RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.11235
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. F.J.M. Schonkeren),
en
(gemachtigde: mr. E.N. Hanks-Spijkerman).
Procesverloop
Bij besluit van 7 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de algemene procedure ingewilligd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep in gesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank ziet aanleiding om het onderzoek ter zitting achterwege te laten en doet uitspraak met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Awb.
Overwegingen
1. Eiser is van Eritrese nationaliteit en stelt te zijn geboren op [datum 1] 2006. Hij heeft op 21 maart 2023 een asielaanvraag in Nederland ingediend. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser ingewilligd.
2. Het beroep is gericht tegen de vaststelling van eisers geboortedatum op [datum 2] 2000. In zijn verweerschrift erkent verweerder dat op dit punt sprake is van een motiveringsgebrek. Verweerder stelt dat hij (alsnog) uit gaat van de door eiser gestelde geboortedatum van [datum 1] 2006. Verweerder verzoekt de rechtbank om zelf in de zaak te voorzien door de geboortedatum van eiser dienovereenkomstig vast te stellen en te bepalen dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het besluit.
3. Aangezien alleen daadwerkelijk gesproken kan worden van het verlenen van een verblijfsvergunning aan eiser als dat gebeurt onder de juiste personalia, heeft eiser belang bij de beoordeling van het beroep. Nu uit het standpunt van verweerder volgt dat de geboortedatum van eiser niet moet worden vastgesteld op [datum 2] 2000, maar op [datum 1] 2006, is er aanleiding om het beroep gegrond te verklaren en het bestreden besluit in zoverre te vernietigen.
4. De rechtbank zal, zoals door verweerder is verzocht, zelf in de zaak voorzien krachtens artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb, door de geboortedatum van eiser vast te stellen op [datum 1] 2006 en te bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit voor zover dat is vernietigd.
5. In de gegrondverklaring van het beroep ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 934,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 7 maart 2025 voor zover daarin de geboortedatum van eiser is vastgesteld op [datum 2] 2000;
- stelt in plaats daarvan de geboortedatum vast op [datum 1] 2006 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het bestreden besluit voor zover dat is vernietigd;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 934,- (negenhonderdvierendertig euro).
Deze uitspraak is gedaan op 3 februari 2026 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.