ECLI:NL:RBDHA:2026:1744

ECLI:NL:RBDHA:2026:1744

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 30-01-2026
Datum publicatie 02-02-2026
Zaaknummer SGR 25/6863
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen in medische zaak van het Uwv. De rechtbank bepaalt dat in dit soort zaken verweerder een termijn van zes weken wordt gegeven om een medische beoordeling te verrichten en dat hij vervolgens binnen drie weken na die medische beoordeling een besluit bekend moet maken, maar in ieder geval binnen negen weken. In dit geval is de rechtbank van oordeel dat een termijn van negen weken na de dag van verzending van de uitspraak recht doet aan de reële mogelijkheden van verweerder om op het bezwaar te beslissen. De rechtbank zal dan ook bepalen dat verweerder binnen negen weken een besluit bekend moet maken.

Uitspraak

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. M.A. Spek),

en

de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, het Uwv (gemachtigde: mr. J.S. de Vreeze).

Inleiding

In het besluit van 14 oktober 2024 heeft het Uwv bepaald dat de uitkering van eiseres op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) wordt gewijzigd. Eiseres heeft op 5 november 2024 tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

In de brief van 17 juni 2025 heeft het Uwv eiseres geïnformeerd dat de afdeling sociaal-medische zaken een nieuwe beoordeling heeft afgerond. Daarbij is ook medegedeeld dat per abuis op 16 juni 2025 een definitief besluit is opgesteld, wat de afdeling vervolgens heeft laten vervallen. Het Uwv heeft eiseres in gelegenheid gesteld om te reageren op de beoordeling.

Eiseres heeft op 9 juli 2025 per email gereageerd dat zij het niet eens is met deze uitkomst, en dat zij haar bezwaar wenst voort te zetten. Eiseres heeft een hoorzitting verzocht.

Eiseres heeft op 1 oktober 2025 beroep ingesteld wegens het uitblijven van een beslissing op bezwaar.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Omdat het beroep kennelijk gegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank overweegt dat tussen partijen niet in geschil is dat de termijn om te beslissen op het bezwaar is overschreden. Eiseres heeft het Uwv op 30 mei 2025 in gebreke gesteld en tussen de ontvangst daarvan door het Uwv op 2 juni 2025 en het instellen van het beroep zijn meer dan twee weken verstreken. Niet is gebleken dat het Uwv alsnog heeft beslist op het bezwaar. Het beroep is daarom gegrond.

3. Het Uwv heeft op 14 oktober 2025 een dwangsombeslissing genomen, waarin aan eiseres een dwangsom van € 1.442,- is toegekend. Gelet hierop hoeft de rechtbank de hoogte van de verbeurde bestuurlijke dwangsom niet vast te stellen.

Omdat het Uwv nog geen (nieuw) besluit heeft genomen, zal de rechtbank bepalen dat het Uwv dit alsnog moet doen. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet het Uwv dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak. In bijzondere gevallen kan de rechtbank op grond van het derde lid een andere termijn geven of een andere voorziening treffen.

Eiseres heeft de rechtbank verzocht om het Uwv op te dragen binnen twee weken alsnog een besluit bekend te maken.

Het Uwv heeft in het verweerschrift toegelicht dat de beslistermijn is overschreden door drukte en een tekort aan verzekeringsartsen bezwaar en beroep.

De rechtbank is van oordeel dat in dit soort zaken waarin het gaat om het uitblijven van een beslissing waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is, sprake is van een bijzonder geval als bedoeld in artikel 8:55d, derde lid, van de Awb. De rechtbank verwijst hierbij naar de overwegingen in haar uitspraak van 27 februari 2025.In het kort komt het erop neer dat de rechtbank bij haar oordeel dat sprake is van een bijzonder geval met name gewicht heeft toegekend aan de omstandigheid dat het gaat om het uitblijven van een beslissing waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is en dat al geruime tijd sprake is van tekorten aan verzekeringsartsen bij het Uwv waardoor beslistermijnen structureel niet kunnen worden gehaald.

In twee uitspraken van 31 maart 2025 heeft de rechtbank bepaald dat in beroepen tegen het uitblijven van beslissingen van het Uwv waarin een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is, het Uwv in beginsel een termijn van zes weken na de datum van verzending van de uitspraak wordt gegeven om een medische beoordeling te verrichten, bijvoorbeeld een spreekuurcontact (al dan niet telefonisch), een hoorzitting in aanwezigheid van een verzekeringsarts of dossieronderzoek door een verzekeringsarts zonder spreekuurcontact. Vervolgens wordt het Uwv een termijn van drie weken na het moment van de medische beoordeling gegeven om een beslissing te nemen. Dit betekent dat het Uwv binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak de medische beoordeling door een verzekeringsarts moet laten verrichten en dat het binnen drie weken na die medische beoordeling een besluit bekend moet maken, maar in ieder geval binnen negen weken na de dag van verzending van de uitspraak.

Indien het Uwv blijkens de dossierstukken of het verweerschrift ten tijde van de uitspraak de medische beoordeling al op een spreekuurcontact, hoorzitting in aanwezigheid van een verzekeringsarts of voor dossieronderzoek heeft gepland op een bepaalde datum, dan geldt dat de termijn van negen weken na de dag van verzending van de uitspraak wordt bekort, waarbij rekening wordt gehouden met de al geplande datum voor het medisch onderzoek. Het Uwv krijgt in ieder geval de wettelijke termijn van minimaal twee weken na de dag van verzending van de uitspraak om het besluit bekend te maken. Bijzondere feiten en omstandigheden in het individuele geval kunnen aanleiding zijn om van deze termijnen af te wijken. Het is dan aan de partijen om bijzondere feiten en omstandigheden met betrekking tot de individuele situatie aan te voeren, die zouden moeten leiden tot verkorting dan wel verlenging van deze termijnen.

5. In dit beroep heeft het Uwv aangegeven dat de bestreden beslissing zonder een actueel medisch en sociaal oordeel was genomen en dat de primaire afdeling inmiddels een actueel medisch en sociaal oordeel heeft gevormd. Eiseres kan zich echter niet vinden in de uitkomst en heeft het bezwaar voorgezet. Eiseres heeft een hoorzitting verzocht. Volgens het Uwv staat het dossier op de wachtlijst om verder ingepland te worden. Het is de rechtbank niet gebleken dat bekend is wanneer de medische beoordeling in bezwaar zal plaatsvinden. Dit betekent dat het Uwv binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak de medische beoordeling door een verzekeringsarts moet laten verrichten en dat het binnen drie weken na die medische beoordeling een besluit bekend moet maken, maar in ieder geval binnen negen weken na de dag van verzending van de uitspraak.

6. Eiseres heeft de rechtbank verzocht om een gerechtelijke dwangsom op te leggen van € 100,- per dag, zonder daaraan een maximum te verbinden. De rechtbank stelt vast dat een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- in overeenstemming is met het landelijke beleid van de rechtbanken hierover. De rechtbank ziet geen aanleiding om in deze zaak van dit beleid af te wijken. De rechtbank zal bepalen dat het Uwv een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden. Daarbij geldt een maximum van € 15.000,-.

7. Omdat het beroep gegrond is, moet het Uwv het door eiseres betaalde griffierecht vergoeden.

8. De rechtbank veroordeelt het Uwv in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank:

- bepaalt dat het Uwv aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee het de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,- ;

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J. Bronsveld, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 30 januari 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. T

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?