ECLI:NL:RBDHA:2026:1815

ECLI:NL:RBDHA:2026:1815

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 03-02-2026
Datum publicatie 04-02-2026
Zaaknummer NL24.40270
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Asiel Ethiopië - problemen vanwege journalistieke werkzaamheden - politieke overtuiging - negatieve belangstelling - beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer 3 februari 2026 in de zaak tussen

[eiseres], v-nummer: [nummer 1], eiseres

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.40270

mede namens haar minderjarige kind:

[naam kind] , v-nummer: [nummer 2],

(gemachtigde: mr. I. Petkovski),

en

(gemachtigde: mr. M.J.C. van der Woning).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 4 augustus 2021 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 8 oktober 2024 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 26 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiseres en haar minderjarige kind hebben de Ethiopische nationaliteit. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Zij heeft gewerkt als journalist. Eiseres bracht als journalist misstanden in de samenleving aan de orde. Eiseres ontving bedreigingen van mensen en hun familie. Ook heeft zij problemen gehad met de overheid, zo heeft zij een uitnodiging gehad om zich op het politiebureau te melden en heeft zij daar een waarschuwing gekregen van het hoofd van het bureau. Eiseres stond op een lijst om te worden opgepakt. Eiseres is toen naar Nederland gekomen, waar haar man werkte als diplomaat. Zij is in de periode vóór haar eerste vertrek naar Nederland actief geweest op radio en televisie in Ethiopië. Eiseres kreeg daardoor problemen en heeft toen het land verlaten. Eiseres keerde in 2020 terug naar Ethiopië met het doel haar kind daar te laten opgroeien en haar werkzaamheden te hervatten. Er is in haar regio echter etnisch geweld uitgebroken, mensen met de Gumuz etniciteit vermoordden mensen van andere etniciteiten, waaronder die van eiseres. Zij deed daar ook verslag van via sociale media. Zij ging toen naar Addis Abeba, waar zij vervolgens hoorde dat er een verzoek was om haar op te pakken (dat betreft, naar eiseres ter zitting heeft toegelicht, de oproep van de rechtbank om haar in verzekering te stellen). Daarop is zij gevlucht naar Nederland. Zij vreest bij terugkeer dat zij wordt opgepakt door de Ethiopische autoriteiten of dat zij vanwege haar journalistieke werkzaamheden nog problemen krijgt met anderen dan de autoriteiten.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:

1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;

2. Gestelde problemen door journalistieke activiteiten;

3. Politieke overtuiging.

De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst en politieke overtuiging geloofwaardig zijn. De minister stelt zich op het standpunt dat de gestelde problemen door journalistieke activiteiten niet geloofwaardig zijn. Volgens de minister heeft eiseres namelijk tegenstrijdig verklaard over de vrijheid van meningsuiting in de periode tussen 2012 en 2018 in Ethiopië. Ook acht de minister niet aannemelijk dat eiseres problemen heeft door journalistieke activiteiten omdat haar naam niet in openbare bronnen wordt gevonden, terwijl eiseres heeft verklaard een prominente rol te hebben vervuld in het journalistieke spectrum. Eiseres heeft het voorgaande ook niet aannemelijk gemaakt met objectief materiaal. Verder acht de minister de gestelde vrees van eiseres niet aannemelijk omdat zij opnieuw legaal en zonder problemen Ethiopië is ingereisd in augustus 2019 en 2020. De geloofwaardig geachte elementen maken volgens de minister verder niet dat eiseres een vluchteling is zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag. De minister heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw 2000.

De problemen voorafgaand aan het vertrek in augustus 2019 van eiseres uit Ethiopië en de journalistieke werkzaamheden

