RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.58954
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. J.A. Pieters),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend na de uitspraak van deze rechtbank zittingsplaats Arnhem, van 7 februari 2025.1 In die uitspraak staat onder meer dat de minister binnen vier weken na verzending van die uitspraak moet beslissen op de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging nareis asiel (hierna: de aanvraag). Eiser stelt nu beroep in, omdat de minister binnen die termijn geen beslissing heeft genomen op de aanvraag.
Overwegingen
1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.2
2. Tegen het uitblijven van een beslissing op de aanvraag heeft eiser op 5 augustus 2025 en op 1 december 2025 beroep ingesteld.
3. Op het beroep van 5 augustus 2025 heeft de rechtbank, zittingsplaats Arnhem, op 16 december 2025 uitspraak gedaan.3 In deze uitspraak heeft de rechtbank de minister een nadere termijn gegeven om alsnog te beslissen op de aanvraag. Dit op straffe van een dwangsom.
4. De uitspraak van 16 december 2025 leidt ertoe dat eiser met zijn beroep van
1 december 2025 niet meer kan bereiken dan wat hij met het beroep van 5 augustus 2025 al heeft bereikt. Eiser heeft dan ook geen procesbelang bij een inhoudelijke uitspraak op het beroep van 1 december 2025. Om die reden verklaart de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk.
1. ECLI:NL:RBGEL:2025:1080.
2 Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3 ECLI:NL:RBGEL:2025:11008.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
6. De rechtbank zal het griffierecht dat eiser voldaan heeft restitueren.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
M.H.G.P. Tober, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
30 januari 2026
Documentcode: [Documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.