ECLI:NL:RBDHA:2026:20361

ECLI:NL:RBDHA:2026:20361

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 22-07-2026
Datum publicatie 22-07-2026
Zaaknummer 11655867/25-7217
Rechtsgebied Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

verkapte verzetprocedure. consument doet beroep op het niet ambtshalve toetsen van algemene voorwaarden en informatieplichten. Dit zou reden moeten zijn voor het openbreken van een verstekvonnis. Vorderingen worden afgewezen. Belang rechtszekerheid gaat voor.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Zittingsplaats Den Haag

esm

Rolnr.: 11655867/25-7217

Datum: 22 juli 2026

Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eisende partij] , hodn [handelsnaam] ,

in haar hoedanigheid van beschermingsbewindvoerder over de (toekomstige) goederen van [persoon] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij,

gemachtigde: mr. G.J.C.R. Romet,

tegen

de besloten vennootschap KPN B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde partij,

niet verschenen.

1. Procedure

Eisende partij heeft gevorderd zoals beschreven in de dagvaarding van 27 maart 2025, waarmee deze procedure is ingeleid. Gedaagde partij is daarop niet verschenen en heeft ook anderszins niet gereageerd. De voorgeschreven termijnen en formaliteiten zijn in acht genomen. Tegen gedaagde partij is daarom verstek verleend.

In de rolbeslissing van 4 juni 2025 is aan eisende partij gevraagd of zij een machtiging heeft om namens de betrokkene [persoon] deze procedure te starten. Op de rolzitting van 2 juli 2025 heeft de gemachtigde van eisende partij een machtiging van [persoon] aan [eisende partij] overgelegd, waaruit blijkt dat zij gerechtigd is namens haar deze procedure te starten.

De zaak is een tijd aangehouden in verband met gelijkluidende zaak en uiteindelijk is vonnis bepaald op heden.

2. Feiten

Op 12 september 2007 is een verstekvonnis gewezen tussen KPN als eiser en [persoon] als gedaagde, waarbij [persoon] is veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 575,13, vermeerderd met de wettelijke rente over € 493,65 vanaf de dag van de dagvaarding en ook de proceskosten van € 328,85.

Vanaf 24 juli 2023 staat [persoon] onder beschermingsbewind en is mw. [eisende partij] haar bewindvoerder.

Per e-mail van 4 september 2024 heeft de gemachtigde van [persoon] stukken opgevraagd bij de gemachtigde van KPN over de schuld van [persoon] bij KPN.

In e-mails van 6 september 2024 en 7 november 2024 heeft de gemachtigde van [persoon] stukken ontvangen. De stukken bestonden uit de overeenkomst uit 25 oktober 2004 tussen KPN en [persoon] voor een vaste telefoonaansluiting, de facturen, de originele dagvaarding van 21 augustus 2007, het bijbehorende verstekvonnis van 12 september 2007 en de beschikking van 27 april 2009 (toewijzing nakosten).

3. Vordering

Eisende partij heeft als incidentele eis – in afwachting van vonnis in de hoofdzaak – gevorderd dat KPN ex artikel 438 lid 3 Rv. de tenuitvoerlegging van het dwangbevel staakt en gestaakt houdt, op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag dat KPN zich na betekening van het vonnis niet aan de veroordeling houdt.

In de hoofdzaak vordert [persoon] primair haar te ontheffen van de tegen [persoon] uitgesproken veroordeling, gewezen door de rechtbank Den Haag, team Kanton Den Haag, van 12 september 2007 met zaaknummer 693191/07-20130 in een procedure tussen partijen.

Daarnaast vordert [persoon] van de kantonrechter het KPN te verbieden om de tenuitvoerlegging/executie van voornoemd vonnis onverkort voort te zetten zolang de ambtshalve toetsing van het ten grondslagliggende all-in telefoonabonnement en de toepasselijke algemene voorwaarden op eventuele oneerlijke bedingen zoals bedoeld in richtlijn 93/13 niet is gedaan, op straffe van een dwangsom € 1.000,00.

Subsidiair vordert [persoon] om tot ambtshalve toetsing van richtlijn 93/13 over te gaan, in die zin dat de telefonieovereenkomst en de algemene voorwaarden op oneerlijkheid worden getoetst en om – zo nodig – tot vernietiging van eventuele oneerlijke bedingen over te gaan.

Meer subsidiair vordert [persoon] KPN ex artikel 3:13 BW te verbieden om de tenuitvoerlegging/executie uit kracht van het tussen partijen gewezen verstekvonnis, voor zover het de executie betreft voor de rentevordering tot 3 september 2019.

[persoon] vordert om KPN te veroordelen in de kosten van de procedure, te vermeerderen met wettelijke rente.

Aan haar vorderingen legt [persoon] ten grondslag dat zij een consument is en dat Richtlijn 93/13 van toepassing is. Uit het verstekvonnis volgt echter niet dat de algemene voorwaarden die van toepassing zijn op de overeenkomst tussen partijen zijn getoetst op oneerlijke bedingen en ook niet dat is getoetst of KPN heeft voldaan aan de op haar rustende informatieplichten uit hoogde van artikel 6:230m danwel 6:230L BW. Omdat deze toetsing niet is gedaan althans dat niet uit het vonnis blijkt dat deze toetsing is gedaan, dient [persoon] te worden ontheven uit dit vonnis, danwel dienen executiemaatregelen te worden gestaakt totdat deze voorwaarden en de informatieplichten zijn getoetst.

