ECLI:NL:RBDHA:2026:2088

ECLI:NL:RBDHA:2026:2088

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 06-02-2026
Datum publicatie 09-02-2026
Zaaknummer NL25.34670
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Beroep; ongegrond; MOB.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 februari 2026 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.34670

(gemachtigde: mr. A.H.A. Kessels),

en

1. Deze uitspraak gaat over de vraag of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep tegen de ongegrondverklaring van zijn asielaanvraag, omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eiser geen procesbelang meer heeft bij deze procedure. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 29 februari 2024 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Deze aanvraag is op 25 juli 2025 ongegrond verklaard. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De gemachtigde van eiser heeft op 29 december 2025 aan de rechtbank laten weten dat zij geen contact meer heeft met eiser.

De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.

Heeft eiser nog procesbelang?

3. Als een vreemdeling in Nederland een asielaanvraag heeft gedaan en vervolgens met onbekende bestemming vertrekt, dan kan dat betekenen dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming in Nederland. De rechtbank kan het beroep dan niet-ontvankelijk verklaren, omdat de vreemdeling in dat geval geen procesbelang (meer) heeft. De rechtbank moet daar wel voorzichtig mee omgaan. Als de gemachtigde van de betrokken vreemdeling nog contact onderhoudt met de vreemdeling over het verloop van de procedure, dan mag er in beginsel van uit worden gegaan dat de vreemdeling nog wel procesbelang heeft. Dat is alleen anders als er concrete aanknopingspunten bestaan waaruit kan worden afgeleid dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland en ook op een andere manier geen actueel of reëel belang meer heeft.

De minister heeft de rechtbank op 12 november 2025 laten weten dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser op 12 november 2025 verzocht om te laten weten of zij nog contact met eiser heeft. De gemachtigde van eiser heeft op 13 november 2025 laten weten dat zij geen contact (meer) heeft met eiser, maar dat gelet op de leeftijd van eiser, zijn onzekerheid over het vertrekgesprek met de Dienst Terugkeer en Vertrek, de lange tijd in de procedure en omdat zij pas maar een paar weken geen contact meer heeft, niet kan worden vastgesteld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser daarom op 22 december 2025 nogmaals verzocht om te laten weten of zij nog contact heeft met eiser. De gemachtigde van eiser heeft op 29 december 2025 laten weten dat zij nog steeds geen contact heeft met eiser. Nu de gemachtigde over een langere periode geen contact heeft met eiser, neemt de rechtbank daarom aan dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen procesbelang meer bij een beoordeling van zijn beroep.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep van eiser niet inhoudelijk beoordeelt. De minister hoeft de proceskosten van eiser niet te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Yeniay - Cenik, rechter, in aanwezigheid van S. Voolstra, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?