ECLI:NL:RBDHA:2026:21270

ECLI:NL:RBDHA:2026:21270

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 30-07-2026
Datum publicatie 30-07-2026
Zaaknummer C/09/26/200 F
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Toewijzing verzoek vernietiging faillietverklaring met veroordeling geopposeerden in de faillissements- en proceskosten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team Toezicht

insolventienummer: C/09/26/200 F

vonnis in verzet van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[bedrijf] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

opposant, hierna: [bedrijf] ,advocaat: mr. H. Tahiri el Osruti.

Waar deze zaak over gaat

[bedrijf] heeft verzet ingesteld tegen het vonnis waarin zij failliet is verklaard. Dit verzet wordt door de rechtbank gegrond verklaard en het faillissement wordt vernietigd. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist. Eerst volgt een overzicht van de procedure.

1. De procedure

[bedrijf] heeft op 17 juni 2026 verzet ingesteld tegen het vonnis van 9 juni 2026, waarbij zij op verzoek van [geopposeerde 1] en [geopposeerde 2] (hierna: geopposeerden) in staat van faillissement is verklaard. Daarbij is mr. A.J. Nederhoed benoemd tot rechter-commissaris en is mr. G. Sengers aangesteld als curator.

Het verzet is op de zitting van 28 juli 2026 behandeld. Op die zitting verschenen:

- [naam] (bestuurder van [bedrijf] ), bijgestaan door mr. H. Tahiri el Osruti, voornoemd;

- mr. H.H.M. Meijroos namens geopposeerden;

- de curator.

De rechtbank heeft in verband met de behandeling van het verzet de volgende stukken ontvangen:

- het verzoekschrift van [bedrijf] ;

- het advies, inclusief salarisverzoek, van de curator;

- een akte eisvermeerdering van [bedrijf] ;

- een akte met aanvullende producties van geopposeerden.

2. De beoordeling

Het verzet is tijdig ingesteld met een advocaat.

[bedrijf] stelt zich op het standpunt dat zij niet verkeert in de toestand dat zij opgehouden is te betalen, omdat zij de betalingsregeling met geopposeerden is nagekomen totdat de gemachtigde van geopposeerden in strijd met de gemaakte afspraken zonder enige aanleiding op 3 juni 2026 het restantbedrag is gaan opeisen. Zij stelt over voldoende geld te beschikken om de betalingsregeling te kunnen nakomen. [bedrijf] verzoekt tevens geopposeerden te veroordelen in de faillissementskosten en de proceskosten.

Geopposeerden betogen dat weliswaar een vergissing is gemaakt, maar dat [bedrijf] op

8 juni 2026 ook geen € 1.715,- heeft betaald, geen contact heeft opgenomen en niet op de zitting van 9 juni 2026 is verschenen. Geopposeerden menen daarom dat ingeval van vernietiging van het faillissement, de proces- en faillissementskosten voor rekening van [bedrijf] moeten komen.

De rechtbank zal de verzoeken van [bedrijf] toewijzen en overweegt daartoe als volgt.

Geopposeerden hebben op 12 maart 2026 het verzoek tot faillietverklaring van [bedrijf] ingediend. Partijen hebben vervolgens een betalingsafspraak gemaakt op grond waarvan [bedrijf] € 6.858,- ineens en 4 termijnen van € 1.715,- moet betalen. [bedrijf] heeft op 28 maart 2026 € 6.858,- betaald.

Op 6 mei 2026 bericht de gemachtigde van geopposeerden aan [bedrijf] : “Op 12 mei 2026 staat er weer een faillissementszitting gepland. (…) Dit betekent dat u Eur 1715,00 dient over te maken op 11 mei voor 09:00 uur (…) Na ontvangst van het betaalbewijs zullen wij de faillissementszitting van 12 mei 2026 voor de laatste maal 4 weken aanhouden.” [bedrijf] heeft op 8 mei 2026 € 1.715,- betaald.

Op 3 juni 2026 bericht de gemachtigde van geopposeerden aan [bedrijf] : “Op 9 juni staat de laatste faillissementszitting gepland. Dit betekent dat het restantbedrag van Eur 5.141,79 uiterlijk 8 juni voor 09:00 uur voldaan moet worden (…)” en op 8 juni 2026 bericht zij: “Nu de betaling van het restantbedrag is uitgebleven hebben wij de advocaat opdracht gegeven te persisteren. Dat wil zeggen dat de rechtbank wordt verzocht uw faillissement uit te spreken op 09 juni 2026.

Geopposeerden hebben ter zitting van 9 juni 2026 aangeven te persisteren in het verzoek tot faillietverklaring, waarna [bedrijf] in staat van faillissement is verklaard. Echter, op dat moment was nog sprake van een lopende betalingsregeling met betrekking tot de vorderingen van geopposeerden. Die betalingsregeling was [bedrijf] voordien nagekomen en niet gebleken is dat [bedrijf] niet in staat was om die regeling ook in het vervolg na te komen. [bedrijf] heeft ter zitting te kennen gegeven de betalingsregeling te willen en te kunnen uitvoeren. Dat dit tot op heden niet is gebeurd, is het gevolg van het uitgesproken faillissement. Dat [bedrijf] niet vóór 9 juni 2026 een termijn van € 1.715,- heeft betaald en niet op de zitting van 9 juni 2026 is verschenen, is te begrijpen aangezien zij door de e-mailberichten van 3 en 9 juni 2026 op het verkeerde been is gezet en voor een voldongen feit is geplaatst. Geopposeerden hebben – in strijd met de gemaakte afspraken – in die berichten onomwonden aanspraak gemaakt op volledige betaling van het restantbedrag in plaats van een termijnbetaling. Daarmee hebben zij [bedrijf] voor een voldongen feit geplaatst en gezien de toon en inhoud van deze berichten kunnen geopposeerden [bedrijf] thans niet met succes tegenwerpen dat zij op dat moment een berustende houding heeft aangenomen. Naar het oordeel van de rechtbank stuit het verweer van geopposeerden af op het vorenstaande en maakt dit alles dat niet kan worden vastgesteld dat [bedrijf] verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen. Het verzet is dan ook gegrond en het faillissement zal worden vernietigd.

Aangezien het faillissement door toedoen van (de gemachtigde van) geopposeerden ten onrechte is uitgesproken en gezien de wijze waarop dat is gebeurd, zullen de faillissementskosten door geopposeerden moeten worden gedragen. Geopposeerden zullen bovendien in de proceskosten worden veroordeeld.

3. De beslissing

De rechtbank:

- verklaart het verzet gegrond;

- vernietigt het op 9 juni 2026 uitgesproken faillissement van [bedrijf] B.V., voornoemd;

- stelt het salaris van de curator vast op € 2.314,14 (exclusief de verschuldigde omzetbelasting);

- stelt het bedrag van de faillissementskosten vast op € 92,57 (exclusief de verschuldigde omzetbelasting);

- bepaalt dat het salaris van de curator en het bedrag van de faillissementskosten ten laste komen van [geopposeerde 1] en [geopposeerde 2] ;

- veroordeelt [geopposeerde 1] en [geopposeerde 2] in de kosten van deze procedure, tot heden aan de zijde van [bedrijf] B.V. begroot op € 1.306,- aan salaris advocaat (twee punten tarief II, € 653,- per punt).

Dit is een beslissing van mr. R. Cats, rechter, in samenwerking met S. Huisman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2026.

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R. Cats

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Sdu Nieuws Insolventierecht 2026/117
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand