[naam],
V-nummer: [V-nummer],
[naam],
V-nummer: [V-nummer],
samen: verzoekers,
(gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. De minister heeft op 7 januari 2026 de aanvragen van verzoekers om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de aanvragen.
Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.
3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL26.933 en NL26.938, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen en de beroepen ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. van der Wal, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.