ECLI:NL:RBDHA:2026:1772

ECLI:NL:RBDHA:2026:1772

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 03-02-2026
Datum publicatie 03-02-2026
Zaaknummer NL25.226
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Plakvovo afgewezen, wel pkv.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.226

V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. M.S. Dunant Maurits),

en

(gemachtigde: mr. D. Post.

Procesverloop

1. Bij besluit van 2 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de asielaanvraag van verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond en aan hem een terugkeerbesluit en een inreisverbod opgelegd.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep van verzoeker,

op 12 februari 2025 op zitting behandeld. De gemachtigde van verzoeker is verschenen en de minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De voorzieningenrechter heeft de zaak op zitting geschorst en aangehouden in afwachting van een uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats over de geloofwaardigheidsbeoordeling aan de hand van de WI 2024/6 en over de aanwijzing van een land als veilig land van herkomst.

Nadat partijen schriftelijk op de hiervoor bedoelde uitspraken hadden gereageerd, heeft de minister aangegeven het bovengenoemde graag ter zitting te willen bespreken. Om die reden heeft de voorzieningenrechter het verzoek, samen met het beroep van verzoeker, op 23 januari 2026 opnieuw op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en een tolk. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Het onderzoek is gesloten op zitting.

Overwegingen

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep van verzoeker. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3. Gelet op de uitkomst van de beroepsprocedure ziet de voorzieningenrechter wel aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten die verzoeker in verband met zijn verzoek om een voorlopige voorziening heeft gemaakt. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift). Omdat sprake is van gelijktijdige behandeling ter zitting, worden de kosten voor het tweemaal verschijnen ter zitting alsmede het op verzoek van de rechtbank reageren op de hiervoor aangehaalde uitspraken vergoed in de beroepszaak.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 934,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?