ECLI:NL:RBDHA:2026:2147

ECLI:NL:RBDHA:2026:2147

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 23-01-2026
Datum publicatie 09-02-2026
Zaaknummer C/09/686993 / FA RK 25-4520
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Kinderalimentatie. Jonge ouders met minimale draagkracht die allebei (verder) willen studeren. Rechtbank beslist dat de vader moet voorzien in de helft van de behoefte van de minderjarige, zodat niet het hele tekort bij de moeder komt te liggen. De rechtbank houdt daarbij rekening met de kosten die de vader zelf ook maakt als de minderjarige bij hem verblijft.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familierecht

Zaaknummer: C/09/686993 / FA RK 25-4520

Kinderalimentatie

Beschikking van 23 januari 2026

in de zaak van:

[verzoekster],

wonende in [plaats],

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. S. Bhulai,

en

[verweerder],

wonende in [plaats],

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. D. Vurdelja.

1. De procedure

Door de vader zijn verzoeken ingediend met betrekking tot het hoofdverblijf en de zorgregeling. De rechtbank heeft op die verzoeken afzonderlijk beslist. Met betrekking tot de kinderalimentatie heeft de rechtbank de volgende stukken ontvangen:

het verzoekschrift van de moeder tot het vaststellen van kinderalimentatie met bijlagen 1 tot en met 3 gedateerd op 28 mei 2025;

het verweerschrift van de vader, met bijlagen 1 tot en met 3;

het bericht van de vader van 22 december 2025 met bijlagen 5 tot en met 8;

het bericht van de moeder van 5 januari 2026 met bijlage 4;

het bericht van de moeder van 19 januari 2026 met bijlage.

Het verzoek en verweer zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling van 13 januari 2026. Hiervan zijn aantekeningen gemaakt. Tijdens deze behandeling zijn via videobellen gehoord:

de moeder, bijgestaan door haar advocaat, en

de vader, bijgestaan door zijn advocaat.

2. Waar gaat het over?

Wat staat vast?

De vader en de moeder zijn de ouders van:

- [minderjarige], geboren op [datum].

Bij beschikking van 2 juli 2025 heeft de rechtbank het hoofdverblijf van [minderjarige] bij de moeder bepaald. Ook is bepaald dat [minderjarige] (na een opbouw) (wekelijks) bij de vader zal verblijven; op zondag van 12.00 uur tot maandag 14.00 uur, als ook op de woensdag en de vrijdag (telkens) van 09.00 uur tot 14.00 uur. De rechtbank heeft deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard en daarbij iedere verdere beslissing ten aanzien van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken aangehouden. Deze beschikking is op 14 januari 2026 bekrachtigd door het gerechtshof Den Haag.

Wat ligt voor?

De moeder wil dat de vader een bedrag van € 274 per maand aan kinderalimentatie aan de moeder gaat betalen, met ingang van de datum indiening verzoekschrift. Zij is van mening het verzochte bedrag nodig te hebben voor de kosten van verzorging en opvoeding en dat vader dit bedrag kan betalen.

De vader is het niet mee eens met het verzoek en vindt dat dit moet worden afgewezen. Hij zegt dat hij geen draagkracht heeft om kinderalimentatie te kunnen voldoen.

3. De beoordeling

conclusie

De rechtbank zal beslissen dat de vader vanaf de datum van deze beschikking een kinderalimentatie van € 53 per maand aan de moeder moet betalen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. Daarbij gaat zij in op de standpunten van partijen, voor zover die voor de beoordeling van belang zijn.

behoefte

Tussen partijen is niet in geschil dat de behoefte van [minderjarige] moet worden vastgesteld op basis van de inkomensgegevens uit het jaar 2025 en het gegeven dat de ouders niet hebben samengewoond. Dit betekent dat de behoefte wordt berekend op basis van het netto besteedbaar inkomen van de moeder en vervolgens op basis van dat van de vader, waarna een gemiddelde wordt genomen van de gevonden behoeftes. De rechtbank ziet geen aanleiding om daar anders over te oordelen.

Voor wat betreft de hoogte van de behoefte van [minderjarige], sluit de rechtbank aan bij € 200 per maand in 2025 zoals door de vader gesteld. Uit de stukken blijkt namelijk dat het inkomen van ieder van de ouders toen minder was dan € 2.000 netto per maand. Voor wat betreft het inkomen van de moeder zijn de ouders het daar ook over eens. De vader heeft voor 2025 een prognose overgelegd waaruit blijkt dat hij – evenals de twee jaren daarvoor – uitkomt op een negatieve winst uit onderneming, zodat ook zijn inkomen lager is dan € 2.000 netto per maand. De rechtbank heeft, na de nodige vragen daarover te hebben gesteld tijdens de mondelinge behandeling, geen reden om te twijfelen aan de overgelegde jaarcijfers van de vader. Uit het Rapport alimentatienormen (2025) blijkt dat bij een inkomen van minder dan € 2.000 netto per maand de behoefte € 200 per maand is, zodat de gemiddelde behoefte van [minderjarige] daar ook op uitkomt. Geïndexeerd naar 2026 is dat nu een bedrag van € 209,20 per maand.

draagkracht

Bij de berekening van de kinderalimentatie moet vervolgens worden vastgesteld wat ieder van de ouders kan betalen. Dat wordt de ‘draagkracht’ van de ouders genoemd.

De rechtbank neemt het volgende in overweging. Partijen zijn jong (en onverwacht) ouders geworden van [minderjarige]. De vader heeft na het afronden van zijn Vwo-opleiding een (verlieslijdende) [onderneming] geëxploiteerd, waarmee hij inmiddels is gestopt. De moeder heeft een MBO-4 opleiding afgerond en deed een opleiding tot [beroep]. Vanwege de komst van [minderjarige] heeft zij die opleiding (tijdelijk) gestaakt en werkt zij nu op detacheringsbasis als [functie]. De vader en de moeder hebben tijdens de mondelinge behandeling uitgesproken dat zij allebei graag hun carrièremogelijkheden willen vergroten, ook om [minderjarige] in financieel opzicht een betere toekomst te bieden. Zo heeft de moeder de wens om (op termijn) haar opleiding tot [beroep] af te ronden en is de vader ook al gestart met een voltijds universitaire studie aan de [onderwijsinstelling]. Hij ontvangt een lening voor zijn collegegeld (Levenlanglerenkrediet) en wordt voor al het overige financieel ondersteund door zijn ouders waar hij ook nog woont. De vader wil graag bijdragen in de kosten van [minderjarige] maar zijn mogelijkheden daartoe zijn erg beperkt.

De rechtbank neemt bij de beoordeling van de draagkracht van de vader zijn feitelijke situatie als uitgangspunt. Zij volgt de moeder niet in haar stellingen over de hoogte van de verdiencapaciteit die de vader moet worden toegedicht. De moeder gaat op basis van een winst uit onderneming van € 60.000 in een jaar, uit van een netto besteedbaar inkomen van € 3.380 per maand. Deze verdiencapaciteit is wat de rechtbank betreft niet realistisch en kan niet van de vader worden verwacht. Uit de financiële stukken zoals door de vader zijn overgelegd, blijkt geenszins van dergelijke verdiensten terwijl ook niet aannemelijk is dat de vader, zonder verdere vervolgopleiding met zijn leeftijd een dergelijk inkomen genereert. Gelet op zijn leeftijd vindt de rechtbank dat de vader hier de keuze heeft mogen maken om te gaan studeren. Op termijn is dat ook in het belang van [minderjarige] omdat te verwachten valt dat daardoor zijn mogelijkheden om ook in financiële zin voor [minderjarige] te zorgen toenemen. De rechtbank weegt daarbij mee dat ook de moeder graag haar studie weer wil oppakken om dezelfde reden.

Voor zover de moeder heeft gesteld dat de vader meer draagkracht heeft omdat hij niet geregistreerde inkomsten geniet (zwart inkomen), gaat de rechtbank daaraan voorbij. Zoals ook al op de mondelinge behandeling is besproken, zijn dergelijke inkomsten in strijd met de wet en zijn die overigens ook door de vader betwist.

Uitgaande van de huidige financiële situatie heeft de vader volgens het Rapport alimentatienormen geen, of een heel beperkte draagkracht van € 25 per maand. Dit zou echter betekenen dat de moeder de rest van het tekort voor haar rekening moet nemen en dat vindt de rechtbank in de huidige omstandigheden niet redelijk en billijk. Beide partijen moeten in gelijke mate in staat worden gesteld om weer te gaan studeren om zo hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Dit is in het belang van beide ouders en bovenal in het belang van [minderjarige]. Het afwenden van het tekort op de moeder zou die situatie niet bevorderen. De rechtbank zal de vader daarom een verdergaand aandeel in de kosten van [minderjarige] toerekenen dan het Rapport alimentatienormen voorschrijft, te weten de helft van de behoefte van [minderjarige], zijnde een bedrag van € 105 per maand. De vader voorziet deels al in natura in de behoefte van [minderjarige] doordat hij kosten voor haar maakt als zij bij hem verblijft. Bijvoorbeeld doordat hij voeding en luiers voor haar koopt. De rechtbank zal daarom zijn aandeel van € 105 per maand in de kosten van [minderjarige] daarmee verminderen. Met inachtneming van de beschikkingen van 2 juli 2025 en 14 januari 2026 over de zorgregeling, begroot de rechtbank deze kosten op 25% van de behoefte, te weten € 52 per maand. Dit betekent dat de vader aan de moeder zal moeten betalen een bedrag van (105 – 52 =) € 53 per maand. De vader zal tot in zoverre zijn verdiencapaciteit moeten aanwenden, bijvoorbeeld door een bijbaantje naast zijn studie te zoeken, om ervoor te zorgen dat dit bedrag maandelijks beschikbaar is voor [minderjarige]. De rechtbank is van oordeel dat dit in de huidige situatie van de vader kan en mag worden verwacht.

ingangsdatum

De wet laat de rechter grote vrijheid bij het vaststellen van de ingangsdatum van de alimentatieverplichting. Drie data liggen als ingangsdatum het meest voor de hand: de datum waarop de omstandigheden zijn gewijzigd, de datum van het verzoekschrift en de datum waarop de rechter beslist. De rechter kan dus een bijdrage wijzigen over een periode in het verleden, maar moet daar terughoudend mee omgaan omdat dit flinke gevolgen voor partijen kan hebben.

Hier hanteert de rechtbank de datum van deze beschikking als ingangsdatum. Duidelijk is dat de financiële situatie van de moeder moeilijk is en zij elke euro voor [minderjarige] kan gebruiken. Echter ook de financiële situatie aan de zijde van de vader is moeilijk. Bij deze stand van zaken vindt de rechtbank het van belang dat de ouders zich richten op hun toekomst en vindt de rechtbank het niet in het belang van [minderjarige] om de vader te confronteren met een betalingsachterstand en dus met een schuld.

alimentatie vooruitbetalen

De vader moet de kinderalimentatie steeds vóór de eerste dag van de maand vooraf betalen. Het gaat namelijk om een bijdrage in de kosten die in die maand gemaakt worden en dan zou het te laat zijn als de alimentatie pas later in die maand wordt betaald.

uitvoerbaar bij voorraad

De rechtbank verklaart de beslissing ‘uitvoerbaar bij voorraad’, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de kinderalimentatie betaald moet worden, ook al wordt er hoger beroep ingesteld.

proceskosten

De vader en de moeder moeten allebei hun eigen proceskosten betalen, omdat zij elkaars ex-partners zijn.

4. De beslissing

De rechtbank:

bepaalt dat de vader met ingang van deze beschikking een bedrag van € 53 per maand moet betalen aan de moeder, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige];

bepaalt dat de vader deze alimentatie wat de toekomstige termijnen betreft steeds vóór de eerste van de maand vooraf moet betalen;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat de vader en de moeder allebei hun eigen proceskosten moeten betalen;

wijst de verzoeken voor het overige af.

Dit is de beslissing van rechter mr. M.P. den Hollander, tot stand gekomen in samenwerking met mr. S.E. Kamer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2026 in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof in Den Haag. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S.E. Kamer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?