vonnis
RECHTBANK DEN HAAG
Team Toezicht
rekestnummer: NL:TZ:2504353:R-RK
uitspraakdatum: 2 februari 2026
vonnis in de zaak van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker.
Waar deze zaak over gaat
[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor de schulden te komen heeft [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt afgewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist. Eerst volgt een overzicht van de procedure.
1. De procedure
[verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 26 januari 2026. [verzoeker] is zonder opgave van redenen en ondanks deugdelijke oproeping niet verschenen. Wel zijn verschenen:
[naam 1] , schuldhulpverlening,
[naam 2] , beschermingsbewindvoerder.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2. De beoordeling van het verzoek
[verzoeker] kan alleen worden toegelaten tot de WSNP als hij aan de daarvoor geldende voorwaarden voldoet. Artikel 288 lid 1 sub c van de Faillissementswet vereist dat voldoende aannemelijk dient te zijn dat de verzoeker de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.
Gelet op de zwaarte van de verplichtingen die tijdens de wettelijke schuldsanering op verzoeker komen te rusten, is verslavingsproblematiek een contra-indicatie voor toelating. In de landelijk uniforme toelatingscriteria schuldsanering (Bijlage III van het procesreglement verzoekschriftprocedures insolventiezaken) is dan ook als uitgangspunt opgenomen dat een verzoeker met verslavingsproblematiek in beginsel alleen wordt toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, indien aannemelijk is dat de verslaving al enige tijd onder controle is, in die zin dat de verzoeker al enige tijd geen drugs of alcohol meer gebruikt en/of al enige tijd niet meer gokt. De periode waarin de verslaving onder controle dient te zijn, bedraagt in beginsel één jaar. Dat de verslaving onder controle is, dient te worden bevestigd door een hulpverlener of door een hulpverlenende instantie.
[verzoeker] is dakloos. Hij heeft zich zeer recent (opnieuw) aangemeld bij verslavingszorg. Uit het door verslavingszorg overgelegde behandelplan van 15 januari 2026 volgt dat sprake is van ernstige verslavingsproblematiek die niet onder controle is. De behandeling voor de verslavingsproblematiek is nog niet gestart. Daarmee is onvoldoende aannemelijk dat [verzoeker] de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal (kunnen) nakomen en zich zal (kunnen) inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. Dat [verzoeker] niet op de zitting is verschenen getuigt bovendien niet van een saneringsgezinde houding. Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling dient dus te worden afgewezen.
3. De beslissing
De rechtbank:
- wijst het verzoek verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling van [verzoeker] af.
Dit is een beslissing van mr. R. Cats, rechter, in samenwerking met F.J. Knaap LL.B., griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2026.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.