RECHTBANK DEN HAAG
Uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] (V-nummer: [V-nummer]),
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL26.4139
geboren op [geboortedatum] 1990,
Burger van Democratische Republiek Congo,
eiser,
(gemachtigde: mr. D.P.J. Grommen),
en
(gemachtigde: mr. L.S. Hartog).
Procesverloop
Verweerder heeft eiser op 22 januari 2026 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vreemdelingenwet 2000.
Eiser heeft op 23 januari 2026 beroep ingesteld tegen de maatregel, welk beroep tevens wordt aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 3 februari 2026 op zitting behandeld. Eiser heeft afstand gedaan van zijn recht om in persoon te worden gehoord over zijn vrijheidsontnemende maatregel en heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser is op 22 januari 2026 overgenomen van de Duitse autoriteiten en aansluitend opgehouden en in bewaring gesteld. Omdat eiser na de overname van de Duitse autoriteiten een asielaanvraag heeft ingediend, heeft verweerder de maatregel -terecht- op de asielgrond gestoeld.
2. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de bewaring noodzakelijk is met het oog op de vaststelling van de identiteit of nationaliteit van eiser en met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een asielaanvraag. Verweerder heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb), als zware gronden vermeld dat eiser:3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;3i. te kennen heeft gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer;en als lichte gronden vermeld dat eiser:4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;4b. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
3. Eiser voert aan dat hij op een verkeerde grondslag is opgehouden en dat de zware gronden 3a, 3b en 3i ten onrechte zijn opgevoerd. Verder ontbreekt een eerder vastgesteld terugkeerbesluit in het dossier en is eiser onder een onjuiste naam geregistreerd. Eiser vindt dat het beroep gegrond moet worden verklaard.
4. Verweerder heeft zware grond 3i ter zitting laten vallen en acht de maatregel overigens rechtmatig.
5. De rechtbank komt tot de conclusie dat het opleggen van de maatregel onzorgvuldig is voorbereid en dat de maatregel daarom onrechtmatig is. De rechtbank zal de maatregel dan ook opheffen en eiser in vrijheid stellen en motiveert dit als volgt.
6. Voorafgaand aan het opleggen van een maatregel hoort verweerder de vreemdeling om te onderzoeken of de maatregel noodzakelijk, proportioneel en evenredig is. Dit onderzoek heeft betrekking op de verblijfsrechtelijke positie van de vreemdeling. Verweerder moet in het onderzoek allereerst vaststellen of de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft, of er wellicht aanknopingspunten zijn om de Dublinverordening van toepassing te achten of dat de vreemdeling een zogenoemde statushouder is. Na deze vaststelling weet verweerder of hij de vreemdeling, als deze vreemdeling geen verblijfsvergunning of andere toestemming voor verblijf heeft, moet verwijderen naar zijn land van herkomst, kan overdragen aan de verantwoordelijke lidstaat, de asielprocedure moet laten doorlopen of de vreemdeling moet aanzeggen om zich naar de statusverlenende lidstaat te begeven. Als verweerder dit is nagegaan, kan verweerder vervolgens onderzoeken of dit doel ook kan worden bereikt zonder vrijheidsontnemende maatregel. Een bewaringsmaatregel is immers een ultimum remedium om dat doel te bereiken. Als verweerder kan motiveren dat dit doel, dus de verwijdering, overdracht, asielprocedure of terugkeer naar de statusverlenende lidstaat, alleen kan worden bereikt door het opleggen van de maatregel, moet verweerder onderzoeken of het opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel ook proportioneel en evenredig is. Indien dat niet het geval is, is verweerder niet bevoegd om de maatregel op te leggen. Afhankelijk van de verblijfsrechtelijke positie van de vreemdeling, dient verweerder dus te bepalen wat de grondslag van een mogelijk op te leggen bewaringsmaatregel is. Het gehoor dient te zijn toegespitst op het onderzoek of het noodzakelijk, proportioneel en evenredig is om de maatregel op te leggen om dat specifieke doel met die specifieke grondslag te verzekeren. Iedere bewaringsgrondslag kent namelijk specifieke rechtmatigheidsvoorwaarden, wat onder meer de rechtvaardiging voor de zogenoemde ‘schottentheorie’ is. Uit het gehoorverslag moet dus blijken dat degene die de vreemdeling hoort, begrijpt dat voor de verschillende bewaringsgrondslagen specifieke vereisten gelden en dat diegene begrijpt wat het verschil is tussen rechtmatig verblijf en illegaal verblijf en begrijpt dat het onderzoek of de maatregel moet worden opgelegd afhankelijk van de verblijfsrechtelijke positie is. Uit het gehoorverslag moet ook blijken dat de vragen die aan de vreemdeling gesteld worden verband houden met het specifieke doel waartoe de oplegging van de maatregel strekt.
