ECLI:NL:RBDHA:2026:1808

ECLI:NL:RBDHA:2026:1808

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 03-02-2026
Datum publicatie 03-02-2026
Zaaknummer NL25.63761 en AWB25/24710
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Proces-verbaal mondelinge uitspraak van 22 januari 2026. Beroepen tegen vrijheidsbeperkende maatregel + plaatsing op de HTL. Beroepen ongegrond. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de verslaglegging van het COa. Eisers blote ontkenning onvoldoende voor een ander oordeel. het COa heeft het incident terecht aangemerkt als een incident met zeer grote impact en dit ook voldoende deugdelijk heeft gemotiveerd.

Uitspraak

Proces verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

22 januari 2026 in de zaken tussen

[naam], eiser,

geboren op [geboortedatum],

van Jemenitische nationaliteit,

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. R.J. Schenkman),

en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, het COa,

evenals

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. P.A.L.A. van Ittersum).

Inleiding

1. Het COa heeft op 4 december 2025 besloten om eiser in de HTL in Hoogeveen te plaatsen (het plaatsingsbesluit). De minister heeft bij besluit van 4 december 2025 aan eiser de maatregel van vrijheidsbeperking opgelegd (de vrijheidsbeperkende maatregel) als bedoeld in artikel 56 van de Vw.

Eiser heeft tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel beroep ingesteld. Eiser heeft hierbij verzocht om schadevergoeding.

De minister heeft de vrijheidsbeperkende maatregel op 8 december 2025 opgeheven, omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.

De rechtbank heeft de beroepen op 22 januari 2026 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn verschenen. Ook is een tolk verschenen. De minister en het COa hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten en direct mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering

3. Uit de verslaglegging van het COa blijkt – kort samengevat – het volgende.

Op 1 december 2025 moest eiser zijn spullen pakken om te vertrekken naar de time-out locatie. Eiser zat op zijn kamer en werd door een COa-medewerker benaderd met de keuze om vrijwillig te vetrekken of om door tussenkomst van de politie te worden verwijderd. Eiser wilde weten wat er met hem zou gebeuren nadat hij naar de time-out locatie zou gaan. Uiteindelijk gaf eiser aan dat als het COa hem weg wilde hebben ze de politie moesten bellen. De COa-medewerker liep vervolgens naar buiten en eiser liep de medewerker achterna. Eiser zei vervolgens in de Arabische taal Kahba (een scheldwoord dat hoer betekent). Eiser is door een kamergenoot mee naar binnen genomen, hij heeft zijn spullen gepakt en is naar buiten gelopen. Hierbij heeft hij de COa-medewerkers 5 keer uitgescholden voor Kahba en ze racisten genoemd. Eiser heeft de medewerker bedreigd door te zeggen: “I’m going to kill you with a knife and then I’m gone” en “I’m going to take you! You are a racist!”. Eiser maakte daarbij slaande en trappende bewegingen richting de medewerker. Vervolgens vroeg eiser of hij een taxi kon krijgen. De medewerker gaf aan dat hij geen taxi kreeg en eiser reageerde daarop door tegen de medewerker te zeggen: “I’m going to rape you, you can suck my dick” en greep hierbij naar zijn geslachtsdeel. Eiser is vervolgens het terrein weer opgelopen, is op een stoel achter een bungalow gaan zitten en begon de medewerker te filmen. Tijdens het filmen beschreef eiser de medewerker als racist en bedreigde hij een andere medewerker met de woorden: “I’m going to kill you, racist”. Eiser loopt vervolgens naar het speeltuintje en gaat door met het filmen en het beschuldigen van de medewerkers van racisme. Vervolgens arriveert de politie, geeft de medewerker aan aangifte te willen doen en houdt de politie eiser aan. Eiser wordt hierbij tegen de politiebus geduwd en loopt een verwonding in zijn wenkbrauw op, omdat hij zich verzet. Het COa heeft het incident gekwalificeerd als een incident met zeer grote impact, omdat het gaat om gedrag met als doel de ander ernstig te bedreigen. Eiser heeft volgens het COa-medewerkers met de dood en verkrachting bedreigd. Het COa heeft daarom HTL-plaatsing noodzakelijk geacht.

Verslaglegging

4. De rechtbank ziet in wat eiser naar voren brengt onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan de verslaglegging van het COa. In de verslaglegging brengt het COa duidelijk en uitvoerig naar voren wat er is gebeurd. Het incident is door meerdere personen gezien en gehoord. Eisers blote ontkenning is onvoldoende voor een ander oordeel. De rechtbank volgt eiser in de stelling dat hij boos was vanwege de eerdere opgelegde time-out. De rechtbank ziet hierin echter geen reden om iemand ernstig te bedreigen. Ook als iemand boos is dient diegene zich aan de regels te houden en anderen met respect te behandelen. De beroepsgrond slaagt niet.

Kwalificatie

5. De rechtbank is van oordeel dat het COa het incident terecht heeft aangemerkt als een incident met zeer grote impact en dit ook voldoende deugdelijk heeft gemotiveerd. Uit het Maatregelenbeleid volgt dat sprake is van een incident met zeer grote impact wanneer het gaat om agressie en geweld tegen medebewoners en of derden met als doel de ander ernstig te kleineren of bedreigen. De rechtbank is van oordeel dat het bedreigen van medewerkers met de dood en verkrachting terecht is aangemerkt als een gedraging met zeer grote impact. De rechtbank overweegt dat fysiek geweld of fysieke schade geen verplicht onderdeel is voor de kwalificatie. De duur van drie dagen tussen de plaatsing en het incident doet ook geen afbreuk aan de ernst van het incident.

Conclusie

6. Dat betekent dus dat eiser geen gelijk krijgt en dat het COa het besluit tot plaatsing in de HTL mocht nemen en de minister de vrijheidsbeperkende maatregel mocht opleggen. Eiser krijgt dus ook geen schadevergoeding. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 januari 2026 door mr.

H. Hanssen-Telman, rechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier en gepubliceerd door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

de griffier de rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak, voor zover het betreft het beroep tegen het plaatsingsbesluit, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking van het proces-verbaal. Tegen deze uitspraak, voor zover het betreft het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel, staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H. Hanssen-Telman

Griffier

  • mr. K.E. Mulder

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?