[eiseres 1] , eiseres I
V-nummer: [V-nummer 1]
[eiseres 2] , eiseres II
V-nummer: [V-nummer 2]
samen: eiseressen
(gemachtigde: mr. H.E. Visscher),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
Eiseressen hebben op 13 augustus 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag van 31 juli 2024 van eiseres I.
De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Beoordeling door de rechtbank
1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. De asielaanvraag van eiseres I van 31 juli 2024 is mede ingediend namens haar minderjarige kind; eiseres II. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vw moet er binnen zes maanden op een asielaanvraag worden beslist. De beslistermijn zou daarom op 31 januari 2025 eindigen.
3. Op de asielaanvraag van eiseres I is het Besluit tot instelling van het besluitmoratorium van toepassing. Eiseres stelt namelijk dat zij de Syrische nationaliteit heeft. Ook heeft verweerder nog geen besluit genomen op de asielaanvraag en is de asielaanvraag ingediend voor 14 juni 2025. Verder is niet gebleken dat eiseres viel onder één van de in artikel 4 van het Besluit tot instelling van het besluitmoratorium genoemde categorieën die uitgesloten zijn van de werking van het besluitmoratorium. Het gevolg is dat de beslistermijn was opgeschort voor de duur van het besluitmoratorium. Dit was van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025. De wettelijke beslistermijn is daarom hervat op 14 juni 2025. De beslistermijn eindigt daarom op 31 juli 2025.
4. Dat betekent dat op het moment van indiening van de ingebrekestelling van 28 juli 2025 de beslistermijn nog niet was verstreken. Daarom zijn de beroepen tegen het uitblijven van een besluit op de aanvraag kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 4 februari 2026 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.