ECLI:NL:RBDHA:2026:2168

ECLI:NL:RBDHA:2026:2168

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 04-02-2026
Datum publicatie 10-02-2026
Zaaknummer NL25.57636
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Dublin, verlengingsbesluit, besluit gewijzigd, ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], V-nummer: [nummer], eiseres

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.57636

(gemachtigde: mr. C. Hansum),

en

(gemachtigde: mr. A. de Graaf)

Procesverloop

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van 18 november 2025 (het verlengingsbesluit), waarbij verweerder de overdrachtstermijn van eiseres naar Polen tot en met 22 januari 2027 heeft verlengd op grond van artikel 29, tweede lid van Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening), omdat eiseres is vertrokken zonder dat bekend is waarheen.

Eiseres heeft op 24 november 2025 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Hangende beroep heeft verweerder bij besluit van 6 januari 2026 het besluit van 25 november 2025 gewijzigd en de overdrachtstermijn verlengd tot en met 24 december 2025 (het tweede verlengingsbesluit).

De rechtbank heeft het beroep op 8 januari 2026 op zitting behandeld. Eiseres en haar gemachtigde zijn, met kennisgeving vooraf, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Inleiding

1. Eiseres heeft een onbekende nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1998.

Beroepsgronden

2. Eiseres voert aan dat op grond van artikel 29, eerste lid van de Dublinverordening, de overdrachtstermijn van zes maanden aanvangt vanaf het moment waarop de lidstaat het verzoek tot overname heeft aanvaard. Polen heeft het verzoek geaccepteerd op 25 november 2024. Op grond van artikel 29, tweede lid van de Dublinverordening, kan deze termijn alleen tot achttien maanden worden verlengd indien betrokkene onderduikt. De termijn kan vanaf 25 november 2024 dus niet meer dan 18 maanden bedragen. Dit zou resulteren in een uiterlijke overdrachtsdatum van 25 mei 2026. Het besluit om de overdrachtstermijn te verlengen tot en met 22 januari 2027 overschrijdt daarmee de wettelijke toegestane maximale duur.

Het oordeel van de rechtbank

Beroep tegen het verlengingsbesluit van 18 november 2025

3. Bij besluit van 18 november 2025 heeft verweerder de overdrachtstermijn van eiseres naar Polen tot en met 22 januari 2027 verlengd op grond van artikel 29, tweede lid van de Dublinverordening, omdat eiseres is vertrokken zonder dat bekend is waarheen. Eiseres heeft hiertegen op 24 november 2025 beroep ingesteld. Verweerder heeft vervolgens op 6 januari 2026 een nieuw besluit genomen, waarin de overdrachtstermijn van eiseres naar Polen is verleng tot en met 24 december 2026. Het beroep richt zich op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb mede tegen dit besluit. Nu het besluit van 18 november 2025 op het punt van de uiterste overdrachtsdatum is gewijzigd en het beroep van eiseres enkel daarop betrekking heeft, heeft eiseres geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van dit besluit. De rechtbank zal daarom het beroep tegen dit besluit niet-ontvankelijk verklaren. Wel heeft eiseres recht op een vergoeding van de proceskosten. De rechtbank verwijst hiervoor naar rechtsoverweging 6.

Verlenging van de overdrachtstermijn in het verlengingsbesluit van 6 januari 2025

Op grond van artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening bedraagt de overdrachtstermijn zes maanden en gaat deze termijn lopen vanaf aanvaarding van het verzoek van een andere lidstaat om betrokkene over te of terug te nemen of vanaf de definitieve beslissing op het beroep wanneer dit overeenkomstig artikel 29, derde lid, van de Dublinverordening opschortende werking heeft. Naar het oordeel van de rechtbank, die hierbij mede rekening houdt met de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 22 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4198 en ECLI:NL:RVS:2023:4199, is voor de opschorting van de uitvoering van het overdrachtsbesluit in beroep noodzakelijk dat de rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening heeft toegewezen.

Uit artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening volgt dat, als de overdracht niet plaatsvindt binnen de gestelde termijn van zes maanden, de verplichting voor de verantwoordelijke lidstaat om de vreemdeling over te nemen of terug te nemen komt te vervallen. De verantwoordelijkheid voor de behandeling van de asielaanvraag van die vreemdeling gaat dan over op de verzoekende lidstaat. De termijn van overdracht van de vreemdeling kan tot maximaal achttien maanden worden verlengd, als de vreemdeling onderduikt.

Verweerder heeft er ter zitting terecht op gewezen dat Polen het claimverzoek op grond van artikel 12, tweede lid van de Dublinverordening heeft aanvaard op 25 november 2024. Dit beteken dat eiseres binnen zes maanden na 25 november 2024 moest worden overgedragen aan Polen. Bij uitspraak van 24 april 2025 is de voorlopige voorziening aan eiseres toegewezen waardoor de overdrachtstermijn opschortende werking heeft gekregen. Vervolgens is op 24 juni 2025 een definitieve beslissing genomen op het beroep van eiseres. De zes maanden termijn voor overdracht is daarmee, op grond van artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening, opnieuw begonnen op 24 juni 2025. Deze termijn is op grond van artikel 29, tweede lid van de Dublinverordening verlengd tot 18 maanden, namelijk tot 24 december 2026, omdat eiseres is vertrokken zonder dat bekend is waarheen. De overdrachtstermijn overschrijdt daarmee niet de wettelijke toegestane maximale duur. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

5. De beroepsgrond slaagt niet. Daarom is het beroep ongegrond.

6. De rechtbank ziet aanleiding voor een proceskostenvergoeding, nu eiseres er terecht op heeft gewezen dat verweerder in het verlengingsbesluit van 18 november 2025 de overdrachtstermijn ten onrechte had verlengd tot en met 22 januari 2027. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank;

-verklaart het beroep tegen het besluit van 18 november 2025 niet-ontvankelijk

-verklaart het beroep tegen het vervangend besluit van 25 september 2025 ongegrond;

-veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 934,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Boesman, rechter, in aanwezigheid van mr. J. Dommerholt, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. T. Boesman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?