4. Beoordeling

Eisende partij heeft een incidentele eis in gesteld in afwachting van vonnis in de hoofdzaak. De vordering tot het staken van het tenuitvoerleggen van het dwangbevel blijft onbesproken omdat er direct vonnis wordt gewezen in de hoofdzaak. Daardoor ontvalt het belang aan deze incidentele vordering. Daarnaast blijkt uit productie 8, waarvan de tekst is geciteerd in de dagvaarding op bladzijde 12, dat KPN nog geen aanvang heeft gemaakt met executiemaatregelen. Dat er sprake is van een dwangbevel is daarmee door eisende partij zelf weersproken. Het vermeende dwangbevel heeft [persoon] ook niet bij de dagvaarding gevoegd.

De primaire vordering van [persoon] tot ontheffing uit een verstekvonnis berust niet op een juridische grondslag en kan daarmee niet worden toegewezen.

Gezien de inhoud van de dagvaarding lijkt deze vordering het meeste op een (verkapte) verzetprocedure.

Echter, in deze zaak is de mogelijkheid van verzet als bedoeld in artikel 339 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) niet meer mogelijk. Uit de overgelegde stukken en de toelichting in de dagvaarding blijkt dat [persoon] al lange tijd bekend is met de inhoud van het verstekvonnis, namelijk door een e-mail aan haar gemachtigde op 7 november 2024 waarbij het vonnis was gevoegd. De verzettermijn is daarmee reeds lange tijd verlopen.

Er zijn door [persoon] geen, dan wel onvoldoende redenen gesteld waarom dit verzet nog mogelijk zou moeten zijn en waarmee het vaste stelsel aan nationale rechtsmiddelen zou kunnen worden doorbroken. De stelling van [persoon] dat uit het verstekvonnis niet blijkt dat door de kantonrechter ambtshalve is getoetst of de algemene voorwaarden van KPN oneerlijk bedingen bevatten, die in het nadeel zijn van [persoon] , is daarvoor in dit geval onvoldoende. Het uitgangspunt is dat het in het belang van de rechtszekerheid is om redelijke beroeps- en verzettermijnen vast te stellen die gelden op verval van recht en deze te handhaven. Dit is verenigbaar met het Unierecht volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Het Unierecht gebiedt een nationale rechter niet nationale procedureregels die een beslissing gezag van gewijsde verlenen, buiten toepassing te laten, ook al zou daardoor een schending van een bepaling van richtlijn 93/13 van welke aard dan ook kunnen worden opgeheven (arrest HvJ EU C600/19 Zaragoza-Ibercaja Banco SA, overweging 42), maar wel met inachtneming van het gelijkwaardigheidsbeginsel en het doeltreffendheidsbeginsel.

In de uitspraak ECLI:NL:HR:2023:1627 heeft de Hoge Raad in dezelfde lijn geoordeeld. De omstandigheid dat de rechter in verstekzaken ambtshalve moet toetsen brengt niet met zich dat als uit het verstekvonnis niet blijkt of de rechter dit onderzoek heeft verricht en de wettelijke verzettermijn ongebruikt is verstreken, de termijn van artikel 143 leden 2 en 3 Rv buiten toepassing moet blijven. Het Unierecht staat in een dergelijk geval er niet aan in de weg dat het verstekvonnis in kracht van gewijsde gaat, en als zodanig niet meer ter discussie kan worden gesteld, aldus de Hoge Raad.

Hoewel niet kan worden vastgesteld dat de algemene voorwaarden ambtshalve zijn getoetst op voor [persoon] als consument oneerlijke bedingen, strekt deze vaststelling te ver om op grond hiervan het nationale stelsel te doorbreken. Daarmee zou het recht van [persoon] als consument, die niet is verschenen in de verstekprocedure, geen verzet of hoger beroep heeft ingesteld, terwijl zij al lange tijd op de hoogte was van de inhoud van het verstekvonnis voorrang krijgen op het belang van rechtszekerheid. De belangenafweging valt daarom niet in het voordeel van [persoon] uit. Dit deel van de primaire vordering wordt dan ook afgewezen.

[persoon] verzoekt ook een verbod tot voortzetting van de executie, zolang de ambtshalve toetsing van de aan de vordering ten grondslag liggende all-in telefoonabonnement en de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden niet op eventuele oneerlijke bedingen is getoetst.

Voor een verbod tot (voortzetting van de) executie is vereist dat er sprake is van een juridische of feitelijke misslag op basis waarvan de executie moet worden geschorst. Omdat hier geen sprake van is, zoals hiervoor overwogen, en KPN feitelijk nog geen begin heeft gemaakt met de executie van het vonnis, wordt deze vordering afgewezen.

Het subsidiair gevorderde, namelijk – samengevat – het toetsen van de algemene voorwaarden van KPN op oneerlijkheid, wordt ook afgewezen om de redenen die hiervoor zijn vermeld. Hetzelfde geldt voor het meer subsidiair gevorderde verbod tot executie ten aanzien van de rentevordering. Omdat KPN weldegelijk een redelijk belang heeft bij executie van het verstekvonnis, wordt de meer subsidiaire vordering afgewezen.

Dit brengt met zich dat de vorderingen van [persoon] zullen worden afgewezen en [persoon] zal worden veroordeeld in de proceskosten.

Beslissing

De kantonrechter:

In het incident en de hoofdzaak:

1. wijst de vorderingen af,

2. veroordeelt eisende partij in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde partij gesteld op nihil.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. E.A.W. Schippers en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 juli 2026.

de griffier, de kantonrechter,

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand