ECLI:NL:RBDHA:2026:2002

ECLI:NL:RBDHA:2026:2002

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 06-02-2026
Datum publicatie 06-02-2026
Zaaknummer NL26.5197
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Vervolgberoep. Reeds opgeheven. Niet in geschil te laat kennisgeving opgestuurd. Gegrond. Schadevergoeding toegewezen. PKV.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.5197

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. G.A. Dorsman),

en

(gemachtigde: mr. J.S.W. Boorsma).

Procesverloop

Verweerder heeft op 27 oktober 2025 aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft een voortgangsrapport overgelegd.

Eiser heeft hierop gereageerd.

Verweerder heeft op 29 januari 2026 de maatregel van bewaring opgeheven.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 5 februari 2026.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2004 en de Algerijnse nationaliteit te hebben.

2. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag heeft gelegen rechtmatig was. Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, ter beoordeling of sinds 12 november 2025 de maatregel van bewaring tot de opheffing daarvan rechtmatig is.

4. Eiser voert aan dat verweerder heeft verzuimd een kennisgeving van de voortduring van de maatregel van bewaring te versturen binnen 75 dagen na de datum van het sluiten van het onderzoek in het voorgaande beroep. Dit betekent dat de voortduring van de maatregel van bewaring vanaf 26 januari 2026 tot aan de opheffing daarvan onrechtmatig was, aldus eiser.

5. De rechtbank stelt vast dat verweerder in het verweerschrift erkent dat hij niet tijdig een kennisgeving heeft verzonden, zodat niet in geschil is dat eiser vanaf 26 januari 2026 tot aan de opheffing van de maatregel van bewaring in aanmerking komt voor een schadevergoeding. Reeds om die reden is het beroep gegrond.

6. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank, indien zij de opheffing van de maatregel van bewaring beveelt, aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen. De rechtbank zal een schadevergoeding toekennen voor vier dagen onrechtmatige tenuitvoerlegging van de vrijheidsbenemende maatregel, tot een bedrag van € 480 : te weten 4 x € 120 (verblijf detentiecentrum).

7. De rechtbank ziet verder aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

 verklaart het beroep gegrond;

 veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 480 (vierhonderdtachtig euro), te betalen door de griffier en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding; en

 veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 934 (negenhonderdvierendertig euro).

Deze uitspraak is gedaan op 6 februari 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?