ECLI:NL:RBDHA:2026:21504

ECLI:NL:RBDHA:2026:21504

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-07-2026
Datum publicatie 02-08-2026
Zaaknummer C/09/703468 / FA RK 26-3802
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Vervangende toestemming vakantie

Uitspraak

Vervangende toestemming reizen

Beschikking op het op 16 april 2026 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. D. Vurdelja te 's-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. L. Da Silva te 's-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

Op 18 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.

- Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:

- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats].

- De vader heeft [minderjarige] erkend.

- Volgens een aantekening in het gezagsregister op 7 februari 2022 oefenen de ouders gezamenlijk het gezag over [minderjarige] uit.

- Partijen hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 1:247a BW op 5 juli 2024 een ouderschapsplan opgesteld, voor zover hier van belang, inhoudende:

- Bij vakanties met een reistijd langer dan drie uur en/of een bestemming buiten de EU is vooraf toestemming nodig van de andere ouder. Tevens zijn de ouders ermee bekend dat zij het formulier ‘toestemming voor reizen met een minderjarige naar het buitenland’ moeten invullen en meenemen. Ouders zullen dit formulier in beginsel altijd ondertekenen, tenzij een ouders wegens zwaarwegende belangen niet instemt met de reis;

- Bij beschikking van deze rechtbank van 22 september 2025 is, voor zover hier van belang, aan de moeder toestemming verleend, die de toestemming van de vader vervangt, om in de periode van 23 september 2025 tot en met 21 oktober 2025 met [minderjarige], naar [land] te reizen;

- Bij beschikking van deze rechtbank van 19 januari 2026 is, voor zover hier van belang, – met wijziging in zoverre van het door de ouders ondertekende ouderschapsplan van 5 juli 2024 – bepaald dat:

- de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats], bij de vader is: ieder weekend van vrijdag tot en met zondag;

- bepaalt dat de vakanties en feestdagen als volgt zullen worden verdeeld:

- in de korte vakanties van één week: conform de reguliere zorgregeling;

- in de twee wekelijkse vakanties: in de eerste week is [minderjarige] van vrijdag 17:00 uur tot de week daarna vrijdag 17:00 uur bij de vader, en de tweede week vanaf vrijdag 17:00 uur bij de moeder;

- in de zomervakantie: conform een week-op-week-af verdeling;

- alle overige feestdagen: in onderling overleg;

en zijn de ouders bij proces-verbaal van doorverwijzing verwezen naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject ouderschapsbemiddeling.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt, per gewijzigd verzoek van 11 juni 2026:

- haar vervangende toestemming te verlenen, welke toestemming die van de vader vervangt, om eind juli 2026 vier weken met [minderjarige] op reis te gaan naar [land];

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vader heeft mondeling verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Vervangende toestemming vakantie

Artikel 1: 253a eerste en tweede lid BW bepaalt dat in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening geschillen tussen de ouders, waaronder ten aanzien van een vakantie, op verzoek van beide of van een van hen aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd en dat de rechtbank een regeling kan vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag.

De moeder wenst eind juli 2026 vier weken met de minderjarige naar [land] te gaan in verband met het recente overlijden van haar moeder en de (administratieve) afwikkeling daarvan. Ook zullen zij daar samen vakantie vieren. [minderjarige] kampt met een cognitieve ontwikkelingsachterstand. Hij staat op de wachtlijst voor een plaatsing bij [zorginstantie]. De moeder heeft aangegeven dat onduidelijk is wanneer er plek is voor [minderjarige], waardoor deze plaatsing de vakantie niet in de weg staat. Het onderbreken van de logopediesessies voor enkele weken wegens een vakantie is gebruikelijk en zij zal met [minderjarige] ook in [land] blijven oefenen met de instructies die zij mee krijgt van de logopedist.

De vader heeft op de zitting naar voren gebracht dat hij er in principe geen bezwaar tegen heeft als de moeder tijdens de zomervakantie met [minderjarige] op vakantie wenst te gaan. De vader stemt er dan ook mee in dat moeder met [minderjarige] naar [land] gaat, maar dan voor een periode van maximaal drie weken achter elkaar en niet vier weken zoals door de moeder verzocht. De vader wenst dat [minderjarige] dan in de overige drie weken van de zomervakantie bij hem verblijft, zodat zij ook samen de vakantie kunnen doorbrengen.

Op de zitting is gebleken dat [minderjarige] inmiddels is gestart met de dagbehandeling bij Jeugdformaat. Dat gaat volgens de ouders nog niet goed, zodat er gekeken zal moeten worden wat er wel passend is voor hem. In de tussentijd gaat hij naar de kleuterleerplek waar hij zat en het leuk vond. Op de zitting zijn partijen overeengekomen dat [minderjarige] dit jaar 3 weken bij de ene ouder en 3 weken bij de andere ouder zal doorbrengen. Concreet betekent dit dat [minderjarige] van zaterdag 18 juli 2026 tot en met zaterdag 8 augustus 2026 bij zijn moeder zal zijn. Voor die periode zal de rechtbank de moeder vervangende toestemming verlenen om samen met [minderjarige] naar [land] te reizen. De moeder moet er voor zorgen dat [minderjarige] op zaterdag 8 augustus 2026 weer terugkomt in Nederland. Op zondag 9 augustus 2026 zal [minderjarige] dan naar de vader gaan. In de periode van zondag 9 augustus 2026 tot maandag 31 augustus 2026 naar school is [minderjarige] bij zijn vader, zodat de vader hem naar school kan brengen op zijn eerste schooldag in het nieuwe schooljaar. In overleg zullen partijen de wisseltijden afspreken.

Concluderend zal de rechtbank de moeder vervangende toestemming verlenen, die de toestemming van de vader vervangt, om in de periode van 18 juli 2026 tot en met 8 augustus 2026 met [minderjarige] naar [land] te reizen.

Beslissing

De rechtbank:

verleent aan de moeder toestemming, die de toestemming van de vader vervangt, voor het reizen naar en verblijven in [land] met de minderjarige:

 [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats];

in de periode van 11 juli 2026 tot en met 8 augustus 2026;

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S.J. te Boekhorst

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand