ECLI:NL:RBDHA:2026:2000

ECLI:NL:RBDHA:2026:2000

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 05-02-2026
Datum publicatie 06-02-2026
Zaaknummer NL25.11371
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Mvv 8 EVRM. Dochter en kleinzoon. Dochter: voldoet niet aan jongvolwassenenbeleid en geen BEvA. Kleinzoon: geen hechte persoonlijke banden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.11371

V-nummer: [V-nummer 1]

en

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer 2],

samen: eisers

(gemachtigde: mr. A. Kortrijk),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. N. Joseph).

Procesverloop

Met een besluit van 25 september 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eisers tot het verlenen van een mvv voor het verblijfsdoel ‘familie en gezin’ afgewezen.

Met een besluit van 10 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het tegen het primaire besluit gerichte bezwaar ongegrond verklaard.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 14 januari 2026 in Breda op zitting behandeld. Hierbij waren aanwezig: [referent] (referente), [persoon] (broer van eiseres, oom van eiser), tolk [tolk], de gemachtigde van eisers en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

1. Eiseres is geboren op [datum] 1995. Eiser, haar zoon, is geboren op 23 augustus 2017. Zij hebben allebei de Syrische nationaliteit. Eiseres is de dochter van referente. Eiser is de kleinzoon van referente. Referente heeft op 23 december 2021 namens eisers een aanvraag ingediend om verlening van een mvv met als doel om in Nederland bij haar te verblijven.

2. Met het primaire besluit heeft verweerder de aanvraag afgewezen. Verweerder stelt zich op het standpunt dat er tussen eisers en referente geen sprake is van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM.

3. Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. In het kader van de bezwaarprocedure is referente op 29 januari 2025 gehoord. Met het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Daarbij heeft verweerder, onder verwijzing naar het primaire besluit, overwogen dat tussen eiseres en referente geen sprake is van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM, omdat geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid die de gebruikelijke emotionele band tussen een ouder en een meerderjarig kind overstijgen. Tussen eiser en referente wordt geen familie- of gezinsleven aangenomen, omdat niet is aangetoond dat zij hechte persoonlijke banden hebben.

4. Eisers hebben tegen het bestreden besluit aangevoerd dat verweerder eiseres had moeten aanmerken als jongvolwassene. Haar huwelijk was van korte duur en haar echtgenoot is in 2018 overleden, daarnaast is zij zeer verlegen en leeft zij onder de zware druk van de zorg voor eiser, haar zieke en gehandicapte kind. Sinds de dood van haar echtgenoot is de ondersteuning op afstand door referente intens. De echtgenoot van referente is in 2023 overleden. Hierdoor leunen eiseres en referente emotioneel gezien nog meer op elkaar. Ten onrechte wordt deze emotionele afhankelijkheid niet als bijkomend element van afhankelijkheid aangemerkt. Eiseres en referente zouden de zorgtaken voor eiser kunnen delen als zij weer in gezinsverband kunnen leven.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Familie- of gezinsleven tussen eiseres en referente

5. Verweerder gebruikt het jongvolwassenenbeleid om vast te stellen of sprake is van familie- of gezinsleven tussen een meerderjarig kind en zijn/haar ouder(s) in de zin van artikel 8 van het EVRM, zonder dat daarvoor bijkomende elementen van afhankelijkheid zijn vereist. Het jongvolwassenenbeleid bevat vier cumulatieve vereisten: het meerderjarig kind moet jongvolwassen zijn, met de ouder(s) in gezinsverband samenleven, niet in zijn eigen onderhoud voorzien en geen zelfstandig gezin hebben gevormd. Als een meerderjarig kind geen geslaagd beroep kan doen op het jongvolwassenenbeleid, beoordeelt verweerder of er tussen dat kind en zijn ouder(s) sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid op basis waarvan zij familie- of gezinsleven hebben. Deze elementen kunnen zijn: samenwoning, de mate van financiële afhankelijkheid, de mate van emotionele afhankelijkheid en de gezondheid van betrokkenen.

6. Ter zitting heeft eiseres gewezen op een uitspraak van de Afdeling van 20 november 2024 waaruit volgt dat een verbroken gezinsband weer kan worden hersteld. Deze uitspraak ging echter over een nareiszaak, terwijl het in deze zaak gaat om reguliere gezinshereniging op grond van artikel 8 van het EVRM. De rechtbank leidt dit af uit het feit dat de aanvraag van referente niet is gedaan binnen de termijn van drie maanden na verlening van een asielvergunning, die de wet voorschrijft voor nareisaanvragen. Op dezelfde datum heeft de Afdeling echter ook een uitspraak gedaan over reguliere gezinsherenigingszaken, zoals de zaak van eisers. In die uitspraak heeft de Afdeling overwogen dat het peilmoment voor de vraag of er sprake is van familie- of gezinsleven het moment van het besluit op de aanvraag is. Verweerder mag meewegen dat er in het verleden in een bepaalde periode niet is voldaan aan het jongvolwassenenbeleid, maar moet op het moment van het besluit alle feiten en omstandigheden betrekken die relevant zijn voor de beoordeling van het familie- of gezinsleven. Dit betekent dat ook feiten en omstandigheden moeten worden betrokken die zich hebben voorgedaan ná de periode dat er niet is voldaan aan het jongvolwassenenbeleid. Als deze feiten en omstandigheden ertoe nopen om op het moment van het besluit weer familie- of gezinsleven aan te nemen, dan mag verweerder hier niet aan voorbijgaan vanwege het tijdelijk niet voldoen aan het jongvolwassenenbeleid in het verleden. Aangezien een besluit op bezwaar een volledige heroverweging is, moet verweerder in dat besluit ook de feiten en omstandigheden meenemen die zich hebben voorgedaan in de periode tussen het besluit op aanvraag en het besluit op bezwaar.

7. Vast staat dat eiseres tot 2016 bij haar ouders heeft gewoond. Zij woonden als laatste samen in Turkije. In 2016 is eiseres naar Syrië vertrokken, zij is daar getrouwd en in 2017 is eiser geboren. Uit de stukken blijkt dat de echtgenoot van eiseres op 26 september 2018 is overleden. Eiseres voldoet niet aan de vereisten van het jongvolwassenenbeleid, aangezien zij vanaf 2016 niet meer in gezinsverband met haar ouders heeft samengeleefd en zij zelfstandig een gezin heeft gevormd. Er is bovendien geen sprake van een scheiding vanwege een vluchtsituatie. De korte duur van het huwelijk, haar verlegenheid en haar zieke kind kunnen niet tot een andere conclusie leiden.

8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet ten onrechte heeft overwogen dat tussen eiseres en referente geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Eiseres heeft in dit kader alleen aangevoerd dat de emotionele afhankelijkheid onjuist is beoordeeld. Verweerder heeft echter, conform de onder overweging 6 genoemde uitspraak van de Afdeling, bij de besluitvorming betrokken dat eiseres en referente inmiddels allebei geen echtgenoot meer hebben en daarvoor emotionele steun bij elkaar vinden. Hieruit kan echter niet worden afgeleid dat sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Niet gebleken is dat eiseres en referente zichzelf zonder elkaars aanwezigheid niet kunnen handhaven. Eiseres leeft al sinds 2016 zonder referente en zij houdt zichzelf en haar kind staande in Syrië. Verweerder heeft zich dan ook deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat tussen eiseres en referente geen familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM bestaat.

Familie- of gezinsleven tussen eiser en referente

9. Eiser heeft de conclusie van verweerder dat er tussen hem en referente geen sprake is van hechte persoonlijke banden en daarmee ook niet van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM niet bestreden. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding hier anders over te oordelen.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is op 5 februari 2026 gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. B.F.Th. de Roos

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?