[eiser], v-nummer [nummer], eiser
(gemachtigde: mr. Y.G.F.M. Coenders),
en
de minister van Asiel en Migratie .
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op de asielaanvraag. De minister heeft ondanks een uitdrukkelijk verzoek van de rechtbank geen verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.
Beoordeling door de rechtbank
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.
Is het beroep van eiser ontvankelijk?
3. Het beroep is niet-ontvankelijk. De aanvraag van eiser is in ontvangst genomen op 25 maart 2024. Op 4 oktober 2025 heeft hij de minister in gebreke gesteld, waarna hij op 26 oktober 2025 beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag.
4. Blijkens de door de minister overgelegde ‘Verklaring van vrijwillig vertrek’ van 28 november 2025 is eiser vrijwillig vertrokken uit Nederland. Uit deze verklaring blijkt tevens dat eiser ermee instemt openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel te beëindigen.
5. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat eiser geen procesbelang meer heeft bij zijn beroep wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Nu eiser heeft ingestemd met het intrekken van openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel, heeft hij ook geen belang bij een tijdige beslissing daarop.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas, rechter, in aanwezigheid van mr. D.J. Deitz, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.