ECLI:NL:RBDHA:2026:15637

ECLI:NL:RBDHA:2026:15637

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 11-05-2026
Datum publicatie 11-06-2026
Zaaknummer C/09/701835 / JE RK 26-471
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Verlenging ondertoezichtstelling

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummer: C/09/701835 / JE RK 26-471

Datum uitspraak: 11 mei 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats].

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 20 maart 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:

[naam] namens de gecertificeerde instelling;

de moeder;

de vader.

2. De feiten

[minderjarige] is erkend door de vader.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

[minderjarige] woont bij de moeder.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 13 mei 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 13 mei 2026.

3. Het verzoek

De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Bij de start van de ondertoezichtstelling zat [minderjarige] op het kinderdagverblijf. Vanuit het kinderdagverblijf werden zorgen geuit over het gedrag van [minderjarige], waaronder zorgbepalend gedrag, het slaan van andere kinderen en het niet willen luisteren. [zorginstantie 1] heeft in 2025 geobserveerd bij het kinderdagverblijf en geadviseerd [minderjarige] aan te melden bij de [zorginstantie 2] voor onderzoek en bij een kinderfysiotherapeut gespecialiseerd in sensorische informatieverwerking. Beide ouders vonden de hulpverlening bij de [zorginstantie 2] te intensief. De vader heeft wel ingestemd met de aanmelding bij de kinderfysiotherapeut, maar de moeder stond hier niet voor open. Zij wilde eerst afwachten hoe [minderjarige] het zou doen op de basisschool. [minderjarige] is in november 2025 gestart op school. Hoewel ook de school zorgelijk gedrag ziet, is dit gedrag wel afgenomen ten opzichte van het kinderdagverblijf. Dat neemt niet weg dat [minderjarige] meer dan een gemiddeld kind boos en opstandig gedrag kan laten zien. [minderjarige] heeft al veel meegemaakt op zijn jonge leeftijd. De gecertificeerde instelling vindt het daarom belangrijk dat gekeken wordt waar het gedrag vandaan komt, omdat het gedrag mogelijk duidt op problemen in de hechting.

De gecertificeerde instelling is voornemens NIKA in te zetten voor beide ouders, zodat beide ouders inzicht krijgen in het gedrag van [minderjarige] en hun eigen handelen daarin. Op die manier krijgen de ouders de juiste handvatten om adequaat op [minderjarige] te reageren. De gecertificeerde instelling vindt het verder belangrijk dat het ouderschapsplan definitief wordt vastgesteld. Het is belangrijk dat er duidelijke afspraken liggen tussen de ouders, zodat onduidelijkheden en conflicten daarover in de toekomst voorkomen kunnen worden. Aangezien er nog de nodige stappen gezet moeten worden, vindt de gecertificeerde instelling het op dit moment te vroeg de hulpverlening over te dragen naar het vrijwillig kader.

4. De standpunten

De moeder heeft naar voren gebracht dat het moeizame gedrag al flink is verminderd sinds [minderjarige] naar de basisschool gaat. Dat neemt niet weg dat [minderjarige] af en toe buien heeft waarin hij moeite heeft met het reguleren van zijn emoties. De vraag is of daar iets aan ten grondslag ligt of dat het gedrag past bij zijn leeftijd. De moeder staat er wel voor open dat te laten onderzoeken.

De vader heeft naar voren gebracht dat de verstandhouding tussen de ouders erg verbeterd is. De overdrachtsmomenten verlopen goed en de ouders zijn zelfs samen naar de zitting gekomen. De vader is blij dat hij [minderjarige] volgens een vaste regeling ziet. De vader ziet niet heel zorgwekkend gedrag bij [minderjarige] als hij bij vader is. Wel merkt de vader dat [minderjarige] wat boos en opstandig kan zijn zodra hij moe is, maar het lukt de vader ook weer snel om [minderjarige] uit zo’n bui te halen. De vader erkent dat [minderjarige] al veel heeft meegemaakt in zijn jonge leven. Hij staat dan ook open voor diagnostiek en hulpverlening.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.

Daartoe overweegt de kinderrechter als volgt. De zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige] zijn op dit moment nog onvoldoende weggenomen. [minderjarige] heeft al veel meegemaakt in zijn jonge leven, waaronder de strijd tussen zijn beide ouders. Het is positief dat de vader en de moeder de onderlinge strijd hebben gestaakt en hard aan het werk zijn om op een constructieve manier samen te werken. Zij zijn bezig met het vaststellen van een ouderschapsplan, zodat onder andere duidelijk is wanneer [minderjarige] bij welke ouder is. Het is verder positief dat [minderjarige] een goede start heeft gemaakt op de basisschool. Nog steeds vertoont [minderjarige] zorgelijk gedrag, maar dit is wel verminderd ten opzichte van de zorgelijke signalen die werden gezien door het kinderdagverblijf.

Het is nog niet duidelijk waar het boze en opstandige gedrag van [minderjarige] vandaan komt, maar mogelijk is er sprake van een verstoorde hechting met (één van) de ouders. Het is belangrijk dat hier de komende tijd hulpverlening voor wordt ingezet. Naar het oordeel van de kinderrechter is de betrokkenheid van een jeugdbeschermer op dit moment nog noodzakelijk, om zicht te houden op de ontwikkeling van [minderjarige] en om de juiste hulpverlening voor [minderjarige] en de ouders in te zetten.

Gelet op de positieve ontwikkelingen ziet de kinderrechter wel aanleiding om de verzochte duur te bekorten tot zes maanden en het verzoek voor het overige aan te houden. Over zes maanden moet blijken of een langere ondertoezichtstelling van [minderjarige] noodzakelijk is of dat de hulpverlening – met een goed borgingsplan – naar het vrijwillig kader overgeheveld kan worden. De kinderrechter verzoekt de gecertificeerde instelling uiterlijk één week voorafgaand aan de nader te plannen zitting een schriftelijke update aan de rechtbank, de vader en de moeder te zenden. In de schriftelijke update moet in ieder geval worden opgenomen wat het standpunt van de gecertificeerde instelling is ten aanzien van het restant van het verzoek. Ook moet er in de schriftelijke update worden opgenomen hoe het met [minderjarige] gaat, welke hulpverlening is ingezet voor [minderjarige] én de ouders en waarom een overdracht naar het vrijwillig kader volgens de gecertificeerde instelling op dat moment wel of niet mogelijk is. Het staat de gecertificeerde instelling vrij al hetgeen de gecertificeerde instelling verder nog relevant acht op te nemen in de schriftelijke update.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 13 november 2026;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting, gelegen voor 13 november 2026;

gelast de griffier tegen voornoemde zitting op te roepen:

de gecertificeerde instelling;

de moeder;

de vader;

verzoekt de gecertificeerde instelling uiterlijk één week voorafgaand aan voornoemde zitting een schriftelijke update als bedoeld in r.o. 5.2. aan de rechtbank en de belanghebbenden te zenden.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2026 door

mr. J.C. van den Dries, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J.M. Dreef als griffier, en op schrift gesteld op 4 juni 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.M. Dreef als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand