Internationale kinderontvoering
Beschikking op het op 14 april 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.A.M. Schoenmakers te Breda.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.E.C. Verhoeff te ’s-Gravenhage.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het verslag van de bijzondere curator;
- het verweerschrift;
- het F9-formulier van 8 juni 2026 van de zijde van de vader, met bijlagen;
- het F9-formulier van 9 juni 2026 van de zijde van de moeder, met bijlagen;
- het F9-formulier van 10 juni 2026 van de zijde van de moeder, met bijlagen;
- het F9-formulier van 10 juni 2026 van de zijde van de vader, met bijlage;
- het F9-formulier van 11 juni 2026 van de zijde van de moeder, met bijlage.
Op 6 mei 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader, bijgestaan door zijn advocaat, alsmede de moeder (via een onlineverbinding), bijgestaan door haar advocaat en F.J. Klunder, een tolk. Namens de Raad voor de Kinderbescherming is verschenen [naam 1] . Het betrof hier een regiezitting met het oog op crossborder mediation in internationale kinderontvoeringszaken met als behandelend rechter, tevens kinderrechter, mr. H.M. Boone. De behandeling ter terechtzitting is aangehouden.
Op genoemde regiezitting is aan partijen de gelegenheid geboden om een crossborder mediation traject te volgen, gefaciliteerd door het Mediation Bureau van het Centrum Internationale Kinderontvoering, teneinde tot een minnelijke regeling te komen. Partijen hebben daar om hen moverende redenen geen gebruik van gemaakt.
Bij beschikking van 13 mei 2026 is drs. J.L. van Wesemael-Smit benoemd tot bijzondere curator over [minderjarige] en haar verzocht schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen.
Met de minderjarige [minderjarige] is op 11 juni 2026 in raadkamer gesproken door de voorzitter, in de aanwezigheid van de andere rechters van de meervoudige kamer, de griffier en de bijzondere curator.
Op 11 juni 2026 is de behandeling op de zitting van de meervoudige kamer voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
Door de advocaat van de moeder is een pleitnota overgelegd.
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt:
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De vader heeft verweer gevoerd tegen het verzoek van de vader, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast heeft de vader zelfstandig verzocht de moeder te veroordelen in de kosten van deze procedure begroot op € 5.000,-.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd met elkaar.
- Zij zijn de ouders van het volgende thans nog minderjarige kind:
- - [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] , [geboorteland] .
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
- De vader heeft de Nederlandse nationaliteit, de moeder heeft de Indiase nationaliteit en de minderjarige heeft de Nederlandse nationaliteit.
Beoordeling
Vooraf
Door de vader zijn verschillende producties overgelegd die volgens de vader geëxporteerde tekstbestanden bevatten met een selectie van tussen partijen gewisselde en de moeder en [minderjarige] gewisselde WhatsApp- en I-messageberichten. Door de moeder is aangevoerd dat deze berichten bij de beoordeling van haar verzoek buiten beschouwing moeten worden gelaten. Zij voert daartoe aan dat sprake is van een door de vader gemaakte selectie en samenvatting van berichten, waarbij zij niet kan verifiëren of de weergave van de vader klopt. Zij heeft geen toegang meer tot het gezamenlijke Google-account van partijen en kan daardoor niet de volledige gesprekken teruglezen om te beoordelen of de door de vader ingediende berichten daadwerkelijk zijn uitgewisseld.
De rechtbank overweegt dat het juist is dat de producties een selectie van de berichten bevatten; dat is door de vader op de zitting ook erkend. Dat betekent echter niet zonder meer dat de rechtbank de berichten buiten beschouwing moet laten. De omstandigheid dat het gaat om een selectie wordt namelijk meegenomen in de beoordeling en interpretatie van de overgelegde berichten.
De moeder heeft de algemene stelling dat de vader de berichten heeft samengevat waardoor een onjuist beeld wordt geschetst, op geen enkele wijze geconcretiseerd, laat staan onderbouwd. De enkele stelling dat de moeder niet meer bij het Google-account kan waarop back-ups staan, betekent niet dat de moeder niets meer kan reconstrueren. Bovendien is in ieder geval een deel van de berichten van dermate recente datum dat aangenomen moet worden dat de moeder deze in de betreffende apps op haar eigen apparaten heeft staan. Nu ook de manier waarop de berichten zijn overgelegd – te weten in het format van een export uit de genoemde apps, inclusief de voor dergelijke berichten typische taal- en spelfouten – de rechtbank op het eerste gezicht betrouwbaar voorkomt, ziet de rechtbank geen aanleiding om aan te nemen dat de inhoud van de berichten door de vader is samengevat. De rechtbank gaat daarom niet zonder meer voorbij aan de door de vader ter onderbouwing en bewijs overgelegde producties.
