ECLI:NL:RBDHA:2026:2169

ECLI:NL:RBDHA:2026:2169

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 05-02-2026
Datum publicatie 10-02-2026
Zaaknummer NL24.27562
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. De rechtbank volgt verweerder wel in het standpunt dat eiser, naast de Jemenitische nationaliteit, ook de Somalische nationaliteit heeft. Daarnaast heeft verweerder de problemen met Al-Shabaab ongeloofwaardig kunnen vinden. Dat eiser behoort tot de minderheidsclan Ashraf is onvoldoende om als vluchteling te worden aangemerkt, maar verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom eiser bij terugkeer naar Somalië geen reëel risico loopt op ernstige schade. Eiser is al meer dan twintig jaar geleden vertrokken uit Somalië en heeft daar geen sociaal netwerk meer. Uit landeninformatie blijkt dat dit tot problemen kan leiden bij terugkeer. Verweerder heeft dit onvoldoende betrokken in de besluitvorming. Het beroep is gegrond en verweerder moet een nieuw besluit nemen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Samenvatting

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.27562

V-nummer: [#] ,

(gemachtigde: mr. A.M. van Eik),

en

(gemachtigde: mr. S. Franca).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. De rechtbank volgt verweerder wel in het standpunt dat eiser, naast de Jemenitische nationaliteit, ook de Somalische nationaliteit heeft. Daarnaast heeft verweerder de problemen met Al-Shabaab ongeloofwaardig kunnen vinden. Dat eiser behoort tot de minderheidsclan Ashraf is onvoldoende om als vluchteling te worden aangemerkt, maar verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom eiser bij terugkeer naar Somalië geen reëel risico loopt op ernstige schade. Eiser is al meer dan twintig jaar geleden vertrokken uit Somalië en heeft daar geen sociaal netwerk meer. Uit landeninformatie blijkt dat dit tot problemen kan leiden bij terugkeer. Verweerder heeft dit onvoldoende betrokken in de besluitvorming. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 27 september 2022 een asielaanvraag ingediend. Hij stelt de Jemenitische nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] 1988. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 11 juni 2024 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 26 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser, de gemachtigde van eiser, [naam] als tolk en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiser is heeft tot 4 september 2003 in Mogadishu, Somalië gewoond. Hij is op 14 september 2003 met zijn familie Jemen ingereisd. Hij heeft Jemen op 20 augustus 2013 verlaten en is daarna via Egypte en Turkije naar Griekenland gereisd. Hij is verder doorgereisd naar Zweden waar hij in 2014 asiel heeft aangevraagd. Zijn aanvraag is daar in 2017 afgewezen. In 2018 is eiser naar Duitsland vertrokken. Eiser is Nederland in augustus 2022 ingereisd en heeft op 27 september 2022 de voorliggende asielaanvraag ingediend.

Het asielrelaas

4. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eisers vader werkte in Somalië als reparateur voor Radio Mogadishu. Hij is in 2000 vermoord door Al-Shabaab, omdat hij vanwege zijn werk werd gelinkt aan de overheid. In 2003 is eisers moeder met de kinderen, waaronder eiser, naar Jemen vertrokken. De oudste broer van eiser is in 2013 teruggekeerd naar Somalië om het werk van zijn vader over te nemen. Hij is in 2013 ook door Al-Shabaab vermoord. Ook eisers moeder en jongste broer zijn eind 2013 naar Somalië teruggekeerd. Zijn moeder is omgekomen bij een bomaanslag en zijn jongste broer is vermist geraakt. Eiser heeft Jemen in 2013 verlaten omdat het daar niet veilig was vanwege de oorlog. Ook is eiser bang om gerekruteerd te worden. Eiser is opgepakt en met losgeld vrijgekomen. Eiser kan ook niet terugkeren naar Somalië omdat hij daar vreest voor Al-Shabaab en omdat hij behoort tot een minderheidsclan.

Het bestreden besluit

5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder twee relevante elementen:

1. identiteit, nationaliteit en herkomst;

2. problemen met Al-Shabaab.

Verweerder heeft het eerste element wel en het tweede element niet geloofwaardig geacht. Verweerder gelooft dat eiser zowel de Somalische als de Jemenitische nationaliteit heeft. Verweerder betwist niet dat zijn vader als reparateur voor Radio Mogadishu werkte en door Al-Shabaab is vermoord. Ook betwist verweerder niet dat zijn moeder door een willekeurige bomaanslag in Somalië is gedood. Omdat de moeder van eiser bij een bomaanslag om het leven is gekomen, is in haar geval geen sprake van gericht geweld. Verweerder volgt ook dat eisers oudste broer door Al-Shabaab is vermoord. Verweerder vindt het echter niet aannemelijk dat eiser zelf door Al-Shabaab werd en wordt gezocht, omdat hij nooit voor de overheid heeft gewerkt. De verklaringen van eiser over de bedreigingen zijn volgens verweerder te beknopt en te algemeen. Verder gelooft verweerder ook niet dat eisers jongste broer wordt vermist en dat dit verband houdt met de bedreigingen door Al-Shabaab.

Eiser heeft geen gegronde vrees voor vervolging in Somalië. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij vanwege het behoren tot een minderheidsclan problemen heeft ondervonden. Ook loopt eiser geen reëel risico op ernstige schade, omdat het asielrelaas van eiser niet wordt geloofd. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in negatieve belangstelling staat. Ook heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij in Somalië op sociaal en maatschappelijk niet zou kunnen functioneren. Eiser voldoet ook niet aan de voorwaarden van het traumatabeleid, omdat eiser niet binnen zes maanden is vertrokken van Somalië naar Jemen. Omdat eiser kan terugkeren naar Somalië, krijgt eiser geen verblijfsvergunning op grond van de situatie in Jemen.

Eiser krijgt een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van 4 weken. Eiser moet terugkeren naar Somalië.

Mocht verweerder van de Somalische nationaliteit van eiser uitgaan?

6. Eiser voert aan dat enkel op basis van zijn verklaringen is aangenomen dat hij de Somalische nationaliteit heeft. Eiser weet dit niet zeker. Eiser heeft geen documenten overgelegd die onderbouwen dat hij ook de Somalische nationaliteit heeft. Eiser heeft uitgelegd dat de Somalische nationaliteit via zijn vader wordt verkregen en dat de vader van eiser de Jemenitische nationaliteit heeft. Dat eiser een Somalische geboorteakte bezit, betekent niet dat hij de Somalische nationaliteit heeft. Verweerder heeft ten onrechte geen actuele landeninformatie bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van dit element betrokken. Hierbij is van belang dat de Jemenitische nationaliteit volgens de Jemenitische wet alleen via de vader kan worden verkregen. Eiser heeft een kopie van het paspoort van zijn vader overgelegd.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder deugdelijk heeft gemotiveerd dat eiser ook de Somalische nationaliteit heeft. Verweerder heeft zich hiervoor kunnen baseren op eisers eigen verklaringen. Eiser heeft immers verklaard dat hij met zijn moeder naar Jemen is verhuisd en dat zij voor vertrek een Somalisch paspoort had aangevraagd waarin de pasfoto’s van eiser en de andere gezinsleden stonden. Daarna bevestigt eiser in het nader gehoor dat hij de Somalische nationaliteit heeft. Dat eiser stelt dat er bij hem enige verwarring was over de betekenis van het begrip nationaliteit acht de rechtbank onvoldoende om niet van de inhoud van zijn verklaringen uit te hoeven gaan. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat, omdat eiser gedetailleerd heeft verklaard op dit punt, het aannemelijk is dat hij het paspoort van zijn moeder daadwerkelijk heeft gezien. Met dit paspoort zijn zij naar Jemen gereisd. Verweerder heeft op zitting verwezen naar verschillende ambtsberichten over Somalië, waaruit blijkt dat het mogelijk is om naast de Somalische nationaliteit een andere nationaliteit te hebben. Eiser heeft dit niet weerlegd. De beroepsgrond slaagt niet.

Heeft verweerder de problemen met Al-Shabaab ongeloofwaardig kunnen vinden?

7. Eiser voert aan dat verweerder niet alle relevante verklaringen heeft betrokken, onvoldoende rekening heeft gehouden met het tijdsverloop en de jonge leeftijd van eiser en de afwezigheid van eiser tijdens de gebeurtenissen. Verweerder heeft niet gevraagd naar de strekking van de bedreigingen en juist wel naar wanneer de bedreigingen plaatsvonden. Dit is onzorgvuldig omdat de gebeurtenissen meer dan 20 jaar geleden hebben plaatsgevonden. Verweerder heeft de verklaringen van de bedreigingen niet te algemeen kunnen vinden, omdat eiser specifiek heeft verklaard dat zijn gezin werd bedreigd omdat zijn vader en broer voor Radio Mogadishu werkten. Eiser is niet gevraagd of het huis nog is gemarkeerd met rode verf en verweerder kan daarom niet tegenwerpen dat eiser dat niet weet. Eiser heeft ook helder verklaard over de strekking van de bedreiging aan het adres van zijn moeder. Dat de moeder van eiser bij een bomaanslag om het leven is gekomen, betekent niet dat zij niet is bedreigd door Al-Shabaab. Omdat verweerder wel gelooft dat de vader en de broer van eiser zijn vermoord vanwege de werkzaamheden voor radio Mogadishu, valt niet in te zien waarom niet geloofwaardig wordt geacht dat de rest van het gezin ook is bedreigd.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder de gestelde problemen met Al-Shabaab op goede gronden ongeloofwaardig heeft kunnen vinden. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser zeer summier heeft verklaard over de bedreigingen van de gezinsleden door Al-Shabaab. De rechtbank constateert dat het gehoor niet uitgebreid is geweest, maar dat neemt niet weg dat het op de weg van eiser ligt om zijn asielrelaas te onderbouwen. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat de omstandigheid dat de gebeurtenissen lang geleden hebben plaatsgevonden niet betekent dat van eiser niet verwacht mag worden dat hij daarover meer gedetailleerd kan verklaren, te meer nu het om ingrijpende gebeurtenissen gaat. De rechtbank stelt vast dat eiser niet is gevraagd naar een specifieke datum en een tijd. Wel is eiser gevraagd naar de strekking van de bedreigingen en verweerder heeft kunnen vinden dat eiser daarover te algemeen heeft verklaard. Dat eiser niet weet of het huis nog gemarkeerd was, heeft verweerder vreemd kunnen vinden omdat eisers moeder was teruggekeerd naar Somalië en hij daarna nog contact met haar heeft gehad.

Ook heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat niet geloofwaardig is dat de vermissing van eisers broer te maken heeft met problemen met Al-Shabaab. Verweerder heeft zich hierbij op het standpunt kunnen stellen dat eiser inmiddels volwassen is en al geruime tijd in Europa verblijft en dat hij zich meer had kunnen inspannen om informatie te verzamelen om ook op dit punt zijn asielrelaas te staven. Verweerder heeft kunnen tegenwerpen dat dit te meer geldt nu eiser over de vermissing van zijn jongste broer in het aanmeldgehoor niets heeft verklaard, waardoor aangenomen mag worden dat de vermissing recent is en dan van eiser verwacht wordt dat hij meer onderzoek had gedaan naar mogelijke oorzaken. Dat eisers hele gezin geassocieerd werd met zijn vader en broer, heeft verweerder te algemeen kunnen achten. Daarbij heeft verweerder ook kunnen betrekken dat uit landeninformatie volgt dat het niet aannemelijk is dat eiser problemen zal ondervinden met Al-Shabaab vanwege het werk van zijn vader en oudste broer. Verweerder heeft in dit kader verwezen naar het algemeen ambtsbericht Somalië, waaruit blijkt dat onder andere overheidsfunctionarissen en personen die ervan verdacht werden samen te werken met de overheid (zoals leden van milities of clanoudsten) gevaar lopen onder Al Shabaab. Niet is gebleken dat familieleden van overheidsfunctionarissen ook gevaar lopen, zoals eiser stelt. Met de enkele verwijzing naar het landenbeleid Somalië, waarin personen die door Al-Shabaab geassocieerd worden met de overheid als risicoprofiel zijn aangemerkt, heeft eiser dit niet aannemelijk gemaakt. De beroepsgrond slaagt niet.

Is eiser vluchteling zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag?

8. Eiser voert aan dat hij tot de gemarginaliseerde Ashraf minderheidsclan behoort. Hij verwijst hierbij naar een rapport van de EUAA. Eiser voert aan dat hij vervolging vreest vanwege zijn etniciteit. Eiser en zijn familie konden geen bescherming krijgen van de overheid, zoals blijkt uit eisers verklaring op pagina 10 van het nader gehoor. Eerdere vervolging is volgens eiser een duidelijke aanwijzing dat de vrees voor vervolging gegrond is.

De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer te vrezen heeft voor vervolging vanwege het behoren tot een minderheidsclan Ashraf. Verweerder heeft gemotiveerd dat het enkel behoren tot een minderheidsclan onvoldoende is om als vluchteling te worden aangemerkt. In het beleid is het behoren tot een minderheidsclan niet als risicoprofiel aangemerkt. Dat betekent dat het aan eiser is om zijn vrees in dit kader te concretiseren. Dat heeft eiser niet gedaan. Met de verwijzing naar het EUAA-rapport, waarin wordt vermeld dat sommige daden jegens personen die behoren tot een minderheidsclan zoals de Ashraf als daden van vervolging kunnen worden aangemerkt, heeft eiser zijn gestelde persoonlijke vrees ook niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank volgt verweerder ook in het standpunt dat uit eisers verklaringen ook niet blijkt dat hij of zijn familieleden in Somalië vanwege het behoren tot een minderheidsclan problemen hebben gehad. Eiser heeft immers verklaard dat zijn vader en oudste broer zijn vermoord vanwege hun werk voor de overheid. Dit maakt ook dat de rechtbank eiser niet volgt in de stelling dat sprake is van eerdere vervolging, op grond waarvan eisers vrees voor vervolging eerder aannemelijk moet worden geacht. De beroepsgrond slaagt niet.

