ECLI:NL:RBDHA:2026:1561

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 29-01-2026
Datum publicatie 30-01-2026
Zaaknummer NL26.951
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Dublin Finland. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.951

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. E. Ceylan),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. R van Dooren).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Eiser stelt van Turkse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1997.

Bij besluit van 2 mei 2024 heeft de minister de aanvraag niet in behandeling genomen omdat Finland verantwoordelijk is voor de aanvraag. Tegen dat besluit heeft eiser beroep ingesteld1. Bij tussenuitspraak van 6 augustus 2024 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Den Haag, het onderzoek heropend en de minister in de gelegenheid gesteld om binnen vier maanden te onderzoeken of overdracht van eiser aan Finland niet tot een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van zijn gezondheidstoestand leidt. Vervolgens heeft het BMA2 op 30 mei 2025 advies uitgebracht. Bij einduitspraak van 4 september 2025 heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard en het besluit van 2 mei 2024 vernietigd, omdat uit het BMA-advies niet bleek dat daadwerkelijk een fysieke overdracht aan Finland is onderzocht.

De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 6 januari 2026 opnieuw niet in behandeling genomen omdat Finland verantwoordelijk is voor de aanvraag.

De rechtbank heeft het beroep op 20 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.

1. Zaak NL24.20069.

2 Bureau Medische Advisering.

Beoordeling door de rechtbank

Uiterste overdrachtsdatum
Schending zorgvuldigheidsbeginsel en vergewisplicht (BMA-advies)

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Totstandkoming van het besluit

4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening (Dvo). Op grond van de Dvo neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.3 In dit geval heeft Nederland bij Finland een verzoek om terugname gedaan. Finland heeft dit verzoek aanvaard.

5. Eiser voert aan dat hij zes maanden na het claimakkoord van Finland van 1 februari 2024 overgedragen had moeten worden, dus uiterlijk op 1 augustus 2024. Inmiddels is bijna twee jaar verstreken en is eisers procedure in Nederland nog niet afgerond. Zowel de termijn van zes maanden als achttien maanden is nu verstreken. Eiser stelt dat er een nieuw claimakkoord had moeten komen.

6. De rechtbank oordeelt als volgt. Op 8 mei 2024 heeft eiser beroep ingesteld tegen het overdrachtsbesluit van 2 mei 2024 en daarbij een voorlopige voorziening gevraagd. De voorlopige voorziening werd op 25 juli 2024 toegewezen en daarmee werd de uiterste overdrachtsdatum geschorst. Op het moment dat einduitspraak werd gedaan op het beroep, op 4 september 2025, begon de overdrachtstermijn van zes maanden opnieuw te lopen. Daarmee ligt de uiterste overdrachtsdatum op 4 maart 2026. De beroepsgrond slaagt niet.

7. Eiser stelt dat het nieuwe BMA-advies van 31 december 2025 onvoldoende inzichtelijk en concludent is. Eerder werden door de minister aan het BMA de volgende twee vragen gesteld:

o Kunt u aangeven wat in de huidige situatie de te verwachten medische gevolgen zullen zijn bij uitblijven van de onder 2b. genoemde behandeling (therapie)?

o Zal, gelet op de huidige medische inzichten, het uitblijven van de onder 2b. genoemde behandeling (therapie) leiden tot een medische noodsituatie binnen een indicatieve termijn van drie tot zes maanden?

Deze twee vragen heeft de minister niet opnieuw aan het BMA gesteld. Eiser ziet niet in dat dit kan worden verklaard vanwege het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Finland. Er is geen wettelijke grondslag voor het achterwege laten van deze vragen. Verder is in het BMA-advies van 30 mei 2025 geconcludeerd dat een fysieke overdracht nodig is. In het nieuwe advies van 31 december 2025 is de conclusie echter dat eiser in staat is om te reizen en er geen aanwijzingen zijn dat enige medische voorziening nodig is. Maar bij beide adviezen is sprake van dezelfde aanhoudende klachten bij eiser, namelijk hartkloppingen, paniekaanvallen en slecht slapen. Dan is niet te verklaren waarom het BMA nu in het advies van 31 december 2025 concludeert dat geen fysieke overdracht nodig is. Eiser is een labiel persoon en heeft last van uitbarstingen. Hij is van mening dat zijn angst- en stemmingsklachten bij overdracht kunnen leiden tot een verhoogd zelfmoordrisico.

3 Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

8. De rechtbank oordeelt als volgt. In het BMA-advies van 30 mei 2025 werd er, ten onrechte, van uitgegaan dat eiser zou worden overgedragen aan Turkije. Om die reden zijn de twee vragen, genoemd in rechtsoverweging 7, in de vraagstelling opgenomen. Het nieuwe BMA-advies is gebaseerd op een overdracht aan Finland. Finland is een EU-lidstaat en daarom mag worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel4. Daarmee mag er dus op worden vertrouwd dat Finland passende medische zorg aan eiser kan bieden en dat hij te allen tijde toegang heeft tot medische hulp. Tegen die achtergrond is te verklaren dat de in rechtsoverweging 7. genoemde vragen niet aan het BMA zijn gesteld. Verder is van belang dat het nieuwe BMA-advies op de volgende medische stukken is gebaseerd:

- mail van het GGZ van 22 juli 2025,

- brief van [persoon1] en [persoon2] gezien door [persoon3] , psychiater [persoon4] spoedeisende psychiatrie van 14 mei 2024,

- journaal regels van 10 juli 2024, december 2025, en

- [persoon5] , regiebehandelaar en psychotherapeut bij [instelling] d.d. 23 mei 2025.

Het feit dat de datering van deze stukken deels van na 30 mei 2025 is, de datum van het eerdere BMA-advies, brengt mee dat er sprake is van nieuwe medische informatie. De rechtbank is van oordeel dat de minister met het nieuwe BMA-advies voldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat eiser, zonder fysieke overdracht, overgedragen kan worden aan Finland. Daarbij wijst de rechtbank met name op de volgende passage in het advies:

Over betrokkene is eerder advies uitgebracht, namelijk op 30-05-2025. Inmiddels is betrokkene verder in het diagnostisch proces en lijken traumaklachten op de voorgrond te staan. Eerder werd een fysieke overdracht geadviseerd omdat betrokkene aangaf in Turkije zelfmoordpogingen te hebben gedaan en de overdracht naar Turkije zou zijn, dit bleek niet correct te zijn. Omdat de overdracht niet naar Turkije zal plaatsvinden, er in Nederland geen crisissituaties hebben voorgedaan en betrokkene geen medicatie gebruikt, acht ik een fysieke overdracht derhalve ook niet noodzakelijk.

De minister heeft naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan zijn vergewisplicht als bedoeld in het arrest C.K. De beroepsgrond slaagt niet.

Artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening

9. Eiser stelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij geen aanleiding heeft gezien om de asielaanvraag op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dvo aan zich te trekken. Hiertoe voert eiser aan dat hij onevenredig hard wordt getroffen door het overdrachtsbesluit. Er is sprake van een kwetsbare en medische situatie in zijn geval. Inmiddels heeft eiser een behandelrelatie opgebouwd met zijn behandelaar. Eiser stelt ook dat de minister zijn asielaanvraag aan zich had moeten trekken omdat de procedure inmiddels langer dan 21 maanden duurt. Hiermee wordt het nuttig effect van de Dublinprocedure ontnomen. Eiser verwijst verder naar het arrest Nunez5 van 28 juni 2011 waaruit volgens eiser volgt dat het treuzelen van de overheid niet aan eiser mag worden toegerekend.

4 Zie tussenuitspraak in de zaak NL24.20069, r.o. 10.

5 Arrest Nunez van 28 juni 2011 (nr. 55597/09) van het Europees Hof van de Rechten van de Mens.

10. Paragraaf C2/5.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) bepaalt dat de minister terughoudend gebruik maakt van de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming hier te lande te behandelen op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dvo, ook al is Nederland op grond van de in de verordening neergelegde criteria daartoe niet verplicht. De minister gebruikt de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming hier te lande te behandelen als er sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat de overdracht van onevenredige hardheid getuigt.

11. De rechtbank oordeelt dat de minister zich op het standpunt heeft mogen stellen dat hij de aanvraag niet onverplicht aan zich had hoeven trekken omdat geen sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat de overdracht aan Finland onevenredig hard is. Dit is eerder al geoordeeld in de tussenuitspraak van deze rechtbank van 6 augustus 20246. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten om daar nu anders over te oordelen. Voor zover het gaat om op de opgebouwde behandelrelatie met zijn behandelaar heeft eiser niet onderbouwd dat het beƫindigen van die relatie tot onomkeerbare gevolgen leidt. Wat betreft het tijdsverloop in eisers procedure oordeelt de rechtbank als volgt. Tussen de tussenuitspraak van 6 augustus 2024, waarbij de minister in de gelegenheid is gesteld om te onderzoeken of overdracht van eiser aan Finland tot een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van zijn gezondheidstoestand leidt, en het BMA-advies van 30 mei 2025, zit een aanzienlijk tijdsverloop. Het feit dat pas op 28 maart 2025 een toestemmingsformulier is ondertekend, maakt dat het lange tijdsverloop niet volledig voor rekening van de minister komt. Voor zover het pas op 28 maart 2025 ondertekenen van het toestemmingsformulier als oorzaak heeft dat eiser werd bijgestaan door een andere gemachtigde, betreft dat een omstandigheid die niet voor rekening komt van de minister. De minister mocht zich op het standpunt stellen dat enkel de lange duur van de procedure geen aanleiding vormt om de asielaanvraag van eiser aan zich te trekken. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van S.N. Lekatompessij, griffier.

6 Zie r.o.11.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 29 januari 2026

Mr. G.P. Loman S.N. Lekatompessij

Rechter Griffier

Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?