RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.61749
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters),
en
Procesverloop
Bij besluit van 15 december 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder bepaald dat eisers asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen, omdat Duitsland hiervoor verantwoordelijk is.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb bevat het beroepschrift ten minste de gronden van het beroep. Dat zijn de punten waarop degene die beroep instelt het niet eens is met het bestreden besluit.
2. Als er geen gronden worden ingediend, kan de rechtbank op grond van artikel 6:6 van de Awb het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Dat houdt in dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld. De rechtbank moet dan wel eerst een mogelijkheid tot herstel bieden.
3. Het beroepschrift van eiser bevat geen gronden. Daarom heeft de rechtbank op 17 december 2025 aan eiser gevraagd om binnen vijf werkdagen na de dag van verzending van het bericht alsnog gronden in te dienen. Hierbij is meegedeeld dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard, indien de gronden niet binnen die termijn alsnog worden ingediend.
4. Eiser heeft binnen de door de rechtbank gestelde termijn geen gronden ingediend. Evenmin heeft hij na afloop van deze termijn beroepsgronden ingediend dan wel een reden gegeven waarom hij dit niet heeft gedaan.
5. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 29 januari 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.