RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.1590
V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. H.E. Visscher),
en
Procesverloop
Bij besluit van 9 januari 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 2005 en de Algerijnse nationaliteit te hebben. Eiser heeft op 22 oktober 2025 asiel aangevraagd in Nederland
2. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vw. In dit artikel is bepaald dat een asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen indien op grond van Dublinverordening is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Uit Eurodac is gebleken dat eiser op 3 januari 2024 in Zwitserland een verzoek tot internationale bescherming heeft ingediend. Verweerder heeft op 26 november 2025 een terugnameverzoek gestuurd naar de Zwitserse autoriteiten. Deze hebben op 27 november 2025 bericht dat zij akkoord zijn met terugname van eiser.
3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Eiser heeft medische hulp nodig en in Zwitserland is deze medische hulp onvoldoende gebleken. Eiser doet een beroep op artikel 17 van de Dublinverordening. Hij heeft al veel meegemaakt, zoals de vlucht uit zijn land van herkomst en de slechte behandeling in Zwitserland. Overdracht aan Zwitserland getuigt daarom van onevenredige hardheid. Het bestreden besluit is volgens eiser onvoldoende zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Niet in geschil is dat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser.
5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende gemotiveerd heeft dat er geen aanleiding is om de asielaanvraag van eiser op grond van artikel 17 van de Dublinverordening onverplicht aan zich te trekken. De door eiser gestelde omstandigheden zijn geen bijzondere individuele omstandigheden die maken dat overdracht aan Zwitserland van onevenredige hardheid getuigt. Immers Zwitserland is gebonden aan de Opvangrichtlijn, waarin is vastgelegd dat asielzoekers in aanmerking komen voor medische noodzakelijke zorg. Zwitserland kent een vergelijkbaar niveau van medische zorg als Nederland. Eiser heeft bovendien verklaard dat hij in Zwitserland behandeling heeft gekregen en dat deze behandeling op eigen verzoek niet is voortgezet. Eiser heeft niet onderbouwd dat hij voor medische behandeling gebonden is aan Nederland. Voor wat betreft eisers gestelde slechte behandeling in Zwitserland geldt in het algemeen dat hij in Zwitserland dient te klagen bij de daartoe bevoegde autoriteiten. Niet gebleken is dat eiser dat heeft gedaan of voor hem niet mogelijk is.
6. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser terecht niet in behandeling genomen. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is op 3 februari 2026 gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt op www.rechtspraak.nl
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.