7. Uit het verslag van het bewaringsgehoor in de onderhavige procedure blijkt op geen enkele wijze dat degene die eiser heeft gehoord snapt dat het horen om te onderzoeken of het noodzakelijk, proportioneel en evenredig is om eiser in bewaring te stellen met het oog op de vaststelling van de identiteit of nationaliteit van eiser en met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een asielaanvraag, geen verband houdt met de verwijdering van eiser. De verwijdering naar het land van terugkeer komt pas aan de orde als is beoordeeld en in rechte vaststaat dat aan eiser geen internationale bescherming hoeft te worden verleend.
8. De rechtbank heeft ter zitting besproken dat nagenoeg alle vragen die aan eiser zijn gesteld zien op de vraag waarom eiser niet is teruggekeerd naar zijn land van herkomst nadat een terugkeerbesluit is vastgesteld en of hij bereid is om mee te werken aan terugkeer. Uit de verklaringen die eiser heeft afgelegd volgt dat eiser door deze vragen in de veronderstelling verkeerde dat hij ten tijde van het gehoor een terugkeerverplichting had. Degene die eiser heeft gehoord geeft er in dit gehoor geen enkele blijk van zich te realiseren dat eiser vanwege zijn asielaanvraag rechtmatig in Nederland verblijft en dat de rechtsgevolgen van het eerder vastgestelde terugkeerbesluit zijn opgeschort en eiser dus géén vertrekplicht heeft. Dit blijkt uit onder meer de navolgende passages in de M110:
(…)
V: Ik ben [xxx] en ben hulpofficier van justitie. Ik ben hier om te beoordelen of ik u in
vreemdelingenbewaring zal stellen. De maatregel van bewaring houdt in dat u van uw vrijheid ontnomen blijft tot het moment dat u wordt uitgezet of een rechtbank anders beslist.
(…)
V: Bent u in staat om te kunnen reizen?
(…)
O: Er is reeds op 10-04-2025 een terugkeerbesluit aan u uitgereikt, deze is nog van kracht. Bij beschikking zijn uw eerdere aanvragen tot verblijf afgewezen. ik ben voornemens met het oog op vertrek u in vreemdelingen bewaring te stellen. Er zijn hier in mijn ogen ook voldoende gronden voor.
Nogmaals dient u tijdens dit gehoor (bijzondere) individuele omstandigheden aan te dragen waarom ik zou moeten afzien van het opleggen van een maatregel van bewaring. Deze omstandigheden neem ik mee in mijn belangenafweging over het te nemen van een besluit. Daarbij heeft u wederom aangegeven dat u asiel wilt aanvragen, deze neem ik zelf niet in behandeling. Ik zal dit wel doorgeven aan de IND en dit proces gaat afzonderlijk lopen.
V: begrijp u dit?
A: Ja dat snap ik, ik wil alleen echt niet terug naar Congo, ik heb daar niks en ik heb hier een vrouw en kinderen.
(…)
V: Bent u in het bezit van (reis)documenten?
(…)
V: Heeft u in al die tijd dat u hier bent via de ambassade of consulaat van Congo geprobeerd een reisdocument te verkrijgen?
(…)
V: Op 16-07-2025 heeft u een terugkeerbesluit wat inhield dat u niet langer rechtmatig in Nederland mocht verblijven en onmiddellijk diende terug te keren naar Congo. Heeft u dit gedaan en kan u dit aantonen?
A: Nee, dit kon dus niet, zoals ik al verteld hebt, ik heb ook nooit deze intentie gehad. Ik wil hier in Europa blijven omdat ik hier kinderen heb.
V: U zegt net dat u wel verteld is dat u moest vertrekken, waarom heeft u dat niet gedaan?
A: Vanwege mijn vrouw en kinderen.
V: Zoals ik u eerder zei bent u verplicht om terug te keren naar Congo, gaat u daar mee akkoord?
A: Nee, nogmaals.
(…)
V: uit documentatie in ons systeem blijkt dat u meerdere keren eerder asiel heeft aangevraagd, waarom blijft u asiel aanvragen, terwijl het antwoord hetzelfde lijkt te blijven?
(…)
V: Het voornemen bestaat om aan u de maatregel vreemdelingenbewaring op te leggen. Kunt u een reden noemen waarom ik u niet in vreemdelingenbewaring zou moeten stellen of waarom ik een lichter middel zou moeten toepassen.
A: Ja nou ja wat moet ik zeggen. Ik moest het land verlaten, dat heb ik gedaan, maar ik word elke keer weer terug gestuurd. Ik snap het als u mij in bewaring moet stellen, want als ik in vrijheid gesteld word, ga ik naar België naar een vriend van mij. Dan ga ik daar opnieuw de procedure wel weer in.
V: Het bevel aan u is om terug te gaan naar Congo, niet alleen Nederland verlaten.
A: Dat snap ik, alleen dat wil ik niet en is me ook niet gelukt.
(…)
O: De maatregel vreemdelingenbewaring houdt in nogmaals dat u voorafgaand aan een voorgenomen onvrijwillige terugkeer naar uw land van herkomst zal moeten verblijven in een speciaal daartoe ingericht cellencomplex.
V: Wat is uw zienswijze te aanzien van het voornemen om aan u deze vrijheid ontnemende maatregel op te leggen?
A: u moet doen wat u goed lijkt, ik denk alleen echt niet terug te kunnen naar Congo, ik heb daar gewoon niemand.
(…)
Ik heb u zojuist medegedeeld dat er voldoende redenen zijn om aan te nemen dat u zich aan het toezicht zal onttrekken dan wel de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Daarom ben ik niet voornemens om in uw geval te kiezen voor het toepassen van een lichter middel.
V: Wilt u daarover nog iets verklaren?
A: U doet wat u moet doen, ik zal met mijn raadsman bespreken hoe ik de gang van zaken het best kan aanlopen.
V: Wilt u verder nog iets verklaren?
A: Ik heb gewoon echt niks in Congo, ik zou niet weten hoe ik daar terecht kom en ook totaal niet weten wat ik daar zou moeten doen als ik daar kom.
(…)
V: Bent u getrouwd of heeft u een relatie?
(…)
V: Welke moeilijkheden ondervindt de echtgenoot/partner als hij/zij de betrokken vreemdeling zou volgen naar het land van herkomst?
A: Dan hebben ze geen vaderlijk figuur meer, ik wil gewoon met mijn vrouw en kinderen zijn.
(…)
9. Verweerder heeft desgevraagd aangegeven dat in de M110 wel is aangekruist dat eiser gehoord wordt over een maatregel op de asielgrond en er wel is vermeld dat eiser een asielaanvraag heeft ingediend. De rechtbank overweegt dat deze enkele vermeldingen niet afdoen aan de vaststelling dat degene die eiser heeft gehoord zich niet heeft vergewist of eiser in bewaring moest worden gesteld om te verzekeren dat eiser de asielprocedure zou doorlopen. Aan eiser is bovendien gevraagd of hij wil dat de ambassade van Congo in kennis wordt gesteld waaruit ook blijkt dat degene die heeft gehoord zich niet heeft gerealiseerd dat eiser een asielaanvraag heeft ingediend. Het gehoor heeft zich toegespitst op het onderzoek of eiser alsnog uit eigen beweging zou voldoen aan zijn terugkeerverplichting. Dat, zoals verweerder daarop heeft aangegeven, in de maatregel wel het onttrekkingsrisico is gemotiveerd, maakt dit niet anders. Bij elke maatregel op elke grondslag zal immers sprake zijn van een (significant) onttrekkingsrisico omdat een maatregel bij het ontbreken hiervan, ongeacht of is voldaan aan de overige rechtmatigheidsvereisten, niet kan worden opgelegd. Bovendien is de motivering van de gronden ook toegespitst op het risico dat eiser niet uit eigen beweging terugkeert naar zijn land van herkomst. Dit geldt tot slot ook voor de motivering van de beoordeling waarom een lichter middel niet toereikend is geacht om te verzekeren dat eiser beschikbaar zou blijven gedurende het onderzoeken van de asielaanvraag van eiser. Dat eiser is bevraagd over zijn gezondheid en familie- en gezinsleven leidt ook niet tot een andere conclusie omdat feiten en omstandigheden die uit deze vragen blijken relevant kunnen zijn voor de toepassing van een lichter middel, ongeacht het doel dat mogelijk moet worden verzekerd door oplegging van de maatregel.
10. Doordat het gehoor niet is te relateren aan de asielprocedure die de grondslag vormt voor de maatregel, is het opleggen van de maatregel zodanig onzorgvuldig voorbereid, dat de maatregel reeds hierdoor onrechtmatig is opgelegd. Dit betekent dat de rechtbank de maatregel zal opheffen en eiser in vrijheid zal stellen. Omdat de invrijheidstelling de inzet van de procedure is, acht de rechtbank het niet nodig om de beroepsgronden en de overige rechtmatigheidsvereisten van de maatregel te bespreken en te beoordelen.
11. Eiser is onrechtmatig in bewaring gesteld en gehouden. De rechtbank zal eiser daarom in aanmerking brengen voor schadevergoeding en ziet geen aanleiding om af te wijken van de standaardmatig gehanteerde bedragen, per 1 januari 2026 € 160,- per dag bewaring in een politiecel en € 120,-, per dag bewaring in het DTC, zodat eiser aanspraak maakt op een bedrag van € 1.840,-.
12. De rechtbank spreekt een proceskostenveroordeling uit omdat het beroep gegrond is en hanteert daarvoor de standaardmatig toegekende punten en bedragen.
13. Beslist wordt als volgt
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- beveelt de onmiddellijke opheffing van de maatregel van bewaring;
- gelast de onmiddellijke invrijheidstelling van eiser;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 1.840,-, te betalen door de griffier en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. van Lokven, rechter, in aanwezigheid van
mr. K.M.R.L. Kamp, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 5 februari 2026.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.