5. Eiseres voert aan dat de minister zich ten onrechte op het standpunt stelt dat de problemen door de journalistieke activiteiten niet geloofwaardig zijn. Eiseres voert daarbij aan dat de minister ten onrechte heeft tegengeworpen dat zij geen televisie-uitzending heeft opgenomen. Zij heeft naar een online-video verwezen die is uitgezonden op televisie. Dit ondersteunt haar relaas. De minister heeft de online-video ten onrechte niet in beschouwing genomen. Verder voert eiseres aan dat de minister ten onrechte heeft gesteld dat nazoeking op het internet niet heeft geleid tot het achterhalen van journalistieke optredens of publicaties van eiseres, terwijl de minister heeft aangenomen dat eiseres van 2011 tot 2019 als journalist werkzaam is geweest. De minister heeft dit onvoldoende gemotiveerd. Eiseres voert in dit kader ook aan dat zij voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij op dusdanige wijze in de negatieve belangstelling is komen te staan dat zij op dit moment te vrezen heeft voor de Ethiopische autoriteiten. In dit kader verwijst eiseres naar de Kamerbrief van 18 april 2023, waarin de staatssecretaris heeft meegedeeld dat hij op grond van het ambtsbericht van 30 november 2022 journalisten die kritiek uiten op de autoriteiten heeft aangewezen als risicogroep. De minister heeft de werkzaamheden van eiseres als Deputy Director of [naam bedrijf] ten onrechte niet beoordeeld in het licht van de Kamerbrief. Daarbij voert eiseres aan dat zij, in tegenstelling tot de stelling van de minister, tussen 17 augustus 2020 en 11 juli 2021 op sociale media wel actief is geweest door informatie te delen. Daar komt bij dat de minister eerder geloofwaardig heeft geacht dat zij eerder, naar aanleiding van een oproep op naar het politiebureau te komen, door de politie is gearresteerd. Ook heeft de minister nagelaten de brief van de partner van eiseres te betrekken.

De rechtbank overweegt als volgt. De minister heeft aannemelijk geacht dat eiseres als nieuwslezeres voor [naam bedrijf] heeft gewerkt. De minister heeft echter niet ten onrechte onaannemelijk geacht dat eiseres in die hoedanigheid significante kritiek heeft geuit op de autoriteiten en daardoor in de negatieve belangstelling van de autoriteiten is komen te staan. De minister heeft er daarbij terecht op gewezen dat de enige video waarop eiseres is te zien als nieuwslezeres een online video is, maar er verder geen aanwijzingen zijn dat dit op televisie is uitgezonden terwijl eiseres zelf stelt meermalen op televisie te zijn verschenen met haar uitzendingen. De minister heeft er daarnaast ter zitting terecht op gewezen, en door eisers is niet bestreden, dat de naam van eiseres verder nergens online is te vinden wat wel in de verwachting ligt als eiseres bekend was als nieuwslezeres en in die hoedanigheid significante kritiek heeft geuit op de autoriteiten. De minister heeft, mede gezien het repressieve journalistieke klimaat en het gegeven dat eiseres als journalist steeds voor een overheidsinstelling heeft gewerkt, niet ten onrechte onaannemelijk geacht dat eiseres als nieuwslezeres allerlei misstanden aan de kaak heeft gesteld. Verder heeft de minister in dit kader aan eiseres mogen tegenwerpen dat zij zonder problemen Ethiopië heeft kunnen in- en uitreizen. Eiseres is legaal uitgereisd in augustus 2019 en is legaal en zonder problemen Ethiopië binnengekomen in augustus 2020, heeft een visum gekregen en was onder meer in het bezit van een Ethiopisch diplomatiek paspoort in december 2019. Verder merkt de rechtbank op dat, zoals hiervoor overwogen, de minister aannemelijk heeft geacht dat eiseres als nieuwslezeres heeft gewerkt, maar in die hoedanigheid geen significante kritiek heeft geuit op de autoriteiten door televisie-uitzendingen waardoor zij in de negatieve belangstelling van de autoriteiten zou staan. De rechtbank is daarom van oordeel dat er voor de minister geen aanleiding was om de werkzaamheden van eiseres in het licht van de Kamerbrief te beoordelen en aan te nemen dat eiseres onder de risicogroep valt zoals bedoeld in die Kamerbrief.

Met betrekking tot de verklaringen van de echtgenoot van eiseres heeft de minister mogen tegenwerpen dat de echtgenoot van eiseres niet als objectieve bron kan worden beschouwd en dat tegenstrijdig is verklaard over zijn werk- en salarissituatie. De minister heeft daarom niet ten onrechte aan die verklaringen beperkte waarde gehecht. Zo heeft eiseres verklaard dat haar echtgenoot niet meer zou mogen werken en geen salaris meer kreeg vanwege de gestelde problemen die eiseres heeft ondervonden, maar is gebleken dat hij daarna wel weer salaris kreeg en mocht werken op de Ethiopische ambassade in het Verenigd Koninkrijk. De minister heeft zich op de zitting terecht op het standpunt gesteld dat eiseres tegenstrijdig heeft verklaard over de positie van haar echtgenoot.

Op de zitting is de minister ingegaan op de oproep om bij het politiebureau te verschijnen. De minister heeft niet ten onrechte gesteld dat uit de verklaringen van eiseres blijkt dat zij is opgeroepen, op het bureau is verschenen en daarna weer kon vertrekken. Niet is gebleken dat eiseres daadwerkelijk in detentie heeft gezeten. Het zich enkel moeten melden bij de politie is onvoldoende om te concluderen dat eiseres in de negatieve belangstelling staat. De minister heeft, gezien bovenstaande, geen aanleiding hoeven zien om toch tot het oordeel te komen dat eiseres in de negatieve belangstelling staat omdat zij zich kritisch heeft geuit. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister niet ten onrechte gesteld dat eiseres de gestelde problemen voorafgaand aan haar vertrek en vanwege haar journalistieke werkzaamheden niet aannemelijk heeft gemaakt. De beroepsgrond slaagt niet.

Ten aanzien van de problemen met de autoriteiten van Ethiopië na terugkeer naar Ethiopië

6. Eiseres voert aan dat de minister op dit punt ten onrechte niet het voordeel van de twijfel heeft gegund. Zij wijst op het verschil tussen regionale en nationale problemen. Met regionale problemen was het geen probleem om nationaal uit te reizen. Later kon dat echter niet meer. Met betrekking tot de stelling van de minister dat eiseres geen origineel heeft overgelegd van de oproep van de rechtbank tot inverzekeringstelling, voert eiseres aan dat zij hier een verklaring voor heeft, namelijk dat zij de foto van een vriendin heeft gekregen die bij de politie werkte. Het nummer van die vriendin is daarna geblokkeerd, waardoor eiseres geen contact met haar meer kon zoeken. De minister heeft dit ten onrechte niet onderkend.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij na haar terugkeer problemen heeft ondervonden van de Ethiopische autoriteiten. Zoals eerder overwogen heeft eiseres zonder problemen kunnen in- en uitreizen. Bovendien heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat zij zich wezenlijk kritisch heeft geuit bij terugkeer naar Ethiopië. De minister heeft niet ten onrechte geconcludeerd dat eiseres er niet in is geslaagd om een beeld neer te zetten van iemand die zich op sociale media daadwerkelijk heeft gemanifesteerd met kritische uitingen waardoor zij in de negatieve belangstelling zou hebben gestaan. Zo heeft eiseres tijdens het aanvullend gehoor verklaard dat zij in totaal maar één jaar actief is geweest op sociale media. De minister heeft daarbij ook kunnen betrekken dat eiseres nadat er een oproep van de rechtbank tot inverzekeringstelling zou zijn uitgegaan, nog legaal is uitgereisd. Eiseres is op 11 juli 2021 legaal uitgereisd, terwijl de oproep gedateerd is op 7 juli 2021. De minister heeft zich verder niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de stelling van eiseres dat het niet om een landelijke, maar om een regionale oproep gaat, het voorgaande niet kan repareren nu eiseres volgens haar eigen verklaringen al langer zou worden gezocht door uitingen op de radio en televisie die volgens eiseres landelijk zouden zijn. Ook heeft de minister kunnen betrekken dat aan de foto van de gestelde inverzekeringstelling ook niet de waarde kan worden gehecht die eiseres daaraan toekent. Het betreft immers geen origineel document. Dat eiseres het originele document niet kan verkrijgen omdat zij de foto van een vriendin heeft ontvangen die bij de politie werkte doet daaraan niet af. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister niet ten onrechte gesteld dat eiseres niet heeft onderbouwd dat zij zich na terugkeer naar Ethiopië daadwerkelijk kritisch heeft geuit op sociale media ten opzichte van de overheid of derden. De beroepsgrond slaagt niet.

Kennelijk ongegrond

7. Eiseres voert aan dat de minister haar aanvraag ten onrechte kennelijk ongegrond heeft verklaard. Volgens eiseres kan de aanvraag niet als kennelijk ongegrond worden afgewezen op de grond dat zij iets zou hebben gezegd dat aantoonbaar afwijkt van het algemeen ambtsbericht Ethiopië 2018 (ambtsbericht) omtrent de journalistieke vrijheid in Ethiopië. In het ambtsbericht staat dat de journalistieke vrijheid in de periode voor 2018 steeds krapper werd. Eiseres heeft verwezen naar een geleidelijke fase en stelde zelf journalistieke vrijheid te hebben ervaren. Dit staat niet haaks op het ambtsbericht, dat de algemene situatie beschrijft. De minister heeft dit ten onrechte niet erkend.

De rechtbank overweegt als volgt. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 24 augustus 2018 volgt dat de minister een asielaanvraag op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw 2000 kennelijk ongegrond kan verklaren. Hiervoor is vereist dat de vreemdeling kennelijk inconsequente en tegenstrijdige, kennelijk valse of duidelijk onwaarschijnlijke verklaringen heeft afgelegd die strijdig zijn met voldoende geverifieerde informatie over het land van herkomst, die maken dat alle overtuigingskracht wordt ontnomen met betrekking tot de vraag of hij in aanmerking komt voor verlening van een asielvergunning. De Afdeling wijst in haar uitspraak ter toelichting op de tekst van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van Vw 2000 en de memorie van toelichting behorende bij het wetsvoorstel tot wijziging van de Vw 2000 ter implementatie van de Procedurerichtlijn en de Opvangrichtlijn.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister de aanvraag van eiseres kunnen afwijzen als kennelijk ongegrond. De minister acht het terecht tegenstrijdig dat enerzijds in het ambtsbericht staat dat in de periode vóór 2018 de vrijheid van meningsuiting steeds krapper werd en anderzijds eiseres zelf heeft verklaard dat die rechten in diezelfde periode steeds ruimer werden dan wel onbeperkt waren tussen 2012 en 2018. In het geval dat eiseres refereert naar de periode na 2018, blijkt uit het ambtsbericht dat ook in die periode vrijheden werden beperkt. Eiseres heeft in het aanvullend gehoor verklaard dat zij tussen 2012 en 2018 onbeperkte journalistieke vrijheid genoot. Dit strookt niet met wat daarover geschreven staat in het ambtsbericht. Daarin staat namelijk dat, hoewel de Ethiopische Grondwet voorziet in vrijheid meningsuiting en persvrijheid, de autoriteiten in deze verslagperiode deze rechten in de praktijk steeds verder beperkten.Verder staat daarin dat de regering vrijwel alle radiostations controleerde en het enige televisiestation beheerde in het land. De door de staat gecontroleerde media zonden alleen de opvattingen van de EPRDF-regering uit. Dit is tegenstrijdig met de verklaring van eiseres. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister daarom de asielaanvraag van eiseres mogen afwijzen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw 2000. De beroepsgrond slaagt niet.

Ten aanzien van de overige gronden

8. De rechtbank overweegt als volgt. Eiseres heeft nog gesteld dat ten onrechte geen individueel ambtsbericht is opgesteld, ten onrechte geen voordeel van de twijfel is gegund en dat ten onrechte geen verblijfsvergunning is verleend vanwege de situatie van de bevolkingsgroep Shinasha. De rechtbank acht het voorgaande onvoldoende geconcretiseerd om te spreken van beroepsgronden waar de rechtbank op dient in te gaan. Naar het oordeel van de rechtbank is de minister in het voornemen ingegaan op wat eiseres heeft aangevoerd over de Shinasha bevolking. Eiseres heeft verder niet geconcretiseerd waarom dat standpunt niet houdbaar is dan wel onvoldoende deugdelijk is gemotiveerd. De rechtbank heeft zich – gelet op het voorgaande – beperkt tot de punten die eiseres in haar beroepschrift concreet heeft aangevoerd.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Loof, rechter, in aanwezigheid van

mr. B. Göbel, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?