RECHTBANK DEN HAAG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Den Haag
Zaaknummer: 11573345 \ RL EXPL 25-3911
Vonnis van 22 juli 2026
in de zaak van
[naam] , IN HAAR HOEDANIGHEID VAN BESCHERMINGSBEWINDVOERDER OVER DE (TOEKOMSTIGE) GOEDEREN VAN MW. [eiseres],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. G.J.C.R. Romet,
tegen
STICHTING HAGAZIEKENHUIS,
te Zoetermeer,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Stichting Hagaziekenhuis,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, met producties,- de conclusie van antwoord,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 18 juli 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de rolbeslissing van 8 januari 2026,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 29 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Feiten
Op 27 juli 2015 is een verstekvonnis gewezen tussen Stichting Hagaziekenhuis als eiser en [eiseres] als gedaagde, waarbij [eiseres] is veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 1.746,90, vermeerderd met de proceskosten van € 712,16.
Vanaf 24 juli 2023 staat [eiseres] onder beschermingsbewind en is mw. [naam] haar bewindvoerder.
Per e-mail van 4 september 2024 heeft de gemachtigde van [eiseres] aan de gemachtigde van Stichting Hagaziekenhuis verzocht om alle stukken met betrekking tot drie vermeende openstaande vorderingen van Stichting Hagaziekenhuis op [eiseres] aan hem te sturen.
Per e-mail van 16 september 2024 heeft de gemachtigde van Stichting Hagaziekenhuis het hiervoor aangehaalde verstekvonnis en het exploot van betekening van 25 augustus 2015 toegestuurd aan de gemachtigde van [eiseres] . Bij e-mail van 4 november 2024 heeft de gemachtigde van Stichting Hagaziekenhuis ter onderbouwing van de vordering uit hoofde van het verstekvonnis een declaratieoverzicht aan de gemachtigde van [eiseres] gestuurd, waaruit volgt dat er een medische behandeling heeft plaatsgevonden in de periode 18 februari 2014 tot en met 10 juni 2014 met betrekking tot een sterilisatie bij [eiseres] .
Per e-mail van 15 oktober 2024 heeft de gemachtigde van [eiseres] aan de gemachtigde van Stichting Hagaziekenhuis gevraagd naar de medische behandelovereenkomst en de algemene voorwaarden. Deze zijn niet toegestuurd.
3. Het geschil
Primair vordert [eiseres] ontheffing uit de verplichtingen voor [eiseres] op grond van het op 27 juli 2025 gewezen verstekvonnis,
subsidiair vordert [eiseres] een verbod tot (voortzetting van de) executie van dit verstekvonnis zolang de algemene voorwaarden van Stichting Hagaziekenhuis niet ambtshalve zijn getoetst op oneerlijkheid, op straffe van een dwangsom van € 1.000,00,
meer subsidiair vordert [eiseres] dat de algemene voorwaarden van Stichting Hagaziekenhuis ambtshalve worden getoetst op oneerlijkheid,
alles met veroordeling van Stichting Hagaziekenhuis in de kosten van de procedure.
[eiseres] voert hiertoe het volgende aan. Uit het verstekvonnis van 27 juli 2015 blijkt niet dat de kantonrechter ambtshalve de algemene voorwaarden van Stichting Hagaziekenhuis, dan wel de medische behandelovereenkomst en een eventueel kostenbeding op oneerlijkheid heeft getoetst. Daarom moet [eiseres] worden ontheven uit de veroordeling op grond van het tussen partijen verstekvonnis van 27 juli 2015. Zo niet dan dient de executie van dit vonnis te worden verboden totdat de algemene voorwaarden op (on)eerlijkheid zijn getoetst.
Stichting Hagaziekenhuis heeft tegen de vorderingen gemotiveerd verweer gevoerd. Daartoe heeft zij aangevoerd dat [eiseres] niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard, dan wel dat de vorderingen moeten worden afgewezen. [eiseres] is te laat met deze vorderingen en deze zijn aan te merken als een verkapte verzetprocedure. Het systeem van de wet en de algemene rechtsbeginselen verzetten zich tegen een mogelijkheid om in dit geval het in verstekvonnis open te breken.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
De primaire vordering van [eiseres] tot ontheffing uit een verstekvonnis berust niet op een juridische grondslag en kan daarmee niet worden toegewezen.
Gezien de inhoud van de dagvaarding en de toelichting ter zitting lijkt deze vordering het meeste op een (verkapte) verzetprocedure.
Echter, in deze zaak is verzet als bedoeld in artikel 339 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) niet meer mogelijk. [eiseres] is al lange tijd bekend met de inhoud van het verstekvonnis, namelijk door betekening van het vonnis op 25 augustus 2015 danwel door een e-mail aan haar gemachtigde op 16 september 2024 waarbij het vonnis was gevoegd. De verzettermijn is daarmee reeds lange tijd verlopen.
Het uitgangspunt blijft de uitspraak van de Hoge Raad van 24 november 2023 (ECLI:NL:HR:2023:1627). In deze uitspraak heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de omstandigheid dat de rechter in verstekzaken ambtshalve moet toetsen niet met zich brengt dat als uit het verstekvonnis niet blijkt of de rechter dit onderzoek heeft verricht en de wettelijke verzettermijn ongebruikt is verstreken, de termijn van artikel 143 leden 2 en 3 Rv buiten toepassing moet blijven. Het Unierecht staat in een dergelijk geval er niet aan in de weg dat het verstekvonnis in kracht van gewijsde gaat, en als zodanig niet meer ter discussie kan worden gesteld, aldus de Hoge Raad. Er zijn door [eiseres] geen dan wel onvoldoende redenen gesteld waarom dit verzet nog mogelijk zou moeten zijn en waarmee het vaste stelsel aan nationale rechtsmiddelen zou kunnen worden doorbroken.
De stelling van [eiseres] dat uit het verstekvonnis niet blijkt dat door de kantonrechter ambtshalve is getoetst of de algemene voorwaarden van Stichting Hagaziekenhuis oneerlijke bedingen bevatten, die in het nadeel zijn van [eiseres] , is onvoldoende om te komen tot het openbreken van deze verzettermijn. In de originele dagvaarding die heeft geleid tot het verstekvonnis van 27 juli 2015 is niet gesteld dat er algemene voorwaarden van toepassing zijn op de medische behandelovereenkomst. Niet is gesteld of gebleken dat er algemene voorwaarden van Stichting Haga op deze overeenkomst van toepassing zijn. Deze behoefden dan ook geen toetsing ten tijde van het wijzen van het verstekvonnis. Medische behandelovereenkomsten zijn uitgezonderd van de informatieplichten als bedoeld in art. 6:230l danwel 6:230m BW, zoals [eiseres] ook heeft gesteld. Deze toets behoefde ambtshalve dus ook niet gedaan te worden.
Dat er niet is gesproken over een prijs met [eiseres] , danwel dat [eiseres] niet is gewezen op het zelf moeten dragen van de kosten van de behandeling bij het aangaan van deze overeenkomst is voorts een inhoudelijk verweer dat eerst pas aan de orde komt als de verstekprocedure wordt opengebroken. Daar is hier geen sprake van. Deze discussie kan hier dus niet worden meegewogen. De primaire vordering wordt daarom afgewezen.
Subsidiair vordert [eiseres] een verbod tot (voortzetting van de) executie, zolang de algemene voorwaarden van Stichting Hagaziekenhuis danwel de medische behandelovereenkomst niet op oneerlijkheid zijn getoetst. Voor een verbod tot (voortzetting van de) executie is vereist dat er sprake is van een juridische of feitelijke misslag op basis waarvan de executie moet worden geschorst. Omdat hier geen sprake van is, zoals hiervoor overwogen, en Stichting Hagaziekenhuis weldegelijk een redelijk belang heeft bij executie van het vonnis, wordt de subsidiaire vordering afgewezen.
De meer subsidiaire vordering dat de algemene voorwaarden van Stichting Hagaziekenhuis ambtshalve worden getoetst op oneerlijkheid wordt eveneens afgewezen, gezien het hiervoor onder 4.2. e.v. overwogene.
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Stichting Hagaziekenhuis worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€ 542,50
(2,5 punten × € 217,00)
- nakosten
€ 108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€ 651,00
5. De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
veroordeelt [eiseres] , in de proceskosten van € 651,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] , niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A.W. Schippers en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026.