ECLI:NL:RBDHA:2026:1739

ECLI:NL:RBDHA:2026:1739

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-02-2026
Datum publicatie 02-02-2026
Zaaknummer NL25.46208
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

beroep, asiel, opvolgende aanvraag, gestelde biseksuele gerichtheid, ongeloofwaardig, ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam 1] , eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.46208

geboren op [datum]

van Nigeriaanse nationaliteit,

V-nummer: [nummer] ,

(gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),

en

(gemachtigde: mr. A.J. Rossingh).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft niet ten onrechte overwogen dat eiser in deze opvolgende asielaanvraag zijn gestelde biseksuele gerichtheid niet aannemelijk heeft gemaakt. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 18 maart 2024 een opvolgende aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 17 september 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Aan eiser was al eerder een terugkeerbesluit opgelegd.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 16 januari 2026 samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroep, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, mr. C.T.W. van Dijk, kantoorgenoot van eisers gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser heeft aan zijn opvolgende asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij op zijn veertiende erachter kwam dat hij biseksueel is, dat hij tweemaal is betrapt met zijn vriend [naam 2] en dat hij daarom Nigeria heeft verlaten. Eiser vreest bij terugkeer naar Nigeria voor vervolging dan wel ernstige schade vanwege zijn biseksuele gerichtheid.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;

2. De seksuele gerichtheid (biseksualiteit).

De minister gelooft het eerste asielmotief, maar de door eiser gestelde biseksualiteit wordt door de minister niet geloofwaardig geacht. Volgens de minister vormen de verklaringen over dat asielmotief geen samenhangend en aannemelijk geheel. De minister stelt dat de verklaringen van eiser over de ontdekking van zijn seksuele gerichtheid oppervlakkig en wisselend zijn en dat die verklaringen weinig persoonlijk inzicht bieden over de gedachtegang van eiser in die initiële ontdekkingsperiode. Verder heeft de minister overwogen dat eiser oppervlakkig en niet persoonlijk heeft verklaard over zijn relatie met [naam 2] , dat eiser onvoldoende persoonlijk inzicht geeft in hoe het voor hem was om als biseksuele man in Nigeria te wonen, maar ook over hoe het vervolgens voor hem was om als biseksuele man in Italië en Nederland te wonen. Ook biedt eiser weinig inzicht in zijn persoonlijke gevoelens en gedachtes over zijn seksuele gerichtheid. De door eiser overgelegde documenten zijn volgens de minister niet voldoende om (alsnog) te concluderen dat de gestelde biseksuele gerichtheid geloofwaardigheid is.

5. Eiser voert -samengevat weergegeven- aan dat de minister bij de beoordeling van zijn verklaringen onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn referentiekader. Eiser stelt dat het voor hem als Afrikaanse man per definitie moeilijk is om te verklaren. Dit geldt zeker voor verklaringen die gaan over zijn gevoelens, maar ook voor verklaringen die gaan over feitelijkheden. Naar de mening van eiser valt het feit dat hij in zijn verklaringen veelal oppervlakkig is gebleven en veelal in algemeenheden heeft verklaard, hem niet aan te rekenen. Naar de mening van eiser hecht de minister ten onrechte geen geloof aan zijn verklaring biseksueel te zijn.

6. Volgens vaste rechtspraak ligt in lhbti-zaken het zwaartepunt van de geloofwaardigheidsbeoordeling bij het persoonlijke en authentieke verhaal dat de vreemdeling vertelt over en vanuit zijn eigen ervaring met betrekking tot zijn gestelde seksuele gerichtheid.

7. De rechtbank overweegt in de eerste plaats dat niet in geschil is gebracht dat eiser summier, algemeen en oppervlakkig heeft verklaard over zowel de ontdekking van zijn seksuele gerichtheid, zijn relatie met [naam 2] en over hoe het voor hem was om als biseksuele man te leven in Nigeria, Italië en nu in Nederland. Het betoog van eiser is vooral dat de minister onvoldoende rekening zou hebben gehouden met eisers referentiekader en dat hij niet meer kan verklaren dan hij heeft gedaan.

De rechtbank stelt vast dat de minister in het voornemen eisers referentiekader heeft benoemd. De enkele stelling dat de minister onvoldoende rekening zou hebben gehouden met eisers referentiekader leidt niet tot vernietiging van het besluit. Eiser geeft namelijk niet concreet aan op welke punten de minister tijdens de besluitvorming onvoldoende rekening zou hebben gehouden met eisers referentiekader en wat de minister daarin anders had moeten doen. Ook heeft eiser niet aangegeven welke omstandigheden maken dat van hem niet meer verlangd zou mogen worden. Dat de ontdekking van zijn seksuele gerichtheid lang geleden is en hij toen nog maar 14 jaar oud was, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om niet aan eiser te kunnen tegenwerpen dat hij gedetailleerder en concreter zou moeten kunnen verklaren. Eiser komt niet veel verder dan te zeggen dat het in Nigeria verboden is en dat het stiekem moest. De stelling van eisers gemachtigde ter zitting dat het een feit van algemene bekendheid is dat mannen in het algemeen -en Afrikaanse mannen in het bijzonder- niet in staat zouden zijn om concreter te verklaren of dat zij per definitie moeite zouden hebben met verklaren over hun seksuele gerichtheid, gevoelens of feitelijkheden volgt de rechtbank niet. In dit verband overweegt de rechtbank dat eiser deze stelling niet met objectieve informatie heeft onderbouwd en dat hij ook niet anderszins heeft kunnen onderbouwen waarom hij niet in staat moet worden geacht concreet en persoonlijk te verklaren. Hoewel de rechtbank erkent dat niet iedereen even makkelijk over zijn of haar gevoelens praat, en dat dit wellicht ook geldt voor eiser, betekent dit niet dat van eiser niet mag worden verwacht dat hij een aantal concrete voorbeelden zou moeten kunnen benoemen van ervaringen die hij tijdens een relatie van meer dan 16 jaar met [naam 2] heeft opgedaan, beleefd of meegemaakt. Vragen hierover gaan niet over de gevoelens van eiser, maar ook over feitelijkheden. Maar ook als het gaat om vragen die zien op feitelijkheden, is gebleken dat eiser slechts in algemene termen heeft verklaard. De enkele stelling ter zitting dat eiser, als Afrikaanse man niet over feitelijkheden kan verklaren is onvoldoende. De minister heeft naar het oordeel van de rechtbank in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd dat en waarom de verklaringen van eiser over zijn gestelde biseksuele geaardheid niet geloofwaardig zijn. De rechtbank is verder van oordeel dat de minister de documenten die eiser heeft overgelegd voldoende bij de besluitvorming heeft betrokken en dat de minister in die documenten geen aanleiding heeft hoeven zien om tot een ander oordeel over de geloofwaardigheid van eisers gestelde seksuele gerichtheid te komen. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

8. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft en dat eiser Nederland alsnog binnen vier weken moet verlaten. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van

A.P. Kuiters, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?