ECLI:NL:RBDHA:2026:1859

ECLI:NL:RBDHA:2026:1859

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 04-02-2026
Datum publicatie 04-02-2026
Zaaknummer NL25.45802
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Asiel - Kameroen - asielmotieven geloofwaardig - onvoldoende zwaarwegend - discriminatie - binnenlands beschermingsalternatief - beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.45802

geboren op [geboortedatum] ,

van Kameroense nationaliteit,

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. H.A. Limonard),

en

(gemachtigde: mr. G.W. Wezelman).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank beoordeelt het beroep.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft voldoende gemotiveerd dat eiser geen risico loopt op vervolging vanwege de ondervonden discriminatie en dat hij bij terugkeer naar de aangewezen plaatsen in Kameroen geen reëel risico loopt op ernstige schade. De minister aan eiser dit binnenlands beschermingsalternatief mogen tegenwerpen. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is daarom ongegrond.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 20 januari 2024 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd. De minister heeft met het bestreden besluit van 15 september 2022 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. Daarbij is aan eiser ook een terugkeerbesluit opgelegd.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft op 1 oktober 2025 de gronden van beroep ingediend. Op 28 januari 2026 heeft eiser aanvullende gronden van beroep ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 30 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, een tolk en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek op zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser stelt dat hij is opgepakt vanwege de oorlog en dat alle jonge mannen worden opgepakt, omdat zij Ambazoniastrijders kunnen zijn. Eiser heeft in verschillende gevangenissen gezeten en is met behulp van de gevangenisinspecteur ontsnapt uit de gevangenis en uit Kameroen. Eiser vreest bij terugkeer voor de verschillende milities en om opnieuw opgepakt te worden. Daarnaast vreest hij voor discriminatie door Franstaligen en moslims.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister het volgende asielmotieven:

1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;

2. Eisers problemen met de Franstalige troepen in Kameroen;

3. Eisers problemen met discriminatie op grond van het behoren tot de Engelstalige minderheid en zijn christelijke religie.

De minister vindt de asielmotieven van eiser geloofwaardig, maar meent dat deze niet leiden tot gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade. De discriminatie die eiser heeft ondervonden levert niet een zo ernstige beperking van de bestaansmogelijkheden op dat het voor hem onmogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied te kunnen functioneren. Hoewel in de provincies North-West en South-West sprake is van een uitzonderlijke situatie van willekeurig geweld, heeft eiser in Kameroen een binnenlands beschermingsalternatief. De minister heeft de asielaanvraag afgewezen als ongegrond en een terugkeerbesluit opgelegd. Eiser moet binnen vier weken vertrekken naar Kameroen.

Eiser kan zich hiermee niet verenigen. De rechtbank zal hierna de beroepsgronden van eiser beoordelen.

Discriminatie

5. Eiser voert aan dat de door hem ondervonden discriminatie niet alleen gelegen is in het behoren tot de Engelstalige minderheid, maar dat ook het christen zijn deel uitmaakt van zijn problemen. Hij wijst erop dat de discriminatie van Engelstaligen in Kameroen bijzonder ernstig is en heeft geleid tot een diepgaande humanitaire en mensenrechtencrisis. Zo worden Engelstaligen structureel gediscrimineerd op politiek, economisch en cultureel vlak.

Uit het beleid van de minister, zoals neergelegd in paragraaf C2/3.2.6. van de Vc, volgt dat discriminatie van een vreemdeling door de autoriteiten en door medeburgers als daad van vervolging wordt aangemerkt, als de vreemdeling vanwege de discriminatie zo ernstig wordt beperkt in zijn bestaansmogelijkheden dat hij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren.

De rechtbank is van oordeel dat de minister niet ten onrechte heeft gesteld dat de discriminatie die eiser heeft ondervonden vanwege het behoren tot de Engelse minderheid en zijn christelijke religie niet dusdanig van aard is dat gesproken kan worden van vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag. In het bestreden besluit, en in het voornemen van 11 september 2025, heeft de minister dat voldoende deugdelijk gemotiveerd. De minister heeft bij zijn standpunt kunnen betrekken dat eiser in Kameroen de basisschool en de middelbare school heeft doorlopen, dat hij toegang had tot medische zorg en kon werken en in zijn levensbehoeften kon voorzien. Dat eiser stelt dat de discriminatie van Engelstaligen in Kameroen bijzonder ernstig is en heeft geleid tot een diepgaande humanitaire en mensenrechtencrisis, heeft de minister niet op een ander standpunt behoeven brengen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij persoonlijk zulke zwaarwegende problemen heeft ondervonden dat hij vanwege de ondervonden discriminatie onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren.

Binnenlands beschermingsalternatief

6. Eiser voert aan dat voor hem geen binnenlands beschermingsalternatief geldt. Het is in het huidige klimaat niet verantwoord om eiser terug te sturen naar andere delen van Kameroen. Hij wijst erop dat verschillende openbare bronnen vermelden dat in Kameroen sprake is van een humanitaire crisis en het daar niet veilig is.

Uit artikel 3.37d van het VV, gelezen in samenhang met paragraaf C2/3.4 van de Vc, volgt dat de minister een binnenlands beschermingsalternatief mag tegenwerpen als de vreemdeling in een deel van het land van herkomst geen vrees heeft voor vervolging in vluchtelingrechtelijke zin of een reëel risico loopt op ernstige schade, op een veilige wijze naar dat gebied kan reizen en redelijkerwijs van de vreemdeling kan worden verwacht dat hij zich in dat gebied vestigt.

De rechtbank is van oordeel dat de minister op goede gronden de gebieden Yaoundé, Douala en Bafoussam als beschermingsalternatief aan eiser heeft tegengeworpen. Volgens het beleid van de minister is er voor Kameroen sprake van een uitzonderlijke situatie in de provincies North-West en South-West. De minister heeft terecht gesteld dat voldaan is aan de voorwaarden van artikel 3.37d van het VV. Dat eiser stelt dat hij behoort tot de Engelstalige minderheid van Kameroen en dat sinds het vanaf 2016 bestaande politieke conflict de culturele verschillen sterk zijn verhevigd, maakt niet dat de minister geen binnenlands beschermingsalternatief heeft mogen aannemen in Yaoundré, Douala en Bafoussam. De minister heeft er in dit verband op kunnen wijzen dat, zoals in de Kamerbrief van 11 februari 2022, is aangegeven dat in Yaoundé, Douala en Bafoussam grote Engelstalige gemeenschappen aanwezig zijn en dat deze gemeenschappen kunnen rekenen op de steun en hulp van de Franstalige bevolking aldaar. Dat de gemachtigde van eiser heeft gesteld dat in Kameroen sprake is van een humanitaire crisis en onveilige situatie, zodat het voor eiser niet verantwoord is om terug te gaan naar Kameroen, leidt niet tot een ander oordeel. De gemachtigde van eiser heeft zijn stellingen onvoldoende concreet onderbouwd.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. De minister heeft de aanvraag niet ten onrechte afgewezen als ongegrond en aan eiser geen verblijfvergunning toegekend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef onder a en b, van de Vw. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, rechter, in aanwezigheid van

mr. E.A. Ruiter, griffier, en openbaar gemaakt door gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. H. Hanssen - Telman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?