ECLI:NL:RBDHA:2026:1868

ECLI:NL:RBDHA:2026:1868

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 04-02-2026
Datum publicatie 04-02-2026
Zaaknummer NL25.51742
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Asiel - Irak - geen voordeel van de twijfel - ontvoering is niet geloofwaardig geacht - geen vrees voor vervolging dan wel een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Irak - discriminatie vanwege Turkmeense etniciteit niet erg genoeg - AAB Irak november 2023 en Country Guidance van de EUAA van november 2024 - niet voldaan aan het individualiseringsvereiste - beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.51742

geboren op [geboortedatum] ,

van Iraakse nationaliteit,

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. H.A. Limonard),

en

(gemachtigde: mr. G.W. Wezelman).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank beoordeelt het beroep.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft de verklaringen van eiser over de ontvoering niet ten onrechte ongeloofwaardig gevonden. Daarnaast zijn verklaringen over discriminatie op goede gronden onvoldoende zwaarwegend bevonden. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is daarom ongegrond.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 25 oktober 2023 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd. De minister heeft met het bestreden besluit van 21 oktober 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarbij is aan eiser ook een terugkeerbesluit opgelegd.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft op 31 oktober 2025 de gronden van beroep ingediend. Op 22 januari 2026 heeft eiser aanvullende gronden van beroep ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 30 januari 2026, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening, op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiser is niet verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek op zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser stelt dat hij in januari 2023 is ontvoerd door onbekende mannen en vervolgens is meegenomen in een auto. Hij is ongeveer zes of acht dagen vastgehouden en in die gehele periode mishandeld. Nadat zijn familie losgeld heeft betaald, is eiser door de ontvoerders vrijgelaten. Verder stelt eiser dat hij is gediscrimineerd vanwege zijn Turkmeense etniciteit en religie. Eiser vreest bij terugkeer naar Irak dat hem hetzelfde zal overkomen.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

1. Identiteit, nationaliteit en herkomst,

2. De ontvoering van eiser.

De minister vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. De verklaringen van eiser over zijn ontvoering vindt de minister niet geloofwaardig. De minister meent dat eiser geen gegronde vrees heeft voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag en dat hij bij terugkeer naar Irak ook geen reëel risico loopt op ernstige schade. De minister heeft de asielaanvraag afgewezen als ongegrond. Daarnaast krijgt hij een terugkeerbesluit. Eiser moet binnen vier weken vertrekken naar Irak.

Eiser kan zich hiermee niet verenigen. De rechtbank zal hierna de beroepsgronden van eiser beoordelen.

Voordeel van de twijfel

5. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat de minister hem het voordeel van de twijfel had dienen te geven door meer waarde toe te kennen aan de door eiser overgelegde documenten. Eiser heeft geen stukken overgelegd op grond waarvan moet worden getwijfeld aan de beoordeling door Bureau Documenten. Bovendien is het geven van het voordeel van de twijfel pas aan de orde als wordt voldaan aan alle voorwaarden van artikel 31, zesde lid, van de Vw. De minister heeft terecht gesteld, en op de zitting toegelicht, dat eiser zijn verklaringen over de ontvoering niet heeft onderbouwd met objectieve documenten en dat hij niet samenhangend en tegenstrijdig heeft verklaard, en dat daarmee niet is voldaan aan artikel 31, zesde lid, aanhef en onder b en c, van de Vw. De minister heeft daarvoor in het bestreden besluit, en in het voornemen van 16 september 2025, vier redenen genoemd. De rechtbank zal dat hierna beoordelen aan de hand van de (aanvullende) beroepsgronden van eiser.

Geloofwaardigheid ontvoering

6. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eisers verklaringen over de gestelde ontvoering niet geloofwaardig zijn. Hij heeft dit in het bestreden besluit, en in het voornemen, voldoende deugdelijk gemotiveerd.

De minister heeft bij zijn standpunt kunnen betrekken dat uit de verklaring van onderzoek van Bureau Documenten van 17 juli 2024 volgt dat de door eiser bij zijn aanvraag overgelegde verklaring van de politie en een verklaring van de rechtbank waarschijnlijk niet bevoegd zijn opgemaakt en afgegeven. Daarbij heeft de minister mogen stellen dat de verklaring van eiser dat zijn moeder de documenten heeft geregeld, hier niet aan afdoet. Dat eiser stelt dat aan de door hem overgelegde documenten meer bewijswaarde dient te worden toegekend, heeft de minister niet behoeven te volgen. De gemachtigde van de minister heeft hierover op de zitting gesteld dat uit de Vakbijlage Bureau Documenten volgt dat het oordeel van Bureau Documenten over de documenten een duidelijke conclusie is, en dat er een redelijke mate van waarschijnlijkheid is dat de documenten niet bevoegd zijn opgemaakt en afgegeven. Hij heeft in dit verband gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de conclusie van Bureau Documenten niet klopt. De rechtbank volgt de minister hierin. De minister heeft daarom mogen uitgaan van de verklaring van onderzoek van Bureau Documenten. Daar komt bij dat de gemachtigde van eiser op zitting heeft erkend dat eiser niet kan onderbouwen dat het om originele documenten gaat.

