ECLI:NL:RBDHA:2026:20884

ECLI:NL:RBDHA:2026:20884

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 25-06-2026
Datum publicatie 26-07-2026
Zaaknummer C/09/702244 / FA RK 26-3047
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Internationale kinderontvoering - teruggeleiding naar Polen toegewezen. Geen toestemming, geen sprake van weigeringsgronden

Uitspraak

Internationale kinderontvoering

Beschikking op het op 27 maart 2026 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. H.P Scheer te Utrecht.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. C.E. Koopmans te Dordrecht.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

Op 7 april 2026 is de zaak op een regiezitting gepland. Op verzoek van partijen heeft deze zitting geen doorgang gevonden.

De vader en de moeder hebben getracht door middel van crossborder mediation, gefaciliteerd door het Mediation Bureau van het Centrum Internationale Kinderontvoering, tot een minnelijke regeling te komen. Op 28 april 2026 heeft het Mediation Bureau de rechtbank bericht dat de mediation tussen partijen niet is geslaagd. De vader handhaaft daarom het teruggeleidingsverzoek.

Bij beschikking van 4 mei 2026 is drs. I. Sandig benoemd als bijzondere curator over de hierna te noemen minderjarige kinderen en haar verzocht schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen.

Met de minderjarige [de minderjarige 1] is op 11 juni 2026 in raadkamer gesproken door de voorzitter, in aanwezigheid van de griffier, de bijzondere curator en een tolk.

Op 11 juni 2026 is de zaak op zitting van de meervoudige kamer behandeld. Hierbij zijn verschenen:

Door de advocaat van de moeder is een pleitnota overgelegd.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt:

De moeder heeft verweer gevoerd tegen het verzoek van de vader, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt de moeder de vader te veroordelen in de kosten van deze procedure.

Feiten

- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 te [geboorteplaats] , Polen,

- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2021 te [geboorteplaats] , Polen.

Beoordeling

Rechtsmacht

Het verzoek van de vader is gebaseerd op het Haagse Verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen van 25 oktober 1980 (hierna: het Verdrag). Nederland en Polen zijn partij bij het Verdrag.

De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht om kennis te nemen van het onderhavige teruggeleidingsverzoek, gelet op de werkelijke verblijfplaats van de kinderen in Nederland (zie HR 9 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BU2834). Op grond van artikel 11 lid 1 van de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering (hierna: de Uitvoeringswet) is de rechtbank Den Haag bevoegd kennis te nemen van alle zaken met betrekking tot de gedwongen afgifte van een internationaal ontvoerd kind aan degene wie het gezag over het kind toekomt en de teruggeleiding van een zodanig kind over de Nederlandse grens.

Ongeoorloofde overbrenging of vasthouding in de zin van artikel 3 van het Verdrag

Er is sprake van ongeoorloofde overbrenging of ongeoorloofde vasthouding in de zin van het Verdrag wanneer de overbrenging of het niet doen terugkeren geschiedt in strijd met een gezagsrecht ingevolge het recht van de staat waarin het kind onmiddellijk voor zijn overbrenging of vasthouding zijn gewone verblijfplaats had en dit recht alleen of

gezamenlijk werd uitgeoefend op het tijdstip van het overbrengen of niet doen terugkeren, dan wel zou zijn uitgeoefend indien een zodanige gebeurtenis niet had plaatsgevonden (artikel 3 van het Verdrag).

Niet in geschil is dat de minderjarigen onmiddellijk voor hun overbrenging naar Nederland hun gewone verblijfplaats in Polen hadden. Evenmin in geschil is dat het gezagsrecht gezamenlijk daadwerkelijk werd uitgeoefend op het tijdstip van de overbrenging, dan wel zou zijn uitgeoefend, indien de overbrenging niet had plaatsgevonden.

