Vonnis in kort geding van 16 januari 2026
in de zaak van
eiseressen,
advocaat mr. L.F.B.M. Peeters te Vught,
tegen:
de vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid CONFEDERATION ORNITHOLOGIQUE MONDIALE (C.O.M.) te Den Haag,
gedaagde,
niet verschenen.
Eiseressen worden hierna gezamenlijk aangeduid als de ‘de FOI c.s.’. Gedaagde wordt hierna ‘de COM’ genoemd.
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 16 januari 2026 wordt spoedshalve een kort vonnis gewezen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de COM voor dit halsoverkop aangevraagde kort geding op bijzonder korte termijn is opgeroepen en de COM mogelijkerwijs daardoor niet in staat is geweest aanwezig te zijn en verweer te voeren. Daarvan getuigt de brief die door de advocaat van de COM voorafgaand aan het kort geding aan de voorzieningenrechter is toegestuurd. Het betoog van die advocaat dat sprake zou zijn van een nietige dagvaarding volgt de voorzieningenrechter niet omdat ter zitting is gebleken dat de FOI weldegelijk, volgens de instructie van de voorzieningenrechter, zodra mogelijk contact heeft opgenomen met de Nederlandse bestuurder van de COM en het kantoor van de advocaat van de COM, om hen op de hoogte te stellen van de dag en het tijdstip van de behandeling van dit kort geding. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de COM wel alsnog in de gelegenheid gesteld moet worden om tegen de vorderingen verweer te voeren, maar wel nu een voorziening moet treffen die ertoe leidt dat de in de dagvaarding gevorderde twee verboden en de gevorderde schorsing onmiddellijk van kracht zijn, totdat hoor en wederhoor alsnog gestalte heeft kunnen krijgen. Daarmee wordt bewerkstelligd dat er pas op de plaats wordt gemaakt en er derhalve tijdens het op zaterdag 17 januari 2026 te België plaats te vinden congres van de COM geen besluiten die nu op de agenda staan en onderdeel vormen van de rechtsstrijd, worden genomen. Een prikkel tot nakoming in de vorm van een dwangsom is aangewezen.
De FOI c.s. worden opgedragen uiterlijk dinsdag 20 januari 2026 de verhinderdata van partijen over de daaropvolgende periode van zes weken door te geven opdat een datum kan worden bepaald voor de voortzetting van dit kort geding. Uitgangspunt is dat zo spoedig mogelijk alsnog de behandeling in aanwezigheid van de COM zal plaatsvinden.
De beslissing
De voorzieningenrechter:
- verleent verstek tegen de COM;
- verbiedt de COM artikel 3 en artikel 22 van de Statuten van de COM te wijzigen conform het voorstel van het bestuur van 19 december 2025;
- schorst het door het bestuur van de COM genomen besluit tot wijziging van de artikelen 2, 3 en 7 van het Reglement van de COM;
- verbiedt de COM de wijzigingen van de artikelen 2, 3 en 7 van het Reglement van de COM – zoals weergegeven door het bestuur van de COM in de agenda van 19 december 2025 – te bekrachtigen;
- veroordeelt de COM tot betaling van een onmiddellijk opeisbare en niet voor matiging vatbare dwangsom van telkens € 100.000,- indien zij handelt in strijd met een verbod als hiervoor genoemd;
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
- bepaalt dat de FOI c.s. uiterlijk op dinsdag 20 januari 2026 de verhinderdata van partijen over de daaropvolgende periode van zes weken moet doorgeven voor het bepalen van een zittingsdatum voor de voortzetting van dit kort geding;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2026.
ddg