Verder heeft de minister naar het oordeel van de rechtbank voldoende deugdelijk gemotiveerd waarom eisers verklaringen over zijn ontvoering niet geloofwaardig zijn. Daarbij heeft de minister niet ten onrechte gesteld dat de verklaringen van eiser over de ontvoering gebaseerd zijn op vermoedens. De minister heeft in dit verband mee kunnen wegen dat eiser heeft verklaard dat hij niet weet wie de mensen zijn die hem hebben ontvoerd, voor wie ze werken en waarom ze hem hebben gekozen. Dat eiser wat betreft de intenties van de personen die het op hem hadden voorzien alleen maar kan gissen, heeft de minister onvoldoende mogen vinden. Ook heeft de minister aan eiser kunnen tegenwerpen dat hij uiteenlopende redenen heeft gegeven voor de ontvoering en dat zijn verklaringen over de toedracht van de ontvoering tegenstrijdig zijn. De minister heeft daarbij mogen overwegen dat eisers verklaring in het nader gehoor dat zijn oom tegen hem heeft gezegd dat als hij zou terugkomen hij wordt opgepakt door de autoriteiten en de doodstraf krijgt, tegenstrijdig is aan zijn verklaring in het nader gehoor te zijn ontvoerd en vrijgelaten door onbekenden voor losgeld. Dat eiser stelt dat de vele onduidelijkheden terug te voeren zijn naar een niet werkend systeem in Irak, heeft de minister niet behoeven volgen. Dat geldt ook voor de stelling van eiser dat in Irak de scheidslijn tussen georganiseerde misdaad en officiële autoriteiten vaak vaag of zelfs onzichtbaar zijn. Dit maakt, zoals de gemachtigde van de minister op zitting heeft toegelicht, nog niet dat de verklaringen van eiser over de gestelde ontvoering moeten worden gevolgd. De verwijzing van eiser naar het algemeen ambtsbericht inzake Irak van november 2023 en andere landeninformatie, waarin onder meer staat dat het rechtssysteem in Irak fragiel is en vaak wordt beïnvloed door politieke of sektarische belangen, heeft de minister niet tot een ander standpunt behoeven te brengen. Dit kan daarom niet tot een ander oordeel leiden.

Vrees voor terugkeer/reëel risico op ernstige schade

7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich niet ten onrechte en afdoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat uit de verklaringen van eiser niet blijkt dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft. Daarbij heeft de minister kunnen stellen dat de verklaringen van eiser over discriminatie vanwege zijn Turkmeense etniciteit en religie onvoldoende zwaarwegend zijn. De minister heeft in dit verband op goede gronden overwogen dat de discriminatie die eiser heeft meegemaakt niet een dusdanig ernstige beperking van de bestaansmogelijkheden oplevert dat het voor hem onmogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied te kunnen functioneren. Daarbij heeft de minister van belang kunnen vinden dat de discriminatie die eiser ondervond enkel bestond uit beledigende opmerkingen van medeburgers en dat niet gebleken is dat eiser met een dermate ernstige repressie te maken heeft gekregen. De minister heeft niet ten onrechte geconcludeerd dat niet is gebleken dat eiser vanwege de discriminatie te vrezen heeft voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag.

De minister heeft verder naar het oordeel van de rechtbank mogen stellen dat eiser ondanks dat hij behoort tot de Turkmeense bevolkingsgroep bij terugkeer naar Irak geen reëel risico loopt op ernstige schade. De gemachtigde van de minister heeft hierover op de zitting toegelicht dat de minister geloofwaardig vindt dat eiser in Irak beledigd is en in Irak te maken heeft gehad met discriminatie vanwege zijn Turkmeense etniciteit. Het individualiseringsvereiste brengt mee dat eiser aannemelijk dient te maken dat de discriminatie in Irak een dusdanig ernstige beperking van de bestaansmogelijkheden heeft opgeleverd dat het voor hem onmogelijk was om op maatschappelijk en sociaal gebied te kunnen functioneren. De verwijzing van eiser naar enkele passages in het algemeen ambtsbericht inzake Irak van november 2023 en de Country Guidance van de EUAA van november 2024, heeft de minister niet op een ander standpunt hoeven brengen. Hoewel daaruit blijkt dat er sprake is van discriminatie van Turkmenen in Irak, blijkt niet dat Turkmenen – zoals eiser – in het algemeen enkel vanwege het hebben van de Turkmeense etniciteit een reëel risico lopen op vervolging of ernstige schade. Eiser heeft dit ook niet aannemelijk gemaakt.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. De minister heeft de aanvraag niet ten onrechte afgewezen als ongegrond en aan eiser geen verblijfvergunning toegekend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef onder a en b, van de Vw. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, rechter, in aanwezigheid van

mr. E.A. Ruiter, griffier, en openbaar gemaakt door gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. H. Hanssen - Telman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?