Tussen partijen is in geschil of de vader toestemming heeft gegeven voor de overbrenging naar Nederland. De moeder stelt dat hier sprake van is, nu de kinderen inmiddels meerdere keren in de vakanties bij de vader in Polen zijn geweest en hij hen elke keer weer terug heeft laten gaan naar Nederland. Daarnaast heeft de vader een toestemmingsformulier getekend dat door de moeder als productie 1 is overgelegd. De vader betwist dit en voert aan dat hij nooit toestemming heeft verleend, dat hij meerdere procedures is gestart om de kinderen in Polen te houden en dat hij ook nimmer heeft berust in de overbrenging naar Nederland.

De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat de vader toestemming heeft gegeven voor een verhuizing naar Nederland dan wel dat hij in deze verhuizing heeft berust. De vader heeft weliswaar een toestemmingsformulier ondertekend, maar blijkens de vertaling daarvan heeft hij hiermee enkel toestemming gegeven voor ‘de overtocht over de grenzen van Europa’ en ‘onder de hoede van hun grootouders van moederszijde’. Uit het formulier blijkt op geen enkele manier dat de vader toestemming heeft gegeven voor een verhuizing naar Nederland. Ook in de door moeder als productie 2 overgelegde whatsappgesprekken ziet de rechtbank niet dat de vader op enigerlei wijze toestemming heeft gegeven voor een verhuizing. Ook ziet de rechtbank in de overgelegde communicatie tussen partijen geen aanleiding om aan te nemen dat sprake is van berusting. Voor zover de moeder meent dat sprake is van berusting omdat de vader de kinderen steeds weer terug liet gaan naar Nederland als ze bij hem verbleven in de vakanties, merkt de rechtbank op dat de vader terecht kon menen dat hij geen grondslag had om de kinderen in Polen te houden. Uit de overgelegde stukken blijkt immers dat de vader tot twee keer toe in een rechterlijke procedure heeft gevraagd om de moeder te verbieden kinderen mee te nemen naar het buitenland, maar dat de Poolse rechtbank in beide zaken (nog) geen beslissing heeft genomen. Daarnaast heeft de vader enkel in het belang van de kinderen gehandeld door hen in afwachting van de rechterlijke beslissingen, terug te laten gaan. De kinderen moesten immers na afloop van de vakanties ook weer naar school. Uit het handelen van de vader valt echter niet op te maken dat sprake zou zijn van berusting.

Gelet op het voorgaande gaat de rechtbank voorbij aan de standpunten van de moeder dat sprake zou zijn van toestemming van de vader dan wel berusting. De rechtbank komt daarmee tot het oordeel dat de overbrenging van de kinderen naar Nederland is geschied zonder toestemming van de vader en in strijd met het gezagsrecht van de vader naar Pools recht. De overbrenging van de kinderen naar Nederland dient daarom aangemerkt te worden als ongeoorloofd in de zin van artikel 3 van het Verdrag.

Onmiddellijke terugkeer in de zin van artikel 12 van het Verdrag

Ingevolge artikel 12 lid 1 van het Verdrag wordt de onmiddellijke terugkeer van een kind gelast wanneer er minder dan één jaar is verstreken tussen de overbrenging of het niet doen terugkeren van een kind en het tijdstip van indiening van het verzoek bij de rechtbank.

Nu er minder dan één jaar is verstreken tussen de overbrenging van de kinderen naar Nederland en het tijdstip van indiening van het verzoek, komt de rechtbank niet toe aan de vraag of de kinderen in Nederland zijn geworteld en dient in beginsel de onmiddellijke terugkeer van de kinderen te volgen, tenzij er sprake is van één of meer weigeringsgronden als bedoeld in artikel 13 van het Verdrag.

Voor zover de moeder stelt dat de kinderen inmiddels langer dan één jaar in Nederland verblijven, gaat de rechtbank voorbij aan dit standpunt. Op de zitting is door de moeder verklaard dat zij en de kinderen sinds maart 2025 in Nederland zijn en dat de kinderen sinds 3 april 2025 in Nederland naar school gaan. Tijdens de zitting in de echtscheidingsprocedure in Polen van 27 maart 2025, heeft de moeder verklaard dat zij geen plannen had om permanent naar Nederland te verhuizen. Daarnaast blijkt uit de basisregistratie personen (BRP) dat de moeder en de kinderen zich op 1 april 2025 hebben ingeschreven in Nederland. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om uit te gaan van een eerdere datum dan dat door de vader is gesteld. Het verzoek tot teruggeleiding is ingediend op 27 maart 2026, derhalve binnen de termijn van één jaar.

De moeder doet een beroep op de uitzonderingen van artikel 13 van het Verdrag. De rechtbank begrijpt dat zij hiermee bedoelt de weigeringsgronden van artikel 13. De moeder heeft echter niet gespecificeerd welk weigeringsgrond zij bedoelt en haar standpunt ook niet nader onderbouwd. De rechtbank gaat hieraan daarom voorbij, zodat ingevolge artikel 12 lid 1 van het Verdrag de onmiddellijke terugkeer van de kinderen dient te volgen.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de vader tot teruggeleiding van de kinderen naar Polen toewijzen. Op de zitting is namens de vader aangevoerd dat hij ermee kan instemmen dat de kinderen het schooljaar hier in Nederland kunnen afronden. De zomervakantie van de kinderen begint op 11 juli 2026, zodat de rechtbank de teruggeleiding van de kinderen zal gelasten op de derde (werk)dag na deze datum, te weten 15 juli 2026.

Kosten

De vader verzoekt de moeder te veroordelen tot betaling van de kosten van de vader verbonden aan de teruggeleidingsprocedure.

De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 26 lid 4 van het Verdrag en artikel 13 lid 5 van de Uitvoeringswet de moeder, zo nodig, kan worden veroordeeld tot betaling van de door de vader gemaakte noodzakelijke kosten in verband met de overbrenging en teruggeleiding van de kinderen. De vader heeft de door hem gemaakte kosten niet nader gespecificeerd zodat het verzoek van vader op dit punt zal worden afgewezen.

Wat betreft de kosten van de procedure is het uitgangspunt dat deze worden gecompenseerd. De rechtbank kan daarvan afwijken als de ernst van de ontvoering daar aanleiding toe geeft. Daarvan is in dit geval geen sprake zodat de rechtbank de proceskosten zal compenseren.

Het verzoek van de moeder om de vader te veroordelen in de kosten van deze procedure zal worden afgewezen nu het verzoek tot teruggeleiding wordt toegewezen.

Bijzondere curator

De rechtbank acht het in het belang van de kinderen dat de bijzondere curator de uitspraak van de rechtbank (en eventueel de uitspraak van het Gerechtshof) met hen bespreekt. De rechtbank merkt ten overvloede op dat de benoeming van de bijzondere curator, voor zover er hoger beroep wordt ingesteld tegen deze beslissing, doorloopt tijdens de appelprocedure. Indien er geen hoger beroep wordt ingesteld dan beschouwt de rechtbank de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure één maand na datum van deze beschikking als beëindigd.

Beslissing

De rechtbank:

gelast de terugkeer van de minderjarigen:

- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 te [geboorteplaats] , Polen,

- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2021 te [geboorteplaats] , Polen,

naar Polen uiterlijk op 15 juli 2026, waarbij de moeder de kinderen dient terug te brengen naar Polen en beveelt, indien de moeder nalaat de kinderen terug te brengen naar Polen, dat de moeder de kinderen met de benodigde geldige reisdocumenten aan de vader zal afgeven uiterlijk op 15 juli 2026, opdat de vader de kinderen zelf mee terug kan nemen naar Polen;

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij zijn eigen kosten betaalt;

wijst af het meer of anders verzochte;

beschouwt – voor zover er geen hoger beroep wordt ingesteld tegen deze beslissing – de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure met ingang van 25 juli 2026 als beëindigd.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. N.C. Gantenbein

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand