ECLI:NL:RBDHA:2026:170

ECLI:NL:RBDHA:2026:170, Rechtbank Den Haag, 06-01-2026, NL25.22685 en NL25.22686

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 06-01-2026
Datum publicatie 20-01-2026
Zaaknummer NL25.22685 en NL25.22686
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Afwijzing van een wijzigingsaanvraag voor een verblijfsvergunning op niet-tijdelijke humanitaire gronden; bijzondere individuele omstandigheden; privéleven zoals bedoeld in artikel 8 van het EVRM; het beroep is ongegrond en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

[eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres/verzoekster (hierna: eiseres)

(gemachtigde: mr. M.A.M. Karsten),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter haar verzoek om een voorlopige voorziening.

Verweerder heeft de aanvraag met het besluit van 3 mei 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 28 april 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

De rechtbank heeft het beroep op 4 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en I. Zyad als tolk. Verweerder heeft vooraf laten weten dat hij niet zou deelnemen aan de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Wat is het oordeel van de rechtbank?

Waar gaat deze zaak over?

2. Eiseres heeft de Marokkaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1989. Zij is eerder in het bezit geweest van een verblijfsvergunning. Dat was voor verblijf bij haar ex-partner. Deze vergunning is met terugwerkende kracht ingetrokken, omdat de relatie tussen eiseres en haar ex-partner is verbroken. Eiseres heeft op basis van die vergunning rechtmatig verblijf gehad van 31 december 2019 tot 24 februari 2023. De intrekking is eerder al definitief geworden, omdat het beroep van eiseres tegen die intrekking ongegrond is verklaard door de rechtbank. Eiseres heeft tijdens de intrekkingsprocedure een aanvraag ingediend om het doel van haar verblijfsvergunning te wijzigen naar “niet-tijdelijke humanitaire gronden”. Daar gaat deze zaak over. De wijzigingsaanvraag is afgewezen door verweerder, omdat eiseres niet vijf jaar lang rechtmatig verblijf heeft gehad met haar vorige verblijfsvergunning. Dat is wel een van de voorwaarden. Ook voldoet eiseres niet aan een andere voorwaarde, namelijk het inburgeringsvereiste. Verder vindt verweerder niet dat er vanwege bijzondere individuele omstandigheden sprake is van klemmende redenen van humanitaire aard waardoor hij de aanvraag van eiseres toch zou moet inwilligen. Tot slot vindt verweerder dat afwijzing van de aanvraag niet in strijd is met het recht van eiseres om haar privéleven in Nederland uit te oefenen. De belangenafweging in dat kader valt in haar nadeel uit.

Wat vindt eiseres in beroep?

3. Eiseres betoogt dat door haar bijzondere individuele omstandigheden wel degelijk sprake is van klemmende redenen van humanitaire aard. Er is onvoldoende rekening gehouden met haar persoonlijke omstandigheden. Zo zal zij onder meer als gescheiden en alleenstaande vrouw problemen ondervinden als zij terug moet keren naar Marokko. Eiseres voert verder aan dat het bestreden besluit in strijd is met het recht om haar privéleven uit te oefenen. Gelet op de belangen van eiseres, met name vanwege de impact van de relatiebreuk en de echtscheidingsprocedure op haar leven, had de belangenafweging in haar voordeel moeten uitvallen.

4. De rechtbank stelt voorop dat partijen het erover eens zijn dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden van vijf jaar rechtmatig verblijf en het inburgeringsvereiste. Kort gezegd zijn er twee punten waar partijen het niet over eens zijn. Allereerst gaat het om de vraag of er door bijzondere individuele omstandigheden klemmende redenen van humanitaire aard zijn die tot inwilliging moeten leiden. Ten tweede is tussen partijen in geschil of de afwijzing van de aanvraag in strijd is met het recht op privéleven. De rechtbank gaat hieronder op die twee punten in.

Bijzondere individuele omstandigheden

De rechtbank is van oordeel dat verweerder alle relevante individuele omstandigheden van eiseres heeft betrokken en dat hij tot de conclusie heeft mogen komen dat deze onvoldoende zijn om te spreken van klemmende redenen van humanitaire aard. Zo heeft verweerder onder meer betrokken dat eiseres voor medische problemen is behandeld, dat zij bang is om als gescheiden vrouw in Marokko niet geaccepteerd te worden en dat eiseres stelt door niemand te kunnen worden opgevangen bij terugkeer. Verweerder heeft zich echter op het standpunt mogen stellen dat eiseres deze omstandigheden onvoldoende heeft onderbouwd. Zo heeft eiseres niet met stukken onderbouwd dat zij geen medische hulp zou kunnen krijgen in Marokko. Ook heeft zij nagelaten concreet te maken waarom zij zich bij terugkeer niet zou kunnen redden. Verweerder heeft daarbij van belang mogen vinden dat eiseres in 2023 nog zelfstandig in Marokko is geweest om haar zus te bezoeken. Ook heeft verweerder erop mogen wijzen dat eiseres tot december 2019 heeft gewerkt en gewoond in Marokko en dat niet valt in te zien waarom dat nu bij terugkeer onmogelijk zou zijn. Gelet op het voorgaande slaagt deze beroepsgrond van eiseres niet. Het medische dossier dat eiseres in beroep nog heeft overgelegd, leidt niet tot een ander oordeel.

Nu verweerder alle gestelde bijzondere individuele omstandigheden heeft betrokken en hierin geen aanleiding heeft hoeven zien om tot inwilliging over te gaan, kan ook het beroep op artikel 4:84 van de Awb niet slagen.

Privéleven

De rechtbank is verder van oordeel dat van strijdigheid met artikel 8 van het EVRM geen sprake is. Verweerder heeft in zijn belangenafweging alle relevante feiten en omstandigheden betrokken en heeft voldoende uitgelegd waarom de afweging in het nadeel van eiseres is uitgevallen. De enkele stelling in beroep dat eiseres een sterke binding met Nederland heeft en hier een sociaal netwerk heeft, maakt het oordeel niet anders. Los van het feit dat eiseres dit verder niet heeft onderbouwd, heeft verweerder in de besluitvorming al uitgelegd waarom hij ervan uitgaat dat eiseres nog sterke banden met Marokko heeft. Tijdens de zitting heeft eiseres bovendien verklaard dat zij op dit moment geïsoleerd is, weinig contacten heeft, geen werk heeft en bijna altijd alleen is.

Tijdens de zitting heeft eiseres verder betoogd dat voor de vraag of sprake is van een schending van artikel 8 van het EVRM gekeken moet worden naar de impact die de afwijzing heeft op haar als individu. Daarbij wijst eiseres erop dat in de huidige tijd andere elementen relevant zijn dan toen artikel 8 van het EVRM in het leven werd geroepen.

Dit betoog van eiseres slaagt niet. Zoals de rechtbank onder 4.3. heeft overwogen, heeft verweerder alle relevante feiten en omstandigheden betrokken bij zijn belangenafweging. Bij het afwegen van de belangen van eiseres tegenover de belangen van de Nederlandse staat wordt (al dan niet impliciet) rekening gehouden met de impact die een eventuele afwijzing op haar zou hebben. Zo wordt er onder meer gekeken naar het leven dat eiseres hier heeft en de banden die zij nog met Marokko heeft en op basis daarvan geconcludeerd of afwijzing van de aanvraag al dan niet in strijd is met artikel 8 van het EVRM. Het feit dat eiseres met hele andere verwachtingen naar Nederland is gekomen en veel negatieve gevolgen heeft ervaren door de echtscheiding maakt niet dat verweerder de belangenafweging in het voordeel van eiseres had moeten laten uitvallen. Dat artikel 8 van het EVRM een lange tijd geleden in het leven is geroepen, maakt het voorgaande verder niet anders. De rechtbank wijst daarbij ook op het feit dat het EHRM regelmatig uitspraak doet over artikel 8 van het EVRM en dit artikel dus interpreteert en toepast in de huidige tijd en zich daarbij rekenschap geeft van de bestaande maatschappelijke verhoudingen en opvattingen.

Reëel risico op ernstige schade

De rechtbank is tot slot van oordeel dat niet is gebleken van gronden om aan te nemen dat eiseres bij terugkeer naar Marokko een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. Eiseres heeft tijdens de zitting aangegeven dat zij niet vreest dat mensen haar iets zullen aandoen, maar dat zij zich bij terugkeer niet staande kan houden vanwege haar psychische situatie. Het is invoelbaar dat eiseres het moeilijk heeft gelet op haar situatie, maar deze stelling is onvoldoende om te spreken van een situatie die in strijd is of komt met artikel 3 van het EVRM.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de wijzigingsaanvraag in stand blijft en dat er een vertrekplicht rust op eiseres.

6. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt buiten zitting afgedaan en niet-ontvankelijk verklaard, nu er uitspraak is gedaan op het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit.

7. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. J.F.A. Bleichrodt, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.F.A. Bleichrodt

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?