ECLI:NL:RBDHA:2026:1894

ECLI:NL:RBDHA:2026:1894

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 04-02-2026
Datum publicatie 05-02-2026
Zaaknummer NL25.24843
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Proces-verbaal
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Asiel; Gambia; niet tijdig beroep; niet verschoonbaar; bahaddar; beroep niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.24843

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 januari 2026 in de zaak tussen

(gemachtigde: mr. E. Derksen),

en

(gemachtigde: mr. S.J. de Vries).

Procesverloop

1. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 8 mei 2025 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op 13 januari 2026 op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Eiser heeft op 16 januari 2026 op dit verweerschrift gereageerd.

De rechtbank heeft het beroep op 30 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.

Na afloop van de behandeling van de zaak heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. De motivering van die uitspraak vermeldt de rechtbank hierna.

Beslissing

2. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Beoordeling door de rechtbank

3. Het bestreden besluit is van 8 mei 2024. Vanaf dat moment had eiser één week de tijd om beroep in te stellen. Dat betekent dat eiser zijn beroepschrift uiterlijk op 15 mei 2025 had moeten indienen. Deze termijn is ook duidelijk opgenomen in het besluit, zodat de stelling dat eiser dit niet wist niet slaagt. Eiser heeft zijn beroepschrift op 3 juni 2025 ingediend. Dat is te laat. Het besluit was kenbaar gemaakt aan eisers toenmalige advocaat. Dat deze advocaat niet tijdig beroep heeft ingesteld komt voor rekening en risico van eiser. Dit betekent dat het beroep niet verschoonbaar te laat is ingediend, zodat het in beginsel niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Voordat de rechtbank een beroep niet-ontvankelijk verklaart, moet zij beoordelen of er reden is om aan een niet-ontvankelijkverklaring voorbij te gaan. Dat is volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) het geval als wat een vreemdeling heeft aangevoerd en overgelegd onmiskenbaar tot het oordeel leidt dat de minister bij uitzetting van die vreemdeling artikel 3 van het EVRM zou schenden. Dat is hier echter niet het geval. De minister heeft in het bestreden besluit overwogen dat eisers verklaring dat hij een moord heeft gepleegd, tegenstrijdig is met de antecedentenverklaring die eiser heeft ondertekend en waarin hij verklaart dat hij nooit een misdrijf zoals bijvoorbeeld moord heeft gepleegd. Ook heeft hij overwogen dat eisers verklaringen over zijn familiesamenstelling en de overlijdensdatum van zijn broer Abdulai tegenstrijdig zijn. Verder heeft de minister overwogen dat eisers verklaringen over het vluchten na de ruzie tegenstrijdig zijn. Wat eiser hiertegen heeft aangevoerd leidt niet onmiskenbaar tot het oordeel dat uitzetting naar Gambia tot een schending van artikel 3 van het EVRM zal leiden. Dat betekent dat het beroep niet-ontvankelijk is.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Partijen kunnen binnen één week tegen deze uitspraak in hoger beroep. Dat kan op de manier zoals onderaan dit proces-verbaal staat omschreven.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 januari 2026 door mr. G.A. van der Straaten, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Lange, griffier.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?