ECLI:NL:RBDHA:2026:21667

ECLI:NL:RBDHA:2026:21667

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 16-06-2026
Datum publicatie 03-08-2026
Zaaknummer AWB - 24 _ 1857 e.v.
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Beroepen ongegrond. Wet verbruiksbelasting,

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 juni 2026 in de zaken tussen

[eiseres] BV., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres

de inspecteur van de Douane, verweerder,

de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.

Team belastingrecht

zaaknummers: SGR 24/1738, SGR 24/1741 tot en met SGR 24/1745, SGR 24/1747, SGR 24/1748, SGR 24/1751, SGR 24/1753, SGR 24/1754, SGR 24/1756 tot en met SGR 24/1759, SGR 24/1761 tot en met SGR 24/1768, SGR 24/1857, SGR 24/1861 tot en met SGR 24/1863, SGR 24/1866 tot en met SGR 24/1873, SGR 24/1875 tot en met SGR 24/1877, SGR 24/1879, SGR 24/1881 tot en met SGR 24/1885

(gemachtigde: mr. R. Jeronimus),

en

en

Procesverloop

Verweerder heeft de verzoeken van eiseres om teruggaaf van verbruiksbelastingen voor alcoholvrije dranken (gedeeltelijk) afgewezen. Eiseres heeft daartegen bezwaar gemaakt.

Verweerder heeft bij uitspraken op bezwaar van 21 december 2023 de bezwaren ongegrond verklaard. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift met bijlagen ingediend.

Onder verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft verweerder de rechtbank verzocht om beperkte kennisneming van bepaalde bijlagen. Bij uitspraak van 30 oktober 2025 heeft de geheimhoudingskamer het verzoek afgewezen ten aanzien van één bijlage. Verweerder heeft vervolgens een ongeschoonde versie van deze bijlage ingediend.

Eiseres heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 mei 2026.

Eiseres is vertegenwoordigd door haar gemachtigde, bijgestaan door kantoorgenoot [naam 1] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] .

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres voert een groothandel in voedingsmiddelen, dranken en overige genotsmiddelen (hierna: verbruiksgoederen). [naam 5] is eigenaar en bestuurder van eiseres.

2. Eiseres heeft vanaf 22 januari 2022 voor meerdere zendingen verzoeken om teruggaaf van verbruiksbelasting voor alcoholvrije dranken ingediend. Als reden heeft zij vermeld dat de verbruiksgoederen zijn overgebracht naar een andere ondernemer in een andere lidstaat.

3. Eiseres heeft de verbruiksgoederen waar de onderhavige teruggaafverzoeken op zien, ingekocht bij [bedrijf 1] B.V. ( [bedrijf 1] ) en [bedrijf 2] B.V. ( [bedrijf 2] ).

4. Eiseres heeft inkoopfacturen van [bedrijf 1] overgelegd. Op die facturen staat geen verbruiksbelasting vermeld. Eiseres heeft een verklaring overgelegd van 25 januari 2022 van de bestuurder van [bedrijf 1] . Hierop staat:

“Middels deze verklaring, verklaren wij dat de door ons geleverde goederen aan [eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats] , zoals vermeld op de facturen waarvan de factuurnummers hieronder zijn vermeld, geleverd worden inclusief alle wettelijke:

-VERBRUIKSBELASTING EN/OF ACCIJNZEN

De aangiften voor de verbruiksbelasting zullen door ons verzorgd worden.

(..)”

Op de verklaring staan zes factuurnummers vermeld waar de onderhavige teruggaafverzoeken niet op zien. Onderaan de verklaring staat:

‘De door ons getekende verklaring is ook van toepassing op alle toekomstige leveringen’

5. [bedrijf 1] heeft geen aangiften verbruiksbelasting gedaan en heeft geen verbruiksbelasting aan de Belastingdienst betaald. Verweerder heeft vanaf 21 januari 2022 een controle bij [bedrijf 1] uitgevoerd over tijdvakken van 1 juli 2020 tot en met 31 januari 2022. Op 9 augustus 2022 is daarvan een controlerapport opgemaakt, welk rapport door verweerder na de uitspraak van de geheimhoudingskamer in het geding is gebracht.

6. Eiseres heeft inkoopfacturen van [bedrijf 2] overgelegd. De verbruiksbelasting ten aanzien van die facturen is door [bedrijf 2] aan de Belastingdienst betaald.

7. Verweerder heeft per brief van 30 mei 2022 aan eiseres in reactie op de teruggaafverzoeken geschreven:

“Bij uw leveranciers [bedrijf 1] en [bedrijf 2] zijn controles ingesteld om

vast te stellen of, en hoeveel, verbruiksbelasting werd betaald.

