ECLI:NL:RBDHA:2026:1629

ECLI:NL:RBDHA:2026:1629

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 23-01-2026
Datum publicatie 02-02-2026
Zaaknummer NL25.43623
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

VK - asiel, Sierra Leone, met contra-expertise (en aanvullingen) twijfel gerezen over juistheid eerdere taalanalyse TOELT, beroep gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.43623

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),

en

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. H.M.M. Van Dooren).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.

Eiser heeft op 29 maart 2024 een opvolgende aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 4 september 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 2 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, mr. E. Buijssen als waarnemer van de gemachtigde van eiser, I. Jallow als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het bestreden besluit

2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van eisers asielaanvraag. Zij doet dit aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

3. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Eerdere asielprocedure

4. Eiser stelt van Sierra Leoonse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2002. Hij heeft zijn eerste asielaanvraag in Nederland ingediend op 12 november 2017. Aan die aanvraag heeft hij ten grondslag gelegd dat hij problemen heeft met het Poro-genootschap en zijn familie. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 6 december 2019 afgewezen als kennelijk ongegrond. De minister achtte de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser niet geloofwaardig. De minister baseerde dit standpunt onder andere op de taalanalyse van TOELT van 15 november 2019, waarin is geconcludeerd dat eiser op grond van zijn gebrek aan een beheersing op moedertaalniveau van het Krio eenduidig niet te herleiden is tot de spraakgemeenschap binnen [locatie] (Sierra Leone). Dit besluit staat in rechte vast met de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, van 30 december 2019, NL19.30142.

Huidige asielprocedure

5. Eiser heeft op 29 maart 2024 een opvolgende aanvraag ingediend. Ter onderbouwing van zijn identiteit, nationaliteit en herkomst heeft eiser een nationaliteitsverklaring en een taalanalyse (hierna: contra-expertise) van 27 juni 2024 overgelegd. Eiser heeft ook medische rapporten en onderzoeken ingediend, waaruit onder andere blijkt dat hij PTSS en een zeer laag IQ heeft. Volgens eiser moet hier in deze procedure rekening mee gehouden worden en kan deze problematiek ook invloed hebben gehad op hoe hij in de vorige procedure heeft verklaard.

6. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

7. De minister stelt zich op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser nog altijd niet geloofwaardig is. Volgens de minister is de nationaliteitsverklaring op zichzelf niet voldoende om dit asielmotief te onderbouwen. De minister vindt dit – ondanks dat er een pasfoto op staat – geen identificerend document. Ook de contra-expertise maakt het asielmotief niet alsnog aannemelijk. Uit het weerwoord van TOELT van 16 juni 2025 blijkt namelijk dat de transcriptie bij de contra-expertise op enkele belangrijke punten niet correct is, zodat specifieke, van het Krio afwijkende kenmerken, in de spraak van eiser niet duidelijk gemaakt worden. Omdat eiser zijn asielaanvraag niet volledig heeft onderbouwd met objectieve documenten, heeft de minister verder getoetst aan de voorwaarden in artikel 31, zesde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

Volgens de minister vormen de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel (artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vw). De minister betrekt hierbij onder andere dat eiser zeer wisselend heeft verklaard over het al dan niet (goed) spreken van de Engelse, Krio en Temne taal. Verder heeft eiser bij de ambassade foutieve informatie ingevuld op het aanvraagformulier (voor zijn nationaliteitsverklaring). Hij heeft namelijk de geboorteplaats [geboorteplaats 1] opgegeven, in plaats van [geboorteplaats 2] . Ook heeft hij geen adres en paspoortnummer ingevuld. De minister kan volgen dat eiser, gelet op zijn lage begripsniveau, de vraag verkeerd heeft begrepen, maar hieruit blijkt wel dat de ambassade is uitgegaan van foutieve en onvolledige informatie (en geen nader onderzoek heeft gedaan). Verder hecht de minister er geen waarde aan dat de ambassade herkomstvragen heeft gesteld. Het interview duurde namelijk niet langer dan tien minuten en eiser heeft daar hetzelfde verteld als bij de IND in de vorige procedure. Uit de informatie van ASKV blijkt ook niet dat onderzoek is gedaan. Daarnaast vindt de minister het opmerkelijk dat eiser in de vorige procedure heeft verklaard dat hij geen Temne spreekt en in deze procedure verklaart dat hij thuis Temne sprak. Eiser geeft hiervoor als verklaring dat hij bang was dat de IND zou verwachten dat hij vloeiend Temne zou spreken indien hij zou zeggen dat hij de Temne taal sprak. Ondanks het lage begripsniveau van eiser vindt de minister het opmerkelijk dat eiser slechts basale zinnetjes kan reproduceren in het Temne. De minister hecht daarom ook geen waarde aan eisers verklaring dat de ambassade zijn nationaliteit heeft gevolgd op basis van zijn kennis van het Krio en Temne.

Volgens de minister heeft eiser ook onvoldoende documenten gegeven, en heeft hij daarvoor geen goede verklaring (artikel 31, zesde lid, aanhef en onder b, van de Vw). De minister stelt daarbij voorop dat de verklaringen van eiser over zijn woonomgeving niet voldoende overtuigend zijn. De minister verwacht – ondanks de jonge leeftijd en het lage IQ van eiser – van hem dat hij meer kon verklaren over de omgeving waar hij 14 jaar heeft gewoond. Er is niet gebleken dat eiser zich oprecht heeft ingespannen om zijn verklaringen over zijn woonomgeving (alsnog) te onderbouwen. Eiser verklaart namelijk er nooit aan gedacht te hebben om ervoor te zorgen dat de straat waar hij woonde ( [adres] ) wel gevonden kan worden. Ook heeft hij er nooit aan gedacht om een paspoort of geboorteakte aan te vragen. De minister werpt dit tegen omdat eiser wel in staat was om asiel aan te vragen en hulp van zijn omgeving (ASKV en/of zijn gemachtigde) had kunnen inroepen om documenten te verkrijgen.

8. Nu de identiteit, nationaliteit en herkomst niet geloofwaardig is, hoeft volgens de minister het tweede asielmotief (de problemen met het Poro-genootschap en eisers familie) niet beoordeeld te worden op geloofwaardigheid. Dat is namelijk niet de werkwijze van de IND. Uitgangspunt is dat asielmotieven enkel betekenis hebben tegen de achtergrond van de identiteit en nationaliteit.

Identiteit, nationaliteit en herkomst

9. De rechtbank oordeelt dat de minister niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser ongeloofwaardig is. Hoewel de minister de nationaliteitsverklaring op zichzelf onvoldoende onderbouwing mocht vinden, heeft eiser wel samenhangend en aannemelijk verklaard over de verkrijging hiervan. Verder heeft eiser een contra-expertise ingediend, waarin onder meer is geconcludeerd dat zijn spraak eenduidig te herleiden is tot [locatie] , Sierra Leone. Hierdoor is twijfel gerezen over de juistheid van de taalanalyse van TOELT. De minister heeft deze twijfel niet weggenomen, en mocht daarom de taalanalyse van TOELT niet ten grondslag leggen aan zijn standpunt dat het asielmotief ongeloofwaardig is. De rechtbank licht dat hieronder toe, en zal daarbij ingaan op de beroepsgronden van eiser.

Nationaliteitsverklaring: bewijswaarde en verklaringen over verkrijging

10. De rechtbank volgt de minister in zijn standpunt dat de nationaliteitsverklaring onvoldoende is om de identiteit, nationaliteit en herkomst volledig te onderbouwen. De minister heeft op de zitting terecht gewezen op de uitspraak van de Afdeling van 4 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5014, r.o. 10.2. Daarin heeft de Afdeling overwogen dat er, gegeven de met meer waarborgen omgeven procedure tot afgifte daarvan, aan een paspoort een grotere bewijswaarde moet worden gehecht dan aan de door de ambassade afgegeven verklaringen. De rechtsvoorganger van de minister heeft daarom niet ten onrechte de verklaringen van de ambassade op zichzelf genomen onvoldoende geacht voor het bewijs van de nationaliteit. Verder kan de rechtbank volgen dat uit de verklaringen van eiser onvoldoende blijkt dat er door de ambassade zorgvuldig onderzoek is gedaan. De minister mocht hierbij betrekken dat eiser het aanvraagformulier onjuist en onvolledig heeft ingevuld. Dit betekent echter niet dat het asielmotief van eiser ongeloofwaardig is. De minister erkent immers in het bestreden besluit dat eiser de echt bevonden nationaliteitsverklaring via de weg en werkwijze die is beschreven in het AAB heeft aangevraagd en verkregen. Ook werpt de minister, gelet op het lage begripsniveau van eiser, niet tegen dat hij het aanvraagformulier onjuist en onvolledig heeft ingevuld.

Contra-expertise: beheersing Krio en Temne en kennis woonomgeving

11. Over de contra-expertise overweegt de rechtbank als volgt. De minister heeft zich in de vorige procedure gebaseerd op een taalanalyse van TOELT van 15 november 2019, waarin is geconcludeerd dat eiser op grond van zijn gebrek aan een beheersing op moedertaalniveau van het Krio eenduidig niet te herleiden is tot de spraakgemeenschap binnen [locatie] (Sierra Leone). In de taalanalyse is ook betrokken dat eiser toen aangaf in het geheel geen Temne te spreken. De minister houdt daar ook in deze procedure aan vast en verwijst daartoe naar het weerwoord van TOELT van 16 juni 2025 (in reactie op de contra-expertise) en 2 september 2025 (in reactie op de zienswijze). Eiser heeft in de beroepsfase een reactie van de contra-experts op het weerwoord van TOELT van 16 juni 2025 overgelegd. De minister heeft deze reactie daarna niet meer voorgelegd aan TOELT. Op de zitting heeft de minister daarover opgemerkt dat de reactie van de contra-experts laat is ingediend en dat beide partijen hun hakken in het zand zetten. Ook heeft de minister op de zitting voor het eerst gesteld dat geen sprake is geweest van een deugdelijke contra-expertise, omdat de contra-experts onvoldoende hebben gereageerd op de taalanalyse van TOELT van 15 november 2019. Alleen daarom al vindt de minister dat hij voorbij mag gaan aan de contra-expertise en de reactie van de contra-experts op het weerwoord van TOELT.

12. Uit de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) blijkt dat de vreemdeling concrete aanknopingspunten voor twijfel aan een taalanalyse van TOELT (wat geldt als een deskundigenadvies) naar voren kan brengen. Als een contra-expertise zorgvuldig, inzichtelijk en concludent is en de uitkomst tegengesteld is aan die van de taalanalyse, doet deze expertise daaraan afbreuk, in die zin dat uit deze expertise kan worden afgeleid dat een zorgvuldig tot stand gekomen, inzichtelijke en concludente taalanalyse evenzeer als uitkomst kan hebben dat de gestelde herkomst wordt bevestigd. De minister kan dan, ter motivering van zijn standpunt dat het asielrelaas van de vreemdeling niet geloofwaardig is, niet naar de taalanalyse verwijzen. Als er door de vreemdeling twijfel is gezaaid, kan een weerwoord van TOELT deze twijfel wel weer wegnemen.1

13. De rechtbank volgt de minister niet in zijn standpunt op de zitting dat geen sprake is van een deugdelijke contra-expertise omdat daarin in het geheel niet is gereageerd op de taalanalyse en er niets terugkomt over grammatica, woordgebruik en zinsopbouw. In de contra-expertise van 27 juni 2024 is betrokken dat eiser een ‘r’-klank gebruikt, die uniek is voor het [locatie] Krio. Vervolgens is met voorbeelden uitgelegd dat alles aan de syntax (zinsopbouw) en woordkeuze van eiser typisch is voor het Krio. Ook is ingegaan op de geografische kennis van eiser. De contra-experts concluderen dat de spraak en antwoorden van eiser aanwijzen dat hij Sierra Leoons is en is opgegroeid in [locatie] . Voor zover dit onvoldoende compleet zou zijn en sprake zou zijn van een onzorgvuldige transcriptie, hebben de contra-experts in de reactie van 25 november 2025 toegelicht dat op de punten 5:45, 6:46 en 11:15 lek inderdaad als layk had moeten worden getranscribeerd, maar dat TOELT op andere punten ten onrechte stelt dat het transcript onjuist is. Verder hebben de contra-experts erop gewezen dat TOELT miskent dat eiser de ‘r’-klank gebruikt die uniek is voor [locatie] . Geen enkele andere creooltaal of vorm van Engels die in West-Afrika wordt gesproken, heeft dezelfde ‘r’-klank. Ook miskent TOELT dat de variatie van eiser in het gebruik van layk/lek en taym/tem normaal is in het Krio, en dat ook de woorden street en friend gezien worden als Krio varianten. De contra-experts wijzen daartoe op het woordenboek van Fyle & Jones (1980). Er is ook geen bewijs dat alles wat op het Engels lijkt, geen Krio is. Er is namelijk een aanzienlijke overlap. Verder kon de geografische kennis van eiser worden geverifieerd, met uitzondering van [adres] , waarvoor een verklaring kan zijn. Naar het oordeel van de rechtbank is hiermee sprake voldoende concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de taalanalyse van TOELT. De contra-experts hebben een beoordeling gemaakt van de zinsopbouw, woordkeuze en geografische kennis van eiser en zijn op basis daarvan tot een tegengestelde conclusie gekomen dan TOELT. Daarnaast is het weerwoord van TOELT door de contra-experts gemotiveerd weerlegd, waar vervolgens geen reactie van TOELT meer op is gekomen. Wat betreft eisers stelling dat tolken hebben bevestigd dat hij uitstekend Krio spreekt heeft de gemachtigde van eiser op de zitting erkend dat dit niet is onderbouwd. De gemachtigde van eiser heeft daarnaast echter ook gewezen op eisers lage IQ, waarvan – blijkens de besluitvorming – ook de minister uitgaat. In de besluitvorming is op het punt van eisers taalgebruik en spraak niet inzichtelijk gemaakt welke waarde er wordt toegekend aan deze persoonlijke omstandigheid. Bij deze stand van zaken is de gerezen twijfel niet weggenomen en kon de minister niet uitgaan van de taalanalyse van TOELT van 15 november 2019. De minister kon deze taalanalyse daarom niet ten grondslag leggen aan zijn standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser ongeloofwaardig is.

1. Vergelijk de uitspraken van de Afdeling van 22 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:197, r.o. 2.3, van 22 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1753, r.o. 4.1 en van 12 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:104

r.o. 3.2.

Gelet op het voorgaande heeft de minister ook onvoldoende uitgelegd waarom hij verwacht dat eiser meer Temne spreekt. De contra-expert heeft de kennis van eiser van het Temne immers wel voldoende geacht. Deze kennis is door TOELT niet beoordeeld, omdat eiser in de vorige procedure heeft aangegeven dat hij geen Temne spreekt. De minister heeft op de zitting erkend dat eiser misschien moeite had met begrijpen en te overzien wat het zeggen dat hij geen Temne spreekt voor gevolgen zou hebben. Verder heeft eiser naar voren gebracht dat hij het Temne wel kan begrijpen, maar niet goed kan spreken en waaraan dit ligt. Eiser heeft toegelicht dat in het dorp door zijn familie Temne werd gesproken, maar dat hij op jonge leeftijd naar de stad is verhuisd waar voornamelijk Krio werd gesproken. De minister volgt dit niet, maar heeft zijn aannames dat eiser meer Temne moet kunnen spreken omdat hij 14 jaar bij zijn ouders en zus heeft gewoond die de taal wel spraken (en de taal dus veel gehoord heeft), niet onderbouwd. Dat eiser na zeven jaar in Nederland redelijk Nederlands spreekt is naar het oordeel van de rechtbank ook geen afdoende onderbouwing van die stelling, alleen al omdat niet duidelijk is in welke mate eiser Nederlands spreekt.

