ECLI:NL:RBDHA:2026:22026

ECLI:NL:RBDHA:2026:22026

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 07-07-2026
Datum publicatie 07-08-2026
Zaaknummer C/09/703104 / FA RK 26-3586
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Voorlopige voorzieningen. Overeenstemming toevertrouwing. Vaststelling zorgregeling. Vervangende toestemming voor hulpverlening. Voorlopige kinderalimentatie. Voorlopige partneralimentatie afgewezen wegens onvoldoende draagkracht.

Uitspraak

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 10 april 2026 ingekomen verzoek van:

[de vrouw],

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. P.B. van Eck-Molenaar te Gouda.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man],

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. V.T.E. Kuijpers te Capelle aan den Ijssel.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

Op 23 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

Feiten

Verzoek en verweer

De vrouw verzoekt de rechtbank te bepalen dat:

- [minderjarige] aan de vrouw wordt toevertrouwd;

- een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling) ten aanzien van [minderjarige] wordt vastgesteld, waarbij [minderjarige] bij de man zal zijn de ene week van woensdagmiddag 16.30 uur tot vrijdagmiddag 16.30 uur en de andere week vanaf donderdagochtend 8.30 uur tot zondagmiddag 16.30 uur en waarbij de ouder waar [minderjarige] verblijft haar naar de andere ouder brengt;

- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 538,- per maand wordt vastgesteld, althans een zodanig bedrag als de rechtbank juist acht, met ingang van 26 januari 2026, althans een datum die de rechtbank juist acht, maandelijks bij vooruitbetaling te voldoen;

- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige partneralimentatie van € 695,- bruto per maand wordt vastgesteld, althans een zodanig bedrag als de rechtbank juist acht, met ingang van 26 januari 2026, althans een datum die de rechtbank juist acht, maandelijks bij vooruitbetaling te voldoen;

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De man voert verweer tegen de verzochte voorlopige zorgregeling, kinderalimentatie en partneralimentatie, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt de man de rechtbank de op dit moment uitgevoerde zorgregeling als voorlopige zorgregeling vast te stellen, waarbij [minderjarige] op maandag, dinsdag en woensdag bij de vrouw is, de man [minderjarige] op woensdag om 16.30 uur ophaalt en de daaropvolgende wissel op vrijdag bij de opvang is en [minderjarige] eens per twee weken een weekend bij de man verblijft.

Beoordeling

Toevertrouwing

De vrouw verzoekt de toevertrouwing van [minderjarige] aan haar. De man heeft ingestemd met dit verzoek.

Omdat niet is gebleken dat het belang van [minderjarige] zich hiertegen verzet, zal de rechtbank het verzoek als onweersproken en op de wet gegrond toewijzen.

Voorlopige zorgregeling

De vrouw geeft aan dat partijen op dit moment uitvoering geven aan een tijdelijke zorgregeling die zij gezamenlijk zijn overeengekomen. Zij verzoekt een zorgregeling te bepalen die hier gedeeltelijk van afwijkt, in die zin dat het wisselmoment in de week waarin [minderjarige] in het weekend bij de man verblijft niet op woensdagmiddag om 16.30 uur plaatsvindt, maar op donderdagochtend om 8.30 uur. Volgens de vrouw geeft deze regeling meer rust en structuur voor [minderjarige]. Dat geldt met name vanaf het moment waarop [minderjarige] naar school zal gaan, omdat zij dan niet op donderdagochtend door de man vanuit [plaats 2] naar de school in [plaats 3] hoeft te worden gebracht. De vrouw geeft aan dat zij [minderjarige] in de periode waarin zij nog niet naar school gaat, op donderdagochtend naar de man of zijn vader kan brengen. Daarnaast meent de vrouw dat het verblijf van [minderjarige] bij de man van woensdagmiddag tot zondagmiddag erg lang is voor [minderjarige].

De man geeft aan dat de huidige zorgregeling goed loopt en dat het in stand houden daarvan juist zorgt voor duidelijkheid en rust voor [minderjarige]. De man vindt het geen goed idee als de vrouw [minderjarige] op donderdagochtend naar hem of zijn vader zal brengen, omdat er tussen zowel de man en de vrouw en tussen de vader van de man en de vrouw te veel spanningen bestaan. De man ziet daarom geen reden om de overeengekomen zorgregeling te wijzigen.

Inhoudelijke beoordeling

Uit de stukken en dat wat tijdens de zitting is besproken, maakt de rechtbank op dat de huidige zorgregeling – mede dankzij de hulp van de grootouders van [minderjarige] – naar omstandigheden goed en rustig verloopt. De rechtbank ziet in wat de vrouw heeft gesteld geen reden om de huidige zorgregeling voor dit moment te wijzigen. Daar komt bij dat de verzochte wijziging de overdracht op donderdagochtend zou moeten plaatsvinden via (de vader van) de man, wat tot spanningen zou kunnen leiden, terwijl de overdracht op de woensdagmiddag via de vader van de vrouw nu goed verloopt.

De rechtbank ziet wel aanleiding om de zorgregeling te wijzigen vanaf het moment dat [minderjarige] naar school zal gaan in januari 2027. De rechtbank is van oordeel dat de wijziging die de vrouw verzoekt vanaf dat moment voor meer rust zal zorgen, omdat [minderjarige] dan op de betreffende donderdagochtenden niet vanuit een andere woonplaats naar haar school in [plaats 3] hoeft te worden gebracht. Daarmee komt dan ook het overdrachtsmoment op de woensdagmiddag te vervallen. Dat wil zeggen dat de vrouw [minderjarige] op de betreffende donderdagochtend naar school brengt en de man [minderjarige] daar ’s middags ophaalt.

Vervangende toestemming hulp en begeleiding [minderjarige]

De vrouw geeft aan dat [minderjarige] erg gevoelig is, dat zij al het nodige heeft meegemaakt en ook veel last heeft van de scheiding en de dynamiek tussen de ouders. Volgens de vrouw is er sprake van een terugval in haar zindelijkheid, heeft [minderjarige] hevige nachtmerries en ook veel moeite met afscheid nemen van beide ouders. De vrouw wenst daarom hulp in te schakelen voor [minderjarige]. De huisarts heeft [minderjarige] doorverwezen naar de gespecialiseerde GGZ.

Hij herkent de door de vrouw geschetste klachten van [minderjarige] niet en stelt dat deze mogelijk te maken hebben met de opvoedsituatie bij de vrouw thuis en stemt niet in met behandeling van [minderjarige].

Inhoudelijke beoordeling

De vrouw heeft een doorverwijzingsbrief van de huisarts overgelegd, gedateerd 15 juni 2026. In deze brief geeft de huisarts aan dat er een (vermoeden van een) DSM benoemde psychische stoornis is bij [minderjarige] en dat zij daarom wordt doorverwezen naar gespecialiseerde GGZ. Onder ‘Klacht of hulpvraag van de patiënt’ staat vermeld ‘psychotrauma echtscheiding’. Uit deze doorverwijzingsbrief blijkt dat de huisarts behandeling van [minderjarige] in het kader van de gespecialiseerde GGZ aangewezen vindt. De rechtbank ziet hierin aanleiding om aan de vrouw vervangende toestemming geven – die de toestemming van de man vervangt – voor de behandeling van [minderjarige] die de huisarts in de doorverwijzingsbrief beschrijft.

Voorlopige kinderalimentatie

De vrouw verzoekt een voorlopige kinder- en partneralimentatie vast te stellen.

Bij de beoordeling van de verzoeken stelt de rechtbank voorop dat deze voorlopige vaststelling het karakter heeft van een ordemaatregel. Daarbij is het uitgangspunt dat wordt uitgegaan van de actuele situatie van partijen, voor zover de rechtbank daar voldoende inzicht in heeft. Indien de rechtbank onvoldoende inzicht in de situatie van partijen heeft, zal de rechtbank beoordelen wat zij redelijk acht en in dat kader een schatting maken.

Ingangsdatum

Om proceseconomische redenen zal de rechtbank eerst de ingangsdatum vaststellen. De rechtbank stelt voorop dat zij op grond van artikel 1:402 van het Burgerlijk Wetboek (BW) een grote mate van vrijheid heeft bij het vaststellen van de ingangsdatum.

Omdat de vrouw heeft verzocht de voorlopige kinderalimentatie vast te stellen met ingang van 26 januari 2026 en de man hiertegen geen verweer heeft gevoerd, zal de rechtbank de voorlopige kinderalimentatie vaststellen met ingang van 26 januari 2026.

Behoefte

Partijen zijn het erover eens dat de behoefte van [minderjarige] in 2025 € 853,- per maand bedroeg en dat deze behoefte geïndexeerd naar 2026 € 892,- per maand bedraagt.

De vrouw stelt dat het tabelbedrag moet worden verhoogd met de netto kinderopvangkosten van [minderjarige] ten bedrage van € 187,-, omdat de kosten van de kinderopvang in verhouding tot het eigen aandeel van de ouders in de kosten van [minderjarige] dusdanig hoog zijn dat er een correctie dient plaats te vinden.

De rechtbank stelt bij de beoordeling voorop dat in het tabelbedrag alle normale kosten zijn begrepen. De ‘normale’ kosten van de kinderopvang worden dus geacht te zijn verwerkt in het tabelbedrag. Zodanige hoge kosten voor kinderopvang in verband met de verwerving van inkomsten die niet (volledig) gecompenseerd worden door lagere uitgaven op andere posten, kunnen leiden tot een correctie op het tabelbedrag.

De rechtbank is van oordeel dat de vrouw in het kader van deze voorlopige voorzieningenprocedure voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de door haar gemaakte opvangkosten (in totaal € 493,- per maand) niet geacht kunnen worden (volledig) te zijn verdisconteerd in het tabelbedrag en niet gecompenseerd worden door lagere uitgaven op andere posten. De rechtbank ziet daarom aanleiding om het tabelbedrag te verhogen. De behoefte van [minderjarige] bedraagt met verhoging van de hiervoor genoemde kosten € 1.079,- per maand (€ 892,- + € 187,-).

Draagkracht man

Uit de stukken en dat wat er tijdens de zitting met partijen is besproken, is de rechtbank duidelijk geworden dat de draagkracht van de man de beperkende factor is bij de beoordeling van het verzoek tot een voorlopige kinderalimentatie. Om proceseconomische redenen zal de rechtbank daarom niet de draagkracht van de vrouw vaststellen, maar alleen de draagkracht van de man beoordelen.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de man feitelijk en voldoende aannemelijk gemaakt dat hij in ieder geval op dit moment beperkt belastbaar is voor arbeid, dat hij een zeer gering inkomen heeft en dat hij daarom een minimale draagkracht heeft voor kinderalimentatie. Tijdens de zitting heeft de man aangeboden om de door de vrouw aangevoerde behoefteverhogende kinderopvangkosten van € 187,- per maand te betalen. Kennelijk is de man in staat om dit bedrag te betalen. Daarom zal de rechtbank bepalen dat de man met ingang van 26 januari 2026 aan de vrouw een kinderalimentatie dient te voldoen van € 187,- per maand.

Voorlopige partneralimentatie

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen met betrekking tot de draagkracht van de man in het kader van de kinderalimentatie is de rechtbank gebleken dat de man op dit moment geen draagkracht heeft om, naast de bijdrage voor [minderjarige], nog een bedrag aan partneralimentatie te kunnen voldoen. Daarom zal de rechtbank het verzoek van de vrouw tot vaststelling van een voorlopige partneralimentatie wegens gebrek aan draagkracht afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats], voorlopig aan de vrouw zal worden toevertrouwd;

*

verleent toestemming aan de vrouw – welke toestemming die van de man vervangt – voor behandeling van [minderjarige] door de gespecialiseerde GGZ zoals aangegeven in de verwijzingsbrief van de huisarts d.d. 15 juni 2026;

*

bepaalt dat voorlopig de volgende zorgregeling zal gelden, waarbij [minderjarige] bij de man is:

*

bepaalt dat de man voorlopig aan de vrouw, met ingang van 26 januari 2026 een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige] zal betalen van(bij co-ouderschap eventueel: medeverzorgt en opvoedt) € 187,- per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.C. Olland

Griffier

  • mr. A.J. Klootwijk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand