RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer 1], verzoeker
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.53035 en NL25.53037
[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer 2], verzoekster
mede namens hun minderjarige kinderen:
[kind 1], [kind 2] en [kind 3]
hierna gezamenlijk: verzoekers
(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),
en
(gemachtigde: mr. H. van Halteren).
Procesverloop
Bij afzonderlijke besluiten van 29 oktober 2025 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers niet in behandeling genomen omdat België daarvoor verantwoordelijk is.
Verzoekers hebben afzonderlijk beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL25.53034 en NL25.53036, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. De verzoeken worden daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. In de uitkomst van de beroepen ziet de voorzieningenrechter aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 934, bestaande uit een punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld). De verzoeken van verzoekers worden aangemerkt als samenhangende zaken in de zin van artikel 3 van het Bpb.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 934.
Deze uitspraak is gedaan op 5 februari 2026 door mr. E.F. Bethlehem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.