De moeder heeft ten slotte dezelfde algemene bezwaren geuit tegen het door de vader als productie 5 overgelegde transcript van een videogesprek via Google Meet op 27 oktober 2025. Ook daarvoor geldt dat enkel de betwisting en de stelling dat de moeder geen toegang meer heeft tot het Google-account, onvoldoende zijn. Het had op de weg van de moeder gelegen om concreet en onderbouwd aan te geven wat niet zou kloppen. De rechtbank betrekt daarom ook dit transcript bij de beoordeling van het door de vader gevoerde verweer.
Rechtsmacht
De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht om kennis te nemen van het onderhavige teruggeleidingsverzoek op grond van artikel 3 sub a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, aangezien de vader zijn woonplaats in Nederland heeft (vgl. HR 5 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1085).
Toetsing aan het HKOV terwijl dat verdrag niet rechtstreeks van toepassing is.
De moeder heeft haar verzoek gebaseerd op het Haagse Verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen van 25 oktober 1980 (hierna: het Verdrag). Hoewel India geen partij is bij het Verdrag, is volgens artikel 2 van de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering (hierna: de Uitvoeringswet) deze wet tevens van toepassing in de gevallen van internationale ontvoering van kinderen die niet door een verdrag worden beheerst.
Op grond van artikel 11 lid 1 van de Uitvoeringswet is de rechtbank Den Haag bevoegd kennis te nemen van alle zaken met betrekking tot de gedwongen afgifte van een internationaal ontvoerd kind aan degene wie het gezag daarover toekomt en de teruggeleiding van een zodanig kind over de Nederlandse grens.
De rechtbank ziet in het bepaalde in artikel 2 en 13 lid 3 van de Uitvoeringswet aanleiding de regels van het Verdrag naar analogie toe te passen. Dit neemt niet weg dat de teruggeleidingsrechter in niet door het Verdrag bestreken gevallen van internationale kinderontvoering in het algemeen de nodige ruimte heeft om, indien daartoe aanleiding bestaat, af te wijken van de verdragsregeling (zie Hof Den Haag 19 oktober 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2020).
Het Verdrag heeft – voor zover hier van belang – tot doel de onmiddellijke terugkeer te verzekeren van kinderen die ongeoorloofd zijn overgebracht naar of worden vastgehouden in een Verdragsluitende staat. Het Verdrag beoogt hiermee een zo snel mogelijk herstel van de situatie waarin het kind zich bevond direct voorafgaand aan de ontvoering of vasthouding. Een snel herstel van de aan de ontvoering of vasthouding voorafgaande situatie wordt geacht de schadelijke gevolgen hiervan voor het kind te beperken.
Ongeoorloofde overbrenging of vasthouding in de zin van artikel 3 van het Verdrag
Er is sprake van ongeoorloofde overbrenging of ongeoorloofde vasthouding in de zin van het Verdrag wanneer de overbrenging of het niet doen terugkeren geschiedt in strijd met een gezagsrecht ingevolge het recht van de staat waarin het kind onmiddellijk voor zijn overbrenging of vasthouding zijn gewone verblijfplaats had en dit recht alleen of
gezamenlijk werd uitgeoefend op het tijdstip van het overbrengen of niet doen terugkeren, dan wel zou zijn uitgeoefend indien een zodanige gebeurtenis niet had plaatsgevonden (artikel 3 van het Verdrag).
Gewone verblijfplaats
Vaststaat dat [minderjarige] met toestemming van de moeder op 15 augustus 2025 naar Nederland is gekomen en dat hij in ieder geval tot 30 september 2025 met toestemming van de moeder bij de vader, in Nederland, zou verblijven. Tussen partijen is in geschil of de moeder daarna toestemming heeft verleend voor een langer verblijf in Nederland dan wel dat zij daarin heeft berust, of dat sprake is van ongeoorloofde achterhouding in de zin van het Verdrag.
De moeder stelt dat partijen zijn overeengekomen dat [minderjarige] tijdelijk op bezoek zou gaan bij zijn vader in Nederland en dat hij 30 september 2025 terug zou keren naar India. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft zij een formulier ‘Parental consent for international travel of a minor’ overgelegd, waarop als datum van terugkeer 30 september 2025 staat vermeld. Omdat de vader niet met [minderjarige] is teruggekeerd naar India, is er volgens haar sprake van ongeoorloofde achterhouding in de zin van artikel 3 van het Verdrag.
De vader voert aan dat nooit sprake is geweest van een einddatum en betwist dan ook de door de moeder gestelde terugkeerdatum van 30 september 2025; er was ook geen retourticket voor [minderjarige] gekocht. Het door de moeder overgelegde formulier is opgesteld omdat [minderjarige] met de partner van de vader naar Nederland is gereisd. De vader voert aan dat het plan was dat de moeder in het najaar ook naar Nederland zou komen, maar dat zij rond half september 2025 heeft laten weten toch niet te komen en in plaats daarvan haar broer in de Verenigde Staten te willen bezoeken. Partijen zijn toen overgegaan tot het maken van concrete afspraken over het verblijf van [minderjarige] in Nederland, zoals de inschrijving op school en bij een sportclub. Er is daarom geen sprake van ongeoorloofde achterhouding.
Uit het dossier blijkt dat partijen in India vrij afgelegen woonden. [minderjarige] ging daar bijvoorbeeld ook niet naar school. Uit de overgelegde stukken blijkt voorts dat [minderjarige] naar Nederland is gekomen zonder concreet plan over zijn verblijf en de duur daarvan en dat het de bedoeling was dat de moeder ook naar Nederland zou komen. In september heeft de moeder er zelf voor gekozen om niet naar Nederland te komen, maar in plaats daarvan haar broer te bezoeken in de Verenigde Staten en vervolgens terug te keren naar India. Uit de door de vader overgelegde berichten tussen hem en de moeder en tussen de moeder en [minderjarige] ontstaat het beeld dat de ouders na de komst van [minderjarige] naar Nederland nadere afspraken hebben gemaakt. De rechtbank acht in dat kader met name onderstaande berichten van belang:
In een gesprek met [minderjarige]
L942 | Sep 04, 2025 6:40:45 PM — Mama ( [de moeder] ): You know you can always live there if you wanted to
L9346 | Sep 04, 2025 6:40:53 PM — Mama ( [de moeder] ): Mama would never stop you
In een gesprek met de vader
[09/09/2025, 17:20:04] [de moeder] : If it takes long also it’s alright. I miss [minderjarige] but it’s okay. I can wait.
[09/09/2025, 17:23:19] [de moeder] : I want to say this because I want to believe that everything is good. There is no need to worry. It will happen in time. Yes it is hard but I can only say this to make a start to understanding that it's sucks but.... It's still okay.
[09/09/2025, 17:28:15] [de moeder] : And even if it doesn't work out that I visit, I'd just like to see our boy atleast October end I was hoping. ♥
In een gesprek met de vader
[16/09/2025, 05:47:29] [de moeder] : [de vader] , [naam 3] asked me to leave [plaats] and come to him. I'm going to my brothers boo. […] I love [minderjarige] a lot but [naam 3] told me everyone is fine where they are.
[16/09/2025, 09:42:41] [de vader] : Ooh this is quite a new direction, but why would I be upset? I'm just here to support whatever you feel is best for you.
[16/09/2025, 09:48:20] [de vader] : So if I understand you correctly:
- I won't continue planning your visit here for now
- you will be leaving to stay with [naam 3] soon
- I will look after [minderjarige] for now.
And we'll see from there I guess step by step?
[16/09/2025, 09:51:27] [de vader] : I'll plan based on this.
[16/09/2025, 09:55:53] [de vader] : This means, I will be freezing my plans for the next 2-3 months [...]
Off course after 2-3 months we can always see how things are going, but I'd like it if you let me know that you're okay with that.
(16/09/2025, 09:57:42] [de moeder] : Yeah I'm perfectly okay [de vader] .
[16/09/2025, 09:59:19] [de vader] : Okay, thanks for confirming
In een gesprek met [minderjarige]
Sep 30, 2025 4:33:21 PM (Read by you after 21 hours, 28 minutes, 54 seconds)
Mama
Poepie, mama wants you to know this. If you want to go to school there now, do that okay
In gesprek met de vader
[30/09/2025, 13:17:14] [de moeder] : … Please be there keep [minderjarige] as long as you want
[30/03/2025, 13:22:08] [de moeder] : Keep [minderjarige]
[30/09/2025, 13:22:27] [de moeder] : Don’t come back also
[30/09/2025, 13:22:38] [de moeder] : I’m quite good being by myself
In gesprek met de vader
[26/10/2025, 17:33:59] [de vader] : (…) I was thinking a bit about what kind of document we should make. I checked a bit online, and it seems we should just make a new declaration of consent, similar to the travel consent document, but just writing down the status quo and what we discussed today, regarding [minderjarige] going to school and living here and that we retain shared parent custody (so that it's clear this document does by no means change anything about your custody, just your consent for him living here and going to school etc). [...]
We can make a document together, but I can also make a draft and then you can add to that
whatever you would like to cover.
[26/10/2025, 18:03:46] [de moeder] : I’ll sign whatever you want
[26/10/2025, 18:03:48] [de moeder] : Just send it
[26/10/2025, 18:06:17] [de moeder] : I have nothing to add to the document
[26/10/2025, 18:06:32] [de moeder] : You can write what you want I’ll sign it
Uit deze berichten leidt de rechtbank af dat partijen in de loop van september 2025 en in ieder geval op 30 september 2025 overeenstemming hebben bereikt over een langdurig verblijf van [minderjarige] bij de vader in Nederland. Ook blijkt uit het door de vader overgelegde transcript (productie 5) dat de ouders in oktober 2025 geprobeerd hebben hun afspraken vast te leggen door een soort ouderschapsplan op te stellen. Hoewel dat niet heeft geleid tot een ondertekend document, heeft de moeder blijkens het transcript ook toestemming gegeven voor de inschrijving van [minderjarige] op een school in Nederland en is hieraan ook daadwerkelijk uitvoering gegeven. Dit beeld wordt ook bevestigd in haar berichten naar [minderjarige] , waarin zij aangeeft het goed te vinden als [minderjarige] hier naar school wil gaan.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat vanaf het moment dat de ouders overeenstemming hebben bereikt over het verblijf van [minderjarige] in Nederland – in ieder geval op 30 september 2025 –, zijn gewone verblijfplaats is veranderd van India naar Nederland.
Gelet hierop is op het moment van indiening van het verzoekschrift, te weten 14 april 2026, de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland. Hierdoor is er geen sprake van een ongeoorloofde achterhouding en zal het verzoek van de moeder tot teruggeleiding worden afgewezen.
Kosten
Beide ouders verzoeken elkaar te veroordelen in de kosten van deze procedure.
Het verzoek van de moeder om de vader te veroordelen in de kosten van deze procedure zal worden afgewezen nu het verzoek tot teruggeleiding wordt afgewezen.
Wat betreft de door de vader verzochte kostenveroordeling overweegt de rechtbank als volgt. Uitgangspunt in familierechtelijke procedures is dat deze kosten worden gecompenseerd. De rechtbank kan daarvan afwijken als de ernst van de zaak daar aanleiding toe geeft. Daarvan is in dit geval geen sprake zodat de rechtbank zal bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Bijzondere curator
De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] dat de bijzondere curator de uitspraak van de rechtbank (en eventueel de uitspraak van het Gerechtshof) met hem bespreekt. De rechtbank merkt ten overvloede op dat de benoeming van de bijzondere curator, voor zover er hoger beroep wordt ingesteld tegen deze beslissing, doorloopt tijdens de appelprocedure. Indien er geen hoger beroep wordt ingesteld dan beschouwt de rechtbank de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure één maand na datum van deze beschikking als beëindigd.
Beslissing
De rechtbank:
wijst af het verzoek tot teruggeleiding van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] , [geboorteland] , naar India;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
beschouwt – voor zover er geen hoger beroep wordt ingesteld tegen deze beslissing – de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure met ingang van 25 juli 2026 als beëindigd.
Deze beschikking is gegeven door mrs. A.M. van Brakel, C.L. Strop en F. van Overbeeke, rechters, tevens kinderrechters, bijgestaan door mr. N.C. Gantenbein als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juni 2026.