Loopt eiser bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade?

9. Verder voert eiser aan dat hij een terugkeerder is zonder sociaal netwerk in Somalië en dat hij daarom een reëel risico loopt op ernstige schade. Eiser heeft verklaard dat zijn vader, moeder en broer zijn overleden, de jongste broer is vermist en een zus in Jemen woont. Eiser heeft dus geen familieleden meer in Somalië. Daarnaast is eiser sinds 2003 niet meer in Somalië geweest. Uit het algemeen ambtsbericht Somalië van maart 2025 volgt dat personen die terugkeren naar Somalië moeilijk economisch integreren. Omdat eiser behoort tot een minderheidsclan bestaat het risico op zeer vergaande materiële deprivatie. Dit kan een grond zijn om een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer vast te stellen. Verweerder had hierbij alle geloofwaardig geachte elementen in onderlinge samenhang moeten betrekken, dus dat eisers vader en broer zijn vermoord, dat eiser al lange tijd weg is uit Somalië, dat hij anders praat en zich anders gedraagt, dat hij behoort tot een minderheidsclan, geen netwerk heeft en er sprake is van een slechte veiligheidssituatie en slechte sociaal-economische omstandigheden.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiser bij terugkeer naar Somalië geen reëel risico loopt op ernstige schade. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom hij zoveel waarde hecht aan het feit dat eiser de Somalische taal spreekt en dat zijn familie eerder is teruggekeerd. Niet in geschil is dat eisers oudste broer en moeder, na terugkeer naar Somalië, zijn omgekomen en zijn jongste broer is vermist. Niet valt in te zien waarom eiser nog een sociaal netwerk zou hebben in Somalië. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de door eiser aangevoerde elementen in het bestreden besluit onvoldoende in onderlinge samenhang heeft betrokken. Zo had verweerder bij het standpunt dat eiser voldoende banden met Somalië heeft om zich daar staande te houden, ook moeten betrekken dat eiser Somalië op jonge leeftijd (14 jaar) heeft verlaten, meer dan twintig jaar lang niet meer in Somalië is geweest en is verwesterd. Uit het algemeen ambtsbericht 2023 en uit het algemeen ambtsbericht 2025 volgt immers dat terugkeerders uit westerse landen, in het bijzonder indien zij vanaf jonge leeftijd buiten Somalië hebben verbleven, doorgaans eenvoudig herkenbaar zullen zijn, met name als zij vanaf jonge leeftijd buiten Somalië hebben verbleven. Zij worden bijvoorbeeld herkend vanwege een afwijkend accent, manier van kleden, manier van lopen, gesticuleren of hun houding. Zij hebben vaak moeite om zich de dagelijkse gewoontes eigen te maken en kunnen daardoor met discriminatie en uitsluiting te maken krijgen. Ook meldt het ambtsbericht 2025 dat de perceptie in de Somalische samenleving wijdverbreid is dat als personen gedwongen waren teruggekeerd, dit het gevolg moest zijn van ‘slecht’ gedrag (bijvoorbeeld alcohol- of drugsgebruik, afvalligheid, buitenechtelijke relaties, homoseksualiteit). Dit had gevolgen voor de mate waarin de clan zich over zo iemand zou ontfermen, en vaak konden deze personen geen werk vinden. De stelling van verweerder dat eiser hulp kan krijgen van zijn clan, acht de rechtbank in het licht van deze informatie ook onvoldoende gemotiveerd. De rechtbank acht hierbij ook van belang dat uit het ambtsbericht volgt dat er weinig concrete informatie beschikbaar is over de eventuele problemen die terugkeerders in Somalië kunnen ondervinden.

Gelet op het voorgaande concludeert de rechtbank dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer wegens discriminatie en zijn specifieke persoonlijke omstandigheden een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Somalië. Verweerder heeft in de besluitvorming de door eiser aangevoerde omstandigheden, met name de lange verblijfsduur buiten Somalië en het ontbreken van een sociaal netwerk en bescherming van zijn clan in Mogadishu, onvoldoende kenbaar in onderlinge samenhang betrokken. De beroepsgrond slaagt.

10. Omdat het beroep reeds hierom gegrond is behoeven de overige beroepsgronden geen bespreking meer.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd. Dit is in strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat verweerder een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor zes weken.

Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten.

Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 11 juni 2024;

- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.J. van Beek, rechter, in aanwezigheid van

mr. R. Pronk, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.A.J. van Beek

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?