[bedrijf 1] koopt de goederen van een bedrijf gevestigd in een andere lidstaat. Tijdens de controle bij [bedrijf 1] hebben wij vastgesteld dat de verbruiksbelasting niet door [bedrijf 1] is betaald.

Tijdens de controle bij [bedrijf 2] stelde de Douane vast dat de Verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken inderdaad werd betaald door [bedrijf 2] .

De Douane accepteert derhalve de verklaring van de leverancier [bedrijf 2]

dat de belastingen werden betaald.”

8. Een deel van de teruggaafverzoeken ziet op verkopen waarvan de factuur is gericht aan [bedrijf 3] , [adres] . Verweerder heeft in het kader van een verzoek om wederzijdse bijstand nadere inlichtingen ingewonnen bij de Douane in België. Volgens de verkregen informatie is en was [bedrijf 3] niet gevestigd op het voormelde adres. De aandeelhouder/zaakvoerder van [bedrijf 3] , [naam 6] , is op 22 mei 2022 door medewerkers van de Belgische Douane gehoord en heeft verklaard slachtoffer te zijn van fraude en identiteitsdiefstal en eiseres niet te kennen.

9. Tot de gedingstukken behoren door eiseres opgestelde CMR’s met als ontvanger [bedrijf 3] , die niet volledig zijn ingevuld. Onder meer de vakken waarin informatie over de vervoerder hoort te worden vermeld, zijn niet ingevuld. Tijdens het hoorgesprek heeft eiseres verklaard dat de verbruiksgoederen bij haar zijn afgehaald. Een magazijnmedewerker van eiseres heeft schriftelijk verklaard dat de bestellingen van [bedrijf 3] tussen 2020 en 2022 zijn afgehaald met een bestelbus met een Belgisch kenteken.

10. Verweerder heeft de teruggaafverzoeken ten aanzien van goederen die zijn ingekocht bij [bedrijf 1] afgewezen omdat [bedrijf 1] de verbruiksbelasting niet heeft betaald. De teruggaafverzoeken ten aanzien van [bedrijf 2] zijn afgewezen omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat de verbruiksgoederen daadwerkelijk naar België zijn overgebracht.

Geschil 11. In geschil is of eiseres recht heeft op teruggaaf van verbruiksbelasting. Verder is in geschil of het verdedigingsbeginsel is geschonden.

Beoordeling van het geschil

Teruggaafverzoeken verbruiksbelasting

12. Artikel 33, eerste lid, onderdeel e, van de Wet op de Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken (WVAD) luidt:

‘1. Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt op verzoek teruggaaf van belasting verleend voor alcoholvrije dranken die:

(…)

e. door een ondernemer zijn overgebracht naar een ondernemer dan wel een publiekrechtelijk lichaam, anders dan als ondernemer, in een andere lidstaat.’

13. Artikel 34, eerste lid, van de WVAD luidt:

1. Teruggaaf van belasting wordt verleend tot ten hoogste het bedrag dat aan belasting is voldaan.’

14. Op grond van artikel 24 van het Uitvoeringsbesluit WVAD dient de ondernemer die goederen overbrengt naar een ondernemer in een andere lidstaat aan de hand van boeken en bescheiden aan te tonen dat de goederen hun bestemming hebben bereikt.

15. Ingevolge artikel 34 van de WVAD wordt teruggaaf van belasting verleend tot ten hoogste het bedrag aan belasting dat is voldaan. Nu vaststaat dat [bedrijf 1] geen verbruiksbelasting heeft voldaan aan de Belastingdienst, stuiten de teruggaafverzoeken voor zover zij zien op goederen ingekocht bij [bedrijf 1] reeds daarop af. Anders dan eiseres kennelijk meent, is de belasting voldaan als deze aan de Belastingdienst is betaald. Of eiseres de inkoopfacturen van [bedrijf 1] al dan niet inclusief verbruiksbelasting aan [bedrijf 1] heeft betaald, doet voor de beoordeling van de teruggaafverzoeken niet ter zake. De door eiseres voorgelegde vraag of zij gelet op de verklaring van [bedrijf 1] er op mocht vertrouwen dat de door haar aan [bedrijf 1] betaalde facturen inclusief verbruiksbelasting waren, is dan ook irrelevant. Dit betreft een civiele kwestie rond de prijsafspraak tussen haar en [bedrijf 1] . Wat niet aan de Belastingdienst is betaald, kan niet worden teruggegeven. Eiseres heeft geen recht op teruggaaf ten aanzien van goederen ingekocht bij [bedrijf 1] .

16. Ten aanzien van de goederen ingekocht bij [bedrijf 2] is de rechtbank van oordeel dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze de gestelde bestemming in België hebben bereikt. Eiseres heeft al niet aannemelijk gemaakt dat zij goederen aan de op de verkoopfacturen genoemde Belgische afnemer [bedrijf 3] in België heeft verkocht, laat staan geleverd. [bedrijf 3] was immers niet gevestigd op het op de factuur genoemde adres en de aandeelhouder van [bedrijf 3] heeft verklaard niet bekend te zijn met eiseres. De rechtbank heeft geen aanleiding aan deze verklaring te twijfelen. De teruggaafverzoeken ten aanzien van de gestelde leveringen aan [bedrijf 3] stuiten reeds daarop af. Bovendien geldt – nog afgezien van de onbekende afnemer – dat ook met de onvolledig ingevulde CMR’s en de verklaring van de magazijnmedewerker, niet aannemelijk is gemaakt dat de verbruiksgoederen hun bestemming in België hebben bereikt. Het is, anders dan eiseres stelt, niet voldoende om aannemelijk te maken dat de verbruiksgoederen Nederland hebben verlaten, waarbij bovendien geldt dat eiseres ook dat niet aannemelijk heeft gemaakt. De teruggaafverzoeken met betrekking tot de inkopen bij [bedrijf 2] zijn terecht afgewezen.

Verdedigingsbeginsel

17. Eiseres voert aan dat het verdedigingsbeginsel is geschonden omdat verweerder het controlerapport ten aanzien van [bedrijf 1] pas in de beroepsfase na een geheimhoudingsprocedure heeft overgelegd. Anders dan eiseres stelt, zijn de betreffende teruggaafverzoeken niet afgewezen op basis van het controlerapport maar op basis van het feit dat [bedrijf 1] geen verbruiksbelasting heeft betaald. Verweerder heeft eiseres al op 30 mei 2022 (zie onder 5 hiervoor) op de hoogte gebracht van deze afwijzingsgrond. Het controlerapport doet daaraan niets af en bevestigt slechts de niet-betaling. Van schending van het verdedigingsbeginsel is geen sprake.

18. Gelet op wat hiervoor is overwogen, dienen de beroepen ongegrond te worden verklaard.

Immateriële schadevergoeding

19. Eiseres heeft verzocht om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn (isv). De rechtbank merkt de onderhavige zaken aan als samenhangende zaken aangezien zij in hoofdzaak betrekking hebben op hetzelfde onderwerp en in de beroepsfase gezamenlijk zijn behandeld en beslist. Het oudste bezwaarschrift is door verweerder ontvangen op 17 juni 2022 en verweerder heeft de uitspraak op bezwaar gedaan op 21 december 2023. De uitspraakdatum van de rechtbank is 16 juni 2026. Dat is dus 4 jaar na indiening van het oudste bezwaarschrift, zodat de redelijke termijn met 2 jaar is overschreden. Eiseres heeft daarmee recht op een vergoeding van immateriële schade van € 2.000 (4 maal € 500). De termijnoverschrijding dient voor € 1.000 te worden toegerekend aan verweerder en voor € 1.000 aan de Staat.

Proceskosten

20. De rechtbank ziet in de overschrijding van de redelijke termijn reden om verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. De voor vergoeding in aanmerking komende kosten stelt de rechtbank met inachtneming van het bepaalde in het arrest van de Hoge Raad van 10 november 2023 en het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 233,50 (1 procespunt vanwege het verzoek om vergoeding van isv met een waarde per punt van € 934 en een wegingsfactor 0,25).

21. Nu zowel verweerder als de Staat worden veroordeeld tot het betalen van een deel van de ISV moeten de proceskostenvergoeding door ieder voor de helft worden vergoed. Dit betekent dat verweerder en de Staat aan proceskostenvergoeding ieder € 116,75 verschuldigd zijn.

22. Eiseres heeft reeds vóór het arrest van de Hoge Raad van 31 mei 2024 verzocht om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar de redelijke termijn voor bezwaar en beroep was op de datum van dat arrest nog niet overschreden. Gelet daarop ziet de rechtbank geen aanleiding om het betaalde griffierecht aan eiseres te laten vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. Postema, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M.M. Schillings, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).

Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.

Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend.

Verder vermeldt u ten minste het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de datum van verzending;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026082105 V-N Vandaag 2026/1743 FutD 2026-1497 NDFR Nieuws 2026/1312
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand