ECLI:NL:RBDHA:2026:1835

ECLI:NL:RBDHA:2026:1835

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 03-02-2026
Datum publicatie 04-02-2026
Zaaknummer NL26.1590
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

dublin, Zwitserland, buiten zitting, artikel 17 Dublinverordening, medische omstandigheden, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.1590

V-nummer: [V-nummer] ,

(gemachtigde: mr. H.E. Visscher),

en

Procesverloop

Bij besluit van 9 januari 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 2005 en de Algerijnse nationaliteit te hebben. Eiser heeft op 22 oktober 2025 asiel aangevraagd in Nederland

2. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vw. In dit artikel is bepaald dat een asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen indien op grond van Dublinverordening is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Uit Eurodac is gebleken dat eiser op 3 januari 2024 in Zwitserland een verzoek tot internationale bescherming heeft ingediend. Verweerder heeft op 26 november 2025 een terugnameverzoek gestuurd naar de Zwitserse autoriteiten. Deze hebben op 27 november 2025 bericht dat zij akkoord zijn met terugname van eiser.

3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Eiser heeft medische hulp nodig en in Zwitserland is deze medische hulp onvoldoende gebleken. Eiser doet een beroep op artikel 17 van de Dublinverordening. Hij heeft al veel meegemaakt, zoals de vlucht uit zijn land van herkomst en de slechte behandeling in Zwitserland. Overdracht aan Zwitserland getuigt daarom van onevenredige hardheid. Het bestreden besluit is volgens eiser onvoldoende zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd.

De rechtbank oordeelt als volgt.

4. Niet in geschil is dat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser.

5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende gemotiveerd heeft dat er geen aanleiding is om de asielaanvraag van eiser op grond van artikel 17 van de Dublinverordening onverplicht aan zich te trekken. De door eiser gestelde omstandigheden zijn geen bijzondere individuele omstandigheden die maken dat overdracht aan Zwitserland van onevenredige hardheid getuigt. Immers Zwitserland is gebonden aan de Opvangrichtlijn, waarin is vastgelegd dat asielzoekers in aanmerking komen voor medische noodzakelijke zorg. Zwitserland kent een vergelijkbaar niveau van medische zorg als Nederland. Eiser heeft bovendien verklaard dat hij in Zwitserland behandeling heeft gekregen en dat deze behandeling op eigen verzoek niet is voortgezet. Eiser heeft niet onderbouwd dat hij voor medische behandeling gebonden is aan Nederland. Voor wat betreft eisers gestelde slechte behandeling in Zwitserland geldt in het algemeen dat hij in Zwitserland dient te klagen bij de daartoe bevoegde autoriteiten. Niet gebleken is dat eiser dat heeft gedaan of voor hem niet mogelijk is.

6. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser terecht niet in behandeling genomen. Het beroep is ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is op 3 februari 2026 gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt op www.rechtspraak.nl

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.F.I. Sinack

Griffier

  • mr. S.D.C.J. Verheezen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?