ECLI:NL:RBDHA:2026:22033

ECLI:NL:RBDHA:2026:22033

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 07-07-2026
Datum publicatie 07-08-2026
Zaaknummer 708094
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

tussenbeslissing, rechtbank onbevoegd in 1:253i of 1:253j-geschil + vraag of terugvordering van vader van geld dat aan de kinderen toebehoort kwalificeert als 1:253i/1:253a of 253j geschil.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 26-6597

Zaaknummer: C/09/708094

Datum beschikking: 7 juli 2026

Beschikking op het op 29 juni 2026 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. C.L. Verhoeven te Haarlem.

waarin als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. R. van den Heuvel te Rijswijk.

1. Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van een verzoekschrift, met bijlagen.

2. Feiten

Partijen zijn de ouders van de minderjarige kinderen:

[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats] en

[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats].

Partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over de kinderen.

Bij beschikking van de kantonrechter te Den Haag van 21 mei 2026 is aan de vrouw een machtiging verleend om namens de minderjarigen een procedure te voeren tegen de man om de vordering van de minderjarigen op hem vast te stellen, onder de voorwaarde dat een eventuele proceskostenveroordeling niet ten laste van (het

vermogen van) de minderjarigen mag komen en dat het aan ieder van de minderjarigen toekomende geld wordt gestort op een Nederlandse bankrekening ten name van de afzonderlijke minderjarigen, aan welke rekening de voorwaarde moet worden gekoppeld dat de hoofdsom gedurende de minderjarigheid alleen kan worden opgenomen of worden overgemaakt naar een andere rekening als de kantonrechter daarvoor toestemming geeft.

3. Verzoek

De vrouw verzoekt de rechtbank bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat:

I

primair,

de man wordt veroordeeld om binnen 7 dagen na betekening van deze beschikking een bedrag ad € 29.932 te vermeerderen met de wettelijke rente per 1 februari 2024 tot de dag der algehele voldoening te storten op de rekening van de vrouw onder nummer [rekeningnummer] waarna de vrouw wordt veroordeeld om binnen twee dagen na ontvangst van dit bedrag het door te storten op de nog nader te omschrijven BEM-rekening ten name van [minderjarige 1]

en

de man wordt veroordeeld om binnen 7 dagen na betekening van deze beschikking een bedrag ad € 23.953 te vermeerderen met de wettelijke rente per 1 februari 2024 tot de dag der algehele voldoening te storten op de rekening van de vrouw onder nummer [rekeningnummer] waarna de vrouw wordt veroordeeld om binnen twee dagen na ontvangst van dit bedrag het door te storten op de nog nader te omschrijven BEM-rekening ten name van [minderjarige 2];

subsidiair,

de man wordt veroordeeld om binnen 7 dagen na betekening van deze beschikking een bedrag ad € 29.932 op de nog nader te noemen BEM-rekening van [minderjarige 1] te storten en een bedrag ad € 23.953 op de nog nader te omschrijven BEM-rekening ten name van [minderjarige 2], dit op straffe van een dwangsom van € 60.000;

II

de man te veroordelen in de werkelijk gemaakte proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dagtekening van het vonnis, althans vanaf de datum van de betekening van het vonnis, tot aan de dag der algehele voldoening;

althans een zodanige beschikking te wijzen als de rechtbank juist acht.

De vrouw heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat ten behoeve van de kinderen spaarrekeningen zijn geopend en dat de man van die spaarrekeningen bedragen heeft opgenomen. Van de rekeningen van [minderjarige 2] is in totaal € 23.953,- en van [minderjarige 1] € 29.932,- opgenomen. De kinderen zijn de rechthebbenden van het saldo dat op de rekeningen stond. De vrouw is van oordeel dat de man door geld op te nemen van de spaarrekeningen van de kinderen, zonder hier een goede reden voor te hebben en in het licht van zijn zeer riante inkomen, niet als een goede bewindvoerder heeft gehandeld. Daarnaast heeft de man dit alles gedaan zonder medeweten van de vrouw. Daarom moet de man de bedragen terugstorten, aldus de vrouw.

4. Beoordeling

De rechtbank begrijpt uit de stellingen van de vrouw dat zij haar verzoek grond op de artikelen 1:253i BW jo 1:253a BW en/of artikel 1:253j BW. De rechtbank is om die reden van oordeel dat het verzoek niet bij de juiste rechter is ingediend en is voornemens zich onbevoegd te verklaren om van het geschil kennis te nemen. De rechtbank licht dit als volgt toe.

Op grond van het bepaalde in artikel 1:253i BW voeren de ouders, ingeval van gezamenlijke gezagsuitoefening, gezamenlijk het bewind over het vermogen van het kind. In het tweede lid van dat artikel is artikel 1:253a BW van dit boek van overeenkomstige toepassing verklaard, met dien verstande dat in plaats van ‘de rechtbank’ dient te worden gelezen ‘de kantonrechter’. Dat laatste betekent dat geschillen over de uitvoering van het bewind over het vermogen van een kind aan de kantonrechter kunnen worden voorgelegd, op dezelfde wijze waarop andere gezagsgeschillen aan (het team familie van) de rechtbank kunnen worden voorgelegd. Voor zover de vrouw bedoelt een beslissing te vragen op grond van een gezagsgeschil in de zin van artikel 1:253i jo 1:253a BW, is daarom niet de rechtbank (team familie), maar de kantonrechter bevoegd van het geschil kennis te nemen. Daarom is de rechtbank voornemens zich onbevoegd te verklaren en, indien gewenst, de zaak te verwijzen naar de kantonrechter. De rechtbank zal partijen evenwel eerst in de gelegenheid stellen zich over dit voornemen uit te laten evenals over de vraag of zij verwijzing wensen.

Zoals genoemd kunnen op grond van 1:253i jo 1:253a BW namelijk weliswaar gezagsgeschillen betreffende het vermogen van kinderen aan de kantonrechter worden voorgelegd, maar de rechtbank vraagt zich af of dat is wat de vrouw met haar verzoek bedoelt. Voorstelbaar is bijvoorbeeld dat de kantonrechter, als de ouders het daar niet over eens zijn, op basis van genoemde artikelen een beslissing neemt over de vraag waaraan vermogen van de kinderen wordt besteed, op welke wijze dat vermogen wordt belegd of op welke (bank)rekening het vermogen van de kinderen wordt bewaard. Feitelijk lijkt het verzoek van de vrouw evenwel gericht te zijn op een veroordeling van de man om aan de kinderen toebehorend geld aan hen terug te betalen, omdat de man – volgens de vrouw – zich dit zonder rechtsgrond heeft toegeëigend. De vraag is of een dergelijk feitencomplex kwalificeert als een gezagsgeschil en of de beslissing die de vraag in dat kader kan worden uitgesproken.

De vrouw heeft bovendien verwezen naar een beschikking van de kantonrechter waarin aan haar toestemming is gegeven om namens de kinderen te procederen tegen de vader. Dit lijkt er op te wijzen dat de vrouw bedoeld heeft de vordering in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de kinderen in te stellen. Van een gezagsgeschil tussen de vader en de kinderen kan evenwel geen sprake zijn. Een dergelijke vordering namens de kinderen kan dan ook niet in een verzoekschriftprocedure worden ingediend, ook niet bij de kantonrechter, maar zal met een dagvaarding bij de kantonrechter of, voor zover de vordering niet wordt beperkt tot € 25.000,-, bij de rechtbank (team handel) moeten worden ingediend.

De vrouw heeft ook 1:253j BW aan haar verzoek ten grondslag gelegd. Op grond van dat artikel moeten de ouders het bewind over het vermogen van hun kind als goede bewindvoerders voeren. Bij slecht bewind zijn zij voor de daaraan te wijten schade aansprakelijk, behoudens voor de vruchten van dat vermogen voor zover de wet hun het genot daarvan toekent.

Als vast komt te staan dat de man niet als goed bewindvoerder heeft gehandeld, kan dat naar het oordeel van de rechtbank tot gevolg hebben dat de man schadeplichtig is jegens de kinderen. Voor zover de vrouw bedoeld heeft de door haar genoemde bedragen als schadevergoeding te vorderen, ziet de rechtbank evenwel geen rechtsgrond op grond waarvan de vrouw, procederende voor zichzelf, gerechtigd is een dergelijke vordering in te stellen. Evenmin ziet de rechtbank een rechtsgrond op grond waarvan een dergelijke schadevergoedingsvordering in een verzoekschriftprocedure bij de familierechter kan worden gedaan. Dit laatste geldt ook als de vrouw bedoeld heeft de vordering in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de kinderen in te stellen. Een dergelijke schadevergoedingsvordering zal eveneens met een dagvaarding bij de kantonrechter of, voor zover de vordering niet wordt beperkt tot € 25.000,-, bij de rechtbank (team handel) moeten worden ingediend.

Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank partijen in de gelegenheid zich uit te laten over de bevoegdheid van de rechtbank om van het verzoek kennis te nemen en het voornemen om de zaak te verwijzen naar de kantonrechter evenals over de vraag of zij verwijzing wensen.

5. Beslissing

De rechtbank:

stelt partijen in de gelegenheid zich uiterlijk op 14 juli 2026 uit te laten zoals hiervoor onder 4.7. bedoeld;

houdt iedere beslissing aan tot en met 14 juli 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A. Emmens

Griffier

  • mr. S.G.J. Verkennis

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand