ECLI:NL:RBDHA:2026:1713

ECLI:NL:RBDHA:2026:1713

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 30-01-2026
Datum publicatie 02-02-2026
Zaaknummer 25/1978
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

De geboden brede ondersteuning op grond van de WHT is terecht beëindigd.

Uitspraak

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag, verweerder

(gemachtigden: mr. drs. T.D. Schreiner-van der Laan en N. Tap).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het beëindigen van de brede ondersteuning die door verweerder aan eiser werd geboden op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).

Verweerder heeft met het primaire besluit van 15 april 2024 de brede ondersteuning van eiser beëindigd. Met het bestreden besluit van 27 januari 2025 is verweerder bij dat besluit gebleven.

De rechtbank heeft het beroep op 27 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigden van verweerder.

Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank op 27 december 2025 een brief van eiser ontvangen. De rechtbank heeft hierin geen aanleiding gezien om het onderzoek te heropenen. Bij de beoordeling van het geschil is dit stuk dan ook buiten beschouwing gelaten.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

2. Eiser is aangemerkt als gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft zich bij verweerder gemeld om ondersteuning te krijgen bij het maken van een nieuwe start.

Op 18 oktober 2021 is het plan van aanpak opgesteld, waarin is aangegeven welke hulp eiser krijgt en aan welke doelen er wordt gewerkt om het leven weer op de rit te krijgen.

3. Eiser is in de periode vanaf het eerste gesprek met verweerder op 9 april 2021 tot en met 9 januari 2024 op diverse momenten in aanmerking gebracht voor brede ondersteuning in de vorm van een maatwerkbudget. De steun die eiser in dat kader heeft ontvangen bestaat uit het betalen van de toen ontstane achterstanden bij de energieleverancier en de huurachterstanden tot een bedrag van in totaal € 7.363,70 en het toekennen van een maatwerkbudget van in totaal € 9.832 voor de aanschaf van vijf fietsen, een bed, een vloer, een tweepersoonskledingkast, drie tweepersoonsbedden, drie tweepersoonsmatrassen en twee laptops.

4. Op 9 februari 2024 heeft eiser een nieuwe aanvraag maatwerkbudget ingediend voor een bankstel, een wasmachine, een droger, een computer/laptop, een oven, een magnetron, een vaatwasser, zes eetstoelen, een eettafel, vier bureaus, een stofzuiger, matrasbeschermers, de ouderbijdrage schoolgaande kinderen en een opleiding aan de Vrije Universiteit (VU).

5. Verweerder heeft in het primaire besluit de brede ondersteuning van eiser beëindigd. De aanvraag maatwerkbudget van 9 februari 2024 is daarbij afgewezen op de grond dat verdere ondersteuning via het maatwerkbudget in de situatie van eiser geen structurele oplossing biedt en niet langer bijdraagt aan het doel van een nieuwe start.

6. Bij brief van 15 juli 2024 gaat eiser in bezwaar tegen het beëindigen van de brede ondersteuning. In dezelfde brief dient eiser opnieuw een aanvraag maatwerkbudget in, ditmaal voor zijn advocaatkosten, een nieuwe huurachterstand en diverse schulden bij de zorgverzekering, de energieleverancier en andere crediteuren.

7. In het bestreden besluit is het bezwaar van eiser tegen het beëindigen van de brede ondersteuning ongegrond verklaard. In hetzelfde besluit is de aanvraag maatwerkbudget van 15 juli 2024 afgewezen.

Wat vindt eiser in beroep?

8. Eiser is het niet eens met het beëindigen van de brede ondersteuning. Eiser heeft schulden, woont nog steeds in een te kleine woning en vindt dat de brede ondersteuning gecontinueerd moet worden totdat sprake is van volledig herstel. Het plan van aanpak is niet met hem besproken, weerspiegelt onvoldoende de daadwerkelijke behoefte van het gezin en er zijn geen afspraken gemaakt met betrekking tot de medische situatie van het gezin. Verder vindt eiser dat sprake is van strijd met het motiveringsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en de redelijkheid en billijkheid. Ter ondersteuning van zijn standpunt verwijst eiser naar Kamerstukken, uitspraken van de rechtbank Den Haag en een artikel van Defence for Children.

Wat vindt verweerder in beroep?

9. Verweerder stelt dat de brede ondersteuning van eiser is afgerond en dat zijn dossier is gesloten. Er zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden gebleken waardoor ondersteuning weer ingezet dient te worden. Verweerder heeft vele gesprekken gevoerd met eiser en heeft op zorgvuldige wijze onderzoek verricht naar eisers behoeften. Eiser is op vele manieren geholpen, de niet gehonoreerde maatwerkbudget-aanvragen zijn gemotiveerd afgewezen

en er zijn afspraken gemaakt over het sluiten van het dossier. De geboden ondersteuning was bedoeld om eiser een duwtje in de rug te geven richting zelfredzaamheid en financiële stabiliteit, zodat hij uiteindelijk weer op eigen kracht verder kon. Met de reeds toegekende voorzieningen is verweerder al verder is gegaan dan het uitgangspunt “het maken van een nieuwe start/het leven weer op de rit krijgen”. Verweerder benadrukt dat de brede ondersteuning niet beschouwd moet worden als een vorm van permanente inkomensondersteuning. Van schending van het evenredigheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel is geen sprake.

Ontvankelijkheid beroep

10. De rechtbank beoordeelt ambtshalve of eiser ontvankelijk is in zijn beroep.

Er is sprake van een termijnoverschrijding omdat eiser één dag te laat beroep heeft ingesteld. Eiser heeft in een emailbericht van 22 maart 2025 uitgelegd dat hij het beroepschrift vanwege medische omstandigheden te laat heeft ingediend. De door eiser aangevoerde medische omstandigheden leiden de rechtbank tot het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Daar komt bij dat eiser niet beschikt over beroepsmatige bijstand en dat sprake is van een geringe termijnoverschrijding van één dag. De rechtbank acht het beroep daarom ontvankelijk.

Omvang van het geding

11. Alvorens de zaak inhoudelijk te beoordelen, dient de rechtbank de omvang van het geding vast te stellen.

12. De rechtbank overweegt dat de omvang van het geding wordt bepaald door het bestreden besluit. Het bestreden besluit bestaat uit twee besluitonderdelen, namelijk het afwijzen van eisers bezwaar tegen het beëindigen van de brede ondersteuning en een primair besluit, inhoudende de afwijzing van de aanvraag van 15 juli 2024. Voor zover eiser in de onderhavige procedure gronden heeft aangevoerd die zich richten op de advocaatkosten, de nieuwe huurachterstand en diverse schulden bij de zorgverzekering, de energieleverancier en andere crediteuren, ziet de rechtbank aanleiding om het beroepschrift en de aanvullende gronden met toepassing van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht aan verweerder door te sturen om verder te behandelen als bezwaarschrift gericht tegen de beslissing van

27 januari 2025. Deze gronden van eiser laat de rechtbank daarom onbesproken. Ter voorlichting van partijen merkt de rechtbank op dat met het doorsturen geen oordeel wordt gegeven over de ontvankelijkheid van het bezwaar.

13. De rechtbank stelt vast dat ook het primaire besluit uit twee besluitonderdelen bestaat, namelijk het beëindigen van de brede ondersteuning van eiser en het afwijzen van de aanvraag van 9 februari 2024. De rechtbank stelt verder vast dat eiser in zijn bezwaarschrift van 15 juli 2024 geen bezwaargronden heeft aangevoerd tegen het tweede besluitonderdeel, inhoudende de afwijzing van de aanvraag maatwerkbudget voor een bankstel, een wasmachine, een droger, een computer/laptop, een oven, een magnetron, een vaatwasser, zes eetstoelen, een eettafel, vier bureaus, een stofzuiger, matrasbeschermers, de ouderbijdrage schoolgaande kinderen en een opleiding aan de VU. Dit besluitonderdeel valt dan ook buiten de omvang van het geding. Al hetgeen eiser in dit kader heeft aangevoerd, laat de rechtbank onbesproken.

14 Ook de beroepsgronden van eiser die betrekking hebben op de kwaliteit van de aan eiser verstrekte spullen, het verlopen van eisers woonverzekering, het verzoek van eiser aan de Belastingdienst om inzage in zijn dossier en de FSV-registraties, de door verweerder geboden ondersteuning aan de kinderen van eiser, het niet in behandeling nemen van de in maart en oktober 2025 ingediende aanvragen van eiser om brede ondersteuning, het AVG-verzoek van eiser en de WOO-verzoeken van eiser, zien niet op het hier bestreden besluit. Dit betekent dat al die gronden buiten de omvang van deze procedure vallen. Ook over het verzoek van eiser om verweerder te verplichten tot het betalen van zijn schulden, de openstaande achterstanden en de deurwaarderskosten, kan de rechtbank niet oordelen.

Wat is het toetsingskader?

15. Op grond van artikel 2.21, eerste lid, van de Wht kan verweerder aan gedupeerden van de toeslagenaffaire brede ondersteuning bieden op de vijf leefgebieden: financiën, gezin, werk, wonen en zorg. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft uitgangspunten voor het bieden van brede ondersteuning geformuleerd. De uitgangspunten zijn onder meer dat de geboden ondersteuning maatwerk is en van tijdelijke aard is, dat de ondersteuning gericht is op de toekomst en dat materiële verstrekkingen onderdeel zijn van de brede ondersteuning als de verstrekking noodzakelijk is voor het maken van een nieuwe start.

16. Verweerder heeft bij het bepalen of brede ondersteuning wordt toegekend en zo ja, in welke vorm, beoordelings- en beleidsruimte om een eigen afweging te maken. Binnen die ruimte is het aan verweerder om per geval te bekijken of brede ondersteuning passend is. De rechtbank moet het bestreden besluit daarom terughoudend toetsen. Dit heeft tot gevolg dat de rechtbank in deze zaak moet beoordelen of zij de redenering van verweerder, zoals die volgt uit het bestreden besluit en de toelichting op de zitting, kan volgen. De rechtbank stelt verder vast dat verweerder geen beleidsregels heeft vastgesteld voor het uitvoeren van artikel 2.21 van de Wht.

17. Ingevolge artikel 2.21, vierde lid, onder b, van de Wht beëindigt verweerder de brede ondersteuning indien verweerder van oordeel is dat de betrokkene een nieuwe start in het kader van herstel heeft kunnen maken, maar uiterlijk twee jaar na het eerste gesprek.

Het plan van aanpak

18. Uit artikel 2.21, vierde lid, van de Wht volgt dat brede ondersteuning wordt verleend op basis van een plan van aanpak dat ziet op het kunnen maken van een nieuwe start. Verweerder heeft het plan van aanpak in eerste instantie niet overgelegd aan de rechtbank. Omdat dit plan echter noodzakelijk is voor de beoordeling van dit geschil, heeft de rechtbank dit stuk op 24 november 2025 opgevraagd bij verweerder. Aan de omstandigheid dat het plan van aanpak en het document ‘Verslag Curatieve Klantreis’ op

25 november 2025 en dus buiten de 10-dagen-termijn zijn overgelegd, verbindt de rechtbank geen gevolgen. De rechtbank heeft hierbij in aanmerking genomen dat eiser kennis heeft kunnen nemen van die stukken en ter zitting afdoende de gelegenheid heeft gehad om daar inhoudelijk op te reageren. Niet is gebleken dat eiser in zijn belangen is geschaad.

19. De stelling van eiser ter zitting dat het plan van aanpak nooit met hem is besproken en dat hij dat stuk niet eerder heeft gezien, volgt de rechtbank niet. De rechtbank baseert dat oordeel op de verklaring van verweerder ter zitting dat het plan van aanpak gezamenlijk met eiser is besproken en tevens aan de orde is gekomen tijdens het overleg op 24 oktober 2023 tussen eiser, de ombudsman en verweerder (overleg met de ombudsman). Tijdens dat overleg zijn de nog openstaande verzoeken van eiser inzichtelijk gemaakt. De rechtbank heeft in haar oordeel tevens betrokken het tijdspad vanaf 9 april 2021 dat volgt uit het document ‘Verslag Curatieve Klantreis’, in het bijzonder “Verslagmoment 99”. De rechtbank leidt uit dat verslagmoment af dat eiser het plan van aanpak op 9 november 2022 had moeten ondertekenen. Dat is toen echter niet gebeurd, omdat eiser het niet eens was met de vermelding van de betreffende begeleider op het plan van aanpak. Gelet op het voorgaande gaat de rechtbank er vanuit dat het plan van aanpak wel degelijk bekend was bij eiser. Dat eiser er toen voor heeft gekozen om het plan van aanpak niet te ondertekenen, doet daar niet aan af.

20. Eiser heeft ter zitting nog gesteld dat in het plan van aanpak geen doelen, acties, namen of afspraken zijn vermeld en dat er niets is afgesproken over het leefgebied zorg, terwijl verweerder op de hoogte is van de medische situatie van eiser en zijn echtgenote. Deze stelling van eiser slaagt niet. Verweerder heeft in het plan van aanpak vermeld wat de hulpvragen zijn van eiser, welke doelen daaraan worden gekoppeld en wat ervoor nodig is om die doelen te bereiken. De rechtbank leidt uit het dossier af dat er veel contactmomenten zijn geweest met eiser en dat er meerdere gesprekken met hem zijn gevoerd, waarbij verweerder is ingegaan op de hulpvragen van eiser en zijn gezin. Tijdens deze contactmomenten heeft eiser uit kunnen leggen wat hij wilde en zijn de wensen van eiser en zijn gezin in kaart gebracht. Indien eiser meende dat het plan van aanpak ontoereikend was voor wat betreft het leefgebied zorg, kon hij daar hulp voor vragen. De rechtbank leest in het dossier niet dat eiser dat heeft gedaan.

21. Ter zitting is verder nog aan de orde geweest de afsluitreden die vermeld staat op de eerste bladzijde van het document ‘Verslag Curatieve Klantreis’. Eiser is het er niet mee eens dat verweerder heeft vermeld dat eiser zou hebben aangegeven “voldoende te zijn geholpen”. Verweerder heeft in dit verband ter zitting toegelicht dat het hier slechts om een administratieve vermelding gaat, omdat het systeem van verweerder niet over de optie beschikt dat het dossier op verzoek van de gemeente is gesloten.

Mocht verweerder de brede ondersteuning van eiser beëindigen?

22. De brede ondersteuning is altijd verbonden aan een doelstelling op een of meerdere leefgebieden, weergegeven in een plan van aanpak. In het plan van aanpak van eiser is afgesproken dat er een inventarisatie plaatsvindt van zijn schulden, dat zijn schulden worden overgedragen aan het SIT team en de Belastingdienst, dat eiser wordt ondersteund bij het zoeken naar passende woonruimte, dat er een tijdlijn wordt opgesteld voor de Commissie Werkelijke Schade (CWS), dat eiser wordt voorzien van nieuwe informatie vanuit de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT) en dat hij hulp krijgt bij praktische zaken waar hij nog tegenaan loopt.

23. Verweerder heeft zich in het primaire besluit op het standpunt gesteld dat de brede ondersteuning van eiser is beëindigd, omdat voldaan is aan het doel van het kunnen maken van een nieuwe start. Eiser heeft dit betwist en ter zitting is gebleken dat niet alle doelen uit het plan van aanpak zijn behaald. Dit betekent dat niet gezegd kan worden dat eiser een nieuwe start heeft kunnen maken. De rechtbank komt daarom tot het oordeel dat verweerder het beëindigen van de brede ondersteuning van eiser niet goed heeft gemotiveerd. Dit betekent dat het beroep gegrond is. De rechtbank is echter van oordeel dat het beëindigen van de brede ondersteuning van eiser in beroep in rechte stand kan houden. De rechtbank ziet daarom aanleiding om te bepalen dat de rechtsgevolgen van bestreden besluit in stand blijven. De rechtbank zal hierna aan de hand van de in overweging 22 vermelde doelen uit het plan van aanpak uitleggen hoe zij tot dit oordeel is gekomen.

De schulden van eiser

24. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat het SIT team in 2021 aan de slag is gegaan met het inventariseren van de schulden van eiser. Uit de verklaring van verweerder ter zitting volgt dat dat proces stagneerde, omdat de door eiser aangeleverde stukken niet volledig waren. Eiser heeft ter zitting desgevraagd aangegeven dat het hem niet is gelukt om de eigen schulden volledig inzichtelijk te maken, omdat hij op dat moment heel veel dingen aan zijn hoofd had. De rechtbank overweegt dat het op de weg van eiser had gelegen om alle informatie aan te leveren en zijn schulden volledig inzichtelijk te maken voor verweerder en het SIT team. Het eerste gesprek in het kader van de brede ondersteuning dateert al van

9 april 2021. Eiser heeft dus ruim de tijd gehad om aan de doelen in dit kader te werken.

Dat de doelen van het plan van aanpak in zoverre niet zijn behaald, komt dan ook voor rekening en risico van eiser.

25. Gelet op alle mailwisselingen in het dossier, de beroepsgronden van eiser die vooral gaan over zijn financiële problemen en het gestelde verband tussen zijn schulden en de toeslagenaffaire en de toelichting van eiser ter zitting, stelt de rechtbank vast dat eiser met name hulp nodig heeft voor zijn oplopende schulden, zoals de nieuw ontstane huurachterstanden. De rechtbank wijst erop dat geleden schade uit het verleden geen onderdeel uitmaakt van de brede ondersteuning, maar dat enkel wordt gekeken naar wat de huidige situatie is en wat nodig is voor een nieuwe start. Voor zover eiser vanwege zijn schulden verzoekt om continuering van de brede ondersteuning, overweegt de rechtbank dat dit doel niet passend is binnen de (de doelstellingen van) de brede ondersteuning. De brede ondersteuning is immers niet gericht op het financieel herstelproces, maar op het kunnen maken van een nieuwe start. Verweerder heeft daarom terecht gesteld dat de brede ondersteuning niet is bedoeld als structurele inkomensondersteuning of een vorm van bijzondere bijstand. Voor zover eiser betoogt dat hij recht heeft op brede ondersteuning vanwege alles wat hem is overkomen, kan ook die stelling niet slagen. Als eiser hulp wil voor zijn problematische schulden, kan hij met hulp van verweerder begeleid worden richting een schuldhulpverleningstraject.

26. Verweerder heeft in het verleden uit coulance een aantal schulden van eiser betaald, maar is daarmee opgehouden omdat eiser steeds nieuwe schulden bleef maken. Uit het dossier blijkt dat verweerder diverse pogingen heeft ondernomen om in dit kader tot een structurele oplossing te komen. Verweerder heeft meermaals geprobeerd om de disbalans tussen het inkomen- en uitgavenpatroon van eiser bespreekbaar te maken en hem richting schuldhulpverlening of budgetbeheer te begeleiden. Eiser heeft de geboden hulp steeds afgehouden en de gevoerde gesprekken hebben niet tot een inkomensverhoging of een lastenverlaging geleid. De rechtbank ziet in het dossier geen aanknopingspunten voor het oordeel dat verweerder op basis van gewekt vertrouwen had moeten doorgaan met het betalen van de schulden van eiser. Dat eiser opnieuw schulden heeft gemaakt is vervelend, maar verweerder hoefde daarin geen reden te zien om de brede ondersteuning te continueren. De rechtbank geeft eiser nog mee dat ook van hem inspanning mag worden verwacht om te kunnen voorzien in zijn eigen onderhoud en dat hij daarin bepaalde keuzes zal moeten maken. Anders dan eiser stelt, volgt uit de Wht niet dat de geboden ondersteuning duurzaam en structureel moet zijn.

27. Eiser heeft verder nog gesteld dat de Belastingdienst eiser de toezegging heeft gedaan dat hij in zoverre recht heeft op brede ondersteuning. Nog daargelaten dat eiser deze stelling niet heeft onderbouwd, overweegt de rechtbank dat de Belastingdienst een ander bestuursorgaan betreft dan verweerder en niet is gebleken dat van de zijde van verweerder in dit kader toezeggingen zijn gedaan. Dat de Belastingdienst niet alle schulden van eiser wil kwijtschelden, valt buiten de omvang van dit geschil.

Passende woonruimte

28. Uit de Handreiking van de VNG blijkt dat de doelstelling van de ondersteuning op het leefgebied van wonen is gelegen in het realiseren van een passende, veilige en betaalbare plek om te wonen. Ter zitting is gebleken dat eiser thans met zijn echtgenote en hun drie kinderen woonachtig is in een woning van 84 m² met drie slaapkamers. Eiser heeft ter zitting bevestigd dat het oudste kind en zijn schoondochter niet langer op zijn adres woonachtig zijn. De rechtbank leidt verder uit productie 18 van de stukken van verweerder af dat de woonlasten van eiser realistisch zijn, aangezien het een woning in de vrije sector betreft en het verzamelinkomen van eiser te hoog is om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden gezegd dat eiser op dit moment niet over een passende, veilige en betaalbare woning beschikt. Niet is gebleken dat eiser in dat opzicht op een maatschappelijke achterstand staat die reden vormt voor continuering van de brede ondersteuning.

29. Voor zover eiser heeft bedoeld aan te voeren dat hij recht heeft op de door hem verlangde nieuwbouwwoning vanwege het feit dat hij een gedupeerde is van de toeslagenaffaire, wordt hij daarin niet gevolgd. Op verweerder rust immers geen verplichting om eiser de door hem gewenste woning te verstrekken. Verder is van belang dat verweerder geen woningen in portefeuille heeft, volledig afhankelijk is van woningorganisaties en dat sprake is van woningnood. Daar komt bij dat verweerder geprobeerd heeft om eiser te helpen door middel van het voeren van gesprekken met de afdeling hypotheek en advies van de gemeente over het realiseren van een doorbraakhypotheek en met een particuliere makelaar over het maken van een uitzondering ten aanzien van de gestelde inkomenseisen. Verweerder heeft daarnaast ook twee woningen aan eiser aangeboden, te weten de [adres 1] en de [adres 2] . Dat eiser vanwege hem moverende redenen van dit aanbod geen gebruik heeft gemaakt, is, hoe belangrijk die redenen voor hem ook zijn geweest, zijn eigen keuze. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser in zoverre voldoende gefaciliteerd bij het maken van een nieuwe start. De rechtbank betrekt in haar oordeel tevens de omstandigheid dat de geboden ondersteuning in de situatie van eiser ruim drie jaren heeft geduurd. Verdere ondersteuning kan in zoverre niet van verweerder worden verlangd.

Tijdlijn voor de CWS, eiser voorzien van nieuwe informatie vanuit de UHT en hulp bij praktische zaken

30. Eiser heeft ter zitting verklaard dat hij de tijdlijn voor de CWS zelf heeft opgesteld en dat verweerder hem daar niet bij heeft geholpen. Voor zover dit doel uit het plan van aanpak niet (volledig) van de grond is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat dit voor rekening en risico van eiser komt. Eiser is immers als enige in staat om verweerder in zoverre van alle benodigde informatie te voorzien. Verweerder heeft ter zitting bevestigd dat eiser steeds op de hoogte is gesteld van nieuwe informatie afkomstig van de UHT en eiser heeft dit niet betwist. Voor zover het gaat om hulp bij praktische zaken, sluit de rechtbank zich aan bij het standpunt van verweerder dat eiser voldoende is gefaciliteerd bij het maken van een nieuwe start door middel van het reeds toegekende maatwerkbudget, waarbij eiser meer dan ruimhartige ondersteuning heeft ontvangen voor wat betreft zijn schulden.

Conclusie

31. De rechtbank kan op basis van het dossier niet anders dan concluderen dat verweerder zijn best heeft gedaan en de nodige stappen heeft ondernomen om de doelen uit het plan van aanpak te behalen. Voor zover die doelen niet zijn behaald, kan dit niet aan verweerder worden tegengeworpen. Het aanleveren van de benodigde informatie ligt immers in eisers eigen invloedsfeer. Alles overziend is de rechtbank van oordeel dat verweerder in redelijkheid tot het beëindigen van de brede ondersteuning van eiser heeft kunnen komen. Hetgeen eiser overigens nog heeft aangevoerd en overgelegd, maakt dat niet anders.

Algemene beginselen van behoorlijk bestuur

32. Het beroep van eiser op het evenredigheidsbeginsel slaagt niet, nu hij geen individuele feiten en omstandigheden naar voren heeft gebracht die maken dat het beëindigen van de brede ondersteuning in zijn geval onevenredig zou zijn. De rechtbank heeft ook geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het bestreden besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand is gekomen. Voor zover eiser erover klaagt dat er geen eindgesprek met verweerder heeft plaatsgevonden, is dat geen reden om het bestreden besluit te vernietigen. De rechtbank leest bovendien in de producties 10 en 11 van de stukken van verweerder dat eiser meermaals door verweerder erop is gewezen dat toegewerkt wordt naar het beëindigen van de brede ondersteuning. Daar komt bij dat verweerder in het verweerschrift heeft verklaard dat het eindgesprek met eiser heeft plaatsgevonden op 15 februari 2024 en dat ook tijdens het gesprek met de ombudsman op 24 oktober 2023 afspraken met eiser zijn gemaakt over het sluiten van zijn dossier. Van schending van het recht op hoor en wederhoor en strijd met de redelijkheid en billijkheid is evenmin gebleken. Eiser heeft verder nog aangevoerd dat gedupeerden in andere gemeenten via de brede ondersteuning meer voor elkaar krijgen. De rechtbank begrijpt dat eiser een beroep doet op het gelijkheidsbeginsel. Dit beroep slaagt niet. Eiser heeft niet onderbouwd en aannemelijk gemaakt dat in andere gemeenten in identieke gevallen anders worden gehandeld dan in het geval van eiser. Daar komt bij dat de brede ondersteuning bij uitstek maatwerk betreft en er dient telkens een individuele beoordeling met het oog op een nieuwe start plaats te vinden.

Dwangsom

33. Voor zover eiser meent dat hij recht heeft op een dwangsom omdat verweerder de wettelijke beslistermijn heeft overschreden, overweegt de rechtbank dat verweerder geen dwangsom aan eiser hoeft te betalen. De rechtbank stelt vast dat verweerder, na ontvangst van de ingebrekestelling, alsnog binnen twee weken heeft beslist.

Conclusie en gevolgen

34. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit komt voor vernietiging in aanmerking. De rechtsgevolgen van het bestreden besluit kunnen in stand worden gelaten. Dat betekent dat verweerder de brede ondersteuning van eiser heeft mogen beëindigen.

35. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoeden. De rechtbank stelt vast dat eiser zich niet door een derde professionele rechtsbijstandverlener heeft laten vertegenwoordigen. Dat betekent dat eiser geen aanspraak kan maken op de forfaitaire proceskostenvergoeding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;

- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 194 aan eiser moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van

mr. H.J. Habetian, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 30 januari 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.D. Gunster

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?