RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. S. Akkas),
de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: S. Faddach).
uitspraak
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.57883
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
en
Procesverloop
Eiser heeft op 25 november 2025 beroep ingesteld tegen een op die datum opgelegde maatregel van bewaring op grond van artikel 59/59a/59b van de Vreemdelingenwet 2000. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 8 december 2025 op zitting behandeld. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser stelt van Tunesische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1999.
2. Eiser heeft op 25 november 2025 beroep ingesteld tegen een maatregel van bewaring. Op 4 december 2025 heeft de minister de rechtbank geïnformeerd dat er geen maatregel van bewaring aan eiser is opgelegd. Op 3, 4 en 5 december 2025 heeft de rechtbank contact opgenomen met de gemachtigde van eiser, met het verzoek om te verduidelijken tegen welk besluit het beroep zich richt, aangezien aan eiser geen maatregel van bewaring is opgelegd. Op 5 december 2025 om 16.43 uur heeft de gemachtigde van eiser aan de rechtbank en de minister meegedeeld dat hij het beroep handhaaft. Ter zitting heeft eiser zich op het standpunt gesteld dat het beroep zich richt tegen de ophouding en niet tegen de maatregel van bewaring.
3. De rechtbank verklaart het beroep van eiser niet-ontvankelijk. Eiser heeft beroep ingesteld tegen een niet bestaande maatregel, hetgeen geen besluit is zoals bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Eisers eerst ter zitting ingenomen standpunt dat het beroep zich richt tegen de ophouding en niet tegen een maatregel van bewaring acht de
rechtbank – gelet op de hiervoor geschetste gang van zaken – tardief en ook niet in overeenstemming met het door eiser ingediende beroep.
4. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Rommes, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
09 januari 2026
Documentcode: [Documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.