Het voorgaande betekent ook dat het standpunt van de minister over eisers geografische kennis ondeugdelijk is gemotiveerd. De minister werpt aan eiser tegen dat van hem meer kennis van zijn woonomgeving verwacht mag worden. In de taalanalyse van TOELT van 15 november 2019 is opgemerkt dat veel van de informatie die eiser gaf niet correct was en dat hij belangrijke plaatsen en straten niet kon noemen. In de contra-expertise van 27 juni 2024 is echter uitgebreid, aan de hand van vijf kaarten, toegelicht dat alle plaatsen die eiser tijdens het interview noemde teruggevonden konden worden. Dat geldt niet voor [adres] , maar eiser beschreef het als verder in het bergachtige gebied gelegen en veel van de kleinere straten zijn niet begaanbaar met de auto (zoals te zien is op kaart 2) en komen daarom niet voor op online kaarten. In het weerwoord van 16 juni 2025 erkent TOELT dat eiser op de opname veel plaatsen en straten noemde, maar volgens de taalanalist was de informatie die eiser tijdens het interview (destijds) noemde niet gedetailleerd en niet allemaal correct. TOELT verwijst daarbij terug naar de taalanalyse van 15 november 2019, onder 3.2. Daar is opgemerkt dat veel van de informatie die eiser gaf niet correct was en dat hij een aantal belangrijke straten en plaatsen niet kon noemen. TOELT stelt ook dat het opmerkelijk is dat [adres] niet kan worden teruggevonden en dat veel meer uitgebreide en correcte kennis verwacht mag worden van iemand die 14 jaar in [locatie] heeft verbleven. Hier is vervolgens weer uitgebreid op gereageerd door de contra-experts in hun reactie van 25 november 2025. De contra-expert is gereisd naar het gebied waar eiser woonde. Dat hij [adres] niet kon vinden, heeft hem er niet van overtuigd dat eiser niet Sierra Leoons is. Integendeel, eiser beschreef [adres] als een kleine straat in de heuvelachtigste gebieden en de contra-expert kon niet al die gebieden te voet verkennen.

Ook zijn op alle openbaar beschikbare kaarten kleine straten in deze gebieden aangegeven, maar die zijn niet gelabeld. Verder waren er veel plaatsen die de contra-expert persoonlijk kent en die ze konden identificeren op kaarten en in de AAA-reisvideo, die onafhankelijke verificatie bieden. De oorspronkelijke taalanalist suggereerde dat eiser geen gedetailleerde en correcte antwoorden gaf, maar er worden geen details gegeven. Ondanks het hersenletsel en trauma van eiser konden ze de plaatsen die hij noemde verifiëren, evenals de relatie tussen die plaatsen in Sierra Leone, [locatie] en het oostelijke uiteinde van het [locatie] . Deze reactie van de contra-experts is niet meer voorgelegd aan TOELT en in het eerdere weerwoord heeft TOELT enkel verwezen naar de eerdere taalanalyse. In die taalanalyse is geen uitgebreide analyse gemaakt van de geografische kennis van eiser. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister daarom onvoldoende inzichtelijk gemaakt waarom hij verwacht dat eiser, ondanks – zoals ook door de minister aangenomen – zijn destijds jonge leeftijd en lagere IQ, meer kennis heeft van zijn woonomgeving. Evenmin blijkt uit het rapport van de taalanalyse waarom en in hoeverre de vermeende afwezigheid van uitgebreide informatie over het herkomstgebied relevant is voor de conclusie dat eiser niet herleidbaar is tot de spraakgemeenschap binnen [locatie] , Sierra Leone. Gelet op de toelichting van de contra-expert over waarom [adres] mogelijk niet vindbaar is op kaarten, waar TOELT niet inhoudelijk op is ingegaan, volgt de rechtbank ook niet dat eiser ervoor had moeten zorgen dat de straat gevonden kon worden. Dat eiser in staat is gebleken een asielaanvraag in te dienen en een opvolgende aanvraag heeft ingediend met ondersteuning van zijn gemachtigde en ASKV doet hier – gelet op hetgeen hiervoor is overwogen – niet aan af.

Conclusie en gevolgen

14. De minister heeft niet deugdelijk gemotiveerd dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser ongeloofwaardig is. Het beroep is daarom reeds gegrond en de overige beroepsgronden behoeven daarom geen bespreking.

15. De minister heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten. Ook draagt de rechtbank niet aan de minister op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit omdat dit volgens de rechtbank geen doelmatige en efficiënte manier is om de zaak af te doen.

De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor tien weken.

Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

23 januari 2026

Documentcode: [Documentcode]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A. Skerka

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?