RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.55164
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. A.J. de Boer),
en
(gemachtigde: P. Loijenga).
Procesverloop
1. Met het bestreden besluit van 4 november 2025 heeft de minister de asielaanvraag van verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarbij is aan verzoeker een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Een behandeling op zitting is achterwege gebleven, omdat partijen hebben bericht dat zij hier geen gebruik van wensen te maken. Het onderzoek is vervolgens gesloten.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep van verzoeker, en dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om deze reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Bruggen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudononimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.