ECLI:NL:RBDHA:2026:15639

ECLI:NL:RBDHA:2026:15639

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 11-05-2026
Datum publicatie 11-06-2026
Zaaknummer C/09/702934 / JE RK 26-582
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Afwijzing verlenging ondertoezichtstelling

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummer: C/09/702934 / JE RK 26-582

Datum uitspraak: 11 mei 2026

Beschikking van de kinderrechter

Afwijzing verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

over

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats], [geboorteland],

hierna te noemen: [minderjarige 1],

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2012 in [geboorteplaats], [geboorteland],

hierna te noemen: [minderjarige 2],

hierna tezamen ook te noemen: de kinderen.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats 1],

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats 2].

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 3 april 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:

[naam 1] en [naam 2] namens de gecertificeerde instelling;

de vader, ondersteund door een tolk.

De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

Het huwelijk van de vader en de moeder is door echtscheiding ontbonden.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over de kinderen.

De kinderen wonen bij de vader.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 30 oktober 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 17 mei 2026 en het verzoek voor het overige afgewezen.

3. Het verzoek

De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Het was de bedoeling om in de afgelopen periode een borgingsplan op te stellen, maar dit is niet gelukt vanwege het minimale contact dat er is geweest met het gezin. De vaste jeugdbeschermer is uitgevallen waardoor er vanuit de gecertificeerde instelling te weinig is gedaan. De gecertificeerde instelling heeft ter zitting naar voren gebracht dat er geen grote ontwikkelingsbedreiging wordt gezien bij de kinderen. Het gaat goed met de kinderen. Een verlenging van de ondertoezichtstelling zou enkel gericht zijn op het opstellen van een borgingsplan en om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om het contact tussen de kinderen en hun zusje [naam 3] uit te breiden. Laatstgenoemde zou echter ook opgepakt kunnen worden in het kader van de ondertoezichtstelling van [naam 3]. De gecertificeerde instelling heeft nog wel wat zorgen over de emotieregulatie van [minderjarige 1]. [minderjarige 1] staat echter niet open voor hulpverlening. Mocht dat in de toekomst veranderen, dan kan er hulpverlening in vrijwillig kader worden ingezet.

4. De standpunten

De vader ziet geen meerwaarde in een verlenging van de ondertoezichtstelling. De afgelopen periode is de gecertificeerde instelling al amper betrokken geweest bij het gezin en is er ook weinig contact geweest met de jeugdbeschermer.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat niet meer aan de voorwaarden voor verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Van een ernstige ontwikkelingsbedreiging die een ingrijpende maatregel als een ondertoezichtstelling rechtvaardigt, is immers geen sprake meer. Daartoe overweegt de kinderrechter als volgt.

De afgelopen periode heeft de gecertificeerde instelling weinig tot geen contact gehad met het gezin, omdat er geen jeugdbeschermer voor het gezin beschikbaar was. Hierdoor is er geen hulpverlening ingezet en is er ook geen borgingsplan opgesteld zodat de hulpverlening overgedragen kon worden naar het vrijwillig kader. Aangezien er nog altijd geen jeugdbeschermer beschikbaar is, is het zeer de vraag of de gecertificeerde instelling op korte termijn wel actief bij de kinderen betrokken zou zijn.

Positief is dat de gecertificeerde instelling ter zitting naar voren heeft gebracht dat er op dit moment geen zorgen meer zijn over de schoolgang van de kinderen en de opvoedsituatie bij de vader. Ook de kinderen hebben in het gesprek met de kinderrechter aangegeven dat het goed met hen gaat. Dat neemt niet weg dat er nog wel wat zorgen zijn over de kinderen. Zo geven de kinderen herhaaldelijk aan, ook tijdens het met de kinderen gevoerde kindgesprek, dat zij meer contact willen met hun zusje [naam 3].

Ter zitting heeft de gecertificeerde instelling toegelicht dat er nog wel sprake is van een ondertoezichtstelling van [naam 3] en dat de gecertificeerde instelling in dat kader kan inzetten op het uitbreiden van het contact. Daarvoor is een ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] niet nodig. Verder zou het wenselijk zijn dat [minderjarige 1] emotieregulatietraining zou volgen. [minderjarige 1] staat daar op dit moment echter niet open voor, terwijl intrinsieke motivatie om dergelijke hulpverlening aan te gaan wel vereist is. De verwachting is niet reëel dat er de komende maanden verandering gaat komen in de houding van [minderjarige 1]. Mocht zij daar in de toekomst anders over denken, dan kan die hulpverlening in vrijwillig kader worden ingezet. De kinderrechter vertrouwt erop dat de vader en de moeder dat zelf kunnen én zullen regelen. Gelet op het bovenstaande is de kinderrechter van oordeel dat niet aan de gronden van een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter zal het verzoek daarom afwijzen.

6. De beslissing

De kinderrechter:

wijst het verzoek af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2026 door

mr. J.C. van den Dries, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J.M. Dreef als griffier, en op schrift gesteld op 4 juni 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.M. Dreef als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand