[naam], eiseres,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. J.J. de Vries),
mede namens het minderjarige kind:
[naam] geboren op: [geboortedag]
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd opnieuw zou hebben beslist op de asielaanvraag van 20 februari 2024.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de rechtbank
2. De minister heeft op 12 maart 2024 op de aanvraag van eiseres beslist. Bij uitspraak van 12 april 2024 heeft de rechtbank het daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
3. De minister heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld en de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat de minister geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank totdat op het hoger beroep zou zijn beslist. Bij uitspraak van 7 mei 2024 heeft de Afdeling de voorlopige voorziening toegewezen.
4. De minister heeft het hoger beroep op 8 oktober 2025 ingetrokken, voordat de Afdeling daarop uitspraak heeft gedaan. Vanaf dat moment is de beslistermijn voor het nemen van een nieuw besluit opnieuw gaan lopen.
5. De beslistermijn bedraagt zes maanden, omdat de rechtbank geen termijn had bepaald. Deze termijn was nog niet verstreken ten tijde van het indienen van de ingebrekestelling op 28 november 2025 en evenmin ten tijde van het instellen van beroep niet tijdig beslissen op 17 december 2025.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid vanA